Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131239 nr. 102

31 239 Stimulering duurzame energieproductie

Nr. 102 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2010

Met deze brief ga ik in op uw verzoek om meer informatie te geven over de invulling van de SDE+ regeling (Stimuleringsregeling Duurzame Energie) in 2011.

Nederland heeft zich verbonden aan de verplichte EU-doelstelling voor duurzame energie. Voor Nederland betekent dit dat het percentage duurzame energie moet stijgen van ruim 4% nu naar 14% in 2020. Om de 14%-doelstelling binnen bereik te brengen, zal dit kabinet moeten investeren in de uitrol van kosteneffectieve duurzame opties. De economische crisis noopt daarbij tot een rationele benadering.

Zoals in het Regeerakkoord is aangekondigd, zal de SDE die sinds 2008 in werking is, per 1 januari 2011 worden stopgezet. De regeling wordt geleidelijk omgevormd naar een efficiëntere SDE+. De SDE+ moet een kosteneffectievere regeling worden, die robuust is en tegelijkertijd flexibel om technologische ontwikkeling en ondernemerschap de ruimte te geven. Over de voorgestelde wijzigingen zal ik uw Kamer op korte termijn nader informeren. De SDE+ zal mede hierdoor iets later worden opengesteld dan gebruikelijk (medio 2011), maar ook langer openblijven dan gebruikelijk (tot eind 2011).

Voor de wijzigingen waaraan wordt gewerkt om de SDE om te vormen naar de SDE+, is vooralsnog geen wijziging van het besluit SDE nodig. Wel zullen de ministeriële regelingen die de SDE+ in 2011 open stellen, anders worden vormgegeven dan voorheen. Over deze regelingen zal ik uw Kamer in het voorjaar informeren.

De SDE+ zal worden gefinancierd vanuit een opslag op de energierekening en mogelijk voor een deel een kolen- en gasbelasting. Hiermee komt er een directe link tussen het gebruik van energie en de investeringen in de verduurzaming van de energievoorziening. De opslag maakt het voor de energiegebruiker inzichtelijker welke uitgaven verbonden zijn aan de verduurzaming. Daarnaast biedt de opslag meer zekerheid over de langjarige beschikbaarheid van middelen om duurzame energie te stimuleren. De verdeling van de opslag over burgers en bedrijven is in lijn met de opbrengst van de energiebelasting (circa 50% burgers en 50% bedrijven) en evenredig verdeeld over gas en elektriciteit.

Ik bereid hiertoe een wetsvoorstel voor dat ik uiterlijk medio 2011 naar de Kamer wil sturen. De lopende subsidiebeschikkingen uit de SDE en de MEP (Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie) blijven uit de algemene middelen gefinancierd. Zodoende zal de opslag slechts geleidelijk oplopen. In totaal wil ik deze kabinetsperiode voor de MEP, de SDE en de SDE+ committeringen aangaan die leiden tot maximale uitgaven (inclusief MEP en SDE) van € 1,4 miljard per jaar in 2015 en verdere jaren.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen