nr. 64
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2008
Tijdens de behandeling van het Belastingplan (Handelingen II, 2007–2008,
TK nr. 26, blz. 1997) heb ik toegezegd schriftelijk in te gaan op
2 onderwerpen die toen aan de orde werden gesteld. Het betreft de positie
van de belastinginspecteur en de klachtbehandeling door de Belastingdienst,
in het bijzonder de toepassing van mediation. Door middel van deze brief kom
ik deze toezegging na.
Positie inspecteur
De inspecteur is bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht
(hierna: Awb). Het bijzondere van de inspecteur is dat hij zijn bevoegdheid
niet uitoefent als gemandateerde of gedelegeerde van een hoger gelegen bestuursorgaan
maar rechtstreeks krijgt geattribueerd van de wetgever. Ik verwijs in dit
verband naar bijvoorbeeld artikel 11, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen: «De
aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur». In die zin is de inspecteur
autonoom. Alleen de inspecteur kan de aanslag vaststellen; de aanslag kan
dus niet door de staatssecretaris van Financiën worden vastgesteld. Zoals
ik tijdens de behandeling van het Belastingplan 2008 heb aangegeven, is het
begrip autonomie ook door voorgangers van mij, onder anderen de staatssecretarissen
Bos en Wijn, en ook minister Zalm gebruikt. De autonomie van de inspecteur
laat onverlet dat hij ondergeschikt is aan de bewindslieden van Financiën
en dat deze bewindslieden op grond van het leerstuk van de ministeriële
verantwoordelijkheid politiek aanspreekbaar zijn op al de gedragingen van
de inspecteur. Deze hiërarchische ondergeschiktheid brengt met zich mee
dat de bewindslieden instructies kunnen geven aan de inspecteurs over de uitoefening
van hun bevoegdheid. Dat moet ook, anders kan er geen sprake zijn van politieke
verantwoordelijkheid. De autonomie van de inspecteur houdt daarom in dat de
inspecteur, met inachtneming van de instructies, zelf zijn door de wet aan
hem toegekende bevoegdheid uitoefent. Deze instructies kunnen van algemene
aard zijn of op een specifiek geval betrekking hebben. Ik wijs erop dat dit
ook zo is vastgelegd in het wetsvoorstel Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 31 124; hierna:
Vierde tranche Awb). Daar wordt ook de term «instructie» gehanteerd.
Overigens wordt bij de bepalingen over attributie in dat wetsvoorstel de ondergeschiktheidsrelatie
van de inspecteur nog uitdrukkelijk genoemd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007,
31 124, nr. 3). Deze bepalingen codificeren in algemene zin wat
hier boven is geschetst over de autonomie van de inspecteur. Instructies die
goedkeurend beleid- op grond van de hardheidsclausule of vooruitlopend op
wetgeving – bevatten, worden gepubliceerd als beleidsbesluit. In de
termen van de Awb zijn het beleidsregels. Ook de standpunten (incl. de hiervoor
genoemde instructies) die ik inneem over een nog niet eerder in de wetsgeschiedenis,
beleid of jurisprudentie beantwoorde rechtsvraag en waarvan de kennisneming
van belang kan zijn voor anderen dan belanghebbende, leg ik als beleidsregels
vast in een beleidsbesluit. Op deze wijze geef ik invulling aan de motie van
het lid Couprie c.s. (Tweede Kamer vergaderjaar 1985–1986, 19 022,
nr. 16).
Klachtbehandeling Belastingdienst
Klachten worden binnen zes weken behandeld. De afhandeling kan voor maximaal
vier weken worden verdaagd. De klager krijgt dan een bericht waarin de reden
van uitstel staat en de termijn waarbinnen de klacht wel wordt afgehandeld.
Het percentage tijdig afgedane klachten – dat wil zeggen binnen
zes weken – bedroeg over geheel 2007 74 (norm is 100%). Over
de laatste maanden van 2007 is een duidelijke verbetering waarneembaar en
beweegt de tijdige afdoening zich rond de 80–90%. Ook voor klachten
geldt dat de procedures op de belastingkantoren strikter worden bewaakt.
Belangrijker nog dan een correcte afhandeling van klachten is het voorkomen
ervan. Een belangrijke reden voor de Vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst1 heeft te maken met het feit dat burgers het gevoel hebben
dat de Belastingdienst voor eenvoudige informatieverzoeken te veel tijd neemt.
Daarom is een aantal acties gestart om de belangrijkste knelpunten in dit
opzicht weg te nemen. Dit heeft inmiddels tot positieve resultaten geleid.
De telefonische bereikbaarheid is het afgelopen jaar verbeterd.
Verder zijn de doorlooptijden van processen die voor burgers en bedrijven
van groot belang zijn, waaronder de afgifte van sofinummers, het toekennen
van omzetbelastingen loonheffingnummers en de afgifte van verklaringen arbeidrelatie,
aanmerkelijk bekort.
Recent heeft uw Kamer de eerste halfjaarsrapportage plan van aanpak Vereenvoudigingsoperatie
Belastingdienst ontvangen waarin nader op deze zaken is ingegaan.
Een van de instrumenten die wordt gebruikt bij de behandeling van klachten
is mediation. Ook in de bezwaarfase wordt het instrument mediation ingezet.
Naar zijn aard is dit instrument vooral geschikt voor het oplossen van conflicten
waarbij het conflict mede wordt veroorzaakt door meer relationele en emotionele
aspecten. Het overgrote deel van de klachten heeft betrekking op andere onderwerpen,
zoals het niet tijdig reageren op brieven en de bereikbaarheid van de belastingtelefoon.
Voor die klachten komt mediation niet in aanmerking.
In de bezwaarfase worden mediation en mediationvaardigheden ingezet om
een conflict waarbij meer speelt dan zuiver fiscaaljuridische discussiepunten
in een zo vroeg mogelijk stadium te beëindigen. In deze zaken wordt zo
de gang naar de rechter voorkomen. Op basis van de ervaringen is gebleken
dat mediation inderdaad in het overgrote deel van de gevallen leidt tot een
voor beide parijen bevredigende afloop.
In 2005 en 2006 zijn 51 gevallen door de belastingkantoren aangemeld voor
mediation. Het aantal gevallen in 2007 bedroeg 29. Dat zijn gevallen waarin
daadwerkelijk een mediator is ingeschakeld. De Belastingdienst heeft ruimte
en capaciteit om meer conflicten op te lossen met behulp van mediation. Daarom
is nog eens binnen de Belastingdienst onder de aandacht gebracht dat bij de
klachtafhandeling en de bezwaarafhandeling uitdrukkelijk beoordeeld moet worden
of er sprake is van een situatie waarbij mediation kan bijdragen aan de oplossing
ervan. De cursus conflictvaardigheden is inmiddels gevolgd door een groot
aantal medewerkers die werkzaam zijn in het toezichtproces. De inzet van deze
vaardigheden kan in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen of het in
een zo vroeg mogelijk stadium oplossen van conflicten.
De staatssecretaris van Financiën,
J. C. de Jager