Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331288 nr. 325

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 325 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2013

Studenten moeten kunnen vertrouwen op de waarde van hun diploma en de samenleving moet kunnen vertrouwen op de kwaliteit van afgestudeerden. Om de kwaliteit van het hbo beter te borgen, heeft de HBO-raad, conform de afspraak in het Hoofdlijnenakkoord1, de Commissie Externe validering examenkwaliteit hoger beroepsonderwijs ingesteld. Deze commissie, onder voorzitterschap van prof. dr. J.A. Bruijn (hierna: Commissie Bruijn), adviseert in haar rapport «Vreemde ogen dwingen» hoe externe validering in het hoger beroepsonderwijs kan worden versterkt (bijlage II).2 In deze brief ga ik in op de bestuurlijke afspraken die ik naar aanleiding van dit advies met de HBO-raad heb gemaakt (bijlage I).3 Hiermee reageer ik ook op de motie van het lid Beertema (PVV) van 22 maart 2012 (Kamerstuk 31 288, nr. 281), die voorstelt om landelijke toetsen op kernvakken in te voeren.

Commissie Bruijn

De Commissie Bruijn heeft een stevig rapport opgeleverd. Zij adviseert om de diplomakwaliteit in het hbo zeker te stellen door te kiezen voor instellingsoverstijgende toetsing op alle plaatsen waar dat mogelijk is en waar dat niet het geval is, te werken met «vreemde ogen». Dit kan invulling krijgen door bij de toetsing bijvoorbeeld gebruik te maken van tweede beoordelaars of door externe deskundigen. De commissie is van oordeel dat centrale, top down ontwikkelde toetsing zoals de motie Beertema beoogt, niet alleen inhoudelijk onwenselijk is, maar ook organisatorisch aanzienlijk complexer is dan andere vormen van externe validering van toetsing. Bovendien veroorzaakt centrale toetsing meer bureaucratie en administratieve lasten.

Eigenaarschap

Ik vind het belangrijk om verantwoordelijkheden daar te beleggen waar ze thuishoren, in dit geval dus bij de hogescholen en in het bijzonder bij de docenten. Kwaliteitsborging kan naar mijn mening, en naar die van de Commissie Bruijn, niet zonder actieve betrokkenheid van docenten. Zij zijn immers de dragers van de kwaliteit in het onderwijs. Daarom vind ik het belangrijk dat de hogescholen en de docenten de ruimte krijgen om zich ook zelf verantwoordelijk te voelen voor de verbeterprocessen. Zij moeten zelf eigenaar zijn van de toetsing en examinering. Ik kies dan ook voor het maken van bestuurlijke afspraken waarbij de verantwoordelijkheid voor de versterking van toetskwaliteit bij de hogescholen blijft liggen.

Bestuurlijke afspraken

Ik heb met de HBO-raad afgesproken dat elke hogeschool zich breed inzet voor versterking van externe validering. Doelstelling is dat aan het eind van deze kabinetsperiode bij alle opleidingen sprake is van een versterking van externe validering van toetsing en examinering.

De bestuurlijke afspraken zijn gebaseerd op het plan van aanpak dat de HBO-raad in het verlengde van het advies van de Commissie Bruijn samen met de hogescholen heeft ontwikkeld (Bijlage III).4 Het is een ambitieus plan dat vertrouwen uitstraalt. Het uitgangspunt is dat hogescholen het ieder voor zich, maar ook gezamenlijk tot hun verantwoordelijkheid rekenen een einde te maken aan de discussie over de diplomakwaliteit.

Om de doelstelling te bereiken, participeren alle hogescholen in één of meerdere pilots met gezamenlijke toetsing. Daarnaast wordt op landelijk niveau een aantal hbo-brede pilots gestart. Conform het advies van de Commissie Bruijn wordt tevens gewerkt aan een protocol voor de beoordeling van kernwerkstukken en een programma van eisen voor een module Basis Kwalificatie Examinering (BKE) en Senior Kwalificatie Examinering (SKE).

Gezamenlijke toetsing is een belangrijk instrument om de versterking van externe validering te realiseren. Op dit moment vindt gezamenlijke toetsing echter slechts op beperkte schaal plaats. Daarom is het van belang dat bestaande kennis ten aanzien van externe validering wordt benut en gedeeld. Om dit te realiseren, stelt de HBO-raad in samenwerking met de hogescholen een plan van aanpak op waarin hij beschrijft hoe duurzame kennisuitwisseling zal worden gerealiseerd. Ik verwacht dit plan van aanpak vóór de aanvang van het studiejaar 2013–2014.

Zoals afgesproken in het Hoofdlijnenakkoord met de HBO-raad stel ik voor de jaren 2013–2016 een bedrag van in totaal ruim € 8 miljoen beschikbaar voor duurzame samenwerkingsverbanden van hogescholen op het gebied van externe validering en kennisdeling. Alle hogescholen kunnen aanspraak maken op financiële ondersteuning5. In hun jaarverslag leggen alle hogescholen niet alleen verantwoording af over de pilots, maar laten zij ook zien hoe zij werken aan het versterken van kennisbases en externe validering in brede zin.

Vervolg

Ik vind het belangrijk dat deze afspraken voor de hogescholen geen onnodige administratieve (verantwoordings)lasten met zich meebrengen. Tegelijkertijd is het ook van belang om goed in beeld te houden hoe het proces rond externe validering in den brede vordert bij de hogescholen. Daarom heb ik met de HBO-raad afgesproken dat in 2014 een midterm-review plaatsvindt met als doel inzichtelijk maken in hoeverre externe validering in de hogeschool is verankerd. In 2017 rapporteert de HBO-raad vervolgens over de bereikte resultaten en zal de raad aangeven hoe de hogescholen de externe validering na de pilotfase verder vorm geven.

Hogescholen zijn zich terdege bewust van hun verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het onderwijs en de waarde van het het diploma te garanderen. De bestuurlijke afspraken die ik met de HBO-raad heb gemaakt, versterken het vertrouwen. Ik ben dan ook van mening dat ik hiermee op een zorgvuldige wijze antwoord geef op de zorgen die in uw Kamer leven. De komende jaren zal ik uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang op het gebied van externe validering van examenkwaliteit in het hbo.

Mede namens de minister van Economische Zaken, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

In december 2011 hebben de voorzitter van de HBO-raad en de staatssecretaris van OCW mede namens EZ een hoofdlijnenakkoord gesloten over de Kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, profilering en valorisatie. In het akkoord staan onder andere maatregelen om de Kwaliteit van het onderwijs te verbeteren (Kamerstuk 31 288, nr. 247).

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
4

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
5

Het voor de hogescholen beschikbare bedrag wordt jaarlijks verdeeld over de deelnemende instellingen naar rato van het aantal bekostigde ingeschreven studenten dat geen opleiding volgt in de educatieve sector. Lerarenopleidingen en PABO’s hebben in het kader van het project «10voordeleraar» al eerder middelen ontvangen voor het versterken van kennisbases.