Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201431288 nr. 354

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 354 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 november 2013

Inleiding

In het algemeen overleg van 18 april 2013 over Wetenschapsbeleid (Kamerstuk 29 338, nr. 120) heb ik u toegezegd mijn visie te geven op de verdere ontwikkeling van Open Access van wetenschappelijke publicaties.1 Het principe van Open Access omvat het gratis wereldwijd beschikbaar stellen van wetenschappelijke publicaties, tijdschriften en boeken. Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt. Open Access bevordert de uitwisseling en circulatie van kennis, wat bijdraagt aan het innoverend vermogen van Nederland.

De eerste initiatieven voor Open Access ontstonden twintig jaar geleden, toen onderzoekers hun publicaties via internet met elkaar begonnen te delen. De laatste tien jaar hebben partijen in Nederland zich ingespannen om Open Access te realiseren. In het onderzoeksveld is een grote variëteit ontstaan aan regels, afspraken en mogelijkheden voor het in Open Access publiceren. De huidige situatie is onoverzichtelijk voor auteurs, lezers en uitgevers. Hieraan moet zo snel mogelijk een einde komen, zo vinden ook de betrokken partijen.

Het is daarom en om onderstaande redenen dat ik Open Access wil reguleren:

  • 1. De betrokkenen – onderzoekers, universiteiten en uitgeverijen – blijken tot dusver om verschillende redenen niet samen tot één systeem te kunnen komen waarbij alle (mede) publiek-gefinancierde wetenschappelijke publicaties voor iedereen gratis en overal toegankelijk zijn. In Nederland hebben de betrokken organisaties, inclusief de uitgeverijen, aangegeven dat zij baat hebben bij een snelle transitie van traditionele manieren van publiceren naar Open Access.

  • 2. Open Access gaat over landsgrenzen heen. Daarom ga ik met collega’s uit verschillende landen het gesprek aan. Ik wil bezien hoe we Open Access in internationaal verband het beste kunnen vormgeven en daarover afspraken maken. Nederland kan daarbij in mijn ogen een voortrekkersrol vervullen. Ondertussen zetten we binnen de eigen landsgrenzen al de nodige stappen om te komen tot een gereguleerd systeem van Open Access.

  • 3. De Europese Commissie vindt Open Access van publicaties van groot belang en stelt dit verplicht bij onderzoek binnen het programma Horizon 2020. Dit is het Europese programma voor onderzoek en innovatie in de periode 2014–2020. Nederland heeft zich ingespannen voor deze Open Access-verplichting tijdens de Raad voor Concurrentievermogen van 18 en 19 februari 2013. De European Research Council, ERC, stelt Open Access van publicaties eveneens verplicht. In het kader van de Europese Onderzoeksruimte heeft de Europese Commissie bovendien de lidstaten opgeroepen om Open Access-beleid te definiëren en te coördineren.

De overheid moet richting geven, zodat partijen weten waar ze aan toe zijn en onderling afspraken kunnen maken. Een te lange transitieperiode brengt onnodige kosten met zich mee, omdat de wetenschap dan betaalt voor zowel abonnementen als voor publicaties in tijdschriften. Een duidelijke keuze voor Open Access van publicaties kan het transitieproces de nodige snelheid geven en de transitieperiode verkorten en daarmee onnodige extra kosten voorkomen.

In deze brief ga ik onder meer in op mijn uitgangspunten, de doelen die ik stel en de acties die ik noodzakelijk acht om Open Access te realiseren.

Het belang van Open Access-publicaties

Open Access van wetenschappelijke publicaties staat voor de (gratis) elektronische toegang tot wetenschappelijke publicaties, artikelen en boeken. Dat is een internationaal vraagstuk. Jaarlijks verschijnen ongeveer 2 miljoen wetenschappelijke artikelen in 25.000 wetenschappelijke tijdschriften, die uitgeverijen wereldwijd publiceren. In Nederland gaat het om circa 33.000 wetenschappelijke artikelen per jaar. Een brede toegang tot onderzoeksresultaten draagt bij aan de verspreiding van kennis, de vooruitgang in de wetenschap, de bevordering van innovatie en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

De publicaties zijn niet alleen van belang voor onderzoekers en studenten, maar juist ook voor velen buiten de universiteiten die nu niet of alleen tegen hoge kosten toegang hebben. Via Open Access kan de gezondheidssector, denk aan artsen, behandelaars en patiënten(verenigingen), kennisnemen van de nieuwste inzichten in behandelwijzen. De vrij toegankelijke inzichten kan bedrijven, inclusief het midden- en kleinbedrijf, helpen bij het ontwikkelen en toepassen van innovaties. Overheden en adviesbureaus kunnen nieuwe theorieën in advies en beleid toepassen. Maar ook bijvoorbeeld leraren kunnen artikelen met nieuwe wetenschappelijke inzichten gebruiken bij hun lessen. Kortom, de maatschappelijke relevantie en voordelen van Open Access zijn groot.

Het huidige systeem van wetenschappelijke publicaties

De belangrijkste spelers bij wetenschappelijk publicaties zijn de onderzoekers, de uitgeverijen en de lezers. Voor onderzoekers is het publiceren van artikelen in wetenschappelijke tijdschriften een belangrijke manier om nieuwe resultaten en inzichten bekend te maken. Sommige onderzoekers, met name in de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen, doen dit vooral via boeken. Uitgeverijen verzorgen de kwaliteitsbeoordeling van de artikelen en de distributie van de wetenschappelijke tijdschriften en boeken.

In het huidige, traditionele, systeem zendt een onderzoeker een artikel voor publicatie naar een (bij het onderwerp passend) tijdschrift. Daarbij gaat de voorkeur van de onderzoeker uit naar tijdschriften die veel worden gelezen en die hoog staan aangeschreven. De uitgever laat het artikel doorgaans beoordelen door peers (referenten).

Het is voor onderzoekers belangrijk om te publiceren in een tijdschrift met een goed en streng systeem van peer review (intercollegiale toetsing). Dit zorgt voor een kwaliteitstoets op het onderzoek en het levert de onderzoeker erkenning op. Het gaat bij peer review om twee aspecten:

  • rechtvaardigen de resultaten de conclusies in het artikel? Met andere woorden: is het goed onderzoek?

  • levert het onderzoek een bijdrage aan het vakgebied? Met andere woorden: is het relevant onderzoek?

De peers geven aan of het artikel wel of niet acceptabel is voor publicatie en of er nog verbeteringen noodzakelijk of wenselijk zijn. Van de onderzoeker wordt verwacht dat hij de opmerkingen van de peers verwerkt. Dit peer review-systeem vormt voor de lezers een maatstaf voor de wetenschappelijke kwaliteit en de relevantie van het artikel. Het duurt enkele jaren voor een tijdschrift een status heeft opgebouwd.

Bij de traditionele vorm van publiceren verzorgt de uitgever de papieren en elektronische distributie en verkrijgt in het algemeen een deel van de auteursrechten. De lezer betaalt via een abonnement op een tijdschrift, via het aanschaffen van een nummer in de losse verkoop of door te betalen voor een enkel artikel. Voor universitaire wetenschappers lopen de abonnementen via de universiteitsbibliotheken.

De abonnementskosten zijn de laatste jaren sterk gestegen en vormen voor de universiteitsbibliotheken een zeer grote kostenpost. Sinds het ontstaan van internet verschijnen de tijdschriften niet meer alleen op papier, maar ook elektronisch. Toegang tot een traditionele bibliotheek is niet meer noodzakelijk voor het lezen van artikelen, via internet zijn de artikelen overal ter wereld (afgeschermd) beschikbaar. Deze ontwikkeling staat aan de basis van Open Access van publicaties en boeken.

Vormen van Open Access-publiceren

Er zijn verschillende vormen van Open Access-publicaties.

  • 1. De Green road:

    De Green road is de vorm waarbij de auteur een artikel publiceert in een tijdschrift. Daarnaast neemt de auteur een versie van het artikel op in een gratis toegankelijk elektronisch archief (repository). Er zijn zowel disciplinair georganiseerde elektronische archieven als elektronische archieven van universiteiten. Het systeem van betaalde abonnementen op tijdschriften blijft in stand. Uitgeverijen bedingen vaak embargo-periodes die kunnen variëren van enkele maanden tot enkele jaren voordat een artikel via een elektronisch archief beschikbaar mag worden gemaakt. Tijdens de embargo-periode is alleen de betaalde versie van het tijdschrift toegankelijk. Dit vormt een inkomstenbron voor de uitgeverijen. Bovendien kan de uitgever de auteur beperkingen op leggen waar het gaat om de versie van een artikel in het gratis elektronische archief. Soms mag daar slechts de versie in worden opgenomen waarover geen peer review heeft plaatsgevonden.

  • 2. De Golden road:

    De Golden road houdt in dat de auteur de uitgeverij betaalt voor publicatie en de uitgeverij het gehele tijdschrift online gratis toegankelijk maakt. Deze vorm noemen we Open Access tijdschriften. De abonnementskosten voor dergelijke tijdschriften, of kosten voor het lezen van een enkel artikel, vervallen. Hierbij verschuift de betaalverplichting dus van de lezer naar de auteur. In deze variant houdt de auteur de volledige auteursrechten. In sommige Open Access-tijdschriften betreft de peer review alleen de vraag of het onderzoek goed is uitgevoerd, niet of het een relevant onderzoek is dat een wezenlijke bijdrage levert aan de bestaande wetenschappelijke kennis. Dit kan van invloed zijn op de status die dergelijke tijdschriften kunnen verkrijgen.

Daarnaast bestaat er ook een hybride vorm van Open Access. Sommige traditionele tijdschriften kennen de mogelijkheid waarbij de instelling ervoor betaalt om een artikel Open Access beschikbaar te stellen. Op deze wijze is het artikel voor de lezer gratis online toegankelijk. De overige artikelen in dat tijdschrift zijn dat niet; het systeem van abonnementen blijft bestaan.

Open Access in praktijk: een grote variëteit aan vormen en doelen

De wetenschap in brede zin, dus universiteiten, NWO, KNAW, VSNU, Vereniging Hogescholen en NFU en de koepels, heeft belang bij Open Access om resultaten te verspreiden maar ook bij het behouden van toegang tot wetenschappelijke publicaties uit andere landen. De uitgevers hebben belang bij een goede business case. Dat kan ook een nieuwe business case zijn die gebaseerd is op in Open Access publiceren. Nederland verkeert in een bijzondere positie omdat het een aantal grote wetenschappelijke uitgeverijen binnen de landsgrenzen heeft. Dat maakt overleg tussen de Nederlandse wetenschap en uitgeverijen mogelijk.

De afgelopen jaren hebben verschillende betrokken partijen binnen en buiten Nederland al verschillende acties ondernomen dan wel intenties uitgesproken om te komen tot een grotere openheid van wetenschappelijke resultaten.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • De Nederlandse wetenschapsorganisaties, dus alle universiteiten, NWO en KNAW hebben zich uitgesproken voor vrije toegang tot onderzoeksresultaten zonder barrières door het ondertekenen van de «Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities» uit 2003;

  • De universiteiten hebben de intentie uitgesproken een strikter beleid te voeren voor Open Access. De doelstellingen, eisen en stimulansen verschillen echter per universiteit: van een algemene oproep om Open Access te publiceren via het beschikbaar stellen van fondsen om Open Access tijdschriften op te richten, tot de eis om artikelen in de elektronische archieven te deponeren.

  • Voor al het door NWO gefinancierde onderzoek geldt dat publicaties zo snel mogelijk Open Access toegankelijk moeten zijn. NWO stelt aan onderzoekers die een NWO-subsidie ontvangen aanvullende fondsen beschikbaar voor de kosten voor publicaties in Open Access tijdschriften.

  • De KNAW hanteert als beleid voor haar instituten dat alle wetenschappelijke publicaties beschikbaar komen via het eigen elektronische archief.

  • VSNU, NWO, SURF, DANS, individuele universiteiten en de universiteitsbibliotheken zijn actief in nationale en internationale gremia om Open Access te promoten en te versterken. Het gaat om alle vormen van Open Access: het verbeteren van de infrastructuur voor elektronische archieven, het opzetten van pilots voor Open Access tijdschriften en het experimenteren met licenties van traditionele uitgeverijen.

  • De wetenschapskoepels hebben met DANS en SURF grote vooruitgang geboekt in het gebruik van elektronische archieven. De bruikbaarheid kan echter nog worden verbeterd door het afspreken van gezamenlijke standaards voor het gebruik en het deponeren van publicaties. Ook het verbeteren van de vindbaarheid van de publicaties is van belang.

De verschillende ondernomen acties en gemaakte afspraken hebben echter niet geleid tot eenduidige doelstellingen en een eenduidige vorm van Open Access.

De schattingen van aantallen of percentages Open Access publicaties variëren sterk. Eenduidige cijfers zijn niet beschikbaar.

In vele landen, zowel in Europa als in Noord-Amerika, wordt Open Access-beleid ontwikkeld. Een aantal landen of onderzoeksorganisaties neemt duidelijk positie in. Sommige kiezen hierbij voor Open Access via elektronische archieven, andere voor Open Access via tijdschriften.

In het Verenigd Koninkrijk heeft een nationale commissie onder voorzitterschap van Dame Janet Finch de basis gelegd voor het Open Access beleid van het Verenigd Koninkrijk. Het rapport van de Commissie Finch geldt als een gedegen standaard. Het bevat een grondige analyse van de ontwikkelingen en stand van zaken. De commissie constateert dat het vanwege de grote veranderingen noodzakelijk is dat alle spelers samen optrekken en ze adviseert de transitie te realiseren door in te zetten op Open Access via tijdschriften. In vervolg op dit advies heeft de Britse overheid 10 miljoen pond geoormerkt voor Open Access. De eerste signalen wijzen er op dat dit niet heeft geleid tot een versnelde transitie, maar veeleer tot een continuering van de overgangsfase.

De omslag naar de Golden road

Mijn voorkeur gaat uit naar Open Access publiceren via tijdschriften die de wetenschappelijke publicaties online gratis beschikbaar maken, de Golden road. Mijn streven is erop gericht om binnen tien jaar, dus per 2024, de volledige omslag naar Open Access Golden road te realiseren. Om dit te kunnen bereiken zal over vijf jaar minimaal 60 procent van de wetenschappelijke publicaties via de tijdschriften Open Access beschikbaar moeten zijn.

Voor sommige disciplines is Open Access al gebruikelijk, maar voor andere disciplines nog niet of nauwelijks. In een aantal disciplines zijn nog weinig Open Access-tijdschriften beschikbaar. Ook zijn er disciplines waar boeken de gebruikelijke manier van publiceren zijn. Dat maakt de gestelde doelen ambitieus.

De echte omslag kan alleen worden bereikt als we op internationaal niveau samenwerken en afstemmen. Nationale samenwerking en afstemming is evenzeer van belang. Binnen Nederland zullen de betrokken partijen blijvend actie moeten ondernemen om de ambities te realiseren. De verandering ten opzichte van de huidige situatie is aanzienlijk. De betrokkenen – universiteiten, hogescholen, NWO, KNAW, de koepels NFU, VSNU en UKB, bibliotheken en archieven zoals DANS, SURF en de KB en de uitgeverijen – hebben in de afgelopen jaren intensief samengewerkt om Open Access van publicaties te realiseren. Het is noodzakelijk dat zij nu een nieuwe fase ingaan en gezamenlijk strategieën ontwikkelen en formuleren om Open Access via de tijdschriften te bereiken.

Open Access in de komende jaren

De universiteiten, KNAW en NWO zullen – om de genoemde doelstelling te halen – bij de verdere ontwikkeling van hun instellingsbeleid prioriteit moeten geven aan Open Access Golden road. Het is vooral voor de universiteiten van belang rekening te houden met de veranderende taken van de universiteitsbibliotheken. De verschuiving van betalen voor abonnementen door de universiteitsbibliotheek naar het betalen voor publicaties door de onderzoeker heeft consequenties voor de geldstromen binnen de universiteiten. De onderzoeker heeft bij deze omslag – naast de financiële ruimte door het omleggen van de geldstroom – mogelijk ook juridische ondersteuning nodig van de eigen instelling.

Voor wetenschappelijke boeken is het onlangs afgesloten project Open Access Publishing in European Networks – Nederland (OAPEN-NL) het aangrijpingspunt om Open Access te bereiken. In OAPEN-NL werkten alle stakeholders, inclusief de wetenschappelijke uitgeverijen van boeken, samen. Betrokkenen kunnen op basis hiervan verder werken om de Open Access-doelstellingen te bereiken, van 60% Open Access binnen 5 jaar naar 100% binnen 10 jaar.

Uitgangspunt is dus Open Access van publicaties via tijdschriften. Zolang de uitgevers de omslag naar Open Access Golden road nog niet hebben gemaakt, heb ik voorkeur voor hybride Open Access, waarbij de instelling betaalt voor publicatie in een traditioneel tijdschrift.

Voor disciplines waar de mogelijkheden voor Open Access via de tijdschriften vooralsnog beperkt is, bestaat de mogelijkheid om artikelen beschikbaar te maken via elektronische archieven, de Green road.

Maatregelen om te komen tot de gewenste doelen

Om tot de gewenste situatie van de Golden Road te komen, zijn acties nodig. Daarbij houd ik rekening met de lessen die geleerd zijn in het buitenland. Zoals eerder beschreven, leidt het beschikbaar stellen van extra fondsen voor Open Access niet tot een versnelde transitie. Samenwerking op basis van een duidelijke doelstelling en een beperkte termijn lijkt mij een effectievere stimulans. Daarom ga ik de komende tijd de volgende acties binnen en buiten Nederland ondernemen:

  • 1. Overleg met «gelijkgestemde» landen

    Ik zal in contact treden met een aantal gelijkgestemde landen om een versnelling van Open Access te bevorderen. Ik denk hierbij in eerste instantie aan het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Dit, omdat een aantal belangrijke grote commerciële en wetenschappelijke uitgeverijen in Nederland en in deze twee landen is gevestigd. Daarnaast zijn ook Denemarken, Finland, België en Frankrijk belangrijke gelijkgestemde landen. Ik zal mij ervoor inzetten om met mijn collega’s in deze landen afspraken te maken over het stimuleren en ondersteunen van de transitie naar Open Access via tijdschriften. Door massa en draagvlak te creëren, kunnen we het proces versnellen.

  • 2. Voorwaarden creëren op basis waarvan Open Access mogelijk wordt

    Een belangrijk momentum in de transitie naar Open Access van publicaties is wanneer de wetenschappelijke organisaties en grote wetenschappelijke uitgeverijen afspraken maken over abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften. Deze «big deals» gelden telkens voor enkele jaren. In 2014 worden nieuwe afspraken gemaakt. Dat is dan ook het moment waarop de uitgeverijen aan zet zijn om een cruciale bijdrage aan de transitie te leveren. De inzet bij de afspraken in 2014 moet zijn dat de uitgeverijen al hun tijdschriften gaan ombouwen tot Open Access tijdschriften of bereid zijn tot het maken van afspraken over verrekening van de kosten voor publiceren met de kosten voor licenties om te voorkomen dat dubbel betaald wordt. De wereldwijde toegang tot wetenschappelijke publicaties dient behouden te blijven voor de onderzoekers. Met een transitie naar Open Access zou Nederland voor de uitgevers een interessante pilot kunnen vormen voor andere landen. Ter ondersteuning van deze onderhandelingen zal ik begin 2014 een rondetafelconferentie organiseren voor vertegenwoordigers van wetenschappelijke organisaties en uitgeverijen.

  • 3. Rapportages

    Om inzicht te verkrijgen in de stand van zaken vraag ik de universiteiten, KNAW en NWO om jaarlijks een overzicht te maken van aantallen Open Access-publicaties via de verschillende, duidelijk gedefinieerde, varianten. Bovendien rapporteren deze partijen en de uitgevers in mei 2015 over de afspraken die zij hebben gemaakt en over de voortgang en de activiteiten die zij de jaren daarna zullen ontplooien.

Indien de betrokken partijen zich onvoldoende inzetten, of de ontwikkelingen in onvoldoende mate vorderen, zullen de Minister en ik voorstellen de verplichting om Open Access te publiceren in 2016 op te nemen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Ten slotte

Open Access van onderzoeksresultaten is van belang voor de ontwikkeling van de wetenschap, het stimuleren van innovatie en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De verantwoordelijke partijen hebben de afgelopen jaren weliswaar al veel stappen gezet, maar het is nu tijd de transitie te versnellen. Een duidelijke keuze voor Open Access Golden road en eenduidige afspraken kunnen dit proces de nodige snelheid geven en de transitieperiode verkorten. Het is aan de betrokken partijen, die in de afgelopen jaren voor het bereiken van Open Access al intensief met elkaar hebben samengewerkt, de voor dit doel noodzakelijke samenwerking te intensiveren. Om ook internationaal een omslag te bewerkstelligen, zal ik mij ervoor inspannen met een aantal vooraanstaande en gelijkgestemde landen daadwerkelijk een versnelling van Open Access te bevorderen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Naast Open Access van publicaties is er ook het vraagstuk van Open Access tot ruwe data. Dit laatste wil zeggen dat de oorspronkelijke onderzoeksgegevens in elektronische vorm beschikbaar zijn voor derden. Zij kunnen de gegevens dan hergebruiken of verifiëren. Open Access tot ruwe data is een belangrijke ontwikkeling. Open Access tot ruwe data en tot publicaties zijn echter twee verschillende onderwerpen, met andere belangen. Vandaar dat Open Access tot ruwe data hier verder niet aan de orde is.