Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 december 2016
Van oudsher kunnen religieuze stromingen in Nederland van het Ministerie van OCW een
bijdrage krijgen voor het vormgeven van hun ambtsopleiding. Met deze financiële voorziening
kunnen zij onderwijs en onderzoek verzorgen met het oog op het opleiden van ambtsvoorgangers.
Middels deze brief informeer ik uw Kamer over een wijziging in de financiering van
deze ambtsopleidingen. Deze wijziging zorgt voor meer flexibiliteit en synergie tussen
de diverse ambtsopleidingen, geeft duidelijkheid over duurzame financiering en draagt
bij aan samenwerking en afstemming binnen het theologisch onderwijs in Nederland.
Momenteel ontvangen elf denominaties een bijdrage voor hun ambtsopleiding. Zeven religieuze
denominaties krijgen deze bijdrage omdat ze limitatief in de wet werden genoemd.1 Sinds 2010 is de wet gewijzigd en kunnen ook andere denominaties een bijdrage aanvragen,
indien ze aan negen criteria voldoen; dit hebben vier denominaties met succes gedaan.2 De huidige wijze van financiering kent enkele belangrijke tekortkomingen. Zo is er
een ongelijkheid tussen beide groepen seminaria, zorgen de aanvragen en verlengingsaanvragen
voor administratieve lasten en onzekerheid over continuering van de financiering,
kan de individuele bijdrage leiden tot versnippering in plaats van synergie en is
de seminariebijdrage onvoldoende flexibel. Bij ongewijzigd beleid kan tevens de situatie
ontstaan dat de kosten voor de ambtsopleidingen steeds verder toenemen. Ik wil dat
met deze wijziging in de financiering van de ambtsopleidingen voorkomen.
Op 24 juni en 15 september jl. is een tweetal bijeenkomsten georganiseerd om de wijze
van financiering te bespreken met alle betrokkenen. Deze gesprekken hebben duidelijkheid
gegeven over de mogelijkheid om de financiering van de ambtsopleidingen te moderniseren
op een wijze die bovenstaande tekortkomingen wegneemt en die recht doet aan de unieke
identiteit en autonomie van elk seminarie. Doordat de meeste ambtsopleidingen zijn
verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), is de mogelijkheid ontstaan om
de financiering grotendeels vorm te geven als lumpsumvoorziening. Dit draagt bij aan
de onderlinge samenhang van de ambtsopleidingen en past bij de profilering van de
VU. Van belang is tevens dat de kwaliteitsborging van de ambtsopleidingen wordt gegarandeerd
doordat de aan de VU verbonden ambtsopleidingen onder het kwaliteitszorgsysteem van
de VU vallen. Voor de drie ambtsopleidingen verbonden aan de Universiteit Utrecht
(UU) en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) is een maatwerkoplossing
gevonden.
De wijziging van de seminariebijdrages krijgt als volgt vorm:
-
– De VU ontvangt vanaf 2017 structureel een bedrag van circa € 1,7 mln euro in de rijksbijdrage.
Dit bedrag is gebaseerd op de bijdragen die de seminaria aan de VU momenteel nog individueel
krijgen onder de huidige regeling en wordt jaarlijks indien van toepassing aangepast
voor loon- en prijsbijstellingen.
-
– De VU zet zich samen met de denominaties in voor een dekkend aanbod aan ambtsopleidingen
in Nederland, voor bestaande en eventuele nieuwe ambtsopleidingen. De inzet van de
lumpsum doet recht aan de bestaande activiteiten van de seminaries verbonden aan de
VU en geschiedt in goed overleg tussen de VU en de denominaties. De VU zal hier kaders
voor opstellen met de betrokken denominaties.
-
– Seminaries behouden eigenaarschap over hun onderwijs en onderzoek. Het staat hen vrij
om zich in de toekomst eventueel te verbinden aan een andere onderwijsinstelling dan
de VU, maar niet met medeneming van individuele financiering. De wijziging wordt over
5 jaar geëvalueerd. De VU is verantwoordelijk voor de academische kwaliteitswaarborging
van de aan haar verbonden ambtsopleidingen en hanteert daarvoor het kwaliteitszorgsysteem
dat de VU voor alle opleidingen gebruikt. Waar mogelijk worden ambtstrajecten geïntegreerd
in geaccrediteerd WHW-onderwijs.
-
– Voor het seminarie van de Oud-Katholieke Kerk geldt dat het verbonden is aan de UU.
De ambtsopleiding van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten is verbonden aan de
Protestantse Theologische Universiteit; die van de voormalige Evangelisch-Lutherse
Kerk is in de opleiding van de PThU opgegaan. De financiering van deze drie ambtsopleidingen
blijft ongewijzigd om recht te doen aan hun keuze zich te verbinden met respectievelijk
de UU en PThU.
-
– De huidige regeling voor individuele seminariumbijdrages, zoals verwoord in de Kamerbrief
van 2 juli 2010 (Kamerstuk 31 821, nr. 80), vervalt.
Met deze wijziging is een belangrijke stap gezet om de financiering van de ambtsopleidingen
effectiever, eerlijker en duurzamer te maken.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker