Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031239 nr. 313

31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 313 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2020

Om invulling te geven aan het Urgenda-vonnis stuurt het kabinet op 25 procent reductie van broeikasgassen per eind 2020. Zoals aangegeven in de brieven van 20 december jl. en 31 januari jl. (Kamerstuk 32 813, nrs. 442 en 445) blijft het kabinet werken aan maatregelen gericht op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Conform de motie van het lid Van der Lee in het kader van Urgenda zal het kabinet uw Kamer voor 1 april nader informeren over de maatregelen gericht op het reduceren van de emissies van broeikasgassen (Kamerstuk 35 236, nr. 7). Vooruitlopend hierop heb ik besloten om een deel van het beschikbare budget voor de SDE+(+) naar voren te halen. Hierdoor is het mogelijk om het budget voor te voorjaarsronde op te hogen met 2 miljard euro naar 4 miljard euro. Omdat de voorjaarsronde op 17 maart al open gaat, kondig ik deze maatregel al eerder aan.

In het kader van de doelstellingen voor 2020 heeft het kabinet op 1 november al aangekondigd de SDE+ in het voorjaar van dit jaar extra open te stellen. In aanvulling daarop heb ik op 19 december uw Kamer geïnformeerd dat de ronde op 17 maart opengaat en het verplichtingenbudget 2 miljard euro bedraagt (Kamerstuk 31 239, nr. 310).

In aanvulling hierop heb ik besloten om een verdere versnelling mogelijk te maken door budget naar voren te halen. Hierdoor kan het budget voor de voorjaarsronde met 2 miljard euro worden verhoogd naar 4 miljard euro. De afgelopen periode is gebleken dat er een groot aantal projecten is dat op relatief korte termijn een kosteneffectieve bijdrage kan leveren aan de verdere verduurzaming van de energietransitie en daarmee aan de invulling van het Urgenda-vonnis en de doelstelling voor hernieuwbare energie. Dit blijkt onder andere uit het aantal SDE+ aanvragen dat in de najaarsronde van 2019 is ingediend. Door het budget voor de voorjaarsronde te verhogen kan een groter deel van de beschikbare projecten met een korte realisatietermijn, zoals zonprojecten, op korte termijn tot realisatie komen. Op deze manier kunnen tevens projecten die in de najaarsronde van 2019 niet konden worden gehonoreerd alsnog op korte termijn kans maken op subsidie, zoals ook tijdens het AO Klimaat en Energie dat op 12 februari jl. is gehouden aan de orde kwam.

De voorjaarsronde 2020 is de laatste ronde onder de huidige SDE+-regeling en bedoeld om een extra impuls te geven aan de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie door de stimulering van nieuwe projecten en andere projecten waarvoor eerder de benodigde vergunningen ontbraken. In het najaar zal de eerste openstelling van de verbrede SDE+ plaatsvinden, waarin naast hernieuwbare energietechnieken ook andere CO2-reducerende technieken gestimuleerd worden.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes