31 266
Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden in verband met de medezeggenschap van personeel en deelnemers in de educatie en het beroepsonderwijs (medezeggenschap educatie en beroepsonderwijs)

nr. 21
AMENDEMENT VAN HET LID DEZENTJÉ HAMMING-BLUEMINK

Ontvangen 17 juni 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel IV, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor het eerste punt wordt een punt ingevoegd, luidende:

01. In artikel 8a.1.3 wordt, onder vernummering van het vierde lid tot het vijfde lid, na het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

4. De ouderraad heeft de bevoegdheid om gezamenlijk met de ondernemingsraad en met de deelnemersraad een voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht. De vorige volzin is niet van toepassing voor zover de ouderraad schriftelijk aan de raad van toezicht te kennen heeft gegeven van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik te willen maken

2. In het tweede punt, onder a, wordt «instemming, advies en hoorplicht» vervangen door: instemming, advies, voordracht en hoorplicht.

3. In het tweede punt, onder b, wordt onder vernummering van het zevende lid tot achtste lid een lid ingevoegd, luidende:

7. De deelnemersraad heeft de bevoegdheid om gezamenlijk met de ondernemingsraad en, in voorkomende gevallen, met de ouderraad een voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht. De vorige volzin is niet van toepassing voor zover de deelnemersraad schriftelijk aan de raad van toezicht te kennen heeft gegeven van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik te willen maken.

4. Na het tweede punt wordt een punt ingevoegd, luidende: 2a. In artikel 8a.3.1, tweede lid, onder g, komt het woord «en» te vervallen en wordt voor de puntkomma een zinsnede ingevoegd, luidende: en de termijnen binnen welke een voordracht moet worden gedaan.

5. Het derde punt komt te luiden:

3. Na artikel 8a.4.4 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidend:

Artikel 8a.4.5. Geschillenregeling adviesbevoegdheid profielen en voordracht raad van toezicht

Deze titel is van overeenkomstige toepassing op het advies en de voordracht, bedoeld in de artikelen 8a.1.3, vierde lid, 8a.2.2, zesde en zevende lid, en 9.1.4, zesde lid.

II

Artikel IV, onderdeel E, komt in het tweede punt in het zesde lid van artikel 9.1.4 te luiden:

b. om gezamenlijk met de deelnemersraad en, in voorkomende gevallen, met de ouderraad een voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht

Toelichting

Dit amendement regelt dat de ondernemingsraad, de deelnemersraad en de eventuele ouderraad gezamenlijk het recht krijgen om één lid van de raad van toezicht voor te dragen op het moment dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake colleges van bestuur en raden van toezicht (Kamerstukken II 2005/06, 30 599, nr. 2) tot wet is verheven. Deze voordracht is niet bindend.

De ondernemingsraad, de deelnemersraad en de eventuele ouderraad kunnen ieder schriftelijk aan de raad van toezicht te kennen geven van de mogelijkheid een voordracht te doen geen gebruik te willen maken. De Geschillenregeling adviesbevoegdheid profielen wordt ook van toepassing verklaard op de niet-bindende voordrachtsbevoegdheid.

Dezentjé Hamming-Bluemink

Naar boven