31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 451 MOTIE VAN DE LEDEN BOOMSMA EN VAN DEN BERG

Voorgesteld 3 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet voorstelt om nieuwe windparken op zee te realiseren, maar dat veel zonne- en windparken nu al gedurende vele uren moeten worden afgeschakeld omdat er dan te veel stroom is;

overwegende dat de stroomvraag niet of nauwelijks toeneemt terwijl er de komende jaren ook veel zon- en windproductie wordt toegevoegd in en buiten Nederland;

overwegende dat daarmee het aantal uren afschakeling verder zal toenemen, en dat het belangrijk is dat Kamer en samenleving een realistisch beeld hebben van de kosten van extra windstroom;

verzoekt het kabinet om op basis van onder andere het aantal afschakeluren van zon- en windinstallaties (wanneer de stroomprijs of de passieve onbalansprijs negatief is) van de afgelopen drie jaar met een aantal realistische scenario's te komen voor de periode 2030–2035 met daarin worstcase-aannames en bestcase-aannames voor:

  • de verwachte stroomvraag in Nederland;

  • de totale verwachte Nederlandse capaciteit aan zon- en windopwek;

  • de capaciteit van de voorgestelde nieuwe windparken;

  • het aantal uren dat (nieuwe of bestaande) windparken jaarlijks moeten worden afgeschakeld in die periode, met het oog op het toerekenen van die afschakeluren aan de nieuwe windparken, om zo het netto aantal draaiuren aan de capaciteitsfactor toe te rekenen;

  • de totale maatschappelijke stroomkosten van de nieuwe windparken per kilowattuur in die periode, op basis van de netto verwachte draaiuren, een realistische inschatting van de bouwkosten en onderhoudskosten inclusief de verwachte kosten voor de aanleg van de netaansluiting (trafo's op land en zee en kabels),

en gaat over tot de orde van de dag.

Boomsma

Van den Berg

Naar boven