Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31202 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31202 nr. 2 |
| RAADSAGENDA’S | 5 | |
| 1. | Europese Raad | 5 |
| 2. | Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen | 7 |
| Algemene Zaken | 7 | |
| Externe Betrekkingen | 10 | |
| 3. | Raad Economische en Financiële Zaken | 19 |
| De begroting van de Unie | 24 | |
| 4. | Raad Justitie en Binnenlandse Zaken | 28 |
| Algemeen | 28 | |
| Asiel, Migratie en Grenzen | 28 | |
| Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken | 32 | |
| Terrorismebestrijding | 35 | |
| Bestrijding georganiseerde criminaliteit | 36 | |
| Justitiële samenwerking in civiele zaken | 37 | |
| 5. | Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken | 38 |
| Werkgelegenheid en sociaal beleid | 38 | |
| Volksgezondheid | 41 | |
| Jeugd- en gezinszaken | 45 | |
| 6. | Raad voor Concurrentievermogen | 47 |
| 7. | Raad Vervoer, Telecom en Energie | 54 |
| Vervoer | 54 | |
| Telecommunicatie | 62 | |
| Energie | 62 | |
| 8. | Landbouw- en Visserijraad | 66 |
| 9. | Milieuraad | 72 |
| 10. | Raad Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur | 76 |
| Onderwijs | 76 | |
| Jeugd | 77 | |
| Cultuur | 78 | |
| Sport | 80 | |
| Fiches opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) | 81 | |
| Stand implementatie Europese Regelgeving | 90 | |
| Tabellen | 91 | |
| Trefwoordenregister | 96 | |
| Lijst van afkortingen | 105 | |
| Vergaderdata: | |
| 18–19 oktober 2007 | Informele bijeenkomst te Lissabon |
| 13–14 december 2007 | Europese Raad in Brussel |
| 13 en 14 maart 2008 | Europese Raad in Brussel |
| 19 en 20 juni 2008 | Europese Raad in Brussel |
De informele bijeenkomst te Lahti (Finland) op 20 oktober 2006 gaf een impuls aan de verdere uitwerking van concreet Europees beleid op de thema’s energie, innovatie en migratie. Op verzoek van het Verenigd Koninkrijk en Nederland spraken de Staatshoofden en regeringsleiders ook over klimaatverandering. Dat droeg ertoe bij dat de Europese Raad van 8–9 maart 2007 eensgezind ambitieuze en bindende doelstellingen vastlegde over de emissiereductie van broeikasgassen. Daarnaast legde de Europese Raad bij die gelegenheid bindende doelstellingen vast met betrekking tot hernieuwbare energie en biobrandstoffen en een indicatieve doelstelling voor energiebesparing. Dit sloot aan bij de Nederlandse ambities op het terrein van energie en klimaat in het coalitieakkoord.
De Europese Raad van 14–15 december 2006 stelde beleidslijnen vast voor een betere besluitvorming over de uitbreiding van de Unie met nieuwe lidstaten, in het bijzonder door strikter de hand te houden aan de criteria die de Europese Unie aan kandidaat-lidstaten stelt. De Europese Raad vroeg bovendien aandacht voor het vermogen van de Unie om in de toekomst nieuwe lidstaten op te nemen en bekrachtigde het besluit van de RAZEB van 12 december 2006 dat onderhandelingen met Turkije deels worden opgeschort zolang Turkije het «Ankara Protocol» niet uitvoert. Nederland had in het voorafgaande jaar consequent aangedrongen op een goed debat over dit onderwerp en kon tevreden zijn met het resultaat. Dit maakt het namelijk mogelijk om – zoals ook in het coalitie-akkoord vermeld staat – eerst te werken aan een volledige integratie van de nieuwe landen en er daarnaast voor te zorgen dat de organisatie van de EU ook op de uitbreiding is toegesneden.
De Europese Raad van 21–23 juni 2007 speelde een centrale rol bij het bepalen van de richting van een verdragswijziging en het tijdpad dat daarmee gepaard zal gaan. Door een effectief voorzitterschap, een grote gezamenlijke inspanning en compromisbereidheid bij alle actoren is overeenstemming bereikt over de vorm en de inhoud van een nieuw verdrag, waarmee Europa verder kan en waarin rekening wordt gehouden met de wensen en zorgen van de burger in Europa. Het akkoord stemt het kabinet tot tevredenheid. De voor Nederland belangrijke elementen uit het Grondwettelijke Verdrag, de verbeteringen in democratie en slagvaardigheid, zijn behouden. Tegelijkertijd zijn op een aantal andere essentiële terreinen verbeteringen aangebracht. Zo zal het hervormingsverdrag geen grondwettelijke pretenties kennen en is de bevoegdheidsverdeling verhelderd, waardoor meerderheidsbesluitvorming – op de terreinen waar dat nodig is – mogelijk is. Voorts is, conform de Nederlandse inzet, de verhouding tussen de publieke diensten en de interne markt-regels verduidelijkt en zal de rol van de nationale parlementen bij de subsidiariteitstoets worden versterkt. Ook zal in het verdrag naar de uitbreidingscriteria van de Europese Raad worden verwezen. Daarmee draagt het nieuwe verdrag in belangrijke mate bij tot oplossingen voor de punten van kritiek die in Nederland tot de verwerping van het Grondwettelijk Verdrag (GV) leidden. In combinatie met de verbeteringen in het functioneren van de EU, die de afgelopen twee jaar in gang zijn gezet (een rechtvaardiger begroting, meer transparantie, minder regelgeving, striktere toepassing van de criteria van de uitbreiding, prioriteit voor beleid waar Europa toegevoegde waarde heeft), zal dit nieuwe verdrag vorm geven aan een Europa dat beter aansluit bij de opvattingen en verwachtingen van de burgers.
De Europese Raad zal zich in de tweede helft van 2007 onder Portugees voorzitterschap naar verwachting vooral concentreren op het thema verdragswijziging. Daartoe heeft de Europese Raad van 21–23 juni 2007 een Intergouvernementele Conferentie (IGC) bijeengeroepen, die voor eind 2007 dient te zijn voltooid. De IGC dient een nieuw verdrag op te stellen volgens een gedetailleerd IGC-mandaat. De eerste bijeenkomst van de IGC heeft plaatsgevonden op 23 juli tijdens de RAZEB. Het is de bedoeling dat de IGC wordt afgerond tijdens de informele Europese Raad op 18 en 19 oktober in Lissabon.
De Europese Commissie zal tijdens dezelfde informele Europese Raad naar verwachting haar gedachten uiteenzetten over een «herziening» van de Lissabonstrategie, gericht op de versterking van de Europese economie en de bevordering van werkgelegenheid. De Commissie zal naar verwachting ook het eindrappport presenteren van haar evaluatie van de Interne Markt en maatregelen aankondigen ter verbetering van het functioneren van die Interne Markt.
Indien de verdragswijziging niet wordt afgerond onder het Portugese voorzitterschap, zal dit onderwerp ook tijdens het Sloveense voorzitterschap (eerste helft van 2008) de aandacht van de Europese Raad opeisen, maar de verwachting is dat met het heldere IGC-mandaat een afronding voor eind 2007 mogelijk moet zijn. De Slovenen organiseren voorts de Voorjaarsraad (maart 2008), die traditioneel in het teken staat van de Lissabonstrategie. In 2008 wordt de eerste volledige cyclus van de herziene Lissabonstrategie afgerond. Er zal dan ook worden gesproken over de herziening van de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid. Deze moeten opnieuw voor een driejaarlijkse periode worden vastgesteld. Dit biedt de gelegenheid om na te gaan of de huidige richtsnoeren nog wel aansluiten bij de uitdagingen van vandaag, waarbij met name aan energie en klimaat kan worden gedacht.
Naast «verdragswijziging» (indien nodig) en «energie en klimaat» heeft Slovenië ook «uitbreiding» (landen van de westelijke Balkan) en de «interculturele dialoog» tot prioriteiten bestempeld. Het jaar 2008 is uitgeroepen tot «Jaar van de interculturele dialoog», dat wederzijds begrip beoogt te versterken tussen mensen van verschillende achtergrond en cultuur.
2. RAAD ALGEMENE ZAKEN EN EXTERNE BETREKKINGEN
| Vergaderdata: | |
| 15–16 oktober 2007 | RAZEB, Luxemburg |
| 19–20 november 2007 | RAZEB, Brussel |
| 10–11 december 2007 | RAZEB, Brussel |
| 28–29 januari 2008 | RAZEB, Brussel |
| 10–11 maart 2008 | RAZEB, Brussel |
| 28–29 april 2008 | RAZEB, Luxemburg |
| 26–27 mei 2008 | RAZEB, Slovenië |
| 16–17 juni 2008 | RAZEB, Luxemburg |
In december 2006 eindigde een door Nederland gewenste brede discussie over verdere uitbreiding van de Europese Unie. De Europese Raad nam conclusies aan, waarmee een nieuw raamwerk voor verdere uitbreiding werd afgesproken. De uitbreidingsstrategie van de Europese Commissie maakt hier nadrukkelijk deel van uit.
De uitgangspunten voor verdere uitbreiding werden in de conclusies van de Europese Raad helder neergezet: consolidatie, conditionaliteit en communicatie. De Europese Unie zal zich houden aan gemaakte afspraken, maar zal strikt toezien op volledige vervulling van gestelde criteria. Daarnaast zijn er elementen vastgelegd ten behoeve van constante verbetering van de kwaliteit van het uitbreidingsproces. Elke kandidaat-lidstaat zal op zijn eigen merites beoordeeld worden. Dat betekent dus ook geen groepsgewijze toetredingen meer en geen van tevoren vastgestelde toetredingsdata. Het laatste vindt het kabinet zeer belangrijk, omdat een tevoren vastgestelde datum te veel druk op het eind van het proces zou leggen, hetgeen weer ten koste van de kwaliteit van het proces zou gaan. Daarom is dit specifiek opgenomen in het Regeerakkoord.
De toekomst van de landen van de Westelijke Balkan ligt zonder meer in de Europese Unie, maar het tempo van integratie van deze landen in de structuren van de Europese Unie hangt af van het tempo waarin deze landen de gemaakte afspraken nakomen. Tenslotte is ook de «absorptiecapaciteit» (het vermogen om nieuwe lidstaten op te nemen in de Europese Unie, waarbij enerzijds de Europese Unie zelf institutioneel klaar dient te zijn voor verdere uitbreiding en anderzijds het toetredende land in staat moet zijn om alle verplichtingen van het lidmaatschap volledig op zich te nemen) van de Europese Unie een belangrijk element, dat wordt meegewogen bij verdere uitbreiding. Hiervoor zal de Europese Commissie per kandidaat-lidstaat in beeld brengen wat de gevolgen zijn voor de Europese Unie.
Met de conclusies van de Europese Raad was Nederland zeer tevreden, omdat aan het merendeel van de Nederlandse wensen en verlangens op het gebied van de uitbreiding tegemoet werd gekomen. Het is nu zaak dat de lidstaten van de Europese Unie zich aan de gemaakte afspraken ten aanzien van de kandidaat-lidstaten en de landen van de Westelijke Balkan houden.
Nederland blijft zich verder in algemene zin inzetten voor voortdurende verbetering van de kwaliteit van het uitbreidingsproces, onder meer door beter gebruik te maken van «benchmarks» als instrument om objectief vast te kunnen stellen in welke mate er daadwerkelijk voortgang is geboekt. Om de publieke steun voor verdere uitbreiding te behouden blijft Nederland voorts strikt ten aanzien van de eis om volledig aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Dat geldt zowel ten aanzien van Turkije, als ten aanzien van de landen van de Westelijke Balkan.
Onderhandelingen met Kroatië lopen in beginsel voorspoedig. Het is echter niet te verwachten dat Kroatië nog grote knelpunten gaat oppakken voorafgaand aan de parlementsverkiezingen in november 2007. Deze knelpunten zijn het te lage tempo van implementatie van hervorming van het justitiële apparaat, het tegengaan van corruptie, minderhedenbeleid, terugkeer van (Servische) vluchtelingen, vervolging van oorlogsmisdaden in eigen land, bilaterale conflicten met buurlanden over grenzen en een ecologische- en visserijzone. Nederland verzet zich, conform de conclusies van de Europese Raad van december 2006, tegen het van tevoren geven van een toetredingsdatum aan Kroatië. Dat moment zal pas vastgesteld kunnen worden als de toetredingsonderhandelingen kunnen worden afgerond en aan de Kopenhagen-criteria voldaan is. Het staat Kroatië desalniettemin vrij om zichzelf een streefdatum te stellen. Het heeft de sterke voorkeur van Nederland dat voorafgaand aan verdere uitbreiding een nieuw verdrag is ondertekend.
Voorafgaand aan de Europese Raad had de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen de toetredingsonderhandelingen met Turkije al gedeeltelijk opgeschort, omdat Turkije weigerde het zogenaamde «Ankara Protocol» uit te voeren dat de douane-unie van toepassing verklaart op de nieuwe lidstaten en op basis waarvan Turkije aan Cypriotische vliegtuigen en schepen ongehinderde toegang dient te verlenen (en vice versa). Acht hoofdstukken kunnen niet worden geopend en geen enkel hoofdstuk kan worden gesloten voordat Turkije het «Ankara Protocol» uitvoert. De Europese Commissie zal in 2007, 2008 en 2009 rapporteren over de implementatie van het Protocol. Voordat er in Turkije een nieuwe regering en een nieuwe president zijn gekozen, lijkt voortgang op dit terrein onwaarschijnlijk. Overigens mag ook van Cyprus de noodzakelijke medewerking worden verwacht bij de onderhandelingen in VN-kader, waar een algehele oplossing voor de kwestie Cyprus moet worden gevonden.
Onder het Duitse voorzitterschap zijn de volgende hoofdstukken geopend: hoofdstuk 25 (Science and Research), hoofdstuk 20 (Ondernemings- en Industrie Beleid) en op 26 juni jl. de hoofdstukken 32 (Financieel Beheer) en 17 (Statistiek). In de loop van 2007 zal de discussie beginnen over het screening-rapport over Hoofdstuk 23 (Rechterlijke Macht en Grondrechten), wat lidstaten de mogelijkheid biedt om in te gaan op problemen die raken aan de politieke criteria.
Bijna zesendertig miljoen Turken togen op 22 juli naar de stembus, een opkomst van ruim 84 procent. De AKP heeft haar succes van 2002 met een nieuwe verkiezingsoverwinning geprolongeerd. Naast de AKP haalden ook de op secularisme gerichte partij CHP en de ultra-nationalistische MHP de kiesdrempel. Hierdoor krijgt de AKP minder zetels dan voorheen, maar voldoende om zonder coalitiepartner een regering te vormen. Indien het nieuwe parlement overeenstemming bereikt over een consensuskandidaat voor het presidentschap, kunnen de hervormingen in Turkije worden hervat en ontstaat er een beter klimaat voor verdere onderhandelingen. In het andere, onwaarschijnlijker, geval moet worden gewacht op nieuwe verkiezingen en mogelijk een presidentieel referendum in het komende najaar.
Macedonië kreeg in december 2005 de status van kandidaat-lidstaat. Tegelijkertijd werd afgesproken dat de toetredingsonderhandelingen pas zouden worden geopend als Macedonië aan de politieke criteria voldoet. Tot nu toe zijn de signalen over de ontwikkelingen op dit gebied niet onverdeeld positief. De Europese Commissie zal in het najaar in haar reguliere voortgangsrapportage een oordeel geven over de stand van zaken. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Europese Raad van december aanstaande zal besluiten onderhandelingen te openen.
Overige landen van de Westelijke Balkan
In het kader van de uitbreiding kan worden opgemerkt dat er thans onderhandelingen over een Stabilisatie- en Associatie Overeenkomst (SAO) gevoerd worden met Bosnië Herzegovina en dat de onderhandelingen sinds kort weer zijn heropend met Servië. Hoewel deze onderhandelingen op zich voorspoedig verlopen, kunnen zij pas worden afgesloten als deze landen aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de eis van volledige samenwerking met het Joegoslavië Tribunaal (ICTY). De onderhandelingen met Montenegro over een SAO werden begin 2007 afgesloten. Dit land zal nu, net als Albanië, de SAO eerst goed moeten uitvoeren, voordat de EU een lidmaatschapsaanvraag in behandeling zal nemen.
Op 1 januari 2007 traden Roemenie en Bulgarije toe als zesentwintigste en zevenentwintigste lidstaat van de Europese Unie. De Europese Commissie nam, na consultatie van de lidstaten, in oktober 2006 een definitief besluit over de precieze datum van toetreding (1 januari 2007). Bij toetreding heeft de Commissie een aantal vrijwaringsmaatregelen getroffen op het gebied van diergezondheid en voedselveiligheid (beide landen) en luchtverkeersveiligheid (Bulgarije). Daarnaast heeft de Commissie met het oog op een aantal benodigde verdere hervormingen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken voor beide landen een samenwerkings- en verificatiesysteem ingesteld. Daarbij is voor beide landen sprake van een aantal ijkpunten voor verdere hervormingen, die betrekking hebben op de verdere hervorming van het justitieel stelsel en de bestrijding van de corruptie en de georganiseerde misdaad. Aan de hand van de ijkpunten zal de Commissie zo lang als nodig tenminste elk half jaar verslag uitbrengen van de voortgang die beide landen maken. Wanneer Bulgarije en/of Roemenië onvoldoende voortgang maken ten opzichte van deze ijkpunten, kan de Commissie vrijwaringsmaatregelen treffen op JBZ-gebied. Concreet betekent dit schorsing, overeenkomstig de in de Gemeenschapswetgeving vervatte voorwaarden, van de verplichting voor de lidstaten om vonnissen en gerechtelijke uitspraken – zoals Europese aanhoudingsbevelen – uit beide landen te erkennen en uit te voeren. In geval tekortkomingen op JBZ-gebied een dreiging vormen voor het functioneren van de Interne Markt, kan de Commissie ook op dit gebied (nadere) vrijwaringsmaatregelen instellen.
Op 28 juni heeft de Europese Commissie voor de eerste keer verslag gedaan over de voortgang die Bulgarije en Roemenië op JBZ-gebied hebben gemaakt na toetreding. De Commissie concludeerde daarbij dat Bulgarije en Roemenië in de afgelopen zes maanden verdere voortgang hebben gemaakt, maar dat realisatie van de ijkpunten een langere tijdspanne vereist. Daarom acht de Commissie het op dit moment dan ook niet opportuun om vrijwaringsmaatregelen in te stellen. De Commissie heeft aangegeven dat zij door zal gaan met het Cooperation Verification Mechanism (CVM) en dat zij begin 2008 met een actualisering van de juni-rapportage zal komen. Halverwege 2008 zal zij dan opnieuw komen met een uitgebreide rapportage.
Op 20 juli 2007 is gebleken dat de VN-Veiligheidsraad (VNVR) geen mogelijkheid zag overeenstemming te bereiken over een resolutie over Kosovo op basis van het zogeheten «Ahtisaari-plan». De leden van de Contact Groep kwamen vervolgens op 25 juli jl. bijeen en besloten tot een nieuwe ronde van onderhandelingen met de partijen, in beginsel voor een periode van 120 dagen. Het resultaat van de onderhandelingen, die worden gevoerd door een vertegenwoordiger van de EU, Rusland en de VS, zal op 10 december aanstaande aan de VNVR worden teruggerapporteerd.
De lidstaten van de EU zullen tijdens het onderhandelingsproces steeds geïnformeerd worden over de voortgang en, waar nodig, inbreng kunnen leveren via de EU-vertegenwoordiger in dit proces, ambassadeur Ischinger. Naar verwachting zal de VNVR op basis van de uitkomsten van dit onderhandelingsproces wederom de mogelijkheid onderzoeken om een nieuwe resolutie over de toekomst van Kosovo aan te nemen.
De EU blijft zich actief inzetten voor een duurzaam vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen, onder meer door diplomatieke bemiddeling in Kwartet-kader (VN, Europa, VS en Rusland) en door facilitering van vertrouwenwekkende maatregelen. Het doel blijft een «twee-staten oplossing», waarbij Israël en een onafhankelijke Palestijnse staat in vrede en veiligheid naast elkaar leven.
Inzake het nucleaire programma van Iran werken de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, Duitsland (P5+1) en de EU nauw samen in een op onderhandelingen gebaseerd proces, dat moet leiden tot herstel van het vertrouwen van de internationale gemeenschap in het vreedzame karakter hiervan. De EU zal Iran blijven aanspreken op de slechte mensenrechtensituatie en op de verantwoordelijker rol die het in de regio moet spelen, in het bijzonder ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse conflict, Libanon, Irak, Afghanistan en de strijd tegen het terrorisme.
De Europese Unie blijft, ondanks de moeilijke veiligheidssituatie, betrokken bij de wederopbouw van Irak. Het «Iraq Compact», dat dit jaar werd gelanceerd, biedt hiervoor een goed kader, waarbinnen ook de Iraakse regering concrete verplichtingen is aangegaan voor politieke en economische hervormingen. De EU moet haar bereidheid blijven tonen om de wederopbouw van Irak te ondersteunen. De positie van vluchtelingen en ontheemden verdient daarbij in Nederlandse ogen bijzondere aandacht.
De Unie was in 2006 en 2007 nauw betrokken bij de stabilisatie en wederopbouw van Afghanistan. Het creëren van veiligheid en stabiliteit, de ontwikkeling van bestuursstructuren, de uitbreiding van het overheidsgezag en het ondersteunen van wederopbouw en humanitaire activiteiten zijn daarbij prioritair. Met een totale bijdrage van 3,7 miljard euro over de periode 2002–2006 is de EU (Europese Commissie en lidstaten) na de VS de tweede grootste donor voor Afghanistan. Daarnaast leveren vijfentwintig EU-landen troepen in het kader van de ISAF-missie. Voorts is EU Speciaal Gezant Vendrell nauw betrokken bij de politieke ontwikkelingen in Afghanistan. Vanaf juni 2007 vindt in Afghanistan een EU politiemissie plaats, die zich richt op advisering, hervorming en training van met name de Afghaanse politie. Nederland draagt daaraan bij met twaalf specialisten, waaronder tien marechaussees.
De EU-Rusland betrekkingen bevinden zich in een moeizame fase. Rusland stelt zich in toenemende mate kritisch op tegenover het Westen en de EU-Rusland samenwerkingsagenda wordt overschaduwd door bilaterale problemen tussen EU-lidstaten en Rusland. Hierdoor is het nog niet mogelijk gebleken om de onderhandelingen over een nieuwe Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) op te starten. Niettemin onderkent de EU dat engagement van en samenwerking met Rusland noodzakelijk blijft, temeer daar Rusland een bepalende speler is op een aantal actuele internationale dossiers. Ook de onderhandelingen over WTO toetreding bevinden zich in moeilijk vaarwater. Rusland lijkt slechts moeizaam voortgang te willen maken met implementatie van de afspraken dienaangaande.
De relatie tussen de Europese Unie en de VS is tijdens de tweede ambtstermijn van president Bush verbeterd. Dit werd in mei 2007 bevestigd door de goede sfeer tijdens een topontmoeting tussen commissievoorzitter Barroso, bondskanselier Merkel en president Bush. Tijdens de top bespraken zij een groot aantal buitenlandspolitieke dossiers en gaven zij heldere boodschappen af over samenwerking op het gebied van klimaatverandering en energie. Voorts ondertekenden zij een breed luchtvaartakkoord. Op initiatief van Bondskanselier Merkel kreeg de economische samenwerking tussen beide machtsblokken een belangrijke impuls in de vorm van het Transatlantisch Economisch Raamakkoord. Dit akkoord voorziet in een concreet werkprogramma, dat gericht is op het intrekken van non-tarifaire barrières op het gebied van handel en investeringen. Een nieuw op te richten Transatlantische Economische Raad moet gaan toezien op de implementatie van dit werkprogramma. Het Portugese voorzitterschap heeft reeds aangegeven dit implementatieproces nauwgezet te zullen volgen en, waar mogelijk, te ondersteunen.
Mede dankzij de nauwe historische, politieke, economische en culturele verwantschap is de relatie tussen de Unie en Canada uitstekend. Verschil van mening bestaat er echter over een verbod op de handel in zeehondenproducten, dat thans door Nederland wordt ingevoerd en mogelijk door enkele andere EU-lidstaten wordt overwogen. Tijdens de topontmoeting tussen de EU en Canada, die in juni 2007 plaatsvond, werd, naast de zeehondenproblematiek, uitgebreid stilgestaan bij de vastgelopen onderhandelingen over het Trade and Investment Enhancement Agreement (TIEA). Canada geeft er de voorkeur aan zo snel mogelijk op deelgebieden tot een overeenkomst te komen. Hierbij denken de Canadezen met name aan het hoofdstuk over samenwerking op het gebied van regelgeving. De Europese Commissie geeft er de voorkeur aan het TIEA als totaalpakket te behouden.
In april 2007 heeft de RAZEB richtsnoeren vastgesteld voor onderhandelingen met de Andesgemeenschap en Centraal-Amerika. Deze onderhandelingen moeten leiden tot de associatie van deze twee regio’s met de Unie. Tot deze associaties werd besloten tijdens de EU-LAC top te Wenen in mei 2006. De formele start van de onderhandelingen met Centraal-Amerika is voorzien voor het najaar van 2007. Wanneer de onderhandelingen met de Andesgemeenschap van start zullen kunnen gaan is vooralsnog de vraag. De beslissing daarover is in grote mate afhankelijk van de voortgang van het proces van regionale integratie binnen de Andesgemeenschap.
Eind april 2007 vond de tweejaarlijkse ministeriële conferentie plaats tussen de EU en de Riogroep van Latijns-Amerikaanse landen. Tot de thema’s waaraan aandacht werd besteed behoorden: Haïti, energie, klimaat en milieu, multilateralisme, midden-inkomenslanden en de strijd tegen armoede en de «dynamisering» van de EU-Riogroep betrekkingen.
Het komende jaar staat vooral in het teken van de voorbereiding van de tweejaarlijkse EU-LAC topontmoeting, die gepland staat voor juni 2008 te Lima. Naar alle waarschijnlijkheid zal het thema «duurzame ontwikkeling» een belangrijke plaats innemen op de agenda van deze top. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de WTO/Doharonde zullen in de aanloop naar de top nieuwe pogingen worden ondernomen om de onderhandelingen met Mercosur een nieuwe impuls te geven. Zeker is wel dat de Europese Unie Brazilië tijdens een topontmoeting in Lissabon in juli 2007 een Strategisch Partnerschap zal aanbieden.
Als gevolg van het toenemende economische en politieke belang van de regio staat Azië onverminderd hoog op de Europese agenda. Op alle terreinen wordt gewerkt aan de versterking van de relaties met Azië. In april 2007 kreeg de Commissie van de Raad het mandaat om onderhandelingen te starten over vrijhandelsakkoorden met India, Zuid-Korea en de ASEAN-landen (zie verder onder regionale en bilaterale handelsakkoorden). Tegelijkertijd werd afgesproken dat met alle Aziatische onderhandelingspartners ook overleg zal worden gestart gericht op (vernieuwing van) politieke samenwerkingsakkoorden.
Met enkele ASEAN-landen wordt onderhandeld over Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoorden (PSO’s). Afsluiting van een PSO is voorwaarde voor het afsluiten van een vrijhandelsakkoord (FTA). Het is de bedoeling dat in de PSO in elk geval de vijf politieke clausules zullen worden opgenomen, te weten: mensenrechten, non-proliferatie, anti-terrorisme, re-admissie en het Internationale Strafhof (ICC). Er zal een juridische en institutionele koppeling komen tussen de PSO en de FTA. Beoogd wordt om met zeven van de tien ASEAN-landen spoedig PSO-onderhandelingen te starten en af te ronden. Deze landen zijn: Indonesië, Singapore, Thailand, de Filippijnen, Brunei, Maleisië en Vietnam.
Ook met India en Zuid-Korea zullen onderhandelingen worden gestart over een nieuwe PSO, dan wel over een actualisering van de bestaande samenwerkingsakkoorden uit respectievelijk 1994 en 2001.
Op multilateraal niveau zal de Unie haar samenwerking in ASEM (Asia-Europe Meeting) en ARF (Asean Regional Forum)-verband voortzetten. Ook zal de EU blijven samenwerken met regionale groepen als ASEAN (Association of South-East Asian Nations), EAS (East Asia Summit) en SAARC (South Asian Association for Regional Cooperation). De EU zal ook in deze fora veel aandacht blijven besteden aan onderwerpen als stabiliteit, de strijd tegen terrorisme, non-proliferatie en mensenrechten.
De volgende tweejaarlijkse ASEM top (regeringsleiders) vindt plaats in Peking op 24–25 oktober 2008.
In oktober 2006 presenteerde de Commissie een mededeling (inclusief trade paper) over de EU-strategie ten aanzien van China. Deze mededeling werd tijdens de RAZEB van december 2006 verwelkomd door de lidstaten. De EU streeft naar een alomvattende Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst (PSO) met China, waarin behalve politieke onderwerpen ook veel aandacht aan handel en investeringen besteed zal worden.
De economische relatie tussen China en de EU wordt steeds intensiever. China is momenteel de vierde handelspartner van de Unie en een zeer belangrijke bestemming voor Europese investeringen. Belangrijke thema’s van de samenwerking met China zijn verbetering van de markttoegang voor Europese bedrijven, het tegengaan van illegale migratie, investeringsbescherming en intellectueel eigendom en de implementatie van China’s toetreding tot de WTO.
Het EU-beleid ten aanzien van China wordt steeds coherenter, hetgeen aansluit bij de Nederlandse visie te komen tot een geïntegreerd China-beleid. Zo wil de EU dat alle bestaande EU-akkoorden in de nieuwe PSO met China worden opgenomen. Tijdens de EU-China top van 9 september 2006 is het startsein gegeven voor de officiële onderhandelingen, met als einddoel één overeenkomst. De onderhandelingen werden formeel in januari 2007 geopend. De volgende EU-China top zal in november 2007 plaatsvinden. Nederland hoopt dat er snel een overeenkomst kan worden gesloten. Dat is immers in het belang van beide partijen. De PSO is van groot belang voor de ontwikkeling van een Strategisch Partnerschap met China.
Eén van de belangrijkste prioriteiten van het Portugese voorzitterschap is de EU-Afrika top in december 2007. Inhoudelijke prioriteit van de top is de aanname van de gezamenlijke EU-Afrika Strategie. Nederland zet in op een realistische strategie, die vooral gericht is op het behalen van de Millennium Development Goals.
Na de afronding van de EU-Afrika strategie is besloten om in samenspraak met de Afrikaanse Unie tot een Gemeenschappelijke EU-Afrika strategie te komen. Hiervoor is een uitgebreid consultatieproces opgezet om alle betrokkenen, waaronder ook het maatschappelijk middenveld, de kans te geven een bijdrage te leveren.
