31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 639 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2018

Met deze brief informeer ik u over de rapporten m.b.t. de toegankelijkheid van en de doorstroom naar het hoger onderwijs die voor het zomerreces verschijnen en over de manier waarop ik op deze rapporten zal reageren.

Recent is het bijgevoegde inspectierapport over selectie in de masterfase verschenen. In de komende weken ontvang ik daarnaast de monitor beleidsmaatregelen hoger onderwijs 2017, het rapport kansengelijkheid bij numerusfixusopleidingen en de tussenevaluatie nadere vooropleidingseisen mbo-hbo. Deze rapporten zal ik na ontvangst direct doorgeleiden naar uw Kamer.

De verschillende rapporten geven een actueel beeld van de toegankelijkheid van en de doorstroom naar het hoger onderwijs. Het zijn daarnaast belangrijke indicatoren van kansengelijkheid in het hoger onderwijs. Ik vind het belangrijk deze rapporten niet los van elkaar maar juist in samenhang te bezien. Ik zal uw Kamer daarom na het zomerreces en voor de begrotingsbehandeling een uit-gebreide visiebrief toegankelijkheid en kansengelijkheid hoger onderwijs sturen.

In deze visiebrief betrek ik naast bovengenoemde rapporten ook de uitwerking van de volgende moties: de motie Van Meenen en de motie Van der Molen en Tielen over numerusfixusopleidingen1, de motie Bruins, Kuik en Van der Molen over de nadere vooropleidingseisen mbo-hbo2, de motie Rog Mohandis over het bindend studieadvies3 en de motie Bruins Asante over studentenwelzijn en psychische klachten bij studenten4.

Wat betreft de laatstgenoemde motie heb ik dit voorjaar bestuurlijk overleg gevoerd met de onderwijskoepels, de studentenbonden, de VNG en Expertisecentrum Handicap + Studie. Deze partijen onderschrijven het belang van studentenwelzijn en de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij hiervoor dragen. In een werkgroep, waarin deze partijen vertegenwoordigd zijn, wordt op dit moment gewerkt aan een gezamenlijke aanpak en vindt afstemming plaats met hogescholen en universiteiten. Kort na de zomer wordt dit proces afgerond en verwacht ik de gezamenlijke aanpak aan uw Kamer te kunnen sturen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Kamerstuk 31 288, nr. 607 en Kamerstuk 31 288, nr. 614

X Noot
2

Kamerstuk 34 775 VIII, nr. 80

X Noot
3

Kamerstuk 31 288, nr. 478

X Noot
4

Kamerstuk 34 550 VIII, nr. 116

Naar boven