Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831205 nr. 14

31 205
Wijziging van enkele belastingwetten (Belastingplan 2008)

nr. 14
AMENDEMENT VAN HET LID VENDRIK

Ontvangen 9 november 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel II, onderdeel J, wordt als volgt gewijzigd:

I

In het in het eerste lid opgenomen tweede lid van artikel 8.9 wordt «Ten aanzien van de belastingplichtige die geboren is vóór 1 januari 1972 en ten aanzien van de belastingplichtige tot wiens huishouden in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden een kind behoort dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 6 jaar niet heeft bereikt en gedurende die tijd op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens» vervangen door: Ten aanzien van de belastingplichtige die geboren is vóór 1 januari 1960.

II

Het tweede lid vervalt.

Toelichting

Dit amendement beoogt de met betrekking tot artikel 8.9 Wet IB 2001 voorgestelde leeftijdsgrens zodanig aan te passen dat de groep belastingplichtigen voor wie de beperking van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting niet geldt, wordt verkleind. Deze grens lag op grond van het wetsvoorstel bij belastingplichtigen die geboren waren vóór 1 januari 1972 maar komt door dit amendement te liggen bij belastingplichtigen die geboren zijn vóór 1 januari 1960.

Verder komt de uitzondering op de beperking van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting voor belastingplichtigen met kinderen jonger dan zes jaren te vervallen.

Indiener beoogt met dit amendement de kostwinnersfaciliteit versneld af te schaffen. De generaties geboren tussen 1960 en 1972 zijn volledig opgegroeid in een cultuur van emancipatie en economische zelfstandigheid. Niet valt in te zien waarom voor deze generaties de overdraagbare heffingskorting blijft gehandhaafd. Dat geldt ook partners met de zorg voor jonge kinderen.

Afschaffing vormt een belangrijke impuls voor de economische zelfstandigheid van vrouwen, ook indien er sprake is van de zorg voor jonge kinderen. De «boete» op betaald werken wordt immers afgeschaft. Ervaring leert dat wanneer vrouwen langdurig naast de arbeidsmarkt staan, herintreding sterk wordt bemoeilijkt. Dat is niet in het belang van vrouwen zelf, noch in het belang van de samenleving. Bovendien leidt de door de regering beoogde uitzondering ertoe, dat de ongelijke verdeling van zorg tussen mannen en vrouwen wordt bestendigd. Dat zal minister Plasterk niet leuk vinden.

De structurele opbrengst van de versobering van de uitbetaling van de algemene heffingskorting stijgt door dit amendement van € 1 400 mln naar € 1 800 mln en zal eerder bereikt worden, namelijk in 2024 in plaats van 2037. Ten opzichte van het Belastingplan 2008 levert dit amendement tussen 2009–2037 gemiddeld € 525 mln per jaar op en vanaf 2037 € 400 mln.

Vendrik