Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231239 nr. 140

31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 140 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2012

Naar aanleiding van uw verzoek van 23 mei jongstleden met kenmerk 2012Z10362 treft u in deze brief de stand van zaken aan rond windenergie op zee in Nederland. Mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (I&M) zal ik ingaan op de positie van windenergie op zee binnen het energiebeleid, ronde 2 verlenging vergunningen en windparken in aanbouw, ronde 3 extra ruimte en uitgiftebeleid, innovatiebeleid en natuurbeleid op zee.

Positie windenergie op zee

Windenergie op zee is vooralsnog een relatief dure techniek om hernieuwbare energie op te wekken. Op basis van de tender in ronde 2 mag ervan worden uitgegaan, dat windenergie momenteel circa 17 ct/kWh kost – bijna twee keer zoveel als bijvoorbeeld windenergie op land en drie keer de marktprijs van elektriciteit. Daar staat tegenover dat Nederlandse bedrijven een goede internationale concurrentiepositie hebben op het gebied van bouw, fundatietechnieken en kennis. Bovendien is er op zee aanzienlijk meer ruimte voor windenergie dan op land. Daarbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat de Nederlandse kust druk bevaren wordt en dat, rekening houdend met andere belangen op zee, alleen relatief ver uit de kust veel ruimte beschikbaar is. Hoe verder uit de kust, hoe duurder.

De hoofdlijnen van het energiebeleid zijn in het Energierapport 2011 uiteen gezet. In dat licht is de SDE+ ontwikkeld als stimuleringsinstrument voor hernieuwbare energie, met als belangrijkste kenmerk dat de meest kosteneffectieve opties als eerste worden gestimuleerd. Windenergie op zee is niet uitgesloten van de SDE+, maar lijkt de eerstkomende jaren niet in staat te kunnen concurreren met andere hernieuwbare energietechnieken om de beschikbare middelen.

Mede om die reden, maar ook om de internationaal sterke positie van Nederlandse bedrijven sterk te houden, heeft de sector (vertegenwoordigd in NWEA) in oktober 2011 een Green Deal met de Staat gesloten, waarin wordt gestreefd naar 40% kostenreductie in 2020 in ruil voor overheidssteun bij innovatie en de verdere voorbereiding, door van een nieuw uitgiftestelsel en het conform de zoekopdracht in het Nationaal Waterplan aanwijzen van de windgebieden Hollandse kust en ten noorden van de Waddeneilanden. Het zijn deze afspraken en de activiteiten rond de vergunninguitgifte en subsidiëring in ronde 2, die de werkzaamheden van het Rijk rond windenergie op zee op dit moment bepalen.

Ronde 21: twaalf vergunningen

In 2009 zijn twaalf vergunningen verstrekt voor windenergie op zee. De vergunninghouders zijn in de gelegenheid gesteld om mee te doen in een tender om SDE-middelen. Op grond van deze tender zijn in mei 2010 twee subsidiebeschikkingen verstrekt aan BARD voor de parken Buitengaats en ZeeEnergie (inmiddels overgenomen door Typhoon Capital, die de werknaam GEMINI voor de parken hanteert) en is in november 2011 een subsidiebeschikking verstrekt aan Eneco voor het park Q10 (dit park krijgt de naam Luchterduinen).

Gehoor gevend aan de motie van het lid Van Veldhoven (D66) heeft de staatssecretaris van I&M besloten behoud van de bestaande vergunningen tot 2020 mogelijk te maken. De staatssecretaris van I&M heeft u hierover bij brief van 31 januari 2012 (TK 33 000-A, nr. 58) geïnformeerd. Momenteel worden de zienswijzen verwerkt die op de twaalf ontwerpbesluiten hiertoe zijn ingebracht. De definitieve besluiten worden nog voor de zomer verwacht.

Ronde 2: drie windparken in aanbouw

Typhoon Capital is momenteel, samen met HVC, de aandeelhouder van de beide windparken Buitengaats en ZeeEnergie. Op grond van de Rijkscoördinatieregeling zijn de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en I&M verantwoordelijk voor de inpassing en de coördinatie van de vergunningverlening voor het kabeltracé door gemeentelijk gebied (in dit geval vooral het Waddengebied) met aanlanding in Eemshaven. De wijziging van de vergunning op zee in verband met een ander turbinetype zal ook in de rijkscoördinatieprocedure worden meegenomen. Afhankelijk van het moment van indienen van een wijzigingsaanvraag door Typhoon kan dit najaar een ontwerpinpassingplan samen met de ontwerpvergunningen ter inzage worden gelegd.

De Rijkscoördinatieregeling is ook van toepassing op de inpassing en vergunningverlening voor de kabel naar Sassenheim voor het park Luchterduinen (voorheen Q10) van Eneco. Deze kabel landt aan bij Noordwijk en gaat via Noordwijkerhout naar de gemeente Teylingen, waar aansluiting op het TenneT-station mogelijk is. Ook in deze procedure wordt de wijziging van de vergunning op zee meegenomen. Er wordt naar gestreefd de terinzagelegging voor de zomer te starten.

Ronde 3: Extra ruimte voor windenergie op zee

In het Nationaal Waterplan zijn reeds twee gebieden aangewezen voor de bouw van nieuwe windparken: Borssele en IJmuiden. Voor de gebieden boven de Wadden en voor de Hollandse kust bevat het Nationaal Waterplan een zoekopdracht. Het Ministerie van I&M is inmiddels gestart met het proces voor de aanwijzing van deze gebieden en verwacht na de zomer van 2012 te kunnen starten met de formele consultatie. Binnenkort wordt u hierover door de staatssecretaris van I&M nader geïnformeerd.

Ronde 3: Nieuw uitgiftebeleid

Op 3 september 2009 heeft u een brief van de minister van Economische Zaken gehad met de hoofdlijnen van het uitgiftebeleid van de toekomst (concessiesystematiek, TK 31 239, nr. 70) en op 19 februari 2010 heeft u een brief gehad van de minister van Economische Zaken over een net op zee (TK 31 239, nr. 91)2. Beide brieven vormen de startpositie van uit te werken wetgeving voor het uitgiftebeleid respectievelijk het net op zee, waarover in de Green Deal is afgesproken dat deze wetgeving voor 1 januari 2015 gereed moet zijn. De planning van de wetgeving voor het uitgiftebeleid vergt nog gedegen onderzoek naar de wijze waarop financiële stimulering het beste kan worden ingevuld. Begin 2013 moet dat onderzoek gereed zijn, waarna voldoende tijd resteert om de wetgeving tijdig aan het parlement te kunnen aanbieden. Voor wat betreft het net op zee wordt in beeld gebracht welke kosten hiermee gepaard gaan en hoe deze zouden moeten worden verdeeld.

Met de ervaringen van ronde 2, de doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet (eenvoudig, beter) en de nieuwe Wet natuurbescherming zal de wetgeving van het uitgiftebeleid zich vooral richten op vereenvoudiging en versnelling van vergunningprocedures en, waar mogelijk, gekoppelde uitgifte van vergunningen en financiële stimulering.

Innovatie

Nederlandse bedrijven hebben in 2011 circa € 1 miljard omgezet met windenergie op zee – het merendeel hiervan niet met Nederlandse projecten. Daarmee is deze tak van energievoorziening interessant voor het verdienvermogen van Nederland en heeft het Topteam Energie ervoor gekozen een apart innovatiecontract voor windenergie op zee mogelijk te maken. Daarmee wordt tevens de in de Green Deal toegezegde ondersteuning van innovatie vorm gegeven. Momenteel wordt een TKI (Topconsortium voor Kennis en Innovatie) voor windenergie op zee opgericht, dat de beoogde innovatie coördineert en voorstellen doet aan het Topteam Energie. Over het topgebiedenbeleid bent u geïnformeerd in mijn brief van 2 april 2012 (TK 32 637 nr. 32). Eén van de zaken waarvoor deze TKI zich inzet is de realisatie van de demonstratie «windpark op zee», waarvoor binnen twee jaar een voorstel wordt ingediend bij het Rijk.

Natuurbeleid op zee

Voor wat betreft het verzoek van het lid Ouwehand (PvdD) om informatie over de ontwikkelingen met betrekking tot Natura2000-gebieden op de Noordzee verwijs ik naar de brief van de staatssecretaris van EL&I van 10 april 2012 (TK 32 002, nr. 13) die over dit onderwerp handelt.

In 2011 zijn de zogenaamde shortlistonderzoeken naar de ecologische effecten van (de aanleg van) windparken gereed gekomen. Op basis van de resultaten zijn de consequenties voor beleid en vergunningen in beeld gebracht. Ook is vervolgonderzoek in gang gezet. Binnenkort wordt u hierover door de staatssecretaris van I&M geïnformeerd.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Bij Ronde 1 zijn de huidige windparken op zee vergund (Egmond en Amalia); Ronde 2 staat voor de huidige vergunninghouders en de tender die hieromtrent is georganiseerd; Ronde 3 staat voor de uitgifte van gebieden als genoemd in het Nationaal Waterplan.

X Noot
2

Ook pagina 27 van het Energierapport 2011 vermeldt, dat helderheid zal worden gegeven omtrent de positie van TenneT rond het net op zee.