Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031239 nr. 305

31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 305 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2019

Op 25 april 2019 heb ik – gezamenlijk met de Staatssecretaris van Financiën – uw Kamer geïnformeerd over het omvormen van de salderingsregeling1 en de toekomst van de regeling verlaagd tarief (Postcoderoosregeling). Het kabinet heeft hierop eel positieve reacties ontvangen van verschillende belanghebbenden. De voorgenomen afbouw van de salderingsregeling biedt ook in de toekomst een goed investeringsklimaat, waarbij voor hetzelfde geld meer hernieuwbare energieproductie gestimuleerd kan worden.

Sinds de vorige brief heeft het kabinet in overleg met verschillende betrokken partijen de afbouw van de salderingsregeling van 1 januari 2023 tot 1 januari 2031 nader uitgewerkt. In deze brief informeer ik u – mede namens de Staatssecretaris van Financiën – over de belangrijkste punten van deze nadere uitwerking. Voor een geleidelijke afbouw van salderen is het noodzakelijk dat burgers en bedrijven vanaf 1 januari 2023 beschikken over een meetinrichting die afname en invoeding apart kan meten. Hierover heb ik u in mijn brief van 25 april 2019 bericht.

Ik werk momenteel in goed overleg met de sector aan een voorstel over de toekomst van de Postcoderoosregeling. Hierover zal ik uw Kamer dit najaar nader informeren.

Huidige salderingsregeling

Op dit moment worden investeringen in zonnepanelen door kleinverbruikers (afnemers met een maximale aansluitcapaciteit van 3x80 Ampère, het gaat hier om burgers en kleinzakelijke ondernemingen) gestimuleerd door de salderingsregeling. De salderingsregeling is neergelegd in artikel 31c van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en staat een kleinverbruiker toe alle invoeding van zelf opgewekte elektriciteit op het net in een bepaald jaar weg te strepen («salderen») tegen zijn afname van het net in datzelfde jaar op dezelfde aansluiting. Op deze wijze ontvangt de kleinverbruiker voor de ingevoede elektriciteit precies hetzelfde tarief inclusief energiebelasting, Opslag Duurzame Energie en btw als voor de afgenomen elektriciteit. Als een kleinverbruiker in een bepaald jaar meer elektriciteit op het net invoedt dan hij afneemt, dan geldt dat de energieleverancier voor dit overschot aan de kleinverbruiker een redelijke vergoeding betaalt.

Afbouw salderingsregeling nader uitgewerkt

Zoals aan uw Kamer gemeld bij brief van 25 april 2019 wordt de salderingsregeling afgebouwd vanaf 2023 tot 0 in 2031. De afbouw wordt zodanig vormgegeven dat de invoeding van kleinverbruikers vanaf 1 januari 2023 niet langer volledig tegen hun afname van elektriciteit van het net wordt gesaldeerd. In plaats daarvan mag de kleinverbruiker een percentage van de elektriciteit die op het net wordt ingevoed salderen met de afname van het net op dezelfde aansluiting. Dit percentage wordt geleidelijk afgebouwd naar nul, per 1 januari 2031. Het afbouwpad wordt in het najaar van 2019 definitief vastgesteld op basis van de meest recente cijfers uit de Klimaat en Energieverkenning 2019.

Ook voor diegenen die recent of tot 2021 in zonnepanelen investeren en hun investering op dit moment nog niet hebben terugverdiend, resulteert de verlenging van de huidige salderingsregeling tot 1 januari 2023 in combinatie met de afbouw van salderen vanaf 1 januari 2023 naar verwachting in een gemiddelde terugverdientijd van circa 7 jaar.

Voorbeeld afbouw salderingsregeling voor huishouden in jaar X

Afname door kleinverbruiker: 3.500 kWh

Invoeding door kleinverbruiker: 1.500 kWh

Percentage saldering: 70%

Voor 70% van de invoeding geldt WEL de salderingsregeling:

Bij een afbouw van salderen via de grondslag mag in jaar X bijvoorbeeld nog 70% van de totale invoeding door een huishouden van 1.500 kWh, dus nog 1.050 kWh, gesaldeerd worden met afname op diezelfde aansluiting. Dit betekent dat dit huishouden voor 2.450 kWh (dit is 3.500 kWh min 1.050 kWh) de elektriciteitsprijs, energiebelasting, ODE en btw is verschuldigd.

Redelijke vergoeding ingevoede elektriciteit

Slechts een klein deel van de kleinverbruikers die door middel van zonnepanelen elektriciteit opwekt, voedt momenteel netto elektriciteit op het net in. De meeste kleinverbruikers salderen alle elektriciteit die zij op het net invoeden. Voor kleinverbruikers die meer elektriciteit op het net invoeden dan zij afnemen, geldt op dit moment dat de leverancier op grond van artikel 31c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 verplicht is om deze kleinverbruiker daarvoor een redelijke vergoeding te betalen. Door het afbouwen van de salderingsregeling zal met elk verstreken jaar het aandeel op het elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit dat niet langer voor saldering in aanmerking groter worden. Daarmee wordt dus ook het surplus aan ingevoede elektriciteit groter waarvoor een vergoeding van de leverancier wordt verkregen.

Momenteel is de hoogte en berekening van de redelijke vergoeding niet in wetgeving geregeld. De Autoriteit Consument en Markt hanteert het beleid dat een redelijke vergoeding minimaal 70% van de APX-prijs van elektriciteit moet bedragen. Ik ben voornemens de wettelijke mogelijkheid te creëren in lagere regelgeving nadere regels te stellen over de hoogte of berekening van de redelijke vergoeding die energieleveranciers aan kleinverbruikers moeten betalen.

Hierdoor wordt het mogelijk consumenten te beschermen door bijvoorbeeld een ondergrens voor de leveranciersvergoeding vast te stellen die als een redelijk tarief voor de invoeding van elektriciteit op het net wordt aangemerkt. Deze ondergrens draagt er ook aan bij dat investeringen in bijvoorbeeld zonnepanelen door kleinverbruikers financieel interessant blijven. Op dit moment heeft een kleinverbruiker nog weinig mogelijkheden tot vraagsturing of lokale opslag achter de meter, maar deze mogelijkheden zullen naar verwachting richting 2031 toenemen. Daarom verwacht het kabinet dat er richting 2031 geleidelijk meer marktwerking in de tarieven voor ingevoede elektriciteit mogelijk zal zijn. Hierdoor krijgen de leveranciers de gelegenheid om concurrentiemodellen te ontwikkelen voor invoeding zonder dat dat voor grote schokeffecten zorgt in de consumententarieven en de businessmodellen voor investeringen in zonnepanelen.

Tot slot

Door de salderingsregeling zo af te bouwen van 1 januari 2023 tot 1 januari 2031 realiseert het kabinet een toekomstbestendige, kostenefficiënte regeling ter stimulering van investeringen in zonnepanelen door huishoudens en andere kleinverbruikers. Het wetsvoorstel dat de afbouw van de salderingsregeling mogelijk maakt, wordt gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl zodat een ieder zijn zienswijze over het ontwerp naar voren kan brengen.

Ik kijk uit naar een constructieve dialoog met uw Kamer over het wetsvoorstel dat u in de eerste helft van 2020 zal worden toegezonden.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Kamerstuk 31 239, nr. 299.