31 266
Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de ondernemingsraden in verband met de medezeggenschap van personeel en deelnemers in de educatie en het beroepsonderwijs (medezeggenschap educatie en beroepsonderwijs)

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID JASPER VAN DIJK

Ontvangen 17 juni 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel C, wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef komt te luiden: Na artikel 4.1.2 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:.

2. Na artikel 4.1.3 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4.1.4. Bijzondere bevoegdheden ondernemingsraad

1. De ondernemingsraad van een instelling heeft de volgende bijzondere bevoegdheden:

a. het verlenen van instemming aan een door het bevoegd gezag voorgenomen besluit als bedoeld in het derde lid;

b. het uitbrengen van advies over een door het bevoegd gezag voorgenomen besluit als bedoeld in het vierde lid.

2. De bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn niet van toepassing voor zover de desbetreffende aangelegenheid voor de instelling reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift.

3. De ondernemingsraad heeft instemmingsbevoegdheid met betrekking tot voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag ten aanzien van:

a. verandering van de onderwijskundige doelstelling van de instelling,

b. de organisatie van het onderwijsprogramma en de examens.

4. De ondernemingsraad heeft adviesbevoegdheid met betrekking tot voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag ten aanzien van:

a. deelneming aan een onderwijskundig project of experiment,

b. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de instelling of de wijziging daarvan.

Toelichting

Het is gewenst om de zeggenschap van het personeel op het onderwijskundige vlak te expliciteren. Het gaat hier vooral om bevoegdheden op het gebied van het onderwijsbeleid van de instelling. Deze bevoegdheden komen bij de medezeggenschapsbevoegdheden die het personeel op grond van de Wet op de ondernemingsraden zal hebben. Het toekennen van deze bevoegdheden in een professioneel statuut is onvoldoende, omdat de mogelijkheid bestaat dat één van de partijen zich in een latere fase terugtrekt.

Daarbij verdient het de voorkeur om extra bevoegdheden niet te laten bepalen aan de onderhandelingstafel van de sociale partners (door middel van een Professioneel Statuut), maar in een wet. Afspraken aan onderhandelingstafels kunnen in het uiterste geval zelfs leiden tot het toekomstige intrekken of verzwakken van bevoegdheden, bijvoorbeeld een omzetting van een instemmingsrecht in een adviesrecht.

Dit amendement zorgt er derhalve voor dat het artikel over de bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad, artikel 4.1.4. (dat bij de tweede nota van wijziging uit het wetsvoorstel is geschrapt), wederom in het wetsvoorstel wordt opgenomen. Artikel 4.1.4, vierde lid, onderdeel c, is daarbij geschrapt. Op grond van artikel 8a.1.4, tweede lid, tweede volzin, heeft de ondernemingsraad namelijk met betrekking tot het medezeggenschapsstatuut het (sterkere) instemmingsrecht.

Jasper van Dijk

Naar boven