Voor 2007 en 2008 is er binnen het Europese Afrikabeleid sprake van de volgende prioriteiten. In de eerste plaats zal de EU ernaar streven de politieke dialoog met de Afrikaanse Unie en de verschillende regionale organisaties in Afrika te versterken. Doel is verder om de gemeenschappelijke EU-Afrika strategie aan te nemen op een EU-Afrika top eind 2007 in Lissabon. Nederland zet voorts in op een realistische strategie, die vooral is gericht op het behalen van de Millennium Development Goals. De afgelopen jaren was het niet gelukt een dergelijke topontmoeting te realiseren, dus heeft de top nu prioriteit. In de toekomst zal de EU ieder jaar de relatie met Afrika evalueren. Een eerste evaluatie zal eind 2007 plaatsvinden.
Vrede en veiligheid in Soedan blijft een prioriteit voor de EU. De EU blijft nauw betrokken bij de implementatie van het Noord-Zuid vredesakkoord en het in 2006 getekende vredesakkoord in Darfur. De wederopbouw van Zuid-Soedan en – wanneer mogelijk – van Darfur zullen worden gesteund. Waar nodig zal de EU maatregelen nemen tegen degenen die het vredesproces dwarsbomen.
Het afgelopen jaar is samenwerking met pan-Afrikaanse instituties één van de aandachtspunten geweest in het Europese Afrika-beleid. Dit bleek onder meer uit een bezoek van de Europese Commissie aan de Afrikaanse Unie (AU) in oktober 2006. Tijdens deze ontmoeting heeft de door Barroso geleide delegatie een steunprogramma van 55 miljoen euro toegezegd. Deze middelen zijn bedoeld voor institutionele ontwikkeling van de AU. Op het gebied van vrede en veiligheid is de EU doorgegaan met het ondersteunen van de missie van de AU in Soedan (African Union Mission in Sudan, AMIS) door middel van de Vredesfaciliteit voor Afrika. Daarnaast is besloten dat er ook in de periode 2008–2010 300 miljoen euro beschikbaar zal zijn voor deze Vredesfaciliteit. Andere resultaten zijn het opzetten van een Trust fund voor Infrastructuur in Afrika en het eerste EU-Afrika business forum.
De onderhandelingen in het kader van de Doha-ronde van de WTO werden op 24 juli 2006 voor onbepaalde tijd opgeschort. Persoonlijke bemoeienis van Bondskanselier Merkel, Commissievoorzitter Barroso en President Bush in januari 2007 heeft er echter toe bijgedragen dat de onderhandelingen weer werden opgepakt. Na de mislukte poging van de G4 in juni van dit jaar om onderling tot een akkoord te komen, hebben DG WTO Lamy en de voorzitters van de onderhandelingsgroepen in Genève weer het voortouw genomen in het proces.
Naast voortgang op het gebied van landbouw-markttoegang en interne steun, vormt de markttoegang voor industriegoederen de sleutel voor een doorbraak. Bij landbouw en industrieproducten komt het nu aan op invulling van concrete cijfers, reductiepercentages en referentieperiodes in algemeen toepasbare formules voor tariefreducties en vermindering van handelsverstorende landbouwsubsidies en de ruimte voor uitzonderingen en speciale behandeling van ontwikkelingslanden.
Voor markttoegang voor landbouwproducten liggen officieel nog de onderhandelingsposities van EU, VS en G20 van najaar 2005 op tafel. De EU stelde toen een gemiddelde tariefreductie voor van 39%, de G20 stelden een gemiddelde voor van 54% en de VS plaatsten zich enigszins buiten de markt met 66%. De Europese Commissie heeft echter aangegeven zoveel mogelijk op te willen schuiven in de richting van het G20 voorstel wat betreft de gemiddelde reductie in landbouwtarieven en interne steun, op voorwaarde van verbeterde aanbiedingen van andere onderhandelingspartners.
Nederland blijft zich inzetten voor een ambitieus en evenwichtig akkoord, dat rekening houdt met onze offensieve en defensieve belangen en dat serieus werk maakt van de ontwikkelingsdimensie van deze ronde. Om dit resultaat te bereiken zal leiderschap van de EU en de VS nodig zijn en compromisbereidheid van alle partijen (inclusief Brazilië en India). Nederland steunt de Europese Commissie als constructieve onderhandelaar.
Een goed akkoord betekent minder de handel verstorende subsidies, vergroting van de markttoegang voor Nederlandse en Europese ondernemers elders en verduidelijking en versimpeling van regels en procedures om internationaal te opereren als bedrijf. De EU moet ook in blijven zetten op de behandeling van non-trade concerns als dierenwelzijn en milieu in het nieuwe landbouwverdrag. Wat betreft ontwikkelingsaspecten betekent een goed akkoord een bijdrage aan het behalen van de Millenniumdoelstellingen. Dat betekent onder andere concrete resultaten boeken ten aanzien van verruiming van markttoegang (met name volledig vrije markttoegang voor alle producten afkomstig uit de minst ontwikkelde landen), significante verlaging en disciplinering van handelsverstorende landbouwsteun voor producten die van belang zijn voor ontwikkelingslanden (in het bijzonder katoen). Daarnaast moet er voldoende flexibiliteit zijn voor (arme) ontwikkelingslanden (speciale producten en speciale vrijwaring bij landbouw en flexibiliteit bij Non Agriculture Market Access en diensten). Effectieve Aid for Trade programma’s dienen, onafhankelijk van de vorderingen in de onderhandelingen, complementair aan de Doha-ronde te worden versterkt en mogen niet worden gezien als substituut voor een ambitieus resultaat op het gebied van markttoegang.
Regionale en bilaterale handelsakkoorden
De Europese Commissie heeft in oktober 2006 de mededeling «Global Europe – competing in the world» gepubliceerd over de externe concurrentiekracht van de EU. In dat kader heeft de Commissie begin december 2006 de concept-onderhandelingsmandaten aan de lidstaten gepresenteerd voor een vrijhandelsakkoord (Free Trade Agreement (FTA)) met India, Zuid-Korea en de ASEAN-landen. De mandaten zijn door de Raad (RAZEB) op 23 april 2007 goedgekeurd. De mandaten omvatten een breed scala van onderwerpen, onder meer handel in goederen en diensten, intellectueel eigendom, mededinging, overheidsaanbestedingen, kapitaalverkeer en investeringen. In het algemeen is de ambitie ten aanzien van de inhoud van het vrijhandelsakkoord hoog. WTO-conformiteit is uitgangspunt voor het vrijhandelsakkoord, hetgeen betekent dat «substantially all trade» voor landbouw- en industriegoederen en diensten zal worden geliberaliseerd. Tevens is bevordering van duurzame ontwikkeling – in relatie tot handel – in brede zin opgenomen in het mandaat voor de Commissie.
De te sluiten akkoorden zullen voor beide partijen tot gevolg hebben dat de handel toeneemt, investeringen beter beschermd worden, gezonde concurrentie mogelijk is en een gelijk speelveld wordt gecreëerd.
Nederland heeft zich tijdens de discussies over de mandaten sterk gemaakt voor een goede regeling van politieke clausules. De Unie heeft zich immers voorgenomen in alle nieuwe akkoorden met derde landen vijf politieke clausules te zullen opnemen, indien dat niet al in een eerder akkoord met dat land is gedaan. De vijf clausules zijn: 1. mensenrechten, 2. non-proliferatie, 3. anti-terrorisme, 4. re-admissie, en 5. het Internationale Strafhof (ICC).
Afgesproken is dat met alle Aziatische onderhandelingspartners ook overleg zal worden gestart gericht op (vernieuwing van) politieke samenwerkingsakkoorden. Op aandringen van Nederland is een zogenaamde rendez-vous clausule opgenomen. Deze houdt in dat op het moment dat de onderhandelingen over een vrijhandelsakkoord hun afronding naderen, de Commissie aan de Raad verslag zal uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot de versterking van de politieke betrekkingen door een Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord (PSO) of vernieuwde raamwerkovereenkomst. Deze clausule verzekert dat er voldoende aandacht wordt gegeven aan de (Nederlandse) wens – en eerder gemaakte Europese afspraken – om ook op het gebied van de politieke clausules tot goede samenwerking te komen met de betreffende landen en daarnaast dat er op zijn minst gestreefd wordt naar parallelle onderhandelingen op economisch en politiek vlak. Doel is dat een juridische en institutionele koppeling wordt gelegd tussen het vrijhandelsakkoord en de nieuwe PSO, respectievelijk de vernieuwde raamwerkovereenkomst. Op die wijze zal de opschortende werking, die de als essentieel aangemerkte clausules kunnen hebben, ook van toepassing worden op de vrijhandelsovereenkomst. De bestaande samenwerkingsovereenkomsten met India en Zuid-Korea (uit respectievelijk 1994 en 2001) bevatten slechts één politieke clausule, te weten mensenrechten.
Met betrekking tot ASEAN is het standpunt van de EU dat met Birma geen akkoord zal worden afgesloten, tenzij de huidige situatie ingrijpend verandert. Wel kan de EU aanvaarden dat Birma, evenals de minder ontwikkelde landen Laos en Cambodja – waarmee evenmin op korte termijn over een handelsakkoord zal worden onderhandeld – als waarnemer bij de onderhandelingen aanwezig zal zijn. Het streven is om met de andere zeven ASEAN-landen een handelsakkoord te sluiten.
Begin mei heeft de Commissie met de ASEAN-landen de onderhandelingen officieel gestart en afgesproken dat een aantal hoge ambtenaren van beide zijden het exacte onderhandelingstraject opstelt. ASEAN heeft in de media laten weten dat men rekent op een akkoord rond 2015. Dat is niet de insteek van de Commissie, die mikt op een akkoord in 2009 of in 2010. Met ASEAN-landen lopen al onderhandelingen over PSO’s waarin politieke clausules worden opgenomen. De Commissie heeft aangegeven dat vrijhandelsakkoorden met deze landen pas tot stand zullen komen als de PSO rond is en dat er een juridische en institutionele koppeling tussen beide typen overeenkomsten zal komen.
De onderhandelingen met Zuid-Korea zijn al vrij snel na goedkeuring van de mandaten door de Raad gestart, aangezien beide partijen de onderhandelingen zeer voortvarend willen oppakken en ook spoedig willen afronden. De verwachting is dat er twee jaar onderhandeld zal moeten worden om een akkoord te bereiken.
De bevordering van duurzame ontwikkeling – in relatie tot handel – is in brede zin opgenomen in de richtsnoeren. Daarbij zal op gebieden zoals arbeidsnormen, milieu en dierenwelzijn (de zgn. «non-trade concerns») gezocht worden naar WTO-conforme stimulerende maatregelen en samenwerking zonder sancties (zoals het intrekken van tariefconcessies).
Afrikaanse, Caraïbische en Stille Oceaan-landen (ACS):
Economische Partnerschapsakkoorden
De onderhandelingen tussen de ACS-landen en de EU over Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) zijn in een beslissend stadium gekomen. Voor 1 januari 2008 moeten zes regio’s EPA’s hebben afgesloten met de EU. Op die datum verloopt zowel het huidige handelsregime onder het Cotonou Verdrag als de waiver die hiervoor in de WTO is verstrekt. In dit licht nemen de EPA’s een prominente plaats in op de RAZEB agenda. In oktober 2006 vond in de RAZEB een gezamenlijke bespreking plaats van ministers voor ontwikkelingssamenwerking en handelsministers over de EPA-onderhandelingen en Aid for Trade. De informele OS-Raad onder het Duitse voorzitterschap was vrijwel geheel gewijd aan de EPA’s, waaronder een informele dialoog met ACS-ministers. De RAZEB met OS-onderwerpen van 14–15 mei 2007 nam conclusies aan, waarin onder meer het marktaanbod van de EU aan de ACS-regio’s is vastgelegd. De EU biedt de ACS-regio’s tarief- en quotavrije markttoegang aan, met overgangsperiodes voor suiker en rijst. Eind mei 2007 kon de gezamenlijke Review van de onderhandelingen in de EU-ACS Raad worden afgesloten. De EU-ACS Raad stelde vast dat de onderhandelingen sterk achterliepen op eerdere schema’s, maar dat alle inspanningen erop gericht zullen zijn de onderhandelingen op tijd af te ronden.
Nederland steunt de Commissie in het streven om de EPA-onderhandelingen voor 2008 af te ronden, waarbij voorop dient te staan dat de EPA’s WTO-conform moeten zijn en gunstig voor de ontwikkeling van de ACS-landen. Nederland is niettemin bezorgd over de trage voortgang in de onderhandelingen, met name over het effect op de niet-Minst Ontwikkelde Landen (niet-MOL’s) als de einddatum van de onderhandelingen van 1 januari 2008 in bepaalde ACS-regio’s niet zou worden gehaald. Daarom is op aandringen van Nederland in de voorbereiding van de RAZEB van mei 2007 vastgelegd dat de Commissie in september/oktober 2007 de Raad een rapport zal aanbieden met een uitgebreide update van de onderhandelingen in de zes regio’s om de voortgang te kunnen beoordelen en de onderhandelingen in de laatste fase te kunnen begeleiden. Op basis van deze rapportage kan een substantieel debat worden verwacht tijdens de RAZEB (met OS-onderwerpen) op 20–21 november 2007.
Op 1 januari 2007 is als onderdeel van de nieuwe architectuur voor het externe beleid van de Europese Gemeenschap het Instrument voor Ontwikkelingssamenwerking (Development Cooperation Instrument) van kracht geworden. Het DCI bundelt een groot deel van de hulp van de Gemeenschap, die eerder onder een dozijn afzonderlijke verordeningen werd verstrekt. Samen met het intergouvernementele Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), dat de landen in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan ondersteunt, alsmede de Landen en Gebieden overzee van de Gemeenschap, waaronder de Nederlandse Antillen en Aruba, is het DCI de belangrijkste bron van officiële ontwikkelingsfinanciering door de Gemeenschap1.
Voortbouwend op de Europese Consensus inzake Ontwikkeling, heeft de RAZEB in 2006 en 2007 verdere stappen gezet ten aanzien van de vormgeving van het EU ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Meer gezamenlijke programmering met lidstaten van de door de Commissie beheerde middelen (met name EOF-10 en DCI) vormde een belangrijk aandachtspunt. De RAZEB van mei 2007 bereikte bovendien overeenstemming over een EU Gedragscode voor Complementariteit en Werkverdeling in Ontwikkelingsbeleid. Deze – vrijwillige gedragscode geeft uitvoering aan de OESO/DAC Verklaring van Parijs over verbetering van de effectiviteit van de hulp. De code beoogt overlapping en witte plekken in de hulp tegen te gaan, met name op landenniveau. De code bevat beginselen voor werkverdeling tussen EU donoren (lidstaten en Commissie) op veldniveau, zoals een plafond voor het aantal sectoren waarin een EU donor in een partnerland actief zou moeten zijn en een plafond voor het aantal EU-donoren per sector. Nederland heeft zich bereid verklaard actief mee te werken aan de implementatie van de code, die goed aansluit bij het Nederlandse OS-beleid.
Wat betreft de zogenaamde Monterrey afspraken over gefaseerde verhoging van de EU hulp tot 0,7% BNI in 2015, kon tijdens de RAZEB van mei op basis van het Commissie rapport terzake worden vastgesteld dat de EU-lidstaten in 2006 voldeden aan de interim-doelstelling voor dat jaar (0,42% BNI). Nederland drong er bij de betreffende lidstaten op aan om deze lijn voort te zetten op weg naar het volgende interim doel van 2010 (0,56% BNI). Dit zal in veel lidstaten nog de nodige inspanningen vergen, mede gezien het grote aandeel dat schuldverlichting had in de toename van de hulp in de achterliggende jaren.
Het Portugese voorzitterschap zal niet alleen aan de EPA-onderhandelingen, maar ook aan de problematiek van steun aan fragiele staten en activiteiten op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling veel aandacht besteden. Dit sluit aan bij de Nederlandse belangstelling voor dit onderwerp. De Commissie zal in het najaar een mededeling presenteren over fragiele staten. Verder wil Portugal het onderwerp migratie & ontwikkeling agenderen en zal tijdens het Portugese voorzitterschap het Commissierapport over voortgang op het gebied van OS-beleidscoherentie worden gepresenteerd. Doorlopend onder het Sloveense voorzitterschap en ter voorbereiding van de High Level Forum on Aid Effectiveness in september 2008 in Accra/Ghana zal de RAZEB de implementatie van de EU Gedragscode bespreken.
3. RAAD ECONOMISCHE EN FINANCIËLE ZAKEN
| Vergaderdata: | |
| 14–15 september 2007 | Informele Ecofin, Porto |
| 9 oktober 2007 | Raad Ecofin, Brussel |
| 13 november 2007 | Raad Ecofin, Brussel |
| 23 november 2007 | Raad Ecofin (budget), Brussel |
| 4 december 2007 | Raad Ecofin, Brussel |
| 22 januari 2008 | Raad Ecofin, Brussel |
| 12 februari 2008 | Raad Ecofin, Brussel |
| 4 maart 2008 | Raad Ecofin, Brussel |
| 4–5 april 2008 | Informele Ecofin, Slovenië |
| 6 mei 2008 | Raad Ecofin, Brussel |
| 3 juni 2008 | Raad Ecofin, Luxemburg |
Lissabonproces en Key Issues Paper
De Ecofin heeft een Key Issues Paper (KIP) over het Lissabonproces naar de Europese Raad gestuurd. De door de lidstaten ingeleverde voortgangsrapporten van de Nationale Hervormingsprogramma’s (NHP’s) en de jaarlijkse voortgangsrapportage van de Commissie vormden de basis van het KIP. De Ecofin deelde op hoofdlijnen de analyse van de Commissie dat de hernieuwde Lissabonstrategie voor Groei en Werkgelegenheid vruchten begon af te werpen. Het KIP stelt verder dat een goede start is gemaakt door de lidstaten en de Commissie met de implementatie van de NHP’s. In meerdere lidstaten is nog ruimte voor verdere verbetering door bijvoorbeeld gebruik te maken van tijden waarin het goed gaat voor budgettaire consolidatie en structurele hervormingen door het versterken van de Interne Markt, het verbeteren van het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkten en door meer innovatie en het beter laten werken van markten, in het bijzonder van de netwerksectoren.
Implementatie van het SGP en begrotingsmonitoring
Geholpen door de conjuncturele opleving is het gemiddelde tekort in het eurogebied (EU-27) in 2006 uitgekomen op 1,6% (1,7%) BBP. Voor het eurogebied betekende dit een afname van het tekort met 0,9% en voor de EU-27 met 0,7%. De gemiddelde schuldquote bedroeg 69,0% BBP (61,7% in de EU-27).
De Raad heeft in de eerste helft van 2007 besloten de buitensporig tekortprocedures van enkele lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Griekenland en Malta) te beëindigen. De tekorten van deze landen waren, volgens de Raad, op een betrouwbare en geloofwaardige manier onder de 3% BBP-grens gebracht, zoals voorgeschreven in het EG-Verdrag. Ook in de lidstaten die momenteel nog een buitensporig tekort-positie hebben is een verbetering van de budgettaire positie te constateren: de voorjaarsvoorspellingen van de Commissie laten zien dat in 2007 naar verwachting vijf lidstaten een tekort groter dan 3% BBP zullen hebben: Portugal, Tsjechië, Hongarije, Polen en Roemenië.
Kwaliteit van de overheidsfinanciën
De Raad heeft in juni conclusies aangenomen over de kwaliteit van de overheidsfinanciën. De kwaliteit van overheidsfinanciën is een breed onderwerp waarbij aandacht wordt geschonken aan de inhoud en organisatie van het begrotingsbeleid. Dit onderwerp is van groeiend belang vanwege het feit dat steeds beperktere middelen op een zo effectief en efficiënt mogelijke manier moeten worden ingezet. De vergrijzing zal immers een steeds groter beslag op publieke middelen gaan leggen in de nabije toekomst. Daarnaast is het opzetten van groeiondersteunende belastingsystemen van belang in een economie waarin sprake is van toenemende wereldwijde concurrentie. In het kader van het Stabiliteits- en Groeipact en de implementatie van de Lissabonstrategie voor Groei en Werkgelegenheid kunnen elementen in het kader van de kwaliteit van de overheidsfinanciën worden meegenomen.
Binnen dit onderwerp heeft de Raad in het afgelopen jaar aandacht besteed aan drie elementen:
• nationale begrotingsregels en instituties
• de efficiëntie van publieke uitgaven
• de inkomstenkant
Uitbreiding van het eurogebied
Tijdens het Duitse voorzitterschap hebben Cyprus en Malta verzoeken ingediend voor de opstelling van convergentierapporten door de Commissie en de Europese Centrale Bank. De Commissie heeft geconcludeerd dat Cyprus en Malta (na de beëindiging van de buitensporig tekortprocedure) aan alle convergentie-criteria voldoen en heeft dan ook een voorstel tot intrekking van de derogatie voor Cyprus en Malta ingediend. Na advies van het Europees Parlement en bespreking door de regeringsleiders hebben de lidstaten met dit voorstel ingestemd. Cyprus en Malta zullen in januari 2008 overgaan tot het invoeren van de euro.
Hoewel de Europese Rekenkamer positief was over de Europese begroting en vooruitgang constateerde, was zij voor de twaalfde maal niet in staat een positieve rechtmatigheidsverklaring af te geven. De Raad geeft op basis van het rapport van de Europese Rekenkamer een decharge-advies aan het Europees Parlement. Nederland heeft ingestemd met een positief decharge-advies over de Europese begroting 2006. Belangrijke reden hiervoor is het feit dat de vooruitzichten in Europa geleidelijk aan het verbeteren zijn. Nederland heeft wel aangedrongen op verdere verbeteringen in het financieel beheer.
Daarnaast zijn er vorderingen gemaakt met de uitvoering van het actieplan van de Commissie voor het geïntegreerd controlekader. Hoewel de Europese Commissie verantwoordelijk is voor het budgetbeheer, wordt bijna 80% van de Gemeenschapsuitgaven beheerd in samenwerking met de lidstaten. De Commissie moet daarom haar verantwoordelijkheid nemen, maar ook de lidstaten. Een systeem van Nationale Verklaringen of declaraties moet garanderen dat alle lidstaten over adequate controlesystemen beschikken om de besteding van Gemeenschapsgelden op hun grondgebied te kunnen verantwoorden. Nederland heeft inmiddels op 7 mei 2007 de eerste Nationale Verklaring voor de landbouwgelden aan de Commissie overhandigd. Naast Nederland en Denemarken hebben nu ook het Verenigd Koninkrijk en Zweden aangekondigd een verklaring af te gaan geven over de staat van het financieel beheer. In andere landen worden initiatieven serieus overwogen.
In 2006 zijn de onderhandelingen over het nieuwe financieel reglement afgesloten. Naast algehele verbetering van het begrotingsbeheer bevat het financieel reglement verbeteringen op het gebied van financieel beheer en verantwoording. Een kernonderdeel hiervan betreft de nieuwe verplichting voor lidstaten om jaarlijks een overzicht («annual summary») van controlebevindingen aan te leveren. De Commissie doet momenteel voorstellen om dit jaarlijkse controle-overzicht meer gewicht te geven.Daarbij wordt beoogd tot een zekere mate van analyse en aggregatie van controle-informatie te komen, zodat er niet slechts sprake is van een spreekwoordelijk nietje door een berg verantwoordingsinformatie over de besteding van Europese fondsen in gedeeld beheer. Nederland steunt dit streven van de Commissie. Voor Nederland zal deze verplichting afgedekt worden met de verantwoordingsinformatie vanuit de Nationale Verklaring.
In de tweede helft van 2006 heeft de Ecofin Raad de nieuwe externe leenmandaten van de Europese Investerings Bank (EIB) besproken en vastgesteld. De vorige leenmandaten liepen van 31 januari 2000 tot 31 januari 2007. Nadat een akkoord was bereikt over de Financiële Perspectieven, dienden ook de EIB externe leenmandaten te worden vernieuwd voor de periode 2007–2013. De externe leenmandaten zijn de leningen die de EIB buiten de EU verstrekt.
De discussie in de Raad concentreerde zich op het totale plafond en de regionale verdeling. In november 2006 werd een akkoord bereikt over een totaal plafond van 27,8 miljard euro. Hiervan wordt 25,8 miljard euro op 31 januari vrijgegeven. De overige 2 miljard euro is afhankelijk gesteld van de uitkomsten van een tussentijdse evaluatie in 2010. Bij deze evaluatie zal – mede op aandringen van Nederland – sterk worden getoetst op de toegevoegde waarde van de EIB ten opzichte van de kapitaalmarkt en ten opzichte van andere Internationale Financiële Instellingen.
Over de regionale verdeling werd het volgende afgesproken (uitgaande van 25,8 miljard euro):
| Pre-accessie landen: | 8,7 miljard euro |
| Europese buur- en partnerschap landen: | 12,4 miljard euro |
| Azië: | 1 miljard euro |
| Latijns Amerika: | 2,8 miljard euro |
| Zuid-Afrika: | 0,9 miljard euro |
Parallel aan de EIB externe leenmandaten besprak de Ecofin Raad de evaluatie die de Europese Commissie in samenwerking met de EIB uitvoerde over de «Facility for Euro-Mediterranean Investment and Partnership» (FEMIP). FEMIP is in 2002 door de EIB opgericht als een speciale faciliteit voor de EIB-activiteiten in de mediterrane buur- en partnerschapslanden. FEMIP wordt voornamelijk gefinancierd uit het externe leenmandaat van de EIB voor de buur- en partnerschaplanden. De evaluatie van de Commissie concludeerde dat FEMIP succesvol heeft bijgedragen aan de economische ontwikkeling in de mediterrane landen, maar dat een aantal verbeteringen raadzaam zijn om de effectiviteit van FEMIP verder te versterken, met name de stimulering van de private sector.
In september 2006 nam het IMF een hervormingspakket aan over de stemrechten van de IMF lidstaten («quota en voice»). Dit pakket voorziet uiterlijk in het voorjaar van 2008 in een nieuwe quota formule (een formule op basis waarvan de stemrechten worden vastgesteld) en in daadwerkelijke veranderingen in de stemrechten op basis van deze nieuwe formule uiterlijk in het najaar van 2008. Hierover vinden reguliere discussies plaats binnen de Raad. In de aanloop naar de IMF Voorjaarsvergadering in april 2007 is een gezamenlijke EU positie opgesteld, die onder andere pleit voor een simpele en transparante nieuwe formule, die is gebaseerd op gezonde economische principes en die daarnaast de relatieve posities van landen in de wereldeconomie beter reflecteert. Ook roept de EU op om de stem van lage-inkomenslanden te versterken.
Vermindering van administratieve lasten
De Commissie heeft een actieprogramma gepresenteerd waarin ze aangeeft hoe ze Europese administratieve lasten in kaart wil brengen en wil reduceren. De Commissie zet in op een Europese reductiedoelstelling van 25% tot 2012. Tegen die tijd moeten de plannen voor bedrijven een besparing opleveren van 150 miljard euro. Nederland heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op een zo ambitieus mogelijke Europese aanpak. Dit actieprogramma is daarvan onder andere het resultaat. Het vormt een belangrijke nieuwe stap in de ook door Nederland gewenste richting.
In het bijzonder heeft de Commissie afgelopen jaar een ambitieus vereenvoudigingsplan opgesteld om de administratieve lasten voortvloeiend uit EU-statistieken substantieel te verminderen. Dit onderwerp is vorig jaar – mede op Nederlands verzoek – op de Ecofin geagendeerd om het dossier een EU-impuls te geven. Statistiek is één van de belangrijke domeinen waar een aanzienlijke EU-vereenvoudiging niet alleen mogelijk is, maar ook gewenst. Vooral de huidige Intrastat-verordening legt aan bedrijven een groot aantal statistische verplichtingen op om het goederenvervoer tussen de lidstaten in kaart te brengen en vormt daarmee vooral voor het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) een bron van irritatie. Het voorstel van de Commissie reduceert de administratieve lasten aanzienlijk (met minimaal 50%), door – naar verwachting in 2010 – over te stappen naar een (o.a. door Nederland voorgesteld) registratiesysteem voor de buitenlandse handel.
Integratie van financiële markten
In vervolg op het Actieplan Financiële diensten (2000–2005) heeft de Commissie eind 2005 een Witboek gepubliceerd met daarin de beleidsvoornemens op het gebied van verdere integratie van de EU Interne Markt voor financiële diensten (de bancaire-, verzekerings-, pensioen-, en effectensector) tot aan 2010. Over dit Witboek heeft de Raad in 2006 een aantal conclusies aangenomen.
Begin 2007 is met het aannemen van wijzigingen van een aantal EU-richtlijnen voor genoemde financiële sectoren een belangrijke stap gezet naar verruiming van de mogelijkheden voor meer grensoverschrijdende fusies en overnames van Europese financiële instellingen. Eveneens bereikte de Raad in maart 2007 consensus over een politieke oriëntatie over de richtlijn betaaldiensten in de Interne Markt.
Het Finse en het Duitse voorzitterschap hebben forse vooruitgang geboekt op het terrein van het BTW-pakket. Het technische werk aan de richtlijnvoorstellen inzake de plaats van diensten en de BTW-teruggaaf («achtste richtlijn») is – mede dankzij een forse Finse inzet – onder het Duitse voorzitterschap vrijwel afgesloten. Voorts heeft de Ecofin Raad prioriteit gegeven aan de bestrijding van (carrousel)fraude in de BTW. Studies zijn gestart naar zowel conventionele als naar meer verdergaande maatregelen, zoals de invoering van een verleggingsregeling. Voorts zijn voorstellen over de reizigersvrijstelling, alcoholaccijns, dieselaccijns en autobelastingen besproken.
De Commissie heeft inmiddels tweemaal verslag uitgebracht aan de Raad over de voortgang van het werk op het terrein van de totstandbrenging van een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting (in juni 2006, respectievelijk in juni 2007). De Commissie is voornemens om in 2008 met voorstellen hiervoor te komen. De Raad heeft onder Duits voorzitterschap wel vooruitgang geboekt op het terrein van het zogenoemde coördinatie-initiatief. Dit initiatief heeft tot doel de zevenentwintig verschillende stelsels van de lidstaten op het vlak van de directe belastingen beter op elkaar af te stemmen met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. De noodzaak van betere afstemming wordt door alle lidstaten onderschreven.
Implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact en begrotingsmonitoring
Het vasthouden aan de begrotingsconsolidatie uit 2005 en 2006 is van belang, omdat dan op korte termijn de Europese middellange termijn-(begrotings)doelen worden behaald. Voor Nederland is dit Europese middellange termijn-doel een structureel tekort van – 0,5 tot – 1,0% BBP. Nederland heeft dit doel bereikt. Door deze begrotingsdoelen te realiseren wordt niet alleen ruimte gecreëerd om de automatische stabilisatoren volop te laten werken in tijden dat het economisch slechter gaat, maar wordt ook de schuldquote (verder) gereduceerd. Dit laatste is met name van belang met het oog op de verwachte stijging van de overheidsuitgaven als gevolg van de vergrijzing. Naar verwachting zal de Commissie aan het einde van 2007 rapporteren over de voortgang met betrekking tot meeneming van vergrijzinglasten bij de bepaling van de middellange termijn-doelstellingen van de lidstaten1.
De focus zal in het komende jaar liggen op de tijdige en consistente implementatie van de richtlijnen uit het Actieplan Financiële diensten (2000–2005). De wenselijkheid van regelgeving op Europees niveau is evident. Het vormgeven van een EU-geïntegreerde markt voor financiële dienstverlening is in het belang van de consument en van sterke financiële instellingen. In verband met het creëren van een «level playing field» (gelijk speelveld) dient de benodigde wet- en regelgeving op EU-niveau te worden vastgesteld. Dit «level playing field » moet verder worden bewaakt door uniforme toepassing van deze EU-regels door de Europese financiële toezichthouders («supervisory convergence»).
Hiermee samenhangend is een discussie gestart over eventueel noodzakelijke aanpassingen van het huidige – nog veelal nationaal georganiseerde – financiële toezichtssysteem, om adequaat in te kunnen (blijven) spelen op de zich snel voltrekkende veranderingen op de financiële markten, zowel binnen de EU als mondiaal. Andere belangrijke nieuwe initiatieven die in EU-kader inmiddels volop in onderhandeling zijn betreffen onder andere: nieuwe solvabiliteitsvereisten voor verzekeraars (Solvency 2), een nieuw wettelijk kader voor betaaldiensten (SEPA) en nieuwe regels voor effectenafwikkelsystemen («clearing and settlement»). Ook de in de afgelopen jaren in intensiteit toegenomen activiteiten van hedgefunds en private equity ondernemingen worden op Europees niveau in kaart gebracht.
Tenslotte zal in de komende jaren veel aandacht worden besteed aan verhoging van het kennisniveau van (aspirant) consumenten van financiële diensten. Beter inzicht in de voor- en nadelen van financiële producten zal er in positieve zin toe bijdragen dat consumenten een betere keuze kunnen maken uit het in omvang en complexiteit steeds groter wordende aanbod van financiële producten.
In het komend jaar zal prioriteit worden gegeven aan de fraudebestrijding in de BTW. Ook zullen volgende voorzitterschappen het voorstel voor een «one stop shop» in de BTW moeten afronden. Verder wordt gewerkt aan bestaande en nieuwe voorstellen voor fiscale instrumenten ten behoeve van milieubeleid, zoals de autobelastingen, de dieselaccijns en de energiebelasting. Ook de technische werkzaamheden op het terrein van een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting (met name naar de vorm waarin een en ander zou kunnen worden gegoten) zullen worden voortgezet. Tenslotte zal worden nagegaan op welke specifieke gebieden er behoefte kan zijn aan meer coördinatie.
De behandeling van de EU-begroting 2008 verloopt als volgt:
• eerste lezing van het Voorontwerp van de Begroting (VOB) en vaststelling Ontwerpbegroting 2008 tijdens de Ecofin Raad (begroting) van 13 juli 2007;
• eerste lezing Ontwerpbegroting door het Europees Parlement in plenaire zitting in oktober 2007;
• tweede lezing van de ontwerpbegroting zoals geamendeerd door het Europees Parlement op 23 november 2007;
• tweede lezing van de Ontwerpbegroting en vaststelling Begroting 2008 door het Europees Parlement in december 2007. Dit geldt echter niet voor de zogenaamde verplichte uitgaven, zoals de landbouwuitgaven, waar de Raad het laatste woord heeft.
In 2008 verloopt de voorbereiding voor de begroting 2009 in principe langs dezelfde lijnen.
Op 13 juli kwam de Raad (begroting) bijeen ter bespreking van de ontwerpbegroting voor 2008. Voorafgaand aan de eerste lezing van de begroting door de Raad is traditiegetrouw een delegatie van de Begrotingscommissie van het Europees Parlement ontvangen. Deze conciliatiebijeenkomst is bedoeld om mogelijke geschilpunten tussen Raad en Europees Parlement op te lossen.
Conciliatie met het Europees Parlement
De inhoudelijke discussie over de begroting 2008 beperkte zich vooral tot het uitwisselen van wederzijdse standpunten, bijvoorbeeld over het externe beleid, waaronder de middelen voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB), de middelen voor Kosovo en voor de Palestijnse gebieden, de agentschappen, de administratieve uitgaven en de betalingskredieten. Er werd, conform verwachting, nog geen akkoord bereikt op onderdelen van de begroting.
Wel werd constructief samengewerkt om te zien of Raad en Europees Parlement het eens zouden kunnen worden over een aantal verklaringen, hetgeen concreet uitmondde in overeenstemming over een vijftal verklaringen: (i) oproep tot snellere aanname en monitoring van structuur- en cohesiefondsen als ook plattelandsontwikkelings-programma’s, (ii) invulling Commissieposten voor nieuwe lidstaten, (iii) meer transparantie bij de zogenaamde «toegewezen ontvangsten» (earmarked revenue), (iv) oproep aan de gedecentraliseerde agentschappen om tot een efficiëntere inzet en betere verantwoording van hun middelen te komen en (v) met betrekking tot uitvoerende agentschappen werden Raad en EP het erover eens dat oprichting van nieuwe agentschappen alleen moet gebeuren als er een gedegen financiële onderbouwing is, die ook duidelijk maakt dat de administratieve uitgaven voor het betreffende programma niet onnodig toenemen.
Nederland is vooral ingenomen met de verklaringen over de agentschappen en de toegewezen ontvangsten.
Eerste lezing door de Raad van het VOB 2008 en vaststelling van de ontwerpbegroting 2008
De Raad heeft in eerste lezing met gekwalificeerde meerderheid de ontwerpbegroting voor 2008 vastgesteld. De ontwerpbegroting 2008 wordt nu aangeboden aan het Europees Parlement voor eerste lezing. De tweede lezing van de begroting 2008 door de Raad zal op 23 november 2007 plaatsvinden.
Op totaalniveau zijn de resultaten van het bereikte compromis dat er voor 2008 128,4 miljard euro aan vastleggingskredieten beschikbaar is (1,44% stijging ten opzichte van 2007; de Commissie stelde een stijging voor van 2,0%). De betalingskredieten bedragen in het compromisvoorstel 119,4 miljard euro. Dit is een stijging van 3,39% ten opzichte van 2006 in plaats van de door de Commissie voorgestelde 5,3%. De totale marges onder de Financiële Perspectieven voor 2007 zijn hiermee 3,9 miljard euro aan vastleggingskredieten en 10,3 miljard euro aan betalingskredieten. Het totaal aan betalingskredieten komt overeen met 0,95 procent van het EU-BNI.
Een ruime gekwalificeerde meerderheid van de Raad, inclusief Nederland, kon zich vinden in de voorgestelde ontwerpbegroting 2008. Wat Nederland betreft had het niveau van betalingen nog wel wat lager gekund, mede gezien de nu al geconstateerde onderbesteding in 2007. Maar de totale door de Raad doorgevoerde korting (ruim 2,1 miljard euro ten opzichte van het VOB) was voor Nederland voldoende om het pakket te steunen. De hogere marge bij Categorie 1a (concurrentievermogen), als ook het alvast inschrijven van extra middelen voor Kosovo en de Palestijnse gebieden, werden expliciet door Nederland gesteund. Wel heeft Nederland samen met een aantal andere lidstaten (Zweden, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Slowakije, Tsjechië) aandacht gevraagd voor de administratieve uitgaven. Hoewel de Raad in eerste lezing een ruime korting op deze uitgaven doorvoert, zou een grondiger analyse van de Commissie-uitgaven wenselijk zijn, mede in het licht van dergelijke exercities die op nationaal niveau uitgevoerd worden.
In december 2005 werd tijdens de Europese Raad een akkoord bereikt over de Financiële Perspectieven voor de periode 2007–2013. In het voorjaar van 2006 werden na onderhandelingen met het Europees Parlement en de Commissie de uitgavenplafonds vastgelegd in een nieuw Inter-Institutioneel Akkoord (IIA) over de begrotingsdiscipline en goed financieel beheer. Hiermee zijn de begrotingskaders voor de jaren 2007–2013 vastgesteld.
Als laatste onderdeel van het akkoord in december 2005 is voor de inkomstenkant onder Duits voorzitterschap (formeel op 6 juni 2007) overeenstemming bereikt over de aanpassing van het Eigen Middelenbesluit. Voordat het nieuwe Eigen Middelen besluit in werking zal treden moet het nog door alle nationale parlementen worden geratificeerd. Voor Nederland betekent dit dat de door Nederland bedongen korting van 1 miljard euro per jaar pas vanaf 2009 in werking zal treden. Wel zal deze korting, zodra het Eigen Middelen besluit van kracht wordt, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 worden verrekend.
De Nederlandse nettopositie is het saldo van de Nederlandse bijdragen en de Nederlandse ontvangsten.
Ieder jaar rapporteert de Commissie in september over haar beleidsuitgaven in de lidstaten in het voorgaande begrotingsjaar. Gegevens over beleidsuitgaven van de Commissie in het jaar 2006 komen dus pas beschikbaar in september 2007 en gaan het parlement separaat toe, zodra beschikbaar.
Zoals verwacht is in 2005 de nettopositie verslechterd ten opzichte van 2004. De Nederlandse nettopositie komt in de boekhoudkundige definitie uit op – 0,76% BNI in 2005 ten opzichte van – 0,64% BNI in 2004. In de definitie die de Commissie hanteert verslechtert de Nederlandse nettopositie van – 0,42% BNI in 2004 naar – 0,52% BNI in 2005.
De Nederlandse ontvangsten zijn ten opzichte van 2004 ongeveer gelijk gebleven. Het aandeel van Nederland in de ontvangsten uit de Unie daalt licht, van 2,3% naar 2,18%. De uitputting bij de structuurfondsen verloopt beter, maar landbouwontvangsten en ontvangsten uit het interne beleid – waaronder uit onderzoek – dalen. Wat landbouwontvangsten betreft was dit gezien de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (waaronder zuivel) verwachtbaar.
Bij intern beleid was Nederland in 2005 nettobetaler. De aard van die uitgaven is zodanig, dat er van jaar tot jaar wel vaker grote schommelingen te zien zijn. Bij onderzoek is sprake van een daling, zowel absoluut (255 miljoen euro in 2004 naar 228 miljoen euro in 2005) als relatief (van 7,3% naar 6,1%). De absolute daling is het gevolg van het aflopen van het Vijfde Kaderprogramma, terwijl het Zesde Kaderprogramma al gestart is. Over het geheel genomen is de Nederlandse participatie in het Kaderprogramma traditioneel sterk.
De stijging bij de afdrachten is niet alleen het gevolg van hogere EU-uitgaven in 2005, maar vooral ook door een nabetaling die Nederland in 2005 heeft gedaan. Deze nabetaling volgt uit een opwaartse bijstelling door het CBS van het Nederlandse Bruto Nationaal Inkomen (BNI) in de jaren vóór 2005 (2001–2004, met terugwerkende kracht). Deze nabetaling kostte Nederland 580 miljoen euro in 2005 (ongeveer 0,11% BNI). Hierdoor stijgt het Nederlandse aandeel in het BNI-middel in 2005 flink (5,15% in 2005, tegen 4,61% in 2004). De BNI-aanpassing – en de gevolgen daarvan voor de EU-afdrachten – is overigens geen nieuw feit en werd vorig jaar reeds gemeld in de BZ-begroting, de Staat van de Unie en het verslag van de Ecofin Raad (begroting) van 24 november 2005.
Als bekend was de ontstane excessieve nettopositie van Nederland in de vorige periode van de financiële perspectieven (2001–2006) aanleiding om bij de onderhandelingen over de daaropvolgende periode krachtig te pleiten voor correctie van deze situatie. Bij de afronding van die onderhandelingen is Nederland daarin geslaagd; als gevolg van de afspraken van december 2005 zal de Nederlandse nettopositie in de periode 2007–2013 aanzienlijk verbeteren. Na ratificatie van het Eigen Middelen besluit in alle lidstaten zal de aan Nederland toegekende korting van 1 miljard euro voor ieder jaar van die periode met terugwerkende kracht in werking treden. Met deze kortingen zal Nederland niet langer een excessieve betaler zijn en zal zich bevinden in een groep vergelijkbare lidstaten. Een en ander betekent dat de verbetering van de Nederlandse nettopositie in de cijfers van 2007 en 2008 nog nìet zichtbaar zal zijn, maar wèl in de cijfers van 2009. Die cijfers zullen dus incidenteel een stuk positiever zijn.
Voor tabellen zie achterin deze Bijlage
4. RAAD JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
| Vergaderdata: | |
| 17–18 september 2007 | JBZ-Raad in Brussel |
| 1–2 oktober 2007 | Informele JBZ-Raad in Lissabon |
| 8–9 november 2007 | JBZ-Raad in Brussel |
| 6–7 december 2007 | JBZ-Raad in Brussel |
| 25–26 januari 2008 | Informele JBZ-Raad |
| 28–29 februari 2008 | JBZ-Raad in Brussel |
| 17–18 april 2008 | JBZ-Raad in Luxemburg |
| 5–6 juni 2008 | JBZ-Raad in Luxemburg |
Tussenbalans «Haags Programma»
Het Finse voorzitterschap stond in het teken van de zogeheten Tussenbalans van het in 2004 tot stand gekomen «Haags Programma». In juli 2006 bracht de Commissie ter voorbereiding op deze Tussenbalans vier mededelingen uit. De Commissie bespreekt hierin de implementatie van het «Haags Programma» voor het jaar 2005, versterking van de evaluatie van EU-beleid inzake vrijheid, veiligheid en recht, haar plannen voor nieuwe beleidsinitiatieven en haar plannen voor verbetering van de besluitvorming op JBZ-terrein. Verder stelt de Commissie voor de rechtsmacht van het Hof van Justitie uit te breiden op het terrein van visa, asiel, immigratie en civielrecht (titel IV EG-verdrag). De discussies hierover hebben een beperkt resultaat opgeleverd.
In december 2006 nam de JBZ-Raad Raadsconclusies aan over de Tussenbalans «Haags Programma». Daarin wordt vastgesteld dat de effectiviteit van de besluitvorming op JBZ-terrein te wensen overlaat. De Raad committeerde zich in dezelfde Raadsconclusies om de in het «Haags Programma» gestelde doelen binnen de gestelde termijnen te behalen, met bijzondere aandacht voor de volgende onderwerpen: wederzijdse erkenning, migratie, politiesamenwerking, terrorismebestrijding en georganiseerde criminaliteit, JBZ-extern en Schengen-uitbreiding. Verder wordt het belang onderschreven van een beter evaluatie-mechanisme en wordt het belang van tijdige en volledige implementatie door de lidstaten expliciet onderstreept.
Evenals het afgelopen jaar gaven de schrijnende beelden van de migranten die trachtten vanuit Afrika de EU te bereiken aanleiding om de situatie met betrekking tot migratie in de Middellandse Zee regio in EU-kader te bespreken. Zowel tijdens het Finse als tijdens het Duitse voorzitterschap was er dan ook veel politieke aandacht voor migratie.
Uitwerking van de externe dimensie van asiel en migratie: versterken van de partnerschappen met landen en regio’s van herkomst en van doorreis, alsook het terugkeerbeleid en de terug- en overname-overeenkomsten
In de externe betrekkingen op het gebied van migratie stond vooral de uitwerking van de «Global approach» van migratie, gericht op een alomvattende aanpak van het migratievraagstuk met betrekking tot de landen aan de Middellandse Zee en in Afrika, centraal. Zo zijn tijdens respectievelijk de ministeriële conferentie in Rabat met de Noord- en West-Afrikaanse landen en de EU-Afrika conferentie over migratie en ontwikkeling in Tripoli verklaringen aangenomen, waarin afspraken zijn gemaakt over betere samenwerking op het terrein van migratie en ontwikkeling, legale- en illegale migratie. Daarnaast is migratie onder meer ook in de EU Strategie voor Afrika-migratie, het Euromed Vijfjaren Werkplan en in het werkplan voor Policy Coherency for Development opgenomen.
Zowel de Raad als de Europese Raad hebben conclusies aangenomen over het belang van betere samenwerking tussen de EU-lidstaten en tussen de EU en de landen van herkomst en transit. Daarbij werd niet alleen gewezen op de noodzaak tot betere samenwerking bij grensbewaking en het belang van onderlinge solidariteit, maar vooral ook op het belang van samenwerking met de landen van herkomst. Niet alleen in verband met terugkeer van illegalen, maar ook – onder andere – bij het helpen aanpakken van de achterliggende oorzaken van migratie. De Europese Raad heeft daarnaast opgeroepen tot uitbreiding van de «Global Approach» naar de Oostelijke en Zuidoostelijke buurlanden van de EU en heeft de Commissie verzocht voorstellen uit te werken voor betere organisatie van legale vormen van migratie en voor betere voorlichting aan landen van herkomst over mogelijke legale vormen van migratie.
De Commissie heeft daarop in juni een mededeling gepresenteerd over de uitbreiding van de «Global Approach» naar de Oostelijke en Zuidoostelijke buurlanden van de EU. In deze mededeling suggereert de Commissie mogelijkheden om de dialoog over migratie met de buurlanden ten oosten van de Unie te verbeteren. Daarnaast presenteerde de Commissie een mededeling over «circulaire migratie en mobiliteitspartnerschappen». De mededeling is in vrij algemene termen geformuleerd en vooral kaderscheppend. Doelstelling is het tegengaan van illegale migratie en het bevorderen van circulaire migratie. Dit laatste met het doel tegemoet te komen aan de arbeidsmarktbehoefte van individuele EU-lidstaten, de potentiële positieve effecten van migratie op ontwikkeling te stimuleren en te voldoen aan de wensen van landen van herkomst met betrekking tot de uitwisseling van kennis en vaardigheden en het verzachten van de effecten van «brain drain». Uitgangspunt daarbij is dat rekening wordt gehouden met eventuele arbeidstekorten in EU-lidstaten en voorrang van EU-arbeidsaanbod. De Raad heeft beide mededelingen verwelkomd en heeft de Commissie verzocht in samenspraak met de lidstaten de begrippen «circulaire migratie» en «mobiliteitspartnerschappen» verder uit te werken.
Ter versterking van de dialoog en samenwerking met Afrikaanse landen van herkomst en transit, zoals gevraagd door de Raad en de Europese Raad, heeft de Commissie verschillende initiatieven uitgewerkt, zoals: EU-missies naar herkomstlanden, «samenwerkingsplatformen» tussen de EU en individuele herkomstlanden voor het voeren van een dialoog over migratie en plannen voor een migratiecentrum in Mali. Onder Duits voorzitterschap hebben reeds twee EU-missies plaatsgevonden naar Kaapverdië en Ghana. Deze missies in het kader van artikel 8 en artikel 13 van het verdrag van Cotonou zijn gericht op verdieping van de dialoog over migratie en zouden op de lange termijn kunnen uitmonden in samenwerkingsverbanden en (mobiliteits)partnerschappen met betrokken derde landen.
In januari 2007 zijn vier pilotEU regionale beschermingsprogramma’s gestart in Oekraïne, Moldavië, Wit-Rusland en Tanzania. Deze pilots bestaan uit reguliere UNHCR-activiteiten en beogen niet alleen de vluchtelingenbescherming te versterken, maar vooral ook duurzame oplossingen te realiseren in de regio.
Ook zijn er terug- en overname-overeenkomsten tussen de EG enerzijds en Rusland en Oekraïne anderzijds, gesloten en zijn de onderhandelingen met de landen in de Westelijke Balkan succesvol afgerond door de EG. Feitelijke sluiting van deze akkoorden en inwerkingtreding zal later dit jaar plaatsvinden.
De vier fondsen ter financiering van de solidariteit tussen lidstaten op het gebied van asiel en migratie in de komende zeven jaar, namelijk het Vluchtelingenfonds, het Integratiefonds, het Terugkeerfonds en het Buitengrensfonds, zijn goedgekeurd.
Daarnaast is in oktober het Wederzijds Informatie Mechanisme (WIM) opgericht. Het WIM heeft tot doel lidstaten wederzijds te informeren over maatregelen op het gebied van asiel en migratie. Dit past binnen het kader van de meer intensieve praktische samenwerking waartoe in het «Haags Programma» was besloten. Een betere coördinatie van nationale beleidsmaatregelen werd vanwege de mogelijke grensoverschrijdende impact van het vreemdelingenbeleid in de EU van groot belang geacht. Daarom is afgesproken het informatiemechanisme aan te vullen met «nationale maatregelen betreffende asiel en immigratie, die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor diverse lidstaten of voor de EU als geheel».
Beheersing van migratiestromen: grenscontroles, bestrijding illegale migratie, biometrische gegevens en informatiesystemen
In het kader van de bestrijding van illegale immigratie hebben het Finse en het Duitse voorzitterschap veel aandacht besteed aan de verbetering van het beheer van de buitengrenzen, waarbij met name aandacht uitging naar de zuidelijke zeegrenzen. De Commissie heeft hierover een mededeling gepubliceerd en de Raad heeft hierover richtsnoeren opgesteld. Daarnaast heeft Frontex, het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, meer financiële en personele armslag gekregen en heeft de Raad besluiten genomen over: het «poolen» van personeel voor de zogenaamde snelle grensinterventieteams; het opzetten van een Europees patrouillenetwerk, waarin schaarse middelen gezamenlijk worden ingezet voor patrouilles in de Middellandse Zee; een Europees surveillancesysteem en over het bijdragen van technisch materieel voor een algemene «toolbox», waarop lidstaten een beroep kunnen doen voor dergelijke acties.
Tijdens het Duitse voorzitterschap zijn de onderhandelingen over het Visum Informatie Systeem (VIS) afgerond, waarmee uitwisseling van data inzake visa voor kort verblijf tussen de lidstaten wordt geregeld. Daarnaast heeft het VIS onder meer tot doel de beoordeling van visumaanvragen te faciliteren, waaronder de opslag van biometrische gegevens van de aanvragers, het verbeteren van grenscontroles aan de buitengrenzen, assistentie bij de beoordeling van de vraag welke EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de beoordeling van asielaanvragen en bestrijding van fraude en mogelijk misbruik van de visumprocedures.
Gemeenschappelijk Europees asielstelsel
Het komende jaar zal veel aandacht worden besteed aan de tweede fase van het opzetten van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel. In de eerste helft van 2007 heeft de Commissie de eerste stappen gezet voor de totstandkoming van deze tweede fase. Er is een evaluatie gepubliceerd van twee eerste fase maatregelen op het gebied van het asielbeleid, te weten een maatregel over de werking van het zogenaamde Dublin-systeem (waarbij wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een bepaalde asielaanvraag) en een maatregel over de Eurodac-verordening (met betrekking tot het vergelijken van vingerafdrukken ten behoeve van toepassing van de «Dublin-overeenkomst»). Tegelijkertijd heeft de Commissie een Groenboek gepresenteerd over de toekomst van het Gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Ook is er een voorstel voor een richtlijn gepresenteerd die dient tot wijziging van richtlijn 2003/109/EG inzake de status van langdurig ingezetenen, teneinde de werkingssfeer uit te breiden tot personen die internationale bescherming genieten.
Tijdens het Portugese voorzitterschap zal allereerst de evaluatie van de eerste fase van het asielbeleid worden besproken. Vervolgens zal gesproken worden over vormgeving van de tweede fase op basis van voorstellen van de Commissie. De Commissie heeft toegezegd voor het einde van het Portugese voorzitterschap een samenvatting te zullen publiceren van de antwoorden die de lidstaten hebben gegeven op de vragen in het Groenboek over de toekomst van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel. De Commissie streeft ernaar om vervolgens voor het einde van het Sloveense voorzitterschap op basis van deze antwoorden en de lessen die zijn getrokken uit de evaluatie van de eerste fase voorstellen te formuleren voor de tweede fase van het Gemeenschappelijk asielbeleid. In het «Haags Programma» is afgesproken dat er uiterlijk in 2010 een Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid tot stand is gebracht.
Op het gebied van legale migratie en bestrijding van illegale tewerkstelling zal een aantal onderwerpen op de agenda staan. Ter uitvoering van het «Haags Programma» en het Beleidsplan legale migratie van 21 december 2005 zullen namelijk op 12 september 2007 een algemene kaderrichtlijn inzake de rechten van arbeidsmigranten en een richtlijn voor toegang en verblijf van hooggeschoolde arbeidskrachten worden gepresenteerd. Daarover zal in Raadskader worden onderhandeld. Het voorstel van Commissie voor een richtlijn over het sanctioneren van werkgevers voor de tewerkstelling van illegaal verblijvende derdelanders van 16 mei 2007 zal tijdens het Portugese voorzitterschap worden behandeld.
Ook is er aan een uniform model voor een verblijfstitel voor onderdanen van derde landen gewerkt, waarin nieuwe veiligheidskenmerken (ter bescherming tegen namaak en vervalsing) en biometrische identificatiemiddelen worden vastgelegd. Dit zal onder het Portugese voorzitterschap worden afgerond.
Op het gebied van de externe dimensie van asiel en migratie zal de aandacht uitgaan naar het uitwerken van de begrippen «circulaire migratie», mobiliteits-partnerschappen», de versterking van de dialoog met onder andere Afrikaanse landen van herkomst en de migratiedialoog in Euromed.
Op 2 juli jl. heeft het EOF-Comité het projectvoorstel voor een migratiecentrum in Mali goedgekeurd. Het centrum heeft tot doel de migratiestromen beter te reguleren en meer informatie te geven over de mogelijkheden van migratie in Mali, regionaal West-Afrika en de EU. Informatievoorziening over de risico’s van illegale migratie vormt een belangrijk onderdeel van de taken van het centrum. Andere belangrijke taken van het centrum betreffen reïntegratie van terugkeerders en het betrekken van de diaspora (migranten die een permanent verblijf hebben gevonden buiten hun herkomstland) bij de ontwikkeling van Mali. De Commissie onderschrijft met haar projectvoorstel het Nederlandse standpunt dat voorkomen moet worden dat valse verwachtingen worden gewekt over mogelijke toelating van arbeidsmigranten tot de EU.
Bij grensbeheer zal het Portugese voorzitterschap vooral aandacht besteden aan de praktische en technische kant van grensbeheer en inzetten op betere samenwerking van de lidstaten op dit gebied. Voor de toetreding van de in 2004 tot de Unie toegetreden lidstaten tot Schengen werd in december 2006 door de Raad een routekaart opgesteld. De binnengrenzen gaan vanaf 31 december 2007 open, indien de toetreders aan alle Schengen-voorwaarden voldoen. Zij worden daartoe tijdelijk aangesloten op het huidige Schengen Informatie Systeem (SISone4ALL) . In december 2006 werd ook afgesproken dat de inwerkingtreding van het nieuwe Schengen Informatie Systeem (SIS II) – essentieel voor de interne veiligheid in de EU – uiterlijk in december 2008 zal plaatsvinden.
Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken
De Europese politiële en justitiële samenwerking in strafzaken stond ook het afgelopen jaar in het teken van de uitvoering van het «Haags Programma ter versterking van vrijheid, veiligheid en recht» en het bijbehorende Actieplan. Onder het Finse, maar vooral onder het Duitse voorzitterschap kon goede voortgang worden geboekt.
Op de JBZ-Raad van 12 en 13 juni 2007 werd besloten tot de omzetting in EU-recht van een aantal kernbepalingen van het Verdrag van Prüm. Dit verdrag kwam in 2005 tot stand tussen Duitsland, de Benelux, Frankrijk, Oostenrijk en Spanje en beoogt de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen handhavingsautoriteiten te intensiveren. Door omzetting van een aantal kernbepalingen van het verdrag in EU-recht wordt de informatie-uitwisseling tussen handhavingsautoriteiten in de EU (met betrekking tot DNA-profielen, vingerafdrukken en kentekens) versneld en vereenvoudigd. De doelstelling van het «Haags Programma» om vanaf 1 januari 2008 de informatie-uitwisseling in de Unie te baseren op het zogeheten beschikbaarheidsbeginsel, komt hierdoor dichterbij. Dit beginsel houdt in dat het voor rechtshandhavingsdiensten in de hele EU mogelijk is de informatie te verkrijgen die in een andere lidstaat beschikbaar is.
De onderhandelingen over een ontwerp-kaderbesluit over de uitwisseling van informatie uit strafregisters zijn afgerond met een politiek akkoord. Het ontwerp-kaderbesluit beoogt de uitwisseling van informatie uit strafregisters tussen EU-lidstaten te verbeteren, alsmede de informatie-uitwisseling over beroepsverboden voor personen die zijn veroordeeld voor seksueel misbruik van kinderen (naar aanleiding van de Fourniret-zaak uit 2004). In het nationale strafregister moeten voortaan niet alleen de veroordelingen in eigen land van de eigen onderdanen worden opgenomen, maar ook hun veroordelingen in andere EU-lidstaten.
Op de JBZ-Raad van 12-13 juni 2007 is ook het verdere traject voor de versterking en communautarisering van Europol uitgezet. Nederland – gastland van Europol – hecht groot belang aan de verdere versterking van Europol. Europol is onontbeerlijk voor de effectieve bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in Europa. Het huidige intergouvernementele Europol-verdrag stelt Europol onvoldoende in staat om in samenwerking met Eurojust een spilfunctie te vervullen bij de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende (georganiseerde) criminaliteit. Het Europol-verdrag zal daarom uiterlijk in juni 2008 worden vervangen door een Raadsbesluit. Tevens is overeengekomen dat in juni 2008 wordt besloten of Europol per 2010 uit de EG-begroting zal worden gefinancierd. Om dit mogelijk te maken moet er een oplossing gevonden worden voor een aantal openstaande knelpunten, zoals de immuniteiten en financiële consequenties.
In oktober 2006 kwam een interim-PNR-overeenkomst (overdracht van zogeheten «Passenger Name Records») tussen de EU en de VS tot stand. Deze interim-overeenkomst kwam tot stand nadat het Hof van Justitie de bestaande PNR-overeenkomst vernietigde. Het Hof oordeelde dat de overdracht van persoonsgegevens ten behoeve van terrorismebestrijding een derde pijler-aangelegenheid is (terwijl de oude overeenkomst onder de eerste pijler tot stand was gebracht). Omdat de looptijd van de interim-overeenkomst op 31 juli 2007 afliep hebben de EU en de VS vanaf februari 2007 over een nieuwe PNR-overeenkomst onderhandeld. In het EU-onderhandelingsmandaat is op Nederlands aandringen onder andere vastgelegd dat de nieuwe PNR-overeenkomst tegemoet moet komen aan de verwachtingen van EU-burgers met betrekking tot gegevensbescherming.
Nederland heeft benadrukt dat een adequate balans moet worden gevonden tussen enerzijds het belang van de overdracht van passagiersgegevens ten behoeve van de bestrijding van het internationale terrorisme en anderzijds het vereiste hierbij fundamentele rechten – in het bijzonder het recht op privacy en gegevensbescherming – in acht te nemen.
Hoewel de onderhandelingen aanvankelijk zeer moeizaam leken te verlopen, konden ze eind juni 2007 toch succesvol worden afgerond. De Europese Unie heeft er in de onderhandelingen in het bijzonder op gelet dat een adequaat niveau van gegevensbescherming zou worden gerealiseerd. De uitonderhandelde tekst komt inhoudelijk in belangrijke mate overeen met voorgaande overeenkomsten tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Op justitieel terrein kwam een aantal kaderbesluiten tot stand. Het kaderbesluit «rekening houden met eerdere veroordelingen» regelt dat lidstaten verplicht zijn voorzieningen te treffen dat bij de strafbepaling rekening wordt gehouden met eerdere buitenlandse veroordelingen, op dezelfde manier als met nationale veroordelingen.
Het kaderbesluit «overbrenging gevonniste personen» moet ertoe leiden dat meer gedetineerden hun straf in eigen land uitzitten. Dit draagt naar verwachting bij aan hun resocialisatie. Voor Nederland zal het kaderbesluit leiden tot een toename van het aantal gedetineerden in Nederlandse gevangenissen. Opdat Nederland zich hierop goed kan voorbereiden, drong Nederland – met succes – aan op een betrekkelijk lange implementatietermijn voor het kaderbesluit. Polen bedong een uitzonderingspositie.
Het Duitse voorzitterschap slaagde erin de onderhandelingen over het kaderbesluit racismebestrijding – die al sinds 2001 liepen – vlot te trekken. De totstandkoming van dit kaderbesluit, dat de lidstaten verplicht om racistische en xenofobe gedragingen strafbaar te stellen met minimale maximum-gevangenisstraffen tussen 1 en 3 jaar, is een belangrijk politiek signaal dat de lidstaten van de Europese Unie gezamenlijk de strijd aanbinden tegen racisme en xenofobie.
Nog steeds kon geen overeenstemming worden gevonden over het ontwerp-kaderbesluit inzake procedurele rechten in strafzaken. Vanuit de gedachte dat een zekere (minimum-)harmonisatie van het strafprocesrecht het wederzijds vertrouwen, dat nodig is voor een effectieve samenwerking tussen de lidstaten, kan versterken, wordt al geruime tijd (sinds 2004) onderhandeld over dit ontwerp-kaderbesluit. Het ontwerp-kaderbesluit moet enige procedurele rechten voor de verdachte in het strafproces waarborgen. Het gaat om het recht op (gefinancierde) rechtsbijstand, vertolking en vertaling en het recht om over procedurele rechten te worden geïnformeerd. De onderhandelingen verlopen zeer moeizaam, omdat een aantal lidstaten grote moeite heeft met onderlinge aanpassing van strafprocesrecht op Europees niveau. Deze lidstaten willen dat de Raad door middel van een resolutie het politieke signaal afgeeft dat lidstaten de naleving van fundamentele rechten van individuen zullen verzekeren.
De onderhandelingen zijn nog gaande over een ontwerp-kaderbesluit gegevensbescherming bij politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Het voorstel bevat algemene regels over rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens, bepalingen over de verdere verwerking van gegevens die van andere lidstaten zijn verkregen en bepalingen over rechtsbescherming. Totstandkoming van dit voorstel is van groot belang, mede in verband met de toepassing van het beginsel van beschikbaarheid op politie- en justitie-informatie.
Verder zijn de onderhandelingen over een ontwerp-kaderbesluit inzake wederzijdse erkenning van alternatieve en voorwaardelijke straffen gestart. Dit ontwerp-kaderbesluit beoogt de positie van de burger te verbeteren, die in een andere lidstaat dan die waarin hij woont verdacht wordt van een strafbaar feit. Het niet hebben van een vaste woon- of verblijfplaats in de lidstaat van berechting kan geen argument meer zijn om van het opleggen van een voorwaardelijke of alternatieve straf af te zien. Dit draagt bij aan de resocialisatie van de dader en is daarnaast van belang vanuit het oogpunt van slachtofferbescherming
Strafrecht in de eerste pijler
Het Europese Hof van Justitie bepaalde op 13 september 2005 in een zaak over milieustrafrecht (zaak C-176/03), dat de Gemeenschapswetgever de lidstaten in een richtlijn kan verplichten om ernstige inbreuken op het Gemeenschapsrecht op het terrein van het milieubeleid strafbaar te stellen in hun wetgeving. Uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat er een beperkte strafrechtelijke harmonisatie mogelijk is in de eerste pijler. Het moet daarbij gaan om gemeenschapsregels die betrekking hebben op een gemeenschapsdoelstelling met een sectoroverschrijdend en fundamenteel karakter. Bovendien moet het gebruik van strafrechtelijke sancties onontbeerlijk zijn om de doeltreffendheid van de Gemeenschapsregelgeving te verzekeren.
Naar aanleiding van de uitspraak maakte de JBZ-Raad in februari 2006 een aantal praktische procedurele afspraken, die beogen te waarborgen dat de JBZ-ministers adequaat betrokken zijn bij de besluitvorming over EG-instrumenten die strafrechtelijke bepalingen bevatten. In juni 2007 is de effectiviteit van de afspraken bekeken. Voorzover de afspraken zijn toegepast, lijken ze adequaat. De afspraken zijn echter nog weinig toegepast. Dit hangt samen met het feit dat slechts weinig richtlijn-voorstellen met strafrechtelijke elementen in onderhandeling zijn. De Commissie heeft zich vrij terughoudend getoond. Zij heeft in de anderhalf jaar sinds de uitspraak slechts enkele voorstellen voor richtlijnen met strafrechtelijke elementen gepresenteerd. De twee belangrijkste voorstellen zijn een ontwerp-richtlijn strafrechtelijke handhaving van intellectuele eigendomsrechten (ter vervanging van een kaderbesluit dat nog in onderhandeling was) en een ontwerp-richtlijn milieustrafrecht (ter vervanging van het door het Hof op 13 september 2005 vernietigde kaderbesluit). De onderhandelingen over beide ontwerp-richtlijnen zijn nog gaande. Relevant in dit verband is dat het Hof van Justitie naar verwachting in het najaar van 2007 uitspraak zal doen in de procedure over het kaderbesluit verontreiniging vanaf zeeschepen (zaak C440/05). De uitspraak van het Hof in deze zaak zal meer duidelijkheid kunnen bieden over de reikwijdte van de bevoegdheden van de Gemeenschap op het terrein van het strafrecht.
Terrorismebestrijding heeft een grensoverschrijdend karakter en vergt daarom een Europese aanpak. De bestrijding van terrorisme vindt plaats in het kader van de Terrorismebestrijdingstrategie, die onder het Britse voorzitterschap van de EU tot stand kwam. Bij de Strategie hoort een gedetailleerd Actieplan. Voor het tegengaan van radicalisering en recrutering kwam eveneens in 2005 een specifiek Actieplan tot stand.
In zijn halfjaarlijkse voortgangsrapporten schetste de EU Coördinator Terrorismebestrijding (tot 1 maart 2007 de heer Gijs de Vries) een wisselend beeld met betrekking tot de stand van de implementatie van de Actieplannen. Voortgang is er onder andere op het gebied van versterking van nationale coördinatiestructuren bij de bestrijding van de financiering van terrorisme in VN-verband en in de samenwerking met derde landen. Daar staat tegenover dat de implementatie van maatregelen en beleid onder de maat is, volgens de EU Coördinator Terrorismebestrijding. Het blijkt moeilijk om wetgeving binnen de daarvoor gestelde deadlines aan te nemen. De besluitvormingsprocedure op JBZ-terrein is daaraan debet, aldus de EU-coördinator.
Het rapport over de voortgang van de implementatie van de EU-strategie «Radicalisering en Recrutering» bevat onder andere nadere informatie over de uitwerking van een EU Media Communicatie Strategie, de uitwisseling van ervaringen over de aanpak van radicalisering in gevangenissen en over samenwerking op het gebied van internet. De Media Communicatie Strategie beoogt de waarden en doelstellingen waar de Unie voor staat effectief aan derde landen over te brengen om zo te kunnen bijdragen aan het tegengaan van radicaliseringstendensen. Een ander belangrijk onderdeel van het EU Actieplan is de aanpak van het gebruik van het internet voor radicale en terroristische doeleinden. In 2007 is onder andere voortgang gemaakt op het terrein van uitwisseling van informatie verkregen uit internetonderzoek en -analyses.
Bestrijding georganiseerde criminaliteit
In EU-verband zijn verdere stappen gezet in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. De Raad bepaalde de strategische prioriteiten van de EU op basis van het in het voorjaar van 2007 verschenen «Organised Crime Threat Assessment» (OCTA) 2007. Het OCTA is een toekomstgerichte analyse van de bedreigingen die uitgaan van de georganiseerde criminaliteit voor de lidstaten van de EU. Het OCTA wordt opgesteld door Europol op basis van bijdragen van de lidstaten. De eerste editie verscheen in 2006. De EU-prioriteiten dienen te leiden tot gemeenschappelijke operaties van lidstaten en vormen de basis voor de werkzaamheden van onder andere Europol en Eurojust. De EU-prioriteiten voor 2007 voor Nederland sporen grotendeels met onze nationale speerpunten. Voor de groep van landen rond de Noordzee met gedeelde criminaliteitsproblematiek – waartoe ook Nederland behoort – worden specifiek als belangrijke nieuwe prioriteiten de bestrijding van handel in cannabis, heroïne en cocaïne voorgesteld. Afgesproken is dat de EU-prioriteiten voortaan tweejaarlijks worden vastgesteld.
De Raad kwam verder onder andere een follow-up van het EU Actieplan mensenhandel overeen en nam een resolutie aan over vereenvoudiging van grensoverschrijdende operaties van undercoveragenten en/of politie-informanten bij zware misdaden, zoals georganiseerde criminaliteit en terrorisme. Hoewel grensoverschrijdende operaties juridisch reeds mogelijk zijn, blijken deze operaties in de praktijk nog op bezwaren te stuiten. De resolutie roept op tot het doen van onderzoek naar de vraag in hoeverre er EU-activiteiten nodig zijn ter verbetering van de samenwerking van politie-infiltranten. Daarbij wordt onder andere ingegaan op procedures, bescherming van de identiteit van de buitenlandse agent en zijn juridische status.
Ook de komende periode zal in het teken staan van de uitvoering van het «Haags Programma». De onderhandelingen over het ontwerp-kaderbesluit gegevensbescherming bij politiële en justitiële samenwerking in strafzaken moeten in de komende periode tot een goed einde worden gebracht. Naar verwachting zullen het ontwerp-kaderbesluit over wederzijdse erkenning van alternatieve en voorwaardelijke straffen, de ontwerp-richtlijn strafrechtelijke handhaving van intellectuele eigendomsrechten en de ontwerp-richtlijn milieustrafrecht worden voortgezet.
In de komende periode staat tevens de toetreding tot Schengen van negen van de tien in 2004 tot de EU toegetreden lidstaten op de agenda (Cyprus treedt niet toe). Hun (tijdelijke) aansluiting op het huidige Schengen Informatie Systeem en het openen van de binnengrenzen vanaf 31 december 2007 vormt een belangrijke mijlpaal voor de Europese Unie. De inwerkingtreding van de tweede generatie van het Schengen Informatie Systeem in december 2008 moet een belangrijk middel bij het waarborgen van de interne veiligheid van de EU vormen.
Justitiële samenwerking in civiele zaken
Ook op civielrechtelijk terrein kon met betrekking tot een aantal onderwerpen goede voortgang worden geboekt. Na conciliatie met het Europees Parlement kwam de zogeheten Rome II-verordening tot stand. Hierin is geregeld welk recht van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen. De onderhandelingen over de Rome I-verordening over het recht dat van toepassing is op contractuele verbintenissen, lopen nog. Ook de onderhandelingen over een ontwerp-verordening inzake de bevoegdheid en het toepasselijke recht in echtscheidingszaken zijn nog gaande. Datzelfde is het geval met de ontwerp-verordening over bevoegdheid, toepasselijk recht, erkenning en tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen en een richtlijn over «mediation». Parallel aan laatstgenoemd project vinden in de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht onderhandelingen plaats over een mondiaal alimentatieverdrag. De EG is op 1 april 2007 toegetreden tot de Haagse Conferentie.
De Commissie presenteerde een Groenboek Europees bankbeslag en een Groenboek over internationaal huwelijksvermogensrecht.
Naar verwachting worden de onderhandelingen voortgezet over de ontwerp-verordening Rome I, evenals over de ontwerp-verordening over echtscheidingszaken en alimentatiebeslissingen en de richtlijn over «mediation». De verwachting is verder dat het mondiale alimentatieverdrag van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht nog dit jaar wordt vastgesteld. Verder is de indiening te verwachten van een ontwerp-verordening over internationaal erfrecht. De Commissie verricht voorbereidende werkzaamheden in verband met de ondertekening van het in 2005 vastgestelde Haagse Verdrag inzake bedingen van forumkeuze door de EG. Ook zal beraad worden geopend met betrekking tot de nadere vormgeving van het project inzake Europees contractenrecht («common frame of reference»).
5. RAAD WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID, VOLKSGEZONDHEID EN CONSUMENTENZAKEN
| Vergaderdata: | |
| 4–5 oktober 2007 | informele bijeenkomst ministers van gelijke kansen in Lissabon |
| 5–6 december 2007 | Raad WSBVC in Brussel |
| 29 februari 2008 | Raad WSBVC in Brussel |
| 9–10 juni 2008 | Raad WSBVC in Luxemburg |
Werkgelegenheid en Sociaal beleid:
Het werkterrein van de Raad WSBVC betreft voor een belangrijk deel de «Lissabon-strategie» en de dialoog over het sociale beleid. Deze geven belangrijke impulsen aan het bevorderen van economische groei en werkgelegenheid. Doelstellingen liggen in de sfeer van versterking van de arbeidsdeelname, houdbaarheid van sociale systemen, het realiseren van een «level playing field» en het faciliteren van een vrij verkeer van personen. Deze doelstellingen zijn van wezenlijk belang met het oog op de gezamenlijke uitdagingen. Afspraken om (oneigenlijke) concurrentie op sociale en arbeidsvoorwaarden tegen te gaan, verminderen het risico op ongewenste effecten op sociaal gebied in Europa. Afspraken in de sfeer van sociale zekerheid en arbeidsvoorwaarden zijn verder gewenst om het vrije verkeer van personen (inclusief werknemers) niet onnodig door bepalingen van de lidstaten te belemmeren. Verder raakt de discussie over de (sociale) diensten van algemeen belang direct aan de vraag hoe de Interne Markt-regelgeving uitpakt voor de organisatie van sociale voorzieningen in Nederland.
De Raad heeft onder het Duitse voorzitterschap besloten de Werkgelegenheids-richtsnoeren, die in principe gelden voor de periode 2005–2008 en die volgens het Verdrag jaarlijks (in het kader van de Lissabonstrategie) dienen te worden vastgesteld, ongewijzigd te laten. Zo blijft de nadruk op daadwerkelijke implementatie van de hervormingen liggen.
In de context van de Lissabon-strategie rapporteren de lidstaten jaarlijks in twee rapporten. Het Nationaal Hervormingsplan inventariseert vanuit een economische invalshoek de voortgang van de Lissabon-agenda. Het Nationaal Strategisch Rapport over Sociale Bescherming en Sociale Insluiting beziet de sociale aspecten. Naast sociale insluiting zijn dit pensioenen en gezondheidszorg. Sociale insluiting is geconcretiseerd in vier doelen: het bevorderen van participatie door arbeid, opleiding en/of sociaal nuttige bezigheden, het bestrijden van armoede en het bevorderen van participatie van kinderen en jongeren, het terugdringen van onderbenutting van inkomensondersteuning en het aanpakken van schulden.
De Raad heeft onder het Finse voorzitterschap in november 2006 opnieuw getracht een akkoord te bereiken over de arbeidstijdenrichtlijn. Ook hier liepen de onderhandelingen weer vast op het bereiken van een akkoord over de «opt-out» (de mogelijkheid om af te wijken van de maximale toegestane gemiddelde arbeidstijd van 48 uur per week). Voor het voorstel van het voorzitterschap om het dossier te splitsen, waarbij er slechts een oplossing voor de uitspraken van het Hof in de Simap en Jaeger-zaken komt, bestond evenmin overeenstemming in de Raad. De Commissie was hier ook geen voorstander van. Het Portugese voorzitterschap heeft aangegeven weer een poging te willen wagen om tot een akkoord te komen op dit dossier.
De Commissie heeft onder het Finse voorzitterschap in december 2006 een politiek akkoord bereikt over het Europese Globaliseringsfonds. Er kan een beroep worden gedaan op dit fonds wanneer grote structurele veranderingen in wereldhandelspatronen significante gevolgen hebben voor de regionale of lokale economie. De Europese Raad van december 2005 was al akkoord gegaan met een dergelijk fonds van maximaal 500 miljoen euro per jaar, te financieren uit de committeringen van de voorgaande twee jaren en de marge onder het FP-plafond van het jaar ervoor. Dit voorstel is een uitwerking van de principe-afspraak in het akkoord van de Europese Raad in december 2005. Nederland heeft zich samen met het Verenigd Koninkrijk en Zweden tijdens de onderhandelingen zeer kritisch opgesteld en heeft als voorwaarde gesteld dat het fonds niet een soort van beloning mag worden voor lidstaten die het arbeidsmarktbeleid niet goed op orde hebben of voor lidstaten waar het bedrijfsleven onvoldoende innoveert.
Richtlijn overdraagbaarheid aanvullende pensioenen
De richtlijn overdraagbaarheid van aanvullende pensioenen stelt zich ten doel deelnemers aan bedrijfspensioenregelingen het recht te verlenen pensioenen op te bouwen en deze te behouden. Hiermee wordt beoogd de arbeidsmobiliteit binnen de nationale arbeidsmarkt en tussen de lidstaten te bevorderen. De richtlijn bevat inhoudelijke bepalingen over de vestigingsperiode (de periode waarna een werknemer pensioenrechten opbouwt) en het behoud van de slaperrechten (de pensioenrechten opgebouwd bij een vorige werkgever).
Tijdens de Raad WSBVC van 30 mei 2007 heeft Nederland aangegeven niet akkoord te kunnen gaan met de voorliggende tekst van het richtlijnvoorstel. De achtergrond daarvan is dat de richtlijn nu alleen nog maar werking heeft voor het Nederlandse stelsel van bedrijfspensioenen en voor een beperkt aantal andere lidstaten. Daardoor komt het oorspronkelijk doel van het voorstel – het bevorderen van de arbeidsmobiliteit – niet tot stand. Verder zijn er risico’s van juridische interpretatie met eventuele grote financiële gevolgen voor Nederland. Dit dossier is doorgeschoven naar het Portugese voorzitterschap
De Raad heeft onder het Finse voorzitterschap Raadsconclusies aangenomen over goed werk. Hiermee wil de Raad steun geven aan de mededeling van de Commissie «bevordering van fatsoenlijk werk voor allen». Deze mededeling sluit aan bij de «Decent Work Agenda (DWA)». Deze vormt een nadere invulling van de fundamentele arbeidsnormen, zoals vastgesteld door de ILO. Dit zijn de minimale rechten waar elke werknemer recht op heeft: geen kinderarbeid, geen dwangarbeid, geen discriminatie, recht om een vakbond op te richten of daar lid van te zijn en recht op collectieve onderhandeling. Fatsoenlijk werk omvat daarnaast het belang van sociale bescherming, sociale dialoog en gelijke kansen. Dit zijn tevens kernwaarden van Nederland en de EU. Er wordt in de mededeling verder verwezen naar de conclusies van de Wereldcommissie inzake de sociale dimensie van globalisering en de conclusies van de VN-top in 2005. De Raad heeft in mei 2007 de ontwerp-resolutie van de Raad over een nieuwe communautaire strategie 2007–2012 voor gezondheid en veiligheid op het werk aangenomen
Daphne-programma voor bestrijden van geweld
De Raad en het Europees Parlement hebben in 2006 ingestemd met de verordening voor het Daphne III-programma. Dit betreft een actieprogramma ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen. Doel van dit actieprogramma is slachtoffers en risicogroepen te beschermen.
Op de wereldvrouwenconferentie van Peking in 1995 heeft de EU zich verplicht om uitvoering te geven aan het aldaar vastgestelde actie-programma. Elk half jaar behandelt de Raad een specifiek onderwerp uit dit actieprogramma en besluit daarbij over indicatoren, die een vergelijking op het betreffende terrein tussen lidstaten mogelijk moeten maken. Onder het Finse voorzitterschap is gekozen voor institutionele mechanismen om de situatie van de vrouw te verbeteren. Het Duitse voorzitterschap heeft zich gericht op indicatoren voor «vrouwen en onderwijs en training». Inzake de uitvoering van het Actieprogramma van Beijing zijn in de Raad van mei conclusies aangenomen.
De Commissie heeft op 22 november 2006 het Groenboek arbeidsrecht gepubliceerd. Het Groenboek beoogt een publieke discussie over de toekomst van het arbeidsrecht in relatie tot «flexicurity» in gang te zetten. Lidstaten en andere belanghebbenden hebben tot maart van dit jaar tijd gehad om vragen op het terrein van arbeidsrecht te beantwoorden. De vragen betreffen: flexibilisering van het arbeidsrecht, transitie in werk, minimale bescherming van arbeidsvoorwaarden van werkenden, de verdeling van verantwoordelijkheden in driehoeksrelaties en de status van uitzendkrachten. Het kabinet heeft inmiddels een reactie op het Groenboek ingediend. De Commissie zal medio 2007 met een mededeling komen.
Verordening 883/2004 over de coördinatie van sociale zekerheidssystemen
De sociale zekerheidspositie van migrerende werknemers binnen de EU wordt geregeld door twee verordeningen: de één bevat de materiële bepalingen en de ander de uitvoeringsbepalingen. In 1998 is de Commissie een groot project gestart om beide verordeningen te moderniseren en te vereenvoudigen. Onder het Oostenrijkse voorzitterschap is een begin gemaakt met de onderhandelingen, het Finse en Duitse voorzitterschap hebben deze voortgezet. De herziening van de materiële bepalingen is (grotendeels) voltooid en heeft geresulteerd in de nieuwe verordening 883/2004, die pas toepasbaar wordt als ook de nieuwe uitvoeringsverordening gereed is. De herziening van deze uitvoeringsverordening vordert gestaag. De tekst zal pas definitief worden vastgesteld wanneer de onderhandelingen over het volledige voorstel van vijf titels zijn afgerond, naar verwachting voor eind 2007. Na behandeling door het Europees Parlement zouden de beide nieuwe verordeningen op zijn vroegst per 1 januari 2009 toepasbaar kunnen worden.
Sociale diensten van algemeen belang
In het najaar van 2006 heeft het Social Protection Committee (SPC) de EU-lidstaten en non-gouvernementele organisaties in het kader van een brede consultatie een enquête gestuurd over «sociale diensten van algemeen belang». De vragen hadden onder andere betrekking op de reikwijdte van «sociale diensten», de notie van «algemeen belang», specifieke kenmerken van «sociale diensten van algemeen belang», ervaringen met de toepassing van EU-regelgeving en mogelijke toekomstige stappen op Europees niveau. Op basis van de ontvangen reacties heeft de Commissie een rapport opgesteld, dat in april 2007 in het SPC is besproken. Duidelijk wordt wel dat de meeste lidstaten – waaronder Nederland – geen noodzaak zien voor een speciaal wettelijk EU-instrument voor sociale diensten van algemeen belang.
Voorts heeft het Europees Parlement op 15 maart 2007 een resolutie aanvaard over «sociale diensten van algemeen belang». Hierin wordt de Commissie opgeroepen om een goede benadering te kiezen en daarbij ook de noodzaak en legitimiteit van een sectorspecifiek voorstel voor regelgeving in de overwegingen te betrekken. Naar aanleiding van deze EP-resolutie heeft de Commissie aangegeven op 28 november 2007 een strategie voor «sociale diensten van algemeen belang» te presenteren, mogelijk in 2008 gevolgd door een richtlijnvoorstel.
Na een Groenboek «Demografie» – ter consultatie van de lidstaten – en de informele top in Hampton Court in oktober 2005 publiceerde de Europese Commissie in oktober 2006 een mededeling over demografie. De Commissie stelt hierin dat de lidstaten de problematiek van een krimpende beroepsbevolking en een vergrijzende bevolking aan moeten pakken door middel van demografische verjonging, meer werkgelegenheid en een langer werkzaam leven, een hogere productiviteit, integratie van migranten en houdbare overheidsfinanciën. Tweejaarlijks organiseert de Commissie een Demografie Forum voor regeringsdeskundigen. Daarnaast is een High Level Group ingesteld. Het Duitse voorzitterschap heeft dit initiatief van de Commissie nader geconcretiseerd in een tweetal resoluties: de eerste over de bijdrage van ouderen aan de sociale en economische ontwikkeling, de tweede over het belang van gezinsvriendelijke beleidsmaatregelen en de instelling van een «Alliantie voor het Gezin».
Actieprogramma Volksgezondheid
Na het Britse, het Oostenrijkse en het Finse EU-voorzitterschap heeft ook het Duitse EU-voorzitterschap de behandeling van het Actieprogramma Volksgezondheid voortgezet. De Europese Commissie heeft eind mei 2006 een nieuw voorstel gepresenteerd voor een apart Actieprogramma Volksgezondheid. De splitsing in een Programma voor Volksgezondheid en een Programma voor Consumentenbescherming kwam tot stand op uitdrukkelijk verzoek van het Europees Parlement deze onderwerpen niet meer gezamenlijk te behandelen.
Het Actieprogramma Volksgezondheid bevindt zich in tweede lezing. Op de Raad van 30 november 2006 is een politiek akkoord bereikt. Medio 2007 hebben het Europees Parlement en de Raad een akkoord bereikt over de inhoud en het budget van het Programma voor Volksgezondheid. Januari 2008 zal het nieuwe Actieprogramma van start gaan.
Op 31 mei 2007 is in de Raad het voorstel voor een verordening over geavanceerde therapieën aangenomen. De verordening voor Geavanceerde Therapeutische Producten biedt een passend wetgevings- en beoordelingskader voor geneesmiddelen die gemaakt worden van menselijke weefsels of cellen, die wezenlijk gemanipuleerd zijn. Samen met geneesmiddelen voor gentherapie en voor somatische celtherapie vallen zij onder de noemer «geneesmiddelen voor geavanceerde therapie». Voor deze specifieke categorie is een aangepast beoordelingskader gecreëerd, dat aansluit bij bestaande structuren (centrale beoordeling door het Europese geneesmiddelenbureau EMEA).
Voor Nederland is het belangrijk dat voor in Nederland gevestigde fabrikanten van weefselmanipulatieproducten duidelijk wordt aan welke eisen die specifieke geneesmiddelen moeten voldoen. Dit heeft een positief effect op de handel en op de beschikbaarheid van die middelen voor patiënten. Nederland kan instemmen met aanvaarding van de verordening Geavanceerde Therapeutische Producten.
De Commissie heeft in 2006 een voorstel gepresenteerd voor een nieuwe richtlijn voor medische hulpmiddelen. Het doel is reparatie en aanscherping van de wetgeving, om zo kwaliteit en veiligheid van medische hulpmiddelen te kunnen waarborgen en de overheid en aangemelde instanties instrumenten te verschaffen om de patiëntveiligheid te vergroten. Medische hulpmiddelen zijn instrumenten bedoeld voor diagnose, behandeling en/of verlichting van ziekten. Het betreft een breed scala aan producten, variërend van pleisters tot de meest geavanceerde technologische producten, zoals prothesen, hartkleppen en zwangerschapstesten. Het voorstel is een vervolg op een evaluatie van het bestaande Europese wettelijk kader voor medische hulpmiddelen. Het bestaat uit twee onderdelen: voorstellen voor richtlijn 93/42 (voor medische hulpmiddelen) en richtlijn 90/385 (actief implanteerbare medische hulpmiddelen; pacemakers e.d.). De voorstellen voor richtlijn 90/385 zijn erop gericht de tekst van deze richtlijn zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de (nieuwere) richtlijn 93/42. Nederland heeft er belang bij dat de huidige Europese regelgeving voor kwaliteit en veiligheid van medische hulpmiddelen wordt aangescherpt en steunt daarom het idee van de richtlijn.
Letselpreventie en bevordering van veiligheid
De Raad heeft op 31 mei 2007 conclusies aangenomen over de aanbeveling over letselpreventie en bevordering van veiligheid. Nederland erkent letsel door ongevallen, geweld en zelfbeschadiging als een belangrijk en goed aan te pakken probleem. De aard en ernst van het probleem zijn duidelijk en bekend en er wordt al jaren met redelijk succes beleid gevoerd ter voorkoming van letsel. De aanbeveling strookt met de in Nederland erkende prioriteiten en de behoefte aan meer kennis over factoren en preventieve maatregelen. Nederland kan zich vinden in de huidige tekst over de door het Europees Parlement en de Raadswerkgroep Volksgezondheid gewenste verbijzondering van de preventie van geweld en letsel. De strekking van deze aanbeveling is volgens Nederland echter breed: er moet ruimte blijven voor nationale prioriteiten.
Groenboek «Rol maatschappelijk middenveld in drugsbeleid in de Europese Unie»
Teruggrijpend op de prioriteiten van de EU-Drugsstrategie 2005–2012 en één van de actiepunten uit het op de strategie volgende EU Drugs-actieplan 2005–2008, publiceerde de Commissie dit Groenboek op 26 juni 2006. Het Groenboek inventariseert de wijze waarop samenwerking met het maatschappelijk middenveld op EU-niveau verloopt, geeft juridische kaders van de Europese bemoeienis met het onderwerp drugs en benoemt opties voor de vormgeving van samenwerking met het Europees maatschappelijk middenveld in de toekomst. Nederland is van mening dat een grotere rol van het maatschappelijk middenveld de flexibiliteit en het innovatieve vermogen van de Europese inspanningen kan bevorderen. Wel moet daarbij steeds de vraag gesteld worden of interventies op het juiste schaalniveau plaatsvinden. Daarnaast is Nederland positief over een op te richten Drugsforum, waarbij de meerwaarde vooral zit in het uitwisselen van kennis en ervaringen.
Op weg naar een rookvrij Europa: beleidsopties op EU niveau
De Europese Commissie presenteerde op 30 januari 2007 het Groenboek «Op weg naar een rookvrij Europa; beleidsopties op EU niveau». Hierin wordt een aanzet gegeven voor een brede raadplegingsprocedure en een open maatschappelijke discussie tussen EU-instellingen, lidstaten en maatschappelijke organisaties, om zo het passief roken in de EU zo goed mogelijk te bestrijden. De Commissie zal naar aanleiding van de reacties besluiten of verdere actie gewenst is. Het verslag met de samenvatting van de uitkomsten van de raadpleging is in de eerste helft van 2007 gepresenteerd. Nederland ziet het belang van een rookvrij publiek domein, voor zover het besloten ruimten betreft. De Commissie richt zich op beleidsopties zoals: geen wijziging in de huidige situatie, vrijwillige maatregelen, de open coördinatiemethode, aanbevelingen van de Commissie of Raad of bindende wetgeving. Nederland vindt dat de Gemeenschap zich op het terrein van meeroken terughoudend dient op te stellen.
Op 30 mei heeft de Commissie het Witboek over «Voeding en overgewicht» gepresenteerd. Nederland vindt in het algemeen dat de rol van de Gemeenschap op dit terrein beperkt moet blijven tot zaken als het uitwisselen van «best practices».
In het Europa van vandaag spelen grenzen een steeds kleinere rol. Uitspraken van het Europese Hof van Justitie op het terrein van patiëntenmobiliteit en eerdere discussies over de in 2006 aangenomen Dienstenrichtlijn tonen dat er duidelijkheid moet komen over grensoverschrijdende aspecten van gezondheidszorgbeleid. Europese burgers moeten gebruik kunnen maken van gezondheidszorg in andere EU-lidstaten. Bij voorbeeld omdat het dichtstbijzijnde ziekenhuis over de grens ligt, of omdat de kwaliteit van een bepaalde behandeling in een ander land beter is.
Het gezondheidsdiensteninitiatief moet zorgen voor een gemeenschappelijk Europees kader met vergelijkbare spelregels voor patiënten en zorgaanbieders in alle lidstaten. De Commissie voegt hier aan toe dat onderwerpen op het gebied van gezondheidszorgbeleid, zoals kwaliteit van zorg, patiëntenveiligheid en mobiliteit van beroepsbeoefenaren, zich ook lenen voor een gemeenschappelijke aanpak. In januari 2007 heeft de Europese Commissie een consultatie over mogelijke initiatieven van de Unie op het terrein van het gezondheidszorgbeleid afgesloten. De Commissie wil eind 2007 komen met concrete voorstellen voor Europese actie.
Nederland is voorstander van goede samenwerking binnen Europa op het gebied van gezondheidszorgbeleid. Zo kan ook op de langere termijn een kwalitatief hoogwaardige en betaalbare gezondheidszorg in stand worden gehouden. Daarnaast moet er een goed kader komen voor patiënten die zorg willen genieten op elke door hen gewenste plaats in de EU. Wel blijft inperking van de vrije markt in de zorg in sommige situaties te rechtvaardigen. Voor Nederland geldt dat eerst moet komen vast te staan dat Europese initiatieven op het gebied van gezondheidszorgbeleid noodzakelijk zijn en meerwaarde hebben, alvorens nadere actie wordt ondernomen.
Orgaandonatie en -transplantatie
Op 30 mei 2007 presenteerde de Commissie haar mededeling over orgaandonatie en -transplantatie. Hierin worden vijf actiegebieden benoemd: kwaliteit en veiligheid, beschikbaarheid, toegankelijkheid van transplantatiesystemen, samenwerking tussen lidstaten en een EU wettelijk instrumentarium.
Nederland plaatst kanttekeningen bij de meerwaarde van deze EU-acties en de gekozen instrumenten. Nederland acht Europese regelgeving, maar ook Europese interventie gericht op het vergroten van de bewustwording en beschikbaarheid van «non-heartbeating organen» niet gewenst. Nederland ziet ook geen meerwaarde in verdere coördinatie of harmonisatie door de Unie. De organisatorische aspecten, de kwaliteit en de veiligheid van donatie en -transplantatie zijn al voldoende gewaarborgd door de Raad van Europa. Nederland staat wel positief tegenover de uitwisseling van best practices en de coördinatie van trainingen van professionals. Nederland ziet ook een kans voor Europa als het gaat om het koppelen van donoren en patiënten met een zeer hoge urgentie en het ondersteunen van fundamentele onderzoeksprogramma’s.
Witboek Volksgezondheidsstrategie
De Commissie zal het Witboek «Volksgezondheidsstrategie» naar verwachting in oktober 2007 presenteren. Het Witboek zal ingaan op de vraag hoe op Europees niveau een bijdrage kan worden geleverd aan de volksgezondheid en de vormgeving daarvan in Europa. Als uitdagingen worden genoemd: bestrijding van pandemieën, de verbetering van voedselveiligheid en de bevordering van de volksgezondheid. Deze onderwerpen lenen zich vanwege hun grensoverschrijdende karakter voor Europese coördinatie en samenwerking. Een voorbeeld is de (door Nederland gesteunde) oprichting van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -Bestrijding, dat in mei 2006 vanuit Stockholm is gestart. Dit Agentschap brengt Europese expertise samen om op een efficiënte en gecoördineerde wijze het hoofd te kunnen bieden aan gezondheidsbedreigingen als SARS en de – mogelijke – humane variant van vogelgriep.
Activiteiten van de Commissie en het Agentschap op het terrein van de volksgezondheid zijn aanvullend op nationale inspanningen. Subsidiariteit is dan ook geen probleem. Het volksgezondheidsartikel (152 EG-Verdrag) bepaalt immers uitdrukkelijk dat activiteiten van de Gemeenschap op het terrein van de volksgezondheid de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie en verzorging van gezondheidsdiensten en medische zorg zal respecteren.
Nederland zal de ontwikkelingen kritisch volgen, vooral vanwege de implementatie van mechanismen en instrumenten van de Gemeenschap.
Het programmaministerie Jeugd en Gezin – zoals ingesteld onder het kabinet-Balkenende IV – beoogt een integraal jeugd- en gezinsbeleid tot stand te brengen om zo jeugdgerelateerde zaken binnen Nederland effectiever aan te pakken. De belangen van het kind, zoals verwoord in het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind uit 1989, vormen het uitgangspunt. De EU kan het nationale en internationale beleid op een groot aantal onderdelen ondersteunen.
In de strategische EU-doelstellingen 2005–2009 zijn kinderrechten als één van de hoofdprioriteiten benoemd. Er ligt hier een taak voor de EU vanwege de verplichting de grondrechten – en dus ook de rechten van het kind – te eerbiedigen bij alle maatregelen die zij neemt. In 2006 bracht de Europese Commissie de «EU-strategie voor de rechten van het kind» uit. Hierin worden maatregelen voorgesteld die de bescherming en toepassing van de kinderrechten in zowel het interne als externe beleid van de EU moeten bevorderen. Nederland neemt actief deel aan de Europese discussie en ziet daarbij kansen om het nationale beleid over de belangen van het kind te versterken.
De EU heeft diverse beleidslijnen en -programma’s voor kinderrechten ontwikkeld. Het gaat om onderwerpen als kinderhandel en kinderprostitutie, geweld tegen kinderen, discriminatie, kinderarmoede, sociale uitsluiting, kinderarbeid, gezondheidszorg en onderwijs. Een aantal onderwerpen sluit goed aan bij de thema’s van het programmaministerie Jeugd en Gezin.
Het in 2004 ingestelde Jeugdpact als onderdeel van de Lissabonstrategie moet samenhangend jeugdbeleid tot stand te brengen voor wat betreft werkgelegenheid en sociale insluiting, onderwijs en training, bevordering van mobiliteit, verbetering van de balans werk-privé en bevordering van actief burgerschap.
Het Europese Programma «Jeugd in Actie» biedt jongeren de gelegenheid deel te nemen aan uitwisselingsprojecten en vrijwilligerswerk in het buitenland. In Nederland wordt dit programma uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut.
Vanwege de demografische veranderingen heeft het Duitse voorzitterschap in 2007 gezinsbeleid op de Europese agenda gezet. In de Raad van 30 mei 2007 is de start gegeven tot een «Alliantie voor het gezin», een samenwerkingsverband van Europese Ministers van Gezinszaken, die samenwerking op het gebied van gezinszaken zullen initiëren en uitbouwen. De Commissie heeft in mei 2007 haar eerste verkenning voor Europees gezinsbeleid gepresenteerd. Nederland volgt deze ontwikkeling met belangstelling en zal actief bijdragen aan de Europese discussie vanuit de eigen visie op het gezinsbeleid, die breder is dan alleen de demografische aspecten.
De «Alliantie voor het Gezin» bouwt voort op een eerder verschenen Commissie-mededeling over kansen en problemen als gevolg van de demografische veranderingen in Europa. De «Alliantie» moet een bijdrage leveren aan de Lissabonstrategie en het belang benadrukken van gezinsvriendelijk beleid in Europa. Hoewel gezinsbeleid het exclusieve domein is van de lidstaten, blijkt dat lidstaten behoefte hebben aan uitwisseling van informatie om hun nationale gezinsbeleid verder vorm te kunnen geven.
Het thema «demografie» legt de nadruk op een beleidsmatige aanpak van de lage geboortecijfers en verhoging van arbeidsparticipatie door gezinsvriendelijk beleid, hetgeen aan de lidstaten is voorbehouden. De «Alliantie» dient als een platform voor uitwisseling van standpunten en kennis. Een High Level Group zal de «Alliantie» hierbij ondersteunen. Elke twee jaar wordt een Europees Demografie Forum gehouden.
«Solidariteit tussen generaties»
Deze door de Commissie op 10 mei 2007 uitgebrachte mededeling «Solidariteit tussen generaties» moet lidstaten helpen de gevolgen van demografische veranderingen aan te pakken. Centrale vraag is hoe de lage geboortecijfers kunnen worden omgebogen om de vergrijzing te beperken. Hiertoe dient er in Europa een goede balans te komen in de combinatie van werk, gezin en privéleven. Ouders in spe zouden zo min mogelijk maatschappelijke belemmeringen moeten ondervinden bij het vervullen van hun kinderwens. De mededeling beziet deze problematiek vooral vanuit sociaal-economisch perspectief. Lidstaten, sociale partners en maatschappelijk organisaties kunnen een bijdrage leveren door: financiële ondersteuning bij het grootbrengen van kinderen, door het creëren van kwalitatief goede opvangmogelijkheden voor kinderen, door te voorzien in zorgvoorzieningen voor afhankelijke bejaarden en door het scheppen van mogelijkheden voor flexibele werktijden met aangepaste werkschema’s en verlofafspraken. Nederland ondersteunt de mededeling en de oprichting van de «Alliantie voor het Gezin».
6. RAAD VOOR CONCURRENTIEVERMOGEN
| Vergaderdata: | |
| 27–28 september 2007 | Raad voor Concurrentievermogen in Brussel(mogelijk inclusief ruimtevaart) |
| 22–23 november 2007 | Raad voor Concurrentievermogen in Brussel |
| 25–26 februari 2008 | Raad voor Concurrentievermogen in Brussel |
| 15–16 april 2008 | Informele Raad voor Concurrentievermogen |
| 29–30 mei 2008 | Raad voor Concurrentievermogen in Brussel |
De Commissie heeft in februari 2007 haar interim-rapport over de Review van de Interne Markt gepubliceerd. Hierin zijn de eerste contouren zichtbaar van een (nieuwe) visie op de Interne Markt van de 21e eeuw. De Commissie wil via deze Review een toekomstvisie voor de Interne Markt formuleren en achterhalen waar de knelpunten, succesverhalen en witte plekken van de Interne Markt liggen. Aanleiding voor dit initiatief is gelegen in de verschillende visies op de richting waarin de Interne Markt zich in de toekomst zou moeten bewegen en de in de praktijk geconstateerde tekortkomingen ervan.
Het definitieve rapport van de Commissie, dat in het najaar zal verschijnen, zal een beoordeling bevatten van de tot op heden geboekte resultaten met de Interne Markt (IM). Naast een analyse van de zaken die goed lopen, zal ook worden gekeken naar de nog bestaande belemmeringen voor een optimaal functioneren van de Interne Markt. Tijdens de Voorjaarsraad in 2008 dienen vervolgens duidelijke conclusies over de toekomst van de Interne Markt te worden geformuleerd.
Implementatie van de Dienstenrichtlijn
De Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden als richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de Interne Markt. De implementatietermijn is drie jaar. Dit betekent dat op 28 december 2009 alle lidstaten moeten voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit deze richtlijn. Om te zorgen dat Nederland tijdig en correct voldoet aan deze veelomvattende richtlijn is een interdepartementale projectgroep opgericht. Deze zal alle verplichtingen in kaart brengen en zorgen dat de noodzakelijke aanpassingen en acties worden uitgevoerd om de richtlijn optimaal haar beslag te laten krijgen.
Uit diverse bronnen, onderzoeken en consultaties is een aantal zwakke plekken naar voren gekomen, die het optimaal functioneren van het vrije verkeer van goederen in de praktijk in de weg staan. Met name schort het aan juiste toepassing en handhaving door de lidstaten van huidige regelgeving en beginselen. Gelijktijdig met het interim-rapport over de Review van de Interne Markt is in februari 2007 een drietal voorstellen gedaan, gericht op het wegnemen van deze zwakke plekken. Deze voorstellen bestaan uit een verordening en een besluit voor het geharmoniseerd goederenverkeer (verordening accreditatie en markttoezicht, respectievelijk besluit gemeenschappelijk kader handelsproducten) en een verordening voor niet-geharmoniseerd goederenverkeer. De voorstellen zijn gericht op een verbeterde werking in de praktijk van de bestaande regelgeving. Het beschermingsniveau en de mogelijkheid om gevaarlijke producten van de markt te weren blijven onaangetast.
Tijdens de Raad voor Concurrentievermogen van mei 2007 is door het voorzitterschap voor zowel het geharmoniseerde als het niet-geharmoniseerde deel een voortgangsrapportage gepresenteerd. De eerste lezing van het Europees Parlement staat gepland voor januari 2008. Alle lidstaten staan in beginsel positief tegenover het verbeteren van de werking van de Interne Markt in het algemeen en deze voorstellen in het bijzonder. Er zal dan ook naar worden gestreefd om de onderhandelingen hieromtrent zo snel mogelijk af te ronden. Nederland, met zijn open economie, heeft belang bij een goed functionerende Interne Markt. Aandachtspunt bij de verordening over het niet-geharmoniseerde deel is, dat de voorstellen niet leiden tot een disproportionele verzwaring van de last van de huidige nationale toezichthouders. Voor het geharmoniseerde deel is een aandachtspunt voor Nederland dat voor private organisaties de bestaande ruimte behouden blijft om keuringsinstanties te beoordelen als het gaat om transacties in het niet-gereguleerde domein.
De Commissie heeft in april 2007 een mededeling gepubliceerd ter stimulering van de discussie over het Europees octrooisysteem. De huidige situatie leidt tot hoge kosten en een complexe rechtsgang, met name voor individuen en het MKB. Verschillende voorzitterschappen hebben al een poging gedaan om verbetering te brengen in deze situatie. Het voorstel van de Commissie beoogt enerzijds een Gemeenschapsoctrooi dichterbij te brengen en anderzijds de gefragmenteerde octrooirechtspraak te verbeteren. Doel hiervan is het Europees octrooisysteem zo meer kostenefficiënt en beter toegankelijk voor alle belanghebbenden te maken. Met het compromis wil de Commissie de lidstaten een fundament bieden op basis waarvan vervolgens concrete acties geformuleerd kunnen worden.
Het is positief dat de Commissie met dit voorstel het moeizame debat rondom octrooikwesties nieuw leven wil inblazen en op het vlak van de geschillenbeslechting aansluit bij bestaande initiatieven. De verwachting is dat er in de komende maanden meer duidelijkheid zal ontstaan over de precieze invulling van de plannen van de Commissie.
In het kader van het verbeteren van de kennisoverdracht tussen publieke kennisinstellingen en het bedrijfsleven is in de Raad overeenstemming bereikt om de Commissie uit te nodigen om een handvest over het beheer van intellectueel eigendom door publieke onderzoeksinstellingen en universiteiten te maken. Dit handvest dient een vrijwillig karakter te hebben en aan te sluiten bij bestaande nationale initiatieven en de belangen van de stakeholders. Het handvest zal moeten gaan functioneren als referentiekader, dat op vrijwillige basis benut kan worden door samenwerkende partijen. Het zal algemene principes en minimale eisen omvatten voor het beheer van intellectueel eigendom, zoals een gedragscode voor samenwerking, waarbij betrokken partijen afspraken over onder andere onderzoeksresultaten en intellectueel eigendomsrechten schriftelijk vastleggen. De Commissie zal naar verwachting eind 2007 met een voorstel komen voor een nadere invulling van het handvest.
Europees Instituut voor Technologie (EIT)
Tijdens de Voorjaarstop van 2005 heeft Commissievoorzitter Barroso het idee gelanceerd om te komen tot een Europees Instituut voor Technologie (EIT), een Europees vlaggenschip waarin hoger onderwijs, onderzoek en innovatie zijn verbonden. In oktober 2006 heeft de Commissie een ontwerp-verordening voor de oprichting van het EIT gepresenteerd. De Europese Raad van maart 2007 heeft de Raad gevraagd om de diepgaande besprekingen over het EIT in juni 2007 af te ronden. Op 25 juni 2007 heeft de Raad voor Concurrentievermogen als invulling van de afspraken in de Europese Raad een akkoord bereikt over een gemeenschappelijke aanpak om te komen tot het EIT.
In dit besluit wordt een nog samen te stellen Raad van Bestuur gevraagd een meerjarenplan op basis van de EIT-verordening uit te werken en te zorgen dat twee à drie Kennis en Innovatie Gemeenschappen (KIG’s) op worden gestart. In de verordening zijn voor Nederland belangrijke punten opgenomen, waaronder het behoud van diplomerende bevoegdheid van kennisinstellingen, een heldere tweefasenstructuur met reguliere co-decisie als overgang naar de tweede fase en een grote mate van autonomie voor de KIG’s. Voor de op te richten KIG’s zijn indicatief duurzame energie en klimaatverandering als thema’s genoemd. Voor de financiering van deze eerste fase is een bedrag van 308,7 miljoen euro vastgesteld. Op deze basis is de budgettriloog gestart, waarbij de Raad inzet op het respecteren van de geldende Financiële Perspectieven. Het streven is om het co-decisie-besluit over het EIT dit najaar af te ronden. Op basis van de ervaringen van de eerste fase zal in 2012 een nieuw co-decisie-besluit genomen moeten worden over voortzetting van het EIT.
De Commissie evalueert acht consumentenrichtlijnen, die samen het consumentenacquis vormen. Bij de beoordeling wordt nagegaan in hoeverre deze richtlijnen in de praktijk gezamenlijk (horizontaal) en afzonderlijk (verticaal) de door de Commissie gestelde doelen op het gebied van consumentenbescherming en de Interne Markt hebben bereikt. De herziening is ingegeven door: de doelstelling van «betere regelgeving», een relatief laag vertrouwen van consumenten bij grensoverschrijdende aankopen, de noodzaak van modernisering van de regelgeving en door fragmentatie van de nationale regels in de EU-27.
Ten aanzien van de horizontale herziening heeft de Commissie in februari 2007 een Groenboek uitgebracht. Nederland acht het met name van belang dat bij de herziening een goede verhouding moet blijven bestaan tussen het beschermingsniveau voor de consument en de lasten voor de ondernemer. De Commissie verwacht in oktober een samenvatting en analyse van de toegestuurde reacties op haar Groenboek te publiceren. In het voorjaar van 2008 wil de Commissie komen met concrete voorstellen voor de invulling van de herziening.
Ten aanzien van de verticale herziening heeft de Commissie consultatiedocumenten met een uitgebreide vragenlijst gepubliceerd over drie richtlijnen. Nederland heeft hierop een reactie gestuurd naar de Commissie. Ook bij deze voorstellen is een goede balans tussen bescherming van consumenten en beperking van de lasten voor ondernemers voor Nederland van belang. Vanwege dringende problemen op de timeshare-markt en naar aanleiding van de reacties op het consultatiedocument «Timeshare», heeft de Commissie een voorstel voor een nieuwe timeshare richtlijn gepubliceerd op 7 juni 2007. Nederland zal nauw betrokken blijven bij de totstandkoming van deze nieuwe richtlijn.
Europese Onderzoeksruimte (ERA)
De Commissie wil met het onlangs verschenen Groenboek over de Europese Onderzoeksruimte (ERA) een tussenbalans opmaken van de voortgang sinds de lancering van het concept van de Europese onderzoeksruimte in 2000 in het kader van de Lissabon-strategie. Naast terugblikken op de voortgang wil de Commissie op basis van verdere consultaties onder het Sloveense Voorzitterschap begin 2008 een Witboek presenteren met een middellange-termijn visie (tot 2020) en nadere voorstellen. Deze voorstellen zullen enerzijds gericht zijn op verdere realisering van een interne markt voor onderzoek, waarin kennis, onderzoekers en technologie vrij kunnen circuleren. Anderzijds zal ook aandacht worden besteed aan de effectieve coördinatie van nationale en regionale onderzoeksprogramma’s en aan EU-initiatieven voor de financiering van onderzoek en innovatie. Op basis van bespreking van de thema’s van het Groenboek in verschillende Raden zullen in de Raad voor Concurrentievermogen van 22–23 november 2007 conclusies worden getrokken.
Het kabinetsstandpunt over dit Groenboek is begin juni 2007 aan de Kamer aangeboden. Hierin onderstreept het Kabinet dat het Groenboek een goed vertrekpunt vormt en is antwoord gegeven op de verschillende specifieke vragen. Bij de verdere ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte zullen zowel de rol van de industrie, de vertaling van kennis naar innovatie, de versterking van het fundamentele onderzoek en de loopbanen van onderzoekers sterker de aandacht moeten krijgen. De kabinetsreactie op het Groenboek Europese Onderzoeksruimte zal voor september aanstaande naar de Commissie worden verzonden.
In december 2006 is de besluitvorming over het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling (KP7) afgerond. Direct hierna zijn de eerste oproepen gepubliceerd, zodat voor de Europese onderzoeksgemeenschap sprake was van een naadloze overgang van KP6 naar KP7. Belangrijke vernieuwingen in KP7 vormen de European Research Council, de Gezamenlijke Technologie Initiatieven (Joint Technology Initiatives (JTI’s)) en de Artikel 169-Initiatieven.
De Europese Onderzoeksraad (European Research Council (ERC)) is gericht op verbetering van het fundamentele onderzoek in Europa. De ERC zal, vergelijkbaar met de National Science Foundation in de Verenigde Staten en NWO in Nederland, het beste grensverleggende onderzoek in Europa financieren. Met de oprichting van de ERC zal Europa aantrekkelijker worden voor het beste onderzoekstalent. De ERC is in februari 2007 officieel gelanceerd. Inmiddels heeft de eerste oproep tot meer dan 9000 voorstellen geleid.
De JTI’s en de Artikel 169-Initiatieven zijn gericht op verbetering van de publiek-private samenwerking en de coördinatie van nationale onderzoeksprogramma’s in Europa. Nederland is altijd een groot pleitbezorger geweest van deze initiatieven en heeft herhaaldelijk aangedrongen op zo spoedig mogelijke uitwerking daarvan. De JTI’s zijn gericht op publiek-private samenwerking op basis van Artikel 171 van het Verdrag, waarbij de industrie een leidende rol heeft. De Artikel 169-Initiatieven betreffen een bijdrage van de Commissie aan de coördinatie van nationale onderzoeksprogramma’s. De onderwerpen waarvoor de verschillende initiatieven worden voorbereid zijn opgenomen in KP7. Inmiddels zijn de eerste voorstellen voor JTI’s verschenen, namelijk: initiatieven voor Geïntegreerde Computersystemen (Artemis), Innovatieve Geneesmiddelen (IMI), Nano-elektronica (Eniac) en Luchtvaart (Clean Sky). De verwachting is dat in de tweede helft van 2007 overeenstemming bereikt kan worden en begonnen kan worden met de uitvoering. Dit najaar wordt nog een voorstel verwacht voor Hydrogen and fuel cells. Voor de zomer is het voorstel verschenen voor het Artikel 169-Initiatief over «Ambient Assisted Living» (ouderen zelfstandig laten wonen met behulp van ICT-toepassingen). Het voorstel voor innovatief MKB (Eurostars) wordt in september 2007 verwacht. Het Portugees voorzitterschap heeft aangegeven prioriteit te geven aan de voorstellen voor en verdere uitwerking van zowel de JTI’s als de Artikel 169-Initiatieven.
In 2005 heeft de Commissie een mededeling uitgebracht over het EU-industriebeleid. In deze mededeling zette de Commissie naast een benadering van het EU-industriebeleid tevens een horizontaal en sectoraal actieprogramma in gang. De gehanteerde uitgangspunten, namelijk focus op randvoorwaarden, bevorderen van innovatie en aandacht voor knelpunten in sectoren, sluiten goed aan bij de Nederlandse benadering. In juli 2007 werd de Midterm Review in het EU-industriebeleid door de Commissie gepresenteerd. In deze mededeling wordt teruggeblikt op de resultaten die tot dusverre zijn geboekt met de verschillende industriebeleid-initiatieven. Belangrijk resultaat in dit kader is de mededeling over de toekomst van de Europese automobielindustrie, waarin een aantal voorstellen wordt gedaan om de concurrentiekracht van de Europese automobielindustrie op wereldniveau te versterken. Andere initiatieven, zoals op het gebied van de chemische industrie en de defensie-industrie en de High Level Group Concurrentievermogen, Milieu en Energie, lopen nog. In de Midterm Review worden tevens nieuwe prioriteiten in het EU-industriebeleid voorgesteld voor de resterende periode van het mandaat van de Commissie Barroso. Het ligt in de lijn der verwachting dat de nadruk de komende periode komt te liggen op uitdagingen op het gebied van klimaat en energie in relatie tot de concurrentiekracht van de industrie. Het Voorzitterschap heeft aangegeven prioriteit te geven aan het industriebeleid en Raadsconclusies te willen aannemen met betrekking tot de Midterm Review.
Concurrentievermogen, energiebeleid en klimaatverandering
Nederland heeft aandacht gevraagd voor de rol van de Raad voor Concurrentievermogen in het bewaken van de Europese concurrentiekracht als het gaat om energie- en klimaatbeleid. Uitstekende randvoorwaarden, waaronder een gelijk speelveld en stevig innovatiestimuleringsbeleid, zijn nodig om zowel de ambitieuze – maar (tot dusverre) unilaterale – Europese klimaatdoelstellingen te realiseren, als het Europees bedrijfsleven in staat te stellen de mondiale groeimarkt voor eco-efficiënte innovaties te betreden. De aankomende voorzitterschappen hebben aangegeven van dit onderwerp een terugkerend thema te willen maken. Naar verwachting zullen daarbij onder meer het te verschijnen eindrapport van de High Level Group Concurrentiekracht, Energie en Milieu alsook de Commissie-notitie over vergroening van industrie een belangrijke rol spelen.
Nederland heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in een ambitieuze Europese aanpak van regeldruk als aanvulling op de nationale kabinetsinzet om tot een vermindering van de administratieve lasten en regeldruk te komen. Deze investeringen beginnen nu hun vruchten af te werpen. In de Europese Raad van 8 en 9 maart 2007 is het actieplan voor de reductie van administratieve lasten aangenomen. Dit actieplan bevat onder meer een reductiedoelstelling van administratieve lasten die voortvloeien uit communautaire regelgeving van 25%. Deze doelstelling moet worden gehaald door een screening en meting van de administratieve lasten van een aantal prioritaire sectoren, waar die lasten als significant worden ervaren door het bedrijfsleven. Daarnaast heeft de Commissie een aantal concrete voorstellen gedaan, die als zogenaamde «quick wins» snel tot reducties moeten leiden. Inmiddels zijn een drietal voorstellen reeds in behandeling. Het streven is erop gericht om de overige voorstellen onder Portugees voorzitterschap af te ronden. De screening van de prioritaire gebieden zal in de zomer van dit jaar beginnen.
Binnen de Europese Commissie heeft een evaluatie plaatsgevonden van de toetsingsprocedure van nieuwe wetgeving. Deze zogenaamde «impact assessment procedure» bestaat nu drie jaar. Vooruitlopend op de uitkomsten van dit onderzoek heeft de Europese Commissie besloten om onder het Secretariaat-Generaal een «board» op te richten, die specifiek tot taak heeft de «impact assessments» van nieuwe voorstellen te beoordelen en zo toe te zien op de kwaliteit van deze toetsen.
Na een intensieve voorbereiding en consultatie van belanghebbenden in 2006 hebben de Europese Commissie en ESA in april 2007 gezamenlijk een mededeling over het Europese ruimtevaartbeleid uitgebracht. Deze mededeling beschrijft concreet de doelstellingen van het Europese ruimtevaartbeleid voor de periode tot 2012 en geeft ook de kaders aan waarbinnen deze doelstellingen – hoofdzakelijk via onderlinge afstemming van initiatieven door lidstaten, ESA en de Europese Unie – worden gerealiseerd. Daarnaast geeft het de prioriteiten aan voor de komende periode en noemt het de voorwaarden voor het realiseren van deze prioriteiten, onder andere door te zorgen voor meer synergie tussen civiele en militaire ontwikkeling van ruimtevaarttechnologieën en een gecoördineerd beleid voor internationale samenwerking. Aan de mededeling is als bijlage een eerste uitwerking van het Europese ruimtevaartbeleid in een Europees Ruimtevaartprogramma verbonden.
De mededeling vormde de basis van een, door de ESA en de EU lidstaten tijdens de Joint Space Council van mei 2007 met unanimiteit aangenomen resolutie over het Europese ruimtevaartbeleid. De resolutie is gezamenlijk opgesteld door het zittende EU voorzitterschap (Duitsland), de Europese Commissie, het zittende ESA voorzitterschap (Nederland) en de Directeur-Generaal van ESA.
De Nederlandse ruimtevaartdoelstellingen worden voor het merendeel via het Europese Ruimtevaart Agentschap (ESA) gerealiseerd. Nederland zet daarnaast stevig in op de realisatie van een mondiaal monitoringssysteem voor milieu en veiligheid (GMES). Financiering geschiedt hoofdzakelijk via het Europese kaderprogramma en ESA. Een interessant project in dat kader is TROPOMI: een ozon-monitoringsinstrument dat in Nederland ontwikkeld gaat worden en samen met andere instrumenten nauwkeurige luchtkwaliteitsmetingen in de onderste luchtlagen van de atmosfeer moet gaan doen.
Op 25 juni jl. heeft de Raad voor Concurrentievermogen een politiek akkoord bereikt over het voorstel voor een gemoderniseerd Douanewetboek. Het voorstel voor een gemoderniseerd Douanewetboek is een grote en algehele herziening van het Communautair Douanewetboek, dat in 1992 is vastgesteld. De modernisering is nodig in verband met de vereisten voor een elektronische omgeving voor douane en handel, een toenemend belang van niet-fiscale taken van de douane-autoriteiten (met name veiligheid) en het versterken van het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven.
Het doel van de modernisering van het Communautair Douanewetboek is het vereenvoudigen van douaneregelgeving, -procedures en formaliteiten ten gunste van zowel de douane-autoriteiten als het bedrijfsleven. Het voorstel moet onder meer leiden tot een grotere efficiëntie in het afhandelen van douaneformaliteiten en een reductie van administratieve lasten door middel van het vereenvoudigen van douaneregelgeving.
De voorstellen voor het zogenoemde «Single Window», gecentraliseerde vrijmaking («centralised clearance») en self-assessment in het voorstel dragen bij aan verbeteringen voor douane-autoriteiten en bedrijfsleven. Nederland heeft dan ook sterk gepleit voor de opname van deze aspecten in het voorstel. De komende tijd zal worden voortgegaan met het opstellen van de uitvoeringsbepalingen bij het gemoderniseerde Douanewetboek, waarin een belangrijk deel van de vereenvoudigingen zullen worden uitgewerkt. Nederland heeft aangeboden actief mee te werken bij het opstellen van de uitvoeringsbepalingen.
7. RAAD VERVOER, TELECOM EN ENERGIE
| Vergaderdata: | |
| 1–2 oktober 2007 | Raad VTE in Luxemburg |
| 29–30 november 2007 | Raad VTE in Brussel |
| 3 december 2007 | Raad Energie in Brussel |
| 28 februari 2008 | Raad VTE (energie), Brussel |
| 7–8 april 2008 | Raad VTE (transport), Luxemburg |
| 24–26 april 2008 | Informele Raad (transport), Slovenië |
| 6 juni 2008 | Raad VTE (energie), Luxemburg |
| 12 juni 2008 | Raad VTE (transport), Luxemburg |
| 13 juni 2008 | Raad VTE (telecommunicatie), Luxemburg |
Op 1 mei 2004 zijn bij de toetreding van de tien nieuwe lidstaten tot de EU door de Europese Commissie afspraken gemaakt betreffende cabotagevervoer over de weg (binnenlands vervoer door buitenlandse transporteurs). Met Polen en Hongarije is een 3+2 regeling afgesproken, dat wil zeggen dat er een algemeen verbod op cabotage geldt tot 1 mei 2007, waarna de lidstaten individueel kunnen aangeven de verbodsperiode te willen verlengen met een periode van maximaal twee jaar. Nederland heeft besloten deze verbodsperiode te verlengen tot 1 mei 2009.
Bij de toetreding van Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007 is een identieke 3+2 regeling afgesproken over het cabotagevervoer. Voor 1 januari 2010 moeten de lidstaten individueel aangeven of de verbodsperiode verlengd moet worden tot 1 januari 2012.
De Europese Commissie heeft mei 2007 een pakket voorstellen uitgebracht voor de herziening van de marktordeningswetgeving voor het goederen- en personenvervoer over de weg. In de voorstellen worden onder andere beperkingen voor het cabotagevervoer genoemd. Nederland zal zich in Brussel inzetten om de cabotagevrijheid voor het Nederlandse wegvervoer zo te regelen dat het transport efficiënt uitgevoerd kan blijven worden. Voor Nederlandse vervoerders is cabotage van essentieel belang. Een groot aantal lidstaten is echter voor het beperken van cabotage.
Verordening Beveiliging Intermodale Vervoersketen
In februari 2006 publiceerde de Commissie een voorstel voor een verordening betreffende een betere beveiliging van de bevoorradingsketen. Het voorstel heeft betrekking op het beveiligen van het continentale vrachtvervoer en verplicht lidstaten een systeem voor alle operators in de logistieke keten in te richten. Naar aanleiding van kritiek van het Europees Parlement heeft de Commissie besloten om het voorstel tot 2008 te bevriezen. Begin 2007 is besloten aan te sluiten bij het recent ontwikkelde veiligheidsconcept van de «Authorized Economic Operator» (AEO) onder de EU-Douane regelgeving. Vooralsnog verloopt de uitvoering van dit concept moeizaam. Het is niet uitgesloten dat het bevroren voorstel – in herziene vorm en na consultatie met stakeholders – opnieuw wordt ingediend in 2008.
In 2007 is overeenstemming bereikt tussen Raad en Europees Parlement over een verordening inzake aanbesteding/gunning van openbare dienstcontracten via Europeesrechtelijke vervoersconcessies. Voor Nederland is van belang dat het met de wet personenvervoer 2000 ingevoerde stelsel van openbaar vervoersconcessies kan blijven bestaan en dat Nederland de mogelijkheid behoudt om de vervoersconcessie voor het hoofdrailnet ondershands te gunnen. Daarnaast is van belang dat het voorstel zal leiden tot een verbetering van het «level playing field» voor het bedrijfsleven (vooral stad- en streekvervoerders) bij de Europese ontwikkeling van de openbaar vervoerscontracten.
Implementatie Eerste Spoorpakket
De Commissie heeft op 3 mei 2006 haar evaluatie van de implementatie van het Eerste spoorpakket gepubliceerd. De Commissie onderzoekt momenteel de implementatie van belangrijke onderdelen van dit pakket (waaronder scheiding infrastructuur vervoer, gebruiksvergoeding, capaciteitsverdeling en toezicht).
De Commissie heeft negen lidstaten, waaronder Nederland, in gebreke gesteld wegens te late implementatie van het Tweede Spoorpakket (inter-operabiliteit en spoorwegveiligheid). Inmiddels heeft Nederland de implementatie van het Tweede Spoorpakket genotificeerd bij de Commissie.
Op basis van de inter-operabiliteits richtlijn voor het Tweede Spoorpakket zijn in 2006 de eerste vijf van de twaalf te maken Technische Specificaties voor Inter-operabiliteit (TSI’s) gepubliceerd (goederenwagens, geluid, beheersing & beveiliging, telematica goederenvervoer, exploitatie). Inmiddels zijn deze TSI’s in Nederland van toepassing op het gehele spoorwegnet. Deze TSI’s zijn tevens van belang voor de besluiten van de Ministers van Nederland, Duitsland, Zwitserland en Italië over de financiering van het investeringsprogramma voor de uitrol van ERTMS, een innovatief Europees beveiligingssysteem op de corridor Rotterdam-Genua. Nog dit jaar komen er TSI’s bij voor minder-validen en veiligheidstunnels, alsmede de herziening van de resterende TSI’s voor hogesnelheid (HS-energie, HS-infrastructuur, HS-exploitatie en HS-rollend materieel)
In de eerste helft van 2007 is de besluitvorming over het Derde Spoorpakket afgerond. Het pakket behelst onder meer de opening van de markt voor internationaal personenvervoer. De bestaande vervoersconcessies voor HSL en het Hoofdrailnet worden hierdoor niet aangetast. De rechten van de (internationale) treinreiziger en reiziger met een lichamelijke beperking in Europa zullen aanzienlijk verbeteren, hetgeen overigens al voor een groot deel Nederlandse praktijk is. Daarnaast is een Europees rijbewijs voor machinisten ingevoerd. Verder is een vereenvoudiging overeengekomen van de wijze waarop machinisten de certificaten halen die nodig zijn voor grensoverschrijdend vervoer.
Wederzijdse erkenning van spoorwegmaterieel
De Commissie heeft in december 2006 voorstellen gedaan om de wederzijdse erkenning van spoorwegmaterieel te vereenvoudigen. Het Duitse voorzitterschap heeft met voorrang aan een akkoord op dit terrein gewerkt, maar is hier niet in geslaagd. Voor Nederland hebben deze voorstellen vooral als voordeel dat certificering voor grensoverschrijdend (goederen)vervoer wordt vereenvoudigd. Het Portugese voorzitterschap zal het dossier oppakken.
Na de presentatie door de Commissie van het actieprogramma ter bevordering van de binnenvaart («Naiades») in januari 2006 is vertraging opgetreden in de uitvoering ervan. Deze situatie is onder meer toe te schrijven aan een onduidelijke rolverdeling tussen de Commissie, lidstaten en het bedrijfsleven, inclusief de toebedeling van de kosten van de vijf thema’s van het programma (markt, vloot, werkgelegenheid en vaardigheden, imago, infrastructuur) en het ontbreken van centrale regie.
Teneinde het proces te versnellen heeft Oostenrijk het initiatief genomen een consortium te vormen dat zich beschikbaar stelt om op projectmatige wijze de vijf thema’s van het programma uit te voeren. Het consortium bestaat uit (voor zover mogelijk semi-onafhankelijke) instellingen in Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Frankrijk, België en Engeland. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om wetgevingsactiviteiten te ondernemen, maar om zoveel mogelijk bestaande structuren te ondersteunen en uit te bouwen.
Trans-Europese Netwerken (TEN’s)
In het EU-programma voor Trans-Europese Netwerken (TEN-programma 2007–2013) is voornamelijk ruimte voor prioritaire projecten zoals benoemd in de TEN-richtsnoeren en voor veiligheids- en verkeersmanagementsystemen. Voor Nederland is er weinig keus in prioritaire projecten. Met uitzondering van één groot infrastructureel project (de Maasroute) en eventueel de IJzeren Rijn zal Nederland slechts voor relatief kleine projecten aanspraak kunnen maken op het TEN-budget: twee infrastructurele projecten (werkzaamheden ten behoeve van de HSL aan station Rotterdam CS en mogelijk Amsterdam Zuidas) en de verschillende implementatieprojecten voor veiligheids- en verkeersmanagementsystemen (ERTMS (spoor), RIS (binnenvaart), ATM (luchtvaart) en ITS (wegvervoer)). Daarnaast zullen de inspanningen zich richten op de ontwikkeling van «Motorways of the Sea»-projecten en de EU-subsidiëring daarvan. Ook zal Nederland blijven vragen om subsidie voor niet-prioritaire projecten zoals de A2 tunnel in Maastricht.
Groenboek Europees Maritiem Beleid
Het Groenboek «Europees Maritiem Beleid» is in juni 2006 uitgebracht en pleit onder andere voor een meer integrale Europese benadering van maritieme aangelegenheden. De Europese Commissie zoekt in het Groenboek naar een balans tussen de groei van de Europese economie, sociale aspecten op maritiem gebied en het duurzame gebruik van de zee. De ministerraad heeft op 27 april 2007 het Nederlandse standpunt met betrekking tot het Groenboek «Europees Maritiem Beleid» vastgesteld. Het kabinet geeft daarin aan dat het voordelen en kansen ziet in meer samenwerking en afstemming op maritiem gebied. Dit zal volgens het kabinet vooral moeten worden bevorderd met praktisch georiënteerde acties en nieuwe werkwijzen en niet zozeer met nieuwe initiatieven voor Europese regelgeving. Nederland is nadrukkelijk geen voorstander van een Europese aanpak op het gebied van kustverdediging, ruimtelijke planning en marktordening van zeehavens.
Het kabinetsstandpunt is in juni 2007 aangeboden aan de Europese Commissie. De Commissie maakt in de tweede helft van 2007 vervolgstappen bekend.
Derde maritiem veiligheidspakket
Naar aanleiding van het verongelukken van onder meer de olietanker Erika in 1999 voor de Franse kust heeft de Europese Unie regelgeving tot stand gebracht op het terrein van maritieme veiligheid en het voorkomen van verontreiniging door de scheepvaart (in twee zogenoemde Erika-pakketten). De Commissie heeft eind 2005 een derde maritiem veiligheidspakket gepresenteerd om de resterende gaten in de Europese wet- en regelgeving te dichten. Het pakket bestaat uit zeven voorstellen:
1. Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van richtlijn 2002/59/EG betreffende invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (VTM). Bij dit systeem is onder andere de autoriteit van belang die veilige havens aanwijst voor schepen in nood;
2. Voorstel voor een richtlijn betreffende havenstaatcontrole (PSC). Deze richtlijn heeft tot doel een meer effectief inspectiesysteem van buitenlandse schepen in Europese havens, waarbij de nadruk vooral ligt op het inspecteren van schepen die niet aan de huidige technische eisen voldoen;
3. Voorstel tot wijziging van richtlijn 94/57/EG inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (klassenbureaus);
4. Voorstel voor een richtlijn inzake de verantwoordelijkheden van vlaggenstaten;
5. Voorstel voor een richtlijn inzake ongevalllenonderzoek
6. Voorstel voor een verordening inzake aansprakelijkheid voor passagiersclaims bij maritieme ongevallen.
7. Voorstel voor een richtlijn inzake aansprakelijkheid scheepseigenaren.
In 2007 heeft het Europees Parlement de eerste lezing over de zeven voorstellen afgerond.
Het Duitse voorzitterschap is erin geslaagd politieke akkoorden te bereiken over drie voorstellen uit het derde pakket, te weten:
• richtlijn VTM. In juni 2006 heeft de Raad hierover een algemene oriëntatie bereikt.
• richtlijn ongevallenonderzoek
• richtlijn havenstaatcontrole. In december 2006 had de Raad hierover al een algemene oriëntatie bereikt.
Met betrekking tot de verordening passagiersrechten maritiem/Athene Conventie heeft het Duitse voorzitterschap een voortgangsrapportage gepresenteerd.
Tevens is onder het Duitse voorzitterschap tijdens de transportraad in juni 2007 een mandaat verleend voor ratificatie van de Maritieme Arbeidsconventie 2006 van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie). Lidstaten worden bij deze beschikking van de Raad gemachtigd het geconsolideerde verdrag uit 2006 van de Internationale Arbeidsorganisatie over maritieme arbeid te bekrachtigen.
Verder is onder het Duitse voorzitterschap tijdens de transportraad in juni 2007 een debat gehouden over de eventuele oprichting van een Europees datacentrum inzake het identificeren en volgen van schepen op lange afstand. Tijdens de Raad bleek brede steun voor de oprichting van een dergelijk centrum. Tijdens de Raad van oktober 2007 zal hierover een definitief besluit worden genomen.
In 2007 is een begin gemaakt met de behandeling van het voorstel over de klassenbureaus (tevens onderdeel van het derde pakket maritieme veiligheid).
Externe betrekkingen luchtvaart
Op 30 april 2007 is het verdrag over een volledig open gezamenlijke luchtvaartmarkt, de zogenaamde «Open Aviation Area» (OAA), tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie en haar lidstaten ondertekend. Geschat wordt dat het akkoord, dat in de loop van 2008 van toepassing zal worden, in de komende jaren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan een economisch voordeel van honderden miljoenen euro’s zal opleveren.
Tevens is met de Russische Federatie een akkoord bereikt over het geleidelijk afbouwen van de betalingen door luchtvaartmaatschappijen voor de overvliegrechten richting bestemmingen in het Verre Oosten over het transsiberisch grondgebied. Dit zal de Europese luchtvaartmaatschappijen uiteindelijk tientallen miljoenen euro’s per jaar besparen. Daarnaast is, evenals de voorgaande jaren, met een aantal landen een zogenaamd horizontaal akkoord bereikt, waardoor de bestaande bilaterale luchtvaartovereenkomsten niet meer in strijd zijn met de Europese regelgeving.
De Transportraad heeft goedkeuring gegeven voor het oprichten van een gemeenschappelijke onderneming voor de ontwikkeling van SESAR, de nieuwe generatie Europese luchtverkeersleidingssystemen.
Op grond van de door de Commissie bij de lidstaten ingewonnen informatie over de veiligheid van luchtvaartmaatschappijen werd de in 2006 ingevoerde zogenaamde zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen (niet-EU carriers) die op grond van technische veiligheidscriteria van luchthavens kunnen worden geweerd, geactualiseerd. Tevens werden op Europees niveau de veiligheidsvoorschriften met betrekking tot vloeibare middelen in handbagage van passagiers verscherpt als gevolg van de in juli 2006 in Londen verijdelde aanslagen.
De voortgang van het Galileo-project stagneerde in het voorjaar van 2007, omdat de EU en de beoogde concessiehouder (consortium van Europese bedrijven) niet tot overeenstemming konden komen. Zowel het consortium als de Europese Commissie gaven aan dat men eerder een inschattingsfout heeft gemaakt omtrent de risico’s van het project. De Commissie zal voor het najaar van 2007 de optie van publieke financiering en publieke aanbesteding van de bouwfase van Galileo verder uitwerken.
Nederland gaat akkoord met het afbreken van de onderhandelingen met het consortium over een publiek-private samenwerking voor Galileo. Nederland gaat akkoord met de continuering van het project onder de voorwaarde van financiering en garanties voor een goed risicomanagement door een adequate bestuurlijke en managementstructuur. Tevens dient in de uitvoering wederom te worden bezien in hoeverre private partijen een inbreng in het programma kunnen leveren. Nederland acht betrokkenheid van private partijen van groot belang, aangezien het de bedoeling is dat een private partij Galileo uiteindelijk moet gaan exploiteren. Financiering dient te worden gevonden in de vorm van herschikking van middelen binnen begrotingscategorie 1a van de huidige Financiële Perspectieven. Nederland zal zich verzetten tegen het openbreken van de Financiële Perspectieven. Nederland is evenmin voorstander van financiering via ESA.
Duurzame mobiliteit en bronbeleid
Centraal in het Nederlands duurzaam vervoerbeleid staat bronbeleid. Hiervoor is Europese en mondiale actie nodig. Nederland zet zich in Europees en mondiaal verband in voor aanscherping van de regeling inzake de (emissie)normen voor voertuigen, vaartuigen en brandstoffen. De wens om tot sneller en scherper Europees en internationaal brongericht beleid te komen is ook één van de kernpunten van de Nederlandse inzet bij de herziening van de Europese luchtkwaliteitsregelgeving.
Voor personenauto’s en lichte bestelbusjes is er inmiddels een akkoord bereikt op de spoedige invoering van de zogenoemde Euro 5/6 emissienorm. Dat betekent de facto een verplichting van roetfilters voor dieselauto’s.
Met betrekking tot de zeescheepvaart zijn internationaal afspraken gemaakt: in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de EU. In de IMO is – mede door Nederlandse inzet – regelgeving opgesteld op grond waarvan alle schepen die de Noordzee bevaren vanaf augustus 2007 verplicht zijn laagzwavelige brandstof te gebruiken. Met ingang van 2010 worden schepen die in Europese havens aan de kade liggen vanwege een EU-richtlijn verplicht tot het stoken van laagzwaveligere brandstof. Door deze brandstofeisen zal de uitstoot van zwavel en fijn stof verminderen.
De Europese Commissie heeft aangegeven in 2007 met een vijftal mededelingen op spoorgebied te komen over: geluid, contracten Staat en infrastructuurbeheerder, staatssteun, goederengeoriënteerd netwerk en monitoring van de vervoersmarkt.
De mededeling over het spoorweggeluid kan naar verwachting een belangrijke ondersteuning bieden bij het door Nederland nagestreefde bronbeleid op dit gebied.
De Commissie heeft verder aangekondigd om in voorjaar 2008 met nadere wetgevende voorstellen («recast infrastructure package») te komen op spoorweggebied.
Verder zullen de respectievelijke voorzitters van de Europese Unie, Portugal en Slovenië, de nodige aandacht besteden aan de vervolgstappen op de tussentijdse beoordeling van het concept «Short Sea Shipping» (korte kustvaart), een gemeenschappelijke maritieme ruimte (dit begrip wordt genoemd in het Groenboek Europees Maritiem Beleid), de rechten van passagiers aan boord van zeeschepen en maritieme werkgelegenheid. Het Portugese voorzitterschap houdt een informele bijeenkomst over de ontwikkeling van «Motorways of the Sea» en logistiek, om een meer gebalanceerde en duurzame «modal split» (de verdeling tussen de verschillende vervoersmodaliteiten) te bereiken.
Nederland is voorstander van «Short Sea Shipping». De Commissie komt met een actieplan eind 2007/begin 2008 als uitwerking van het groenboek Europees Maritiem Beleid. Tenslotte overweegt de Commissie of er een mededeling zou moeten komen over de reductie van de emissies van de zeescheepvaart.
Het Europese Hof besliste in 2002 dat de meeste bestaande bilaterale luchtvaartverdragen strijdig zijn met de vestigingsvrijheid van ondernemingen. De Commissie heeft op grond van deze beslissing de lidstaten, waaronder Nederland, gesommeerd om het systeem aan te passen. Het Hof heeft in 2007 ook Nederland veroordeeld, omdat het bilaterale verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten in strijd is met Europees recht. Daar zijn echter geen consequenties aan verbonden, omdat inmiddels een Europees luchtvaartverdrag met de VS is getekend.
Niet alleen nationale carriers, maar ook in Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen van andere lidstaten dienen te kunnen worden aangewezen onder een bilateraal verdrag. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat hard gewerkt is en wordt aan de transitie naar een systeem van luchtvaartverdragen dat in overeenstemming is met het Europese recht. Het waarborgen van een goed netwerk van internationale luchtverbindingen vanuit Nederland met onder meer Air France-KLM is een belangrijke opdracht.
Na het bereikte Open Aviation Area (OAA)-verdrag met de VS zal verder worden gewerkt aan het uitbouwen van een mondiale open luchtvaartmarkt. Momenteel wordt onderhandeld met Oekraïne en zal door de Raad mandaat aan de Commissie worden verleend om onderhandelingen over een zogenaamd verticaal akkoord inzake een OAA met Canada te beginnen. Daarna zullen in de nabije toekomst meerdere landen volgen. Met de VS zal in een tweede fase nog verder worden onderhandeld, waarbij onder andere de milieu-aspecten van de luchtvaart een belangrijke rol zullen spelen.
Luchtvaartveiligheid is bij uitstek een terrein waar Europese maatregelen meerwaarde kunnen hebben. In dit kader zal worden gewerkt aan harmonisatie van de veiligheidsnormen via een versterkt Europees agentschap voor de luchtvaartveiligheid (EASA) en verdere uitwerking van de veiligheidsvoorwaarden van vluchten uitgevoerd door ondernemingen uit derde landen (de zogenaamde SAFA-inspecties). Ook zullen de genomen maatregelen met betrekking tot de veiligheidseisen voor handbagage voor passagiers nader worden geëvalueerd.
Tenslotte wordt eind 2007 een voorstel van de Commissie inzake de allocatie van «slots» verwacht, alsmede plannen op het gebied van doorbelasting van het gebruik van luchthavens en capaciteitsbenutting van luchthavens.
Begin 2008 moet de Gemeenschappelijke Onderneming (GO) van SESAR operationeel zijn. Het Air Traffic Management Masterplan, dat de belangrijkste uitkomst van de huidige definitiefase is en dat de basis vormt voor de volgende fasen (ontwikkeling en implementatie) van SESAR, ligt maart 2008 ter goedkeuring in de Transportraad voor. In lijn met de statuten van de GO moet de industrie zich voor het einde van 2008 hebben gecommitteerd het project mee te financieren.
Duurzame mobiliteit en bronbeleid
De Europese Commissie heeft voorstellen gedaan voor personenauto’s en bestelauto’s om de follow-up van het ACEA-convenant vast te leggen in regelgeving. De uitstoot van CO2 in 2012 moet gedaald zijn van het huidige gemiddelde van 160 gr CO2/km naar 130/120 gr CO2/km, waarbij de laatste tien gram door additionele maatregelen gerealiseerd moet worden. De eerste daling (160 naar 130 gr CO2/km) is de verantwoordelijkheid van de automobielfabrikanten. Nederland is van mening dat deze doelstelling op 120 gr CO2/km moet liggen en dat dit slechts een tussenstation is voor verdere reductie in de periode daarna.
Ten aanzien van vrachtwagens en bussen pleit Nederland voor een forse aanscherping van de normen voor NOx en fijn stof in verband met de Euro 6 emissienorm. Nederland denkt aan een vermindering van tachtig procent ten opzichte van Euro 5. De beoogde norm voor fijn stof ligt 75 procent lager dan Euro 5 en vereist toepassing van een roetfilter.
Voor de binnenvaart wordt in EU-verband primair gewerkt aan emissiereductie. Van belang hierbij is de samenwerking tussen de EU en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Dit jaar worden aangescherpte emissienormen van kracht. Nederland pleit ervoor dat de EU-normen voor binnenvaartmotoren in 2012 worden aangescherpt tot een norm die vergelijkbaar is met Euro 5 voor vrachtauto’s en in 2016 tot een norm die vergelijkbaar is met Euro 6 voor vrachtauto’s. Ter verbetering van de brandstofkwaliteit van gasolie pleit Nederland ervoor dat de EU-normen voor het zwavelgehalte in de brandstof worden aangescherpt.
Inzake de aanscherping van internationale normen voor de luchtvaart zet het kabinet in op nadere afspraken over emissiereductie in VN-verband via de internationale luchtvaartorganisatie ICAO. Ten aanzien van de emissies van broeikasgassen is Nederland voorstander van het onderbrengen van de luchtvaart in het Europese emissiehandelssysteem.
Tenslotte zal de Europese Commissie in het najaar van 2007 komen met een Groenboek stedelijk vervoer. Het doel van het Groenboek is te identificeren welke meerwaarde Europa kan hebben voor lokaal en nationaal beleid gericht op duurzame stedelijke mobiliteit.
Herziening EU regelgevend kader op het gebied van electronische communicatie
De Commissie komt najaar 2007 met concrete voorstellen voor wijziging van het regelgevend kader op het gebied van electronische communicatie. Daarnaast treedt een verordening van de Commissie over verlaging van de hoge tarieven voor «roaming» (mobiel bellen en gebeld worden in het buitenland) in de zomer van 2007 in werking.
Informatie- en netwerkbeveiliging
De Raad heeft een resolutie aanvaard, die een nieuwe impuls geeft aan een Europese beleidsaanpak voor netwerk- en informatiebeveiliging. Alle betrokken partijen wordt verzocht de veiligheid van internet te verbeteren om daarmee het vertrouwen in de digitale dienstverlening te vergroten, waardoor er meer gebruik van zal worden gemaakt.
Het i2010 programma is een langlopend programma dat zorgdraagt voor een geïntegreerd ICT-beleid op Europees en nationaal niveau om bij te dragen aan de Lissabondoelstelling. Prioriteiten zijn: betaalbare breedbandtoegang en -toepassingen, het ontwikkelen en distribueren van nieuwe content en services, veiligheid en vertrouwen, onderzoek en ontwikkeling en eInclusion (bevorderen van mogelijkheid tot deelname van alle burgers aan de informatiemaatschappij). Daarnaast is extra aandacht besteed aan de bestrijding van «spam» en «spyware».
• Herziening EU regelgevend kader op het gebied van elektronische communicatie.
• Het in 2008 uitbrengen van het «eInclusion initiative» (bevorderen van mogelijkheid tot deelname van alle burgers aan de informatiemaatschappij).
«Eén energiebeleid voor Europa»
Op de agenda van de Energieraad figureerde tijdens het Duitse voorzitterschap prominent de Commissie-mededeling van januari 2007 «Eén energiebeleid voor Europa». Daarbij was met name aandacht voor de liberalisering van energiemarkt en energiebeleid, gericht op de transitie naar een duurzame energiehuishouding. De kern van die duurzame energiehuishouding werd gevormd door de doelstelling voor hernieuwbare energie (inclusief biobrandstoffen), de bevordering van energiebesparing en schone kolen. Speerpunt van het liberaliseringsdossier was de discussie over de eigendomsontbundeling van de energiebedrijven.
Duurzame energiehuishouding/klimaat en energie
Op de Energieraad van februari werd de inbreng voor de Europese Raad van 8 en 9 maart bepaald. Er werd een bindende doelstelling van minimaal 10% biobrandstoffen in 2020 vastgesteld. Aan de doelstelling werden drie voorwaarden verbonden, waaronder de voorwaarde dat de productie duurzaam moet zijn. Over het karakter van de doelstelling voor hernieuwbare energie werd geen overeenstemming bereikt. Op de Europese Raad van 8 en 9 maart 2007 zouden de lidstaten later een bindende doelstelling voor hernieuwbare energie overeenkomen. Ook werd daar een doelstelling voor energiebesparing van 20%, te realiseren in 2020, vastgesteld.
Liberalisering van de energiemarkt
Tijdens de Energieraad in februari 2007 bleek er verdeeldheid onder de lidstaten te bestaan over de wenselijkheid van de door de Europese Commissie voorgestelde eigendomsontbundeling van de energiebedrijven. Nederland heeft zich samen met lidstaten als het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Italië voorstander betoond van het voorstel van de Commissie. Uiteindelijk heeft de Raad geconcludeerd dat het nodig is een daadwerkelijke scheiding tussen leverings- en productiediensten enerzijds en de netwerkexploitatie anderzijds te bereiken. Op de Raad van juni 2007 is opnieuw gesproken over het ontbundelingsdossier, ter voorbereiding op nadere voorstellen van de Europese Commissie. Er bleek geen overeenstemming bereikt te kunnen worden.
Dit najaar wil de Europese Commissie een flink aantal voorstellen voor richtlijnen op energieterrein publiceren. Hiermee wordt het Actieplan van de Europese Raad omgezet in concreet beleid.
Liberalisering van de energiemarkt
In het najaar presenteert de Europese Commissie het derde pakket liberalisering van de energiemarkt. Hiervoor zullen de gas- en elektriciteitsrichtlijnen herzien worden. Het meest prominente onderdeel hiervan is het voorstel voor splitsing van de energiebedrijven. Daarnaast zal er ook aandacht zijn voor een verbetering van de verbindingen tussen de nationale energiemarkten en een intensievere samenwerking tussen nationale netbeheerders. Nederland vindt een verdergaande liberalisering van de energiemarkt belangrijk, niet alleen vanuit economisch oogpunt, maar ook omdat een goed functionerende interne energiemarkt een belangrijke bijdrage kan leveren aan het efficiënter realiseren van de klimaat- en duurzame energie-doelstellingen.
Zeer belangrijk is de lastenverdeling inzake de bindende 20%-doelstelling voor hernieuwbare energie. Deze zal worden opgenomen in de kaderrichtlijn voor hernieuwbare energie. De kaderrichtlijn zal naast nationale doelstellingen voor hernieuwbare energie een uitwerking van de bindende 10%-doelstelling voor biobrandstoffen bevatten, waarin onder meer een kosten-batenanalyse van de productie van biomassa in de EU en voorstellen voor duurzame productie van biobrandstoffen zullen worden opgenomen. De Europese Commissie heeft aangegeven in 2008 met een rapport te komen over de voortgang inzake de nationale en gemeenschapsdoelstellingen voor hernieuwbare energie.
De Europese Commissie presenteert eveneens dit najaar het Strategisch Energietechnologie Plan (SET-plan). Hierin zal zij een lange-termijn-strategie voor de ontwikkeling van schone en efficiënte energietechnologie opnemen. Het is de verwachting dat de Europese staatshoofden en regeringsleiders op de Voorjaarsraad in 2008, onder Sloveens voorzitterschap, overeenstemming over het plan zullen bereiken. Het plan beoogt de kosten van schone energie te verlagen en het bedrijfsleven in de EU een leidende positie te verschaffen in de snelgroeiende sector van de koolstofarme technologie.
Naar alle waarschijnlijkheid zal begin 2008 de uitwerking van de prioriteiten van het Actieplan Energiebesparing grotendeels gerealiseerd zijn, uitgezonderd de herziening van de richtlijn Energieprestatie Gebouwen. De Europese Commissie heeft aangegeven in 2009 met een voorstel voor de herziening van de richtlijn te komen. Onderdeel van het actieplan zijn ook voorstellen voor regelgeving voor verlichting in huishoudens en verbeterde efficiëntie van kantoor- en straatverlichting, waarmee de Europese Commissie in het komende jaar zal komen.
Eveneens verschijnt eind 2007 een nadere mededeling over CO2-afvang en opslag, waarin de weg zal worden gebaand voor de herziening van wetgeving die CO2-afvang en opslag nog in de weg staat (zoals de kaderrichtlijn Water). CO2-afvang en opslag is, naast energiebesparing en het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen, een veelbelovende techniek waarmee de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer gestabiliseerd kan worden.
De Europese Commissie zal in de tweede helft van 2008 komen met een voorstel voor de ontwikkeling van een twaalftal grootschalige demonstratieprojecten voor CO2-afvang en opslag. De bedoeling is een mechanisme te ontwerpen om tegen 2015 de bouw en de werking van twaalf grootschalige demonstraties van CO2-afvang en opslag in commerciële stroomopwekking in de EU te stimuleren. Nederland heeft aangegeven dat het gezien het relatief grote CO2-opslagpotentieel in eigen land CO2-afvang en opslag wil stimuleren. De inzet is om marktpartijen te bewegen deel te nemen in het traject van de Europese demonstratieprojecten, teneinde tenminste één project in Nederland gerealiseerd te krijgen.
Op het externe vlak is er ook aantal ontwikkelingen te verwachten. De Europese Commissie wil onderhandelingen gaan voeren over de uitbreiding van de energiegemeenschap met onder meer Noorwegen en Oekraïne. Daarnaast zal het netwerk van correspondenten voor de continuïteit van de energievoorziening operationeel worden. Op de Europese Raad spraken de lidstaten af effectievere mechanismen voor een respons op crises te ontwikkelen. Ook zullen de energiedialogen met belangrijke producten-, consumenten- en transitlanden en de nabuurlanden gecontinueerd worden. Nederland zal zich intensief blijven inzetten voor een daadkrachtig Europees extern energiebeleid.
Internationale kaderovereenkomst voor energiebesparing
Belangrijk is ook het voorstel voor een internationale kaderovereenkomst voor energiebesparing. De Europese Commissie lobbyt op dit moment in internationaal verband voor een kaderovereenkomst voor energiebesparing. De bedoeling is internationaal tot bepaalde minimumnormen voor producten en een gemeenschappelijke aanpak van energiebesparing te komen. In de eerste helft van 2008 zal er een internationaal akkoord bereikt moeten worden over een kaderovereenkomst. Nederland hecht grote waarde aan een internationale kaderovereenkomst voor energiebesparing, omdat energiebesparing een kostenefficiënte en relatief eenvoudige manier is om de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen.
| Vergaderdata: | |
| 16–18 september 2007 | Informele Landbouwraad in Porto |
| 24 september 2007 | Raad LNV in Brussel |
| 22–23 oktober 2007 | Raad LNV in Luxemburg |
| 26–27 november 2007 | Raad LNV in Brussel |
| 18–20 december 2007 | Raad LNV in Brussel |
| 7 januari 2008 | (mogelijk) Raad LNV, Brussel |
| 21–22 januari 2008 | Raad LNV, Brussel |
| 18–19 februari 2008 | Raad LNV, Brussel |
| 17–18 maart 2008 | Raad LNV, Brussel |
| 14–15 april 2008 | Raad LNV, Luxemburg |
| 19–20 mei 2008 | Raad LNV, Brussel |
| 23–24 juni 2008 | Raad LNV, Luxemburg |
Voorjaar 2007 bereikte de Raad een politiek akkoord over een welzijnsrichtlijn voor vleeskuikens. De bezettingsgraad is de centrale norm voor het reguleren van dierenwelzijn. De richtlijn schrijft voor dat de maximale bezettingsgraad 33 kg/m2 mag bedragen. Een verhoging tot 39 kg/m2 is mogelijk als veehouders voldoen aan een aantal extra eisen in de huisvesting (ammoniak, CO2, vochtigheid en temperatuur). Een extra verhoging met 3 kg/m2 tot in totaal 42 kg/m2 is mogelijk als het bedrijf gedurende twee jaar de welzijnsregels niet heeft overschreden en de laatste zeven koppels een sterftepercentage van maximaal ca. 3,5% vertonen.
Lidstaten zijn verplicht sterfte, voetzoollaesies (en andere welzijnsindicatoren) te monitoren. Als uit de monitoring welzijnsproblemen (sterfte, voetzoollaesies, etc.) blijken, moeten lidstaten voorzien in passende maatregelen gericht op verbetering. Nederland heeft altijd sterk gepleit voor het verankeren van normen voor sterfte en voetzoollaesies in de richtlijn. Helaas bleek dit tijdens de onderhandelingen voorlopig nog niet mogelijk. Nederland heeft toch met de huidige richtlijn ingestemd, omdat uitzicht op een hernieuwde agendering van de richtlijn door de aanstaande drie voorzitterschappen ontbrak. Het uitblijven van een politiek akkoord zou een slecht signaal zijn geweest naar de Europese burger en consument.
Eind 2006 heeft de Raad overeenstemming bereikt over de hervorming van de marktordening bananen. De hervorming maakt een einde aan de huidige steunregeling, die EU-telers compenseert voor prijsdalingen. Tegelijkertijd wordt de steun voor «continentale» bananenproducenten in Portugal, Griekenland en Cyprus ontkoppeld en worden de beschikbare kredieten voor bananenproducenten in de ultraperifere gebieden overgedragen naar de POSEI-regeling (Programme d’Options Spécifiques à l’Éloignement et l’Insularité). Op basis van de POSEI-regeling krijgen de betrokken lidstaten een financiële enveloppe toegewezen, die gebruikt kan worden ten behoeve van de ondersteuning van de landbouwproductie in de ultraperifere gebieden. Nederland heeft tijdens de onderhandelingen de nu doorgevoerde hervormingen over de herziening van de marktordening bepleit.
In oktober 2006 heeft de Raad een politiek akkoord bereikt over de verordening voor gedistilleerde dranken. Het akkoord bevat onder meer bepalingen over de definitie en oorsprongbepaling van jenever, vruchtenjenever en bananenlikeur. De Raad beperkte de definitie van wodka tot aardappelen, granen en suikerbietenmelasse. Wodka van andere agrarische grondstoffen moet overeenkomstig worden geëtiketteerd, met inachtneming van WTO-aspecten. Het overeengekomen compromis vormt de grondslag voor een algemene benadering in de discussie met het Europees Parlement. Het akkoord doet recht aan de Nederlandse inzet voor een bescherming van de benaming van jenever en een ruime definitie voor wodka, die aansluiten bij de gangbare praktijk in Nederland. Naar verwachting zal de Raad in 2007 een definitief akkoord bereiken, na advies van het Europees Parlement.
De Commissie presenteerde in de Raad van april het evaluatieverslag over het communautaire randvoorwaardenbeleid voor de toekenning van de GLB-subsidies, de zogenoemde «cross compliance». De Commissie suggereert onder meer de introductie van een tolerantiemarge voor kleine overtredingen en vooraankondiging van controles. De Commissie hanteert als uitgangspunt dat het niet de bedoeling is het doel en de reikwijdte van «cross compliance» ter discussie te stellen, maar dat in het kader van de «health check» te bespreken. Het gaat er nu vooral om op korte termijn een aantal concrete vereenvoudigingen door te voeren. Hiervoor zal de Commissie in het najaar van 2007 concrete wetgevingsvoorstellen doen. Nederland steunt de aanpak van de Commissie, maar heeft samen met enkele andere lidstaten aanvullende voorstellen gedaan voor een eenvoudig, transparant, uitvoerbaar en betaalbaar controle- en kortingensysteem.
In juni 2007 heeft de Raad met gekwalificeerde meerderheid overeenstemming bereikt over biologische landbouw in vervolg op het politieke akkoord van december 2006. De verordening is nu geherstructureerd. Verdere invulling en aanpassingen van de uitvoeringsbepalingen, alsook het bepalen van uitzonderingen, vindt plaats op basis van nieuw vastgestelde en helder geformuleerde principes. De werkingssfeer van de verordening is uitgebreid naar, onder meer, aquacultuur en de wijnsector. Ook zijn de mogelijkheden voor import vereenvoudigd. Over het gebruik van een verplicht EU-logo en ingrediëntenetikettering, waaronder genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), heeft de Raad overeenstemming bereikt.
Het akkoord doet recht aan de Nederlandse wens om, indien van toepassing, op producten te kunnen vermelden dat er biologische ingrediënten in verwerkt zijn. Deze mogelijkheid betekent een stimulans voor de biologische productie en een betere informatie voor de consument. Daarmee wordt overigens niet getornd aan de strenge regels voor de gouden standaard voor biologische producten. Alleen die mogen een biologisch logo voeren. Het nog nader vorm te geven EU-logo wordt met de nieuwe regelgeving verplicht voor biologische producten binnen de EU.
In juni 2007 heeft de Raad met unanimiteit overeenstemming bereikt over de hervorming van de marktordening Groenten en Fruit, een van de gemeenschappelijke marktordeningen die nog niet in lijn was gebracht met de principes van de hervormde GLB. De Commissie zet daarom onder meer in op de ontkoppeling van de steun voor de verwerkende industrie en een integratie in het bedrijfstoeslagensysteem. Daarmee zullen ook voor boeren die nu groenten en fruit telen voor verwerking voorwaarden van kracht worden op het gebied van, onder andere, milieu en voedselveiligheid, die worden gesteld om in aanmerking te komen voor inkomenssteun. De telersverenigingen vormen de hoeksteen van de nieuwe marktordening. Nederland steunt het streven naar de ontkoppeling en afbouw van marktinterventie en de versterking van de telersverenigingen. Nederland maakt zich sterk voor verdere vereenvoudigingen van communautaire handelsnormen. De Raad debatteerde meerdere keren over het voorstel. Definitieve besluitvorming over deze marktordening is voorzien in 2007.
De Raad heeft unaniem een politiek akkoord bereikt over vrijwillige modulatie, dat recht doet aan de zorgen van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie. Het Verenigd Koninkrijk en Portugal kunnen nu als enige lidstaten de door hen gewenste vrijwillige modulatie toepassen. Hierdoor kunnen zij tot maximaal 20% van de middelen voor directe inkomenssteun afromen en inzetten voor hun plattelandsontwikkelingsprogramma’s. Raad en Commissie legden een gezamenlijke verklaring af dat het onderwerp (vrijwillige) modulatie nadrukkelijk een punt van discussie zal zijn gedurende de discussie over de «health check» van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in 2008. Het bereikte politieke akkoord maakte het mogelijk dat het Europees Parlement de blokkade van 20% van de plattelandsmiddelen kon opheffen.
Eén Gemeenschappelijke Marktordening
De Commissie werkt aan een vereenvoudiging van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) en heeft in dat kader een voorstel voor één Gemeenschappelijke Marktordening (GMO). In deze verordening bundelt de Commissie de eenentwintig bestaande marktordeningen en enkele andere relevante verordeningen. De Commissie verwacht veel voordelen van deze bundeling, waaronder een verlaging van de administratieve lasten. Deze hervorming zal volgens de Commissie niet leiden tot wijziging van bestaand beleid, maar past in het streven van de Commissie tot het vergaand (technisch) vereenvoudigen van het GLB. Nog te hervormen marktordeningen, zoals groenten en fruit, wijn en gedistilleerde dranken, zullen na goedkeuring ook in de Gemeenschappelijk Marktordening opgenomen worden.
Nederland steunt de ambitie van de Commissie de administratieve lasten met een kwart te verminderen, maar is geen voorstander van een beleidsinhoudelijke herziening van de marktordeningen. Daarvoor is de «health check» bedoeld.
Informele Landbouwraden september 2006 en mei 2007
De informele Landbouwraden van Oulu (september 2006, Finland) en Mainz (mei 2007, Duitsland) stonden in het teken van de toekomst van het Europese landbouwmodel en de bevordering van economisch krachtige plattelandsregio’s als grondslag voor een concurrerende land- en bosbouwsector. Duurzaamheid, concurrentiekracht, diversiteit, milieuvriendelijkheid, maatschappelijke oriëntatie, vereenvoudiging en legitimiteit staan nu centraal in het GLB.
In Finland benadrukte een overgrote meerderheid van de lidstaten – evenals de Commissaris – dat tot 2013 niet getornd kan worden aan het door regeringsleiders eind 2005 voor het GLB beschikbaar gestelde budget voor de periode 2007–2013.
De halfjaarlijkse informele Landbouwraad in Mainz in mei 2007 had als thema «Securing livelihoods in Europe’s regions to foster diversity, quality and innovation». De discussie concentreerde zich op de toekomstige rol van de boeren in de EU, de toekomst van de plattelandsgebieden en op welke wijze het GLB de plattelandsbevolking beter zou kunnen helpen en was daarmee in feite een voortzetting van de discussies tijdens de informele Landbouwraden in 2006 onder de Oostenrijkse en Finse voorzitterschappen.
De lidstaten zijn het over de positie en de rol van het platteland in het algemeen met elkaar eens. Zij onderstreepten eensgezind het belang van de tweede pijler (plattelandsontwikkeling). Verder benadrukte een overgrote meerderheid van de lidstaten, net als de Commissie, dat het belangrijk is om eerst overeenstemming te bereiken over de inhoudelijke uitgangspunten van het toekomstige GLB, alvorens over (herziening van) de begroting te discussiëren.
Voor Nederland is het van belang de Europese inkomenstoeslagen in de landbouw in de toekomst meer te koppelen aan het realiseren van maatschappelijke waarden (zoals voedselveiligheid, voedselkwaliteit en voedselzekerheid), het in stand houden van het landschap en de zorg voor milieu en dierenwelzijn, conform het Coalitieakkoord. De evaluatie van het GLB in 2008 («health check») is hiervoor een geschikt moment. Het GLB is er voor de hele samenleving en moet inspelen op veranderingen die zich in de samenleving voordoen.
De Raad heeft een akkoord bereikt over de toegestane vangsthoeveelheden (Total Allowable Catches (TAC’s)) voor 2007 en over de voorwaarden waaronder op betrokken bestanden kan worden gevist. Voor de voor Nederland belangrijkste bestanden zijn de voorstellen van de Commissie ongewijzigd overgenomen. Dit betekent een daling met 15% voor Noordzee tong, 12,5% voor schol, 14% voor kabeljauw en 25% voor haring. Voor blauwe wijting daalt het Nederlandse quotum ongeveer met 19% en voor makreel stijgt het quotum met 13,5%. Voor horsmakreel in de westelijke wateren heeft de Raad, evenals vorig jaar, tot een ongewijzigde TAC besloten. Voor de overige platvissoorten, de zogenaamde geassocieerde bestanden (tarbot/griet, schar/bot), blijven de TAC’s ongewijzigd. Het aantal zeedagen gaat gemiddeld met 10 % omlaag, terwijl voor de Nederlandse vloot besloten is tot een reductie met 8%. In het zeedagensysteem is meer flexibiliteit gebracht. De Raad heeft tevens besloten tot het op beperkte schaal (5% van de boomkorvloot) toestaan van de pulse techniek in de boomkorvisserij in 2007.
De Raad heeft afspraken gemaakt over het meerjarenbeheer voor Noordzee schol en tong. Er is besloten tot een tweefasenaanpak. In de eerste fase zal met strikte beheersregels, waaronder dalingen van maximaal toegestane vangsthoeveelheden (Total Allowable Catches (TAC’s)) van 15%, gewerkt worden aan het op korte termijn bereiken van veilige biologische grenzen. Voor de tweede fase worden ook een aantal afspraken gemaakt om te groeien naar Maximum Sustainable Yield (Maximale Duurzame Opbrengst)-niveaus. Naast TAC’s zal ook het beheer van de visserij-inspanning (zeedagen) een belangrijke rol spelen. Afgesproken is dat het inspanningsregime van toepassing zal zijn op alle op platvis gerichte visserijtakken en dat het inspanningsregime ondersteunend is voor het TAC-beleid. Dat betekent dat de vloot voldoende dagen moet krijgen om de quota te kunnen opvissen.
Het overeengekomen akkoord komt in grote lijnen overeen met de Nederlandse inzet inzake het meerjarenplan tong en schol.
Verder heeft de Raad in november 2006 met unanimiteit de vangstmogelijkheden voor diepzeesoorten in 2007 en 2008 vastgesteld en heeft ingestemd met het door het voorzitterschap gepresenteerde compromis voor nieuwe beheersmaatregelen voor de Middellandse Zee gericht op duurzame exploitatie van visbestanden. Ook is de Raad met unanimiteit akkoord gegaan met een voorstel voor de introductie van een electronisch logboek (vanaf 2009 voor vaartuigen langer dan vierentwintig meter en vanaf 2011 voor vaartuigen langer dan vijftien meter) en een systeem voor teledetectie.
Herstructureringsregeling suiker
De Europese Commissie heeft begin mei 2007 voorstellen gepresenteerd om de in 2006 overeengekomen herstructurering van de suikersector doeltreffender te maken. Doel van de herstructurering is om de suikerproductie in de Europese Unie op vrijwillige basis te verlagen tot een duurzaam niveau. De regeling heeft echter in de eerste twee jaar niet opgeleverd wat ervan verwacht werd. Er moet nog 3,8 miljoen ton suiker blijvend aan de markt onttrokken worden. De Commissie beoogt nu voor de resterende duur van de looptijd van de regeling, met name voor het verkoopseizoen 2008/2009, de regeling aantrekkelijker te maken door het bieden van een hogere vergoeding. Deze vergoeding wordt betaald uit het door de suikersector gefinancierde herstructureringsfonds. Als in 2010 blijkt dat er nog onvoldoende quotum is ingeleverd, volgt er een generieke quotumkorting voor alle quotumhouders in de Europese Unie. Nederland heeft, omdat het behoort tot de meer efficiënte producenten, groot belang bij het welslagen van de herstructureringsregeling voor de suikersector in de Europese Unie en is geen directe voorstander van een generieke korting.
In de tweede helft van 2007 staat de hervorming van de marktordening wijn op de agenda. De Commissie heeft haar voorstellen 4 juli 2007 gepubliceerd. Het Portugese voorzitterschap streeft ernaar nog voor het einde van dit jaar een politiek akkoord te bereiken over dit dossier in de Landbouwraad. Belangrijkste reden voor deze hervorming is de structurele en groeiende onbalans tussen vraag en aanbod. Bovendien laat de concurrentiekracht van de Europese wijnbouwsector te wensen over. Naar verwachting zal de Commissie – in lijn met haar eerdere mededeling over de marktordening – een grondige hervorming voorstellen. In de kern gaat het daarbij om de vervanging van marktondersteunende maatregelen in de vorm van steun voor distillatie door maatregelen ter bevordering van de concurrentiekracht. Daarbij moet worden gedacht aan het opheffen van aanplantrestricties, steun voor herstructurering en de introductie van een nationale enveloppe. Nederland hecht grote waarde aan de hervorming van de wijnsector conform de hervormingen van andere marktordeningen.
Issues Paper van de Commissie over de «health check»
De Europese Commissie zal naar verwachting eind november 2007 een evaluatierapport presenteren van de implementatie van de vanaf 2003 overeengekomen hervormingen van het GLB («health check»). De Commissie zal bezien of het hervormde GLB in de praktijk functioneert zoals beoogd, of dat technische aanpassingen doorgevoerd moeten worden. De Commissie zal in dit discussiedocument naar verwachting bijvoorbeeld ingaan op het ontkoppelde steunstelsel en de toekomst van de melkquotering. In de eerste helft van 2008 zal de Commissie vervolgens concrete voorstellen presenteren voor onder meer een verdere stroomlijning van de marktordeningen.
| Vergaderdata: | |
| 1–2 september 2007 | Informele Raad in Lissabon |
| 30 oktober 2007 | Raad in Luxemburg |
| 17 december 2007 | Raad in Brussel |
| 3 maart 2008 | Raad in Brussel |
| 16–18 mei 2008 | Informele raad in Slovenië |
| 26 juni 2008 | Raad in Luxemburg |
Op de agenda van de Milieuraad stonden het afgelopen jaar voor Nederland belangrijke onderwerpen als klimaat en energie, luchtkwaliteit, water en bodembescherming. Daarnaast is nog een groot aantal dossiers besproken, waaronder afval (nationaal beleid en internationaal transport), genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), biodiversiteit en de tussentijdse evaluatie van het zesde Milieu Actie Programma. Tenslotte is in de Raad aandacht besteed aan de EU-inzet in onderhandelingen over internationale milieuverdragen.
De Milieuraad heeft in het voorjaar van 2007 voorbereidende werkzaamheden verricht voor de Europese Raad, waarin een omvangrijk actieplan is aangenomen voor klimaat en energie. Vervolgens is een start gemaakt met de uitwerking van dit actieplan tot concrete voorstellen. Enkele concrete voorstellen die reeds voorliggen zijn het versterken van het emissiehandelssysteem met het opnemen van luchtvaart, het aanscherpen van de regels voor brandstofkwaliteit en de beperking van de uitstoot van CO2 van auto’s.
De Raad heeft een politiek akkoord bereikt over de richtlijn Luchtkwaliteit. De ontwerprichtlijn was op belangrijke punten verbeterd in de loop van de onderhandelingen in de Raad. Toch heeft Nederland niet voor het akkoord gestemd, omdat er geen koppeling gemaakt werd met andere Europese maatregelen (bronbeleid) om de normen te kunnen behalen. Belangrijk winstpunt is dat de Raad tevens akkoord is gegaan met wetgeving over strengere normen voor uitlaatgassen van personenauto’s (Euro 5). De Commissie is voornemens voor eind 2007 een voorstel te publiceren voor Euro 6 emissienormen voor vrachtwagens en bussen. Daarmee wordt een belangrijke bron van luchtvervuiling aangepakt en is de kans groter dat Nederland kan voldoen aan de richtlijn.
Water (Marien Milieu, Kwaliteit Oppervlaktewater, Hoogwater)
In het afgelopen half jaar heeft de Milieuraad een politiek akkoord bereikt over de kaderrichtlijn mariene strategie en de richtlijn prioritaire stoffen. Doel van de kaderrichtlijn mariene strategie is om een goed milieu van de Europese mariene wateren te realiseren. In het akkoord over de richtlijn werden – naar de wens van Nederland – geen bindende kwaliteitsnormen vastgesteld. De richtlijn prioritaire stoffen heeft als doel waterkwaliteitsnormen vast te leggen ter invulling van de kaderrichtlijn water. De Raad en het Europees Parlement werden het eind 2006 eens over de richtlijn grondwater en begin 2007 over de richtlijn hoogwater. De richtlijn grondwater stelt regels voor de opstelling van Europese normen voor grondwaterkwaliteit. De richtlijn hoogwater is mede tot stand gekomen op initiatief van Nederland en legt een juridische basis voor samenwerking tussen lidstaten ter voorkoming van overstromingen. Hierdoor kunnen landen niet meer zonder overleg maatregelen nemen tegen hoogwater als zij daarmee de waterafvoer naar andere landen vergroten.
De Milieuraad heeft begin 2007 van gedachten gewisseld over de richtlijn bodembescherming. Hierbij bleek dat de lidstaten duidelijk van mening verschillen over de wenselijkheid van de richtlijn en de inhoud ervan. Nederland is niet overtuigd van de meerwaarde van een Europese richtlijn en zal zich in de Raad inzetten om de richtlijn zoveel mogelijk ruimte te laten bieden voor nationaal beleid, om daarbij aan Nederlandse bezwaren tegemoet te komen.
• In 2006 en 2007 is in de Milieuraad intensief onderhandeld over de herziening van de richtlijn afvalstoffen. De nieuwe voorstellen beogen de Europese regels rondom afval te moderniseren en de administratieve lasten te verminderen.
• Tegen de achtergrond van de storting van giftig scheepsafval door de Probo Koala in Ivoorkust voerde de Raad een moeizaam debat over de EU-inzet tijdens de bijeenkomst onder de Bazel Conventie.
• Op het gebied van Genetisch Gemodificeerde Organismen (GGO’s) verzetten veel lidstaten zich tegen nieuwe toelatingen en het systeem van toetsing en toelating van de EU, gebaseerd op wetenschappelijke analyses. Nederland hanteert bij de beoordeling van markttoelatingen het juridisch bindend kader neergelegd in richtlijn 2001/18/EG. Binnen dit kader kan alleen een wetenschappelijke risicoanalyse een basis zijn voor besluitvorming over markttoelatingen voor GGO’s.
• De Milieuraad heeft in 2006 het EU Actieplan Biodiversiteit en de Thematische Strategie Natuurlijke Hulpbronnen besproken. In 2007 zijn Raadsconclusies vastgesteld over de EU inzet voor COP-9 Biodiversiteit in 2008. Op basis van nader beschikbaar komende informatie in aanloop naar COP-9 zullen onder Sloveens Voorzitterschap specifiekere raadsconclusies worden geformuleerd.
• De nieuwe Europese verordening Registratie en Autorisatie van Chemicaliën (REACH) is uitonderhandeld eind 2006 en is op 1 juni 2007 in werking getreden. REACH heeft tot doel de risico’s van stoffen te beheersen en te beperken.
• In 2007 is gewerkt aan de tussentijdse evaluatie van het zesde Milieu Actie Programma. Deze is in samenhang met het groenboek economische instrumenten voor milieubeleid en eco-innovaties aan de orde geweest tijdens de Raad in juni 2007.
Het komende jaar zullen klimaat en energie, luchtkwaliteit, water en bodembescherming voor Nederland belangrijke onderwerpen blijven op de agenda van de Milieuraad. Biodiversiteit zal in het komende jaar ook de nodige aandacht krijgen binnen de Raad. Daarnaast zullen waarschijnlijk onder meer kwik, sloopschepen, waterschaarste en droogte, duurzame productie en consumptie en geluid aan de orde gesteld worden.
Het klimaatbeleid blijft één van de speerpunten van het werk van de Milieuraad en één van de prioriteiten voor Nederland. De manier waarop de EU als geheel en ook de lidstaten individueel tot de broeikasgasreductie van tenminste 20% in 2020 ten opzichte van 1990 gaan komen, eventueel oplopend tot 30% als een bijdrage aan een wereldwijde overeenkomst, is de politieke vraag die nu vooral in Europa voorligt. Dit is geen eenvoudige opgave. De discussies over de beperking van de uitstoot van CO2 van auto’s en de regels voor de kwaliteit van brandstoffen, waaronder biobrandstoffen, zullen intensiveren. Op 13 november 2006 heeft de Europese Commissie een rapport uitgebracht, «Building a global Market», waarin de ervaringen van de eerste twee jaar van emissiehandel beschreven staan. Daaropvolgend zijn er vier bijeenkomsten door de Commissie georganiseerd om de mogelijkheden voor versterking en uitbreiding te onderzoeken. Nederland heeft daarbij onder andere aandacht gevraagd voor meer harmonisatie, zoals het vaststellen van het emissieplafond op Europees niveau, een Europese reserve voor nieuwkomers, meer aandacht voor en versterking van de uitvoering, toezicht en handhaving van de emissiehandel-richtlijn. Daarnaast vindt Nederland het zeer belangrijk dat CO2 opvang en -opslag (CCS) als reductie-optie wordt opgenomen in het Europese emissiehandelssysteem. De Milieuraad zal tenslotte voorbereidend werk verrichten voor de dertiende Conferentie van Partijen en de derde Bijeenkomst van Partijen in Bali over mondiaal klimaatbeleid na 2012.
In de komende periode zullen het Europees Parlement en de Raad onderhandelen over een akkoord over de richtlijn luchtkwaliteit. De marges voor de onderhandelingen zijn beperkt, maar lijken voor Nederland een verbetering op te leveren ten opzichte van de huidige richtlijn. Gezien de grote inspanningen die tot nu toe geleverd zijn om de nieuwe regels in Nederland te kunnen gaan hanteren, is het van groot belang dat de richtlijn zo spoedig mogelijk in werking treedt.
Tevens wordt een voorstel verwacht voor een verdere aanscherping van de eisen die aan de uitstoot van vrachtverkeer worden gesteld (Euro 6). Nederland zal zich ambitieus opstellen in de onderhandelingen over dit voorstel. Daarnaast wordt het – uitgestelde – voorstel verwacht van de richtlijn inzake nationale emissieplafonds (de NEC-richtlijn). Vanwege de samenhang met het klimaatdossier is nog onzeker wanneer de Commissie dit voorstel zal lanceren.
In het najaar van 2007 zullen zowel de kaderrichtlijn mariene strategie als de richtlijn prioritaire stoffen in tweede lezing door het Europees Parlement worden behandeld. Vervolgens zal de inzet van Europees Parlement en Raad gericht zijn op het bereiken van overeenstemming over deze kaderrichtlijn en richtlijn. De droogteproblematiek in vooral de zuidelijke lidstaten in relatie tot klimaatbeleid zal de komende periode een prominent aandachtspunt op de Europese agenda zijn. De kaderrichtlijn water biedt hiervoor voldoende juridisch instrumenten. In de komende periode zal worden besproken of en welke aanvullende maatregelen dienstig kunnen zijn bij droogtebestrijding.
Het Portugees Voorzitterschap streeft naar een politiek akkoord over de bodemrichtlijn. Het is nog niet duidelijk of er daarvoor een gekwalificeerde meerderheid in de Raad zal zijn. De positie van het Europees Parlement is nog niet uitgekristalliseerd.
De komende periode staat uitvoering van de acties uit het Actieplan Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen centraal. De Commissie heeft in dit verband diverse stappen aangekondigd en roept lidstaten op hier actief in te participeren. Formele besluitvorming is vooralsnog niet aan de orde, met uitzondering van de Conferentie der Partijen van het Biodiversiteitsverdrag in mei 2008.
• In mei 2007 heeft de Commissie een Groenboek gepubliceerd over sloopschepen. Nederland, dat zich al jaren actief inzet voor een milieu- en mensvriendelijker internationaal sloopschepenbeleid, kijkt met belangstelling uit naar de ideeën van de Commissie.
• In juni 2007 heeft de Commissie een Groenboek over adaptatie in de EU uitgebracht. Dit Groenboek van de Commissie heeft tot doel een brede discussie te voeren over mogelijke Europese maatregelen om de negatieve effecten van de opwarming van de aarde op te vangen. (Toelichting: dit Groenboek staat naast de mitigatievoorstellen voor reductie van uitstoot van broeikasgassen).
• In de Informele Raad op 1–2 september 2007 zal gesproken worden over het onderwerp waterschaarste en droogte. De Commissie zal een mededeling ter voorbereiding van de discussie uitbrengen. Inhoudelijk zal een link worden gelegd met klimaat en biodiversiteit.
• De Commissie stelt naar verwachting eind 2007 een aanscherping van de banden-richtlijn voor, om de toegenomen problemen als gevolg van geluidsoverlast tegen te gaan.
• De Commissie komt naar verwachting eind 2007 met een voorstel tot wijziging van de richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
• In het zesde Milieu Actieprogramma heeft de Europese Commissie een aantal thematische strategieën aangekondigd, waaronder één voor duurzaam gebruik van pesticiden. Op dit moment bestaat er op communautair niveau regelgeving ten aanzien van de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en ten aanzien van residuen, maar nog niet ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Met de Thematische Strategie Duurzaam gebruik van Pesticiden (TS-SUP) zal meer nadruk komen te liggen op aspecten van registratie van gebruik, opleidingsvereisten en het stimuleren van geïntegreerde landbouw en juist gebruik.
10. RAAD ONDERWIJS, JEUGDZAKEN EN CULTUUR
| Vergaderdata: | |
| 25 oktober 2007 | Informele Raad Ministers van Sport, Lissabon |
| 15–16 november 2007 | OJC-Raad, Brussel |
| 14 februari 2008 | OJC-Raad, Brussel |
| 21 en 22 mei 2008 | OJC-Raad, Brussel |
Transparantie van onderwijsresultaten, diploma’s en beroepen zal de mobiliteit bevorderen. Instrumenten hiervoor zijn:
• het Europees Kwalificatie Raamwerk (European Qualification Framework, EQF), waarmee inzicht wordt gegeven in de waarde van kwalificaties in Europa. Het EQF wordt een aanbeveling van Raad en Parlement. Deze zal waarschijnlijk in het najaar worden aanvaard.
• het European Credit transfer system for Vocational Education and Training (ECVET), een Europees transfersysteem voor leerresultaten in het beroepsonderwijs, dat wordt beschreven in het Commissie Staff Working Document van 31 oktober 2006, waarover een consultatie liep tot maart 2007. Een concept-aanbeveling zal op 12 december 2007 openbaar worden gemaakt.
• Europass: een set van documenten waarmee op een heldere en eenduidige manier de kwalificaties en competenties van Europese burgers vastgelegd kunnen worden (beschikking van Raad en Europees Parlement van 15 december 2004).
Het erkennen van elders verworven competenties – een belangrijk thema in Nederland – is hier nauw aan gelieerd. Verder stimuleert Nederland de mobiliteit van studenten door de studiefinanciering meeneembaar te maken. Dit is iets waarvan Nederland hoopt dat het ook Europees opgepakt zal worden, liefst door alle lidstaten.
Het stimuleren van «een leven lang leren» en het verbeteren van de employability van (toekomstige) werknemers in Europa
Het is belangrijk voor de kracht van de Nederlandse en de Europese kenniseconomie dat er voldoende goed opgeleide werknemers beschikbaar zijn en blijven. Het bestrijden van voortijdig schoolverlaten en het benadrukken van het belang van «een leven lang leren» (beschikking van Raad en Europees Parlement d.d. 15 november 2006) draagt hieraan bij. Daarnaast is er echter ook aandacht nodig voor excelleren in het onderwijs en toptalent. Dit is een nationaal streven, maar ook iets dat op Europees niveau moet worden nagestreefd. Een goed florerende Europese kenniseconomie heeft immers ook direct een positieve weerslag op Nederland.
Verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs
Verbetering van de kwaliteit van het onderwijs gebeurt door het uitwisselen van kennis en informatie over «wat werkt» in het onderwijsbeleid van de lidstaten. Daarnaast zijn er zogenaamde «peer learning clusters» op Europees niveau opgericht, waarin rondom één thema gesproken wordt over de «best practices» uit de verschillende lidstaten. Voor een goed inzicht in de kwaliteit van het onderwijs in Europa is het van groot belang om te beschikken over goede, betrouwbare en onderling vergelijkbare indicatoren. Deze gegevens kunnen worden benut bij het streven naar op onderzoek en evaluatie gebaseerd onderwijsbeleid.
Toekomst van het 2010 werkprogramma
Het huidige werkprogramma geldt tot 2010. Het is verstandig nu al na te gaan hoe het werkprogramma moet worden ingericht na 2010. Dit zal in 2007–2008 een belangrijk thema op de Europese agenda worden.
Naar verwachting zal rond de zomer door de Europese Commissie een actieplan worden gepresenteerd, waarin mogelijke acties genoemd zullen worden om volwasseneneducatie te stimuleren.
Europees Kwalificatie Raamwerk
De Raad heeft in september 2006 ingestemd met het Europees Kwalificatie Raamwerk. De komende jaren zal gewerkt worden aan het ontwikkelen en verder uitwerken van dit Kwalificatie Raamwerk, waarbij de ministers van onderwijs tussentijds op de hoogte gehouden zullen worden van de uitwerking.
Mededeling modernisering schoolsystemen
Naar verwachting zal de mededeling over modernisering van schoolsystemen in het najaar van 2007 verschijnen. Het is nog niet bekend wat de inhoud van deze mededeling zal worden.
Aanbeveling verbeteren van kwaliteit van lerarenopleidingen
Deze aanbeveling zal in de zomer van 2007 verschijnen.
Inmiddels zijn de doelstellingen van het Jeugdpact opgenomen in het Nationale Hervormingsplan, dat Nederland- net als de andere lidstaten – heeft opgesteld in het kader van de Lissabonstrategie gericht op Economische Groei en Werkgelegenheid. Deze doelstellingen hebben betrekking op: de bestrijding van jeugdwerkloosheid en voortijdige schooluitval, het bevorderen van mobiliteit en educatie, het tegengaan van sociale uitsluiting en het vinden van een goede balans tussen werk en privéleven.
Programma «Jeugd in Actie 2007–2013»
Het nieuwe EU-programma «Jeugd in Actie» is op 1 januari 2007 van start gegaan met als hoofddoel de bevordering van Europees burgerschap. Dit gebeurt door middel van het organiseren van uitwisselingen van jongeren en door het realiseren van grensoverschrijdende projecten voor jongeren.
Europese Strategie voor Kinderrechten
Op 4 juni 2007 is in Berlijn de eerste bijeenkomst van het Europese Forum voor de Rechten van het Kind georganiseerd door de Commissie en het Duitse voorzitterschap. Dit als follow-up van de mededeling die de Commissie in juli 2006 heeft uitgebracht over een strategie voor kinderrechten in de Europese Unie. Met deze mededeling wil de Commissie bewerkstelligen dat de EU actief rekening houdt met de rechten van kinderen. De Commissie ondersteunt lidstaten bij activiteiten op dit vlak.
Andere activiteiten die de Commissie in dit kader wil uitvoeren hebben betrekking op «mainstreaming» van kinderrechten in EU-acties, aanwijzing van een coördinator voor kinderrechten en een interservice-groep kinderrechten binnen de Commissie.
«Europese Alliantie voor het Gezin«
De 27 EU-ministers gaan meer kennis en informatie uitwisselen over hun nationale gezinsbeleid. Ze hebben daartoe op 30 mei 2007 in Brussel een «Alliantie voor het Gezin» gesloten (zie verder onder de WSBVC-Raad).
De Commissie wil een periodiek EU rapport Jeugd gaan uitbrengen met feiten en cijfers over het jeugdbeleid in de lidstaten. Nederland steunt dit initiatief, mits zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van reeds bestaande databronnen en gegevens.
Sinds de EU-cultuurministers in voorjaar 2006 het onderwerp «creatieve industrie» op de agenda plaatsten, is het besef van de economische betekenis van cultuur toegenomen. In maart 2007 is het onderwerp opgenomen in de conclusies van de Europese Voorjaarsraad, met een oproep meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van het creatieve midden- en kleinbedrijf als bron van groei, werkgelegenheid en innovatie. Ook de Europese Commissie besteedt hier ruim aandacht aan in haar mededeling over cultuur die op 10 mei 2007 is verschenen.
Deze mededeling sluit goed aan bij het Nederlandse beleid. Hetzelfde kan worden gezegd van de op 24 mei 2007 aanvaarde raadsconclusies over de bijdrage van de culturele en creatieve sector aan de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen. Op Nederlands voorstel worden in deze conclusies nu een aantal speerpunten van het Nederlandse beleid genoemd: het stimuleren van netwerken tussen creatieve en economische sectoren, het verbeteren van financiële condities voor creatieve bedrijven en het bevorderen van internationalisering.
Werkplan van de Raad op het terrein van cultuur
Onder het Nederlandse voorzitterschap in 2004 werd een meerjarig werkplan van de Raad vastgesteld voor cultuur. Dit werkplan noemde vijf prioriteiten (creatieve industrie, digitalisering, collectiemobiliteit, artiestenbelasting en de totstandbrenging van een Europees webportaal). Geconstateerd kan worden dat de impact van dit werkprogramma groot is. Het werkplan werd verlengd, op alle thema’s werd voortgang geboekt en het plan heeft de Europese Commissie aangezet tot het schrijven van een mededeling.
De mededeling over cultuur van 10 mei jl. is de aanzet voor een nieuw werkplan voor cultuur. De mededeling zal onder Portugees voorzitterschap worden geagendeerd.
«Jaar van de Interculturele dialoog»
Eind 2006 besloot de Raad het jaar 2008 uit te roepen tot «Jaar van de interculturele dialoog». De activiteiten in het kader van dit Europese jaar moeten bijdragen aan meer bewustzijn van actief Europees burgerschap, gebaseerd op respect voor culturele diversiteit en gedeelde waarden (onder andere respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid, non-discriminatie). De uitvoering van dit programma is neergelegd bij de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) en bij Kosmopolis (voorheen het Huis voor de Interculturele Dialoog).
Mediaprogramma 2007/«Televisie zonder grenzen»
De Commissie deed in december 2005 een voorstel om de richtlijn «Televisie zonder Grenzen» uit 1989 te herzien. Deze richtlijn stelt minimumregels vast voor zogenaamde «lineaire» audiovisuele mediadiensten. Hierbij bepaalt de aanbieder (de omroep) wat de kijker op welk moment te zien krijgt (gedacht kan worden aan een reguliere televisie-uitzending). Sindsdien hebben zich technische en maatschappelijke ontwikkelingen voorgedaan die herziening van de richtlijn wenselijk maakten. Zo is het nu mogelijk om ook op «non-lineaire» wijze van audiovisuele mediadiensten gebruik te maken. Bij deze zogenaamde «on-demand-diensten» is het de kijker die bepaalt wat hij wanneer wil zien.
Naar verwachting bereiken de Raad en het Europees Parlement in de tweede helft van 2007 een politiek akkoord over een nieuwe richtlijn. Naast uitbreiding van de reikwijdte geeft de herziene richtlijn eveneens een nadere invulling van het begrip «redactionele verantwoordelijkheid», dat van belang is om te bepalen onder welke jurisdictie een omroep valt. Verder worden de kwantitatieve reclameregels enigszins geliberaliseerd. Daarnaast kent de nieuwe richtlijn een betere bescherming van minderjarigen door opname van een bepaling over reclame voor ongezond voedsel en een bepaling over het belang van «mediawijsheid». Ook wordt gepleit voor het verbeteren van de toegankelijkheid van audiovisuele mediadiensten voor auditief- en visueel gehandicapten.
Mededeling mediaconcentraties en cross-ownership (kranten, tv- en radiostations)
In 2007 laat de Europese Commissie een studie uitvoeren naar mediapluralisme in de lidstaten. In 2008 volgt een mededeling over indicatoren voor mediapluralisme. Nederland zal actief participeren in de inspraakronde die aan de mededeling zal voorafgaan. Daarbij zal in het bijzonder de aandacht gevestigd worden op de grensoverschrijdende aspecten van mediaconcentraties.
De Europese Commissie bereidt momenteel een mededeling over «mediawijsheid» («media literacy») voor. Deze wordt in de tweede helft van 2007 verwacht. Nederland is tevreden dat de Commissie op Europees niveau aandacht vraagt voor dit onderwerp maar meent vooralsnog dat dit dossier vooral nationaal, door de meest betrokken organisaties zelf, dient te worden opgepakt.
Herziening mededeling staatssteun publieke omroep
In 2007 of begin 2008 zal de Commissie de mededeling staatssteun publieke omroep herzien. Nederland zal in een vroeg stadium het gesprek aangaan met de Commissie. Daarbij zal worden bepleit dat de lidstaten zelf bevoegd moeten blijven om de publieke taak vast te stellen.
Sport draagt bij aan de gezondheid, de sociale cohesie en de ontwikkeling van normen en waarden, in het bijzonder voor jongeren. De EU kan op basis van artikel III-282 van het EG-Verdrag lidstaten stimuleren tot samenwerking op dit terrein. Hiermee erkent de EU de belangrijke maatschappelijke en educatieve waarde van sport.
Daarnaast wil de EU een Europees sportbeleid ontwikkelen, enerzijds door te stimuleren dat de voor sport verantwoordelijke organisaties gaan samenwerken, anderzijds door te zorgen voor een gemeenschappelijk standpunt binnen de EU. Daarmee wordt rekening gehouden met zowel de specifieke kenmerken van sport, als met het Europese sportmodel, dat is gebaseerd op door vrijwilligers gedragen sportorganisaties.
Overleg tussen de lidstaten op sportgebied vindt tweemaal per jaar op informele basis plaats, meestal op ministersniveau. De Commissie presenteerde op 11 juli 2007 een Witboek Sport met als doel het verminderen van de spanning tussen sportbeleid en interne markt-beleid.
Nu is afgesproken dat de IGC in oktober 2007 met een nieuw concept voor een wijzigingsverdrag zal komen, worden daarin ook de in 2004 overeengekomen punten (waaronder een rechtsgrondslag voor een sportartikel) opgenomen. Hierdoor wordt in de toekomst harmonisatie van wet- en regelgeving van de lidstaten op bepaalde sportterreinen niet uitgesloten.
De Commissie presenteerde op 11 juli 2007 het Witboek Sport. Met dit Witboek wil de Commissie sport een duidelijker plaats binnen de Unie geven om zo meer recht te doen aan de maatschappelijke waarde van sport. De Commissie legt daarbij relaties met andere pijlers binnen de Unie door het aansnijden van »sportbrede» thema’s. Het gaat dus niet alleen om voetbal. In het Witboek worden voorstellen voor het sportbeleid in de EU en mogelijke samenwerkingsverbanden genoemd als aanvulling op het toekomstige wettelijke kader voor sport. Bij de uitwerking wordt het gemeenschapsrecht en het subsidiariteitsprincipe gerespecteerd.
Fiches opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) in de periode 2006–2007:
Vanaf 1 juli 2007 is een aantal herzieningen ten aanzien van het BNC-fiche en de daarmee samenhangende werkprocessen ingevoerd. Zo is het oude sjabloon dat gold voor alle nieuwe initiatieven van de Commissie vervangen door drie afzonderlijke fiche-sjablonen. Dit oude sjabloon, dat in feite specifiek was toegeschreven op wet- en regelgeving, bestond sinds enige tijd zowel in verkorte (voor «grote voorstellen») als in reguliere vorm (voor alle overige initiatieven). Vanaf 1 juli 2007 is daar een speciaal, korter fiche-sjabloon voor mededelingen aan toegevoegd.
Het kabinet is van mening dat met het BNC-fiche «nieuwe stijl» een kwaliteitsverbetering kan worden bereikt doordat het fiche korter en bondiger is, waardoor politiek relevante informatie sneller wordt gedeeld met het parlement.
De inhoudelijke verbeteringen zijn gelegen in een operationele en politiek relevante benadering van de begrippen «subsidiariteit» en «proportionaliteit». De nieuwe toets voor subsidiariteit en proportionaliteit zal duidelijkheid scheppen ten aanzien van de bevoegdheid van de Gemeenschap, de toetsing aan het EG-Verdrag en de politieke oordeelsvorming van het kabinet. Voorts is in het fiche-sjabloon «wet- en regelgeving» een extra volet toegevoegd inzake «wenselijkheid van evaluatie en horizonbepaling». Dergelijke bepalingen in wet- en regelgeving kunnen bijdragen aan minder wetgeving of verbetering van de kwaliteit van de wetgeving.
Het kabinet is van mening dat het met de hierboven genoemde herziening van de opzet van het BNC-fiche en de aanpassingen die zijn doorgevoerd om de tijdigheid van de informatiestroom richting het parlement te garanderen mogelijk is om in een vroegtijdig stadium een politieke gedachtewisseling tot stand te brengen.
Hieronder volgt een overzicht van de fiches die door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) in de periode 2006–2007 zijn opgesteld.
| Overzicht fiches opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) 2006–2007 | ||||
|---|---|---|---|---|
| Titel fiche | Dept | Nr Comdoc (def) | Kamerstuk 22112/... | |
| 1 | Mededeling – Bevordering van waardig werk voor iedereen | SZW | (06) 249 | 22 112/464 |
| 2. | Mededeling – Uitvoering van het Haags Programma: koersbepaling | JUS | (06) 331 | 22 112/464 |
| 3. | Mededeling – Evaluatie van het EU-beleid inzake vrijheid, veiligheid en recht | JUS | (06) 332 | 22 112/464 |
| 4. | Mededeling – Verslag over de uitvoering van het Haags Programma | JUS | (06) 333 | 22 112/464 |
| 5. | Mededeling Commissie en Ontwerpbesluit van de Raad – Haags Programma– Hof van Justitie | JUS | (06) 346 | 22 112/464 |
| 6. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen | LNV | (06) 388 | 22 112/466 |
| 7. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement. Een conceptueel kader voor de steun van de Europese Gemeenschap aan de hervorming van de veiligheidssector. | BZ | (06) 253 | 22 112/466 |
| 8. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: Aanbevelingen voor hernieuwde engagement met Irak. | BZ | (06) 283 | 22 112/466 |
| 9. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een EU-actieplan voor de bossen | LNV | (06) 302 | 22 112/466 |
| 10. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende roaming op publieke mobiele netwerken binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten | EZ | (06) 382 | 22 112/466 |
| 11. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees ParlementVerduurzaming van de EU-visserij op basis van de maximale duurzame opbrengst | LNV | (06)360 | 22 112/469 |
| 12. | Voorstel voor een verordening van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001 | LNV | (06)193 | 22 112/469 |
| 13. | Voorstel voor wijziging van de beschikking van de Raad 90/424/EEG betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied | LNV | (06)273 | 22 112/469 |
| 14. | Voorstel voor een besluit van de Raad tot verlening van een garantie van de Gemeenschap aan de Europese Investeringsbank (EIB) voor verliezen op leningen voor bepaalde projecten buiten de Europese Unie | FIN | (06)324 | 22 112/469 |
| 15. | Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad van juni 2006: Europa in de wereld – praktische voorstellen om de samenhang, het effect en de zichtbaarheid van het EU-optreden te vergroten | BZ | (06) 278 | 22 112/469 |
| 16. | Richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen en een Mededeling inzake preventie en bestrijding van chemische verontreiniging van oppervlaktewateren | VenW | (06)397(06)398 | 22 112/469 |
| 17. | – Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Thematische strategie voor een duurzaam gebruik van pesticiden – Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden | VROM | (06)372 (06)373 | 22 112/469 |
| 18. | Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad: «Een agenda voor de burger – Concrete resultaten voor Europa» | BZ | (06)211 | 22 112/469 |
| 19. | Voorstel voor een beschikking van de Raad waarbij de lidstaten worden gemachtigd in het belang van de Europese Gemeenschap het geconsolideerde verdrag 2006 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende maritieme arbeid te bekrachtigen | VenW | (06) 288 | 22 112/469 |
| 20. | – Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over acties voor een veiliger Europa– Aanbeveling van de Raad over letselpreventie en bevordering van veiligheid | VWS | (06)328 (06)329 | 22 112/468 |
| 21. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Tussentijdse evaluatie van het programma voor de bevordering van de korte vaart. | VenW | (06)380 | 22 112/467 |
| 22. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, en het Europees Parlement Naar een strategischpartnerschap tussen de EU en Zuid-Afrika | BZ | (06) 347 | 22 112/467 |
| 23. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Goederenlogistiek in Europa – sleutel tot duurzame mobiliteit | VenW | (06) 336 | 22 112/467 |
| 24. | Richtlijn vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over de praktische tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk. | SZW | (06) 390 | 22 112/470 |
| 25. | Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economische en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de tenuitvoerlegging van het eerste spoorwegpakket | VenW | (06) 189 | 22 112/470 |
| 26. | Mededeling van de Commissie inzake het bestuur binnen de Europese consensus over het ontwikkelingsbeleid: naar een geharmoniseerde aanpak in de Europese Unie {SEC(2006) 1020} {SEC(2006) 1021} {SEC(2006) 1022} | BZ | (06) 421 | 22 112/470 |
| 27. | Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende voorschriften voor een vrijwillige modulatie van de rechtstreekse betalingen waarin Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers voorziet, en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1290/2005 | LNV | (06) 241 | 22 112/470 |
| 28. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Stand van zaken betreffende het programma Galileo | VenW | (06) 272 | 22 112/470 |
| 29. | Voorstel voor een Raadsverordening betreffende de handel in vlees van runderen van 12 maanden en jonger. | LNV | (06) 487 | 22 112/470 |
| 30. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees parlement: Cohesiebeleid en steden, de bijdrage van steden aan groei en werkgelegenheid in de regio’s (Communication from the Commission to the Council and parliament Cohesion policy and cities: the urban contribution to growth and jobs in the regions). | BZK EZ | (06) 385 | 22 112/470 |
| 31. | Voorstel voor een verordening van de raad betreffende de sluiting van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië | LNV | (06) 363 | 22 112/470 |
| 32. | Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Raadsverordeningen nr. 404/93, nr. 1782/2003 en nr. 247/2006 met betrekking tot de sector bananen | LNV | (06)0173 | 22 112/470 |
| 33. | – Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een uniform toelatingsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s – Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voedingsenzymen– Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake aroma’s en bepaalde voedingsingrediënten met aromatiserende eigenschappen voor gebruik in of op levensmiddelen.– Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenadditieven. | VWS | (06)423 (06)425 (06)427 (06)428 | 22 112/470 |
| 34. | Mededeling: Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind | BZ VWS | (06)367 | 22 112/470 |
| 35. | Verordening meerjarenplan kabeljauwbestanden in de Oostzee | LNV | (06) 411 | 22 112/470 |
| 36. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s Implementatie van het Lissabonprogramma van de Gemeenschap: Financiering van groei in het MKB – de toegevoegde waarde van Europa | EZ | (06)349 | 22 112/470 |
| 37. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europese Economische en Sociale Comité en het Comité van de Regio’s: «Putting knowledge into practice: a broad-based innovation strategy for the EU.» | EZ | (06) 502 | 22 112/470 |
| 38. | Verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 wat de bevoegdheid betreft en tot invoeging van regels inzake toepasselijk recht in huwelijkszaken | JUS | (06) 399 | 22 112/470 |
| 39. | Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtvervoersdiensten in de Gemeenschap (herschikking) | VenW | (06) 396 | 22 112/470 |
| 40. | Voorstel voor een Richtlijn ter aanpassing van richtlijn 92/49/EEC en de richtlijnen 2002/83/EC, 2004/39/EC, 2005/68/EC en 2006/48/EC met betrekking tot grensoverschrijdende fusies en overnames in de financiële sector. | FIN | (06) 507 | 22 112/471 |
| 41. | Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van de Richtlijn 92/84/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken. | FIN | (06) 486 | 22 112/471 |
| 42. | Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad en het Europees Parlement «Doelmatigheid en rechtvaardigheid in de Europese onderwijs- en opleidingsstelsels» | OCW | (06) 481 | 22 112/471 |
| 43. | Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de afspraken op het terrein van de overheidsgesteunde exportkredietverzekering | FIN | (06) 456 | 22 112/471 |
| 44. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad «De demografische toekomst van Europa: van uitdaging naar kans». | SZW | (06) 571 | 22 112/471 |
| 45. | Voorstel voor een richtlijn van het Europese Parlement en de Raad voor amendering van richtlijn 97/96/EG, betreffende de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten | EZ | 06) 594 | 22 112/471 |
| 46. | Mededeling van de Commissie aan de Raad over Europese beleidsmaatregelen inzake participatie en informatie van jongeren. Follow-up van het witboek «Een nieuw elan voor Europa’s jeugd»: de gemeenschappelijke doelstellingen inzake participatie en informatie van jongeren verwezenlijken ter bevordering van hun actief Europees burgerschap. | VWS | (06) 417 | 22 112/472 |
| 47. | Thematische strategie voor bodembescherming. Kaderrichtlijn bodem | VROM | (06) 231 (06) 232 | 22 112/472 |
| 48. | Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de installatie van spiegels op bestaande in de Gemeenschap geregistreerde vrachtwagens | VenW | (06) 570 | 22 112/472 |
| 49. | Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de raad wat betreft dat mechanisme. | JUS | (06) 401 | 22 112/473 |
| 50. | Mededeling – Meten van criminaliteit, opsporing, vervolging en berechting | JUS | (06) 437 | 22 112/473 |
| 51. | Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 met betrekking tot drijfnetten | LNV | (06) 511 | 22 112/473 |
| 52. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement «Naar een milieustrategie voor het Middellandse Zeegebied» | VROM | (06)475 | 22 112/473 |
| 53. | Mededeling van de Commissie «Europa als wereldspeler: wereldwijd concurreren (Een bijdrage aan de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid)» | EZ | (06) 567 | 22 112/473 |
| 54. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de Internationale Gezondheidsregeling | VWS | (06) 552 | 22 112/473 |
| 55. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, en het Europees Parlement over het Afrika Partnerschap voor infrastructuur | BZ | (06) 376 | 22 112/476 |
| 56. | Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de voorlopige toepassing van de partnerschaps-overeenkomst in de visserijsector tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Mauritanië inzake de visserij in de visserijzones van Mauritanië en van het Protocol tot vaststelling, voor de periode van 1 augustus 2006 tot en met 31 juli 2008, van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie (12 984/06) Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de sluiting van een partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische republiek Mauritanië (12 988/06 | LNV | (06) 505 (06) 506 | 22 112/476 |
| 57. | Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het veiligheidsbeheer van wegeninfrastructuur | VenW | (06) 569 | 22 112/476 |
| 58. | Mededeling – Ontwikkeling van landbouwmilieu-indicatoren voor het monitoren van de integratie van milieuaspecten in het GLB. | LNV | (06) 508 | 22 112/476 |
| 59. | Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld | BZ | (06) 354 | 22 112/476 |
| 60. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode | BZ | (06) 403 | 22 112/478 |
| 61. | Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Bulgarije betreffende de deelneming van Bulgarije aan de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor drugsen drugsverslaving. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Roemenië betreffende de deelneming van Roemenië aan de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Turkije betreffende de deelneming van Turkije aan de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. | VWS | (06) 255(06) 256(06) 257 | 22 112/478 |
| 62. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de justitiële opleiding in de Europese Unie | JUS | (06) 356 | 22 112/479 |
| 63. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Een EU-strategie ter ondersteuning van de lidstaten bij het beperken van aan alcohol gerelateerde schade | VWS | (06) 625 | 22 112/479 |
| 64. | Aanbeveling Europees Kwalificatie RaamwerkLeven lang leren | OCW | (06) 479 | 22 112/479 |
| 65. | Mededeling van de Commissie «Actieplan voor Energie-efficiëntie: het potentieel realiseren» | EZ | (06) 545 | 22 112/479 |
| 66. | Verordening voor oprichting van een Europees Instituut voor Technologie | OCW EZ | (06) 604 | 22 112/481 |
| 67. | Mededeling Adult learning: It is never too late to learn | OCW | (06) 614 | 22 112/481 |
| 68. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, en het Europees Parlement over de EU-China relaties: «EU-China: closer partners, growing responsibilities», inclusief werkdocument inzake handel en investeringen: «Competition and partnership». | BZ | (06) 0631(06) 0632 | 22 112/481 |
| 69. | Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan | LNV | (06) 609 | 22 112/481 |
| 70. | Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de deelneming van de gemeenschap in de kapitaalverhoging bij het Europees Investeringsfonds. | FIN | (06) 621 | 22 112/481 |
| 71. | Mededeling beoordeling Europees-mediterrane investeringsfaciliteit (FEMIP) | FIN | (2006) 592 | 22 112/481 |
| 72. | Mededeling Betere Regelgeving en administratieve lasten | EZ FIN JUS | (06) 289(06) 290(06) 291 | 22 112/482 |
| 73. | Verslag van de Europese Commissie aan de Raad en het Europese Parlement: Toepassing van Richtlijn 2000/43/EG van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming | BZK | (06)643 | 22 112/482 |
| 74. | Mededeling van de Commissie inzake de beleidsprioriteiten bij de bestrijding van illegale immigratie van onderdanen van derde land | JUS | (06) 402 | 22 112/482 |
| 75. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, en het Europees Parlement over mogelijkheden voor samenwerking tussen de EU en Hong Kong/Macao 2007–2013. | BZ | (06) 648 | 22 112/489 |
| 76. | Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het verbod op de uitvoer voor en de veilige opslag van metallisch kwik | VROM | (06) 636 | 22 112/489 |
| 77. | Voorstel voor een Verordening (EG, Euratom) van de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2006 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de ander personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten welke van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen | BZK | (06) 668 | 22 112/489 |
| 78. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende de versterking van het Europees Nabuurschapsbeleid | BZ | (06) 726 | 22 112/490 |
| 79. | Voorstel voor een Beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende het communautair statistisch programma voor de periode 2008–2012 | EZ | (06) 687 | 22 112/490 |
| 80. | Mededeling van de Commissie aan de Raad over de versterking van het beheer van de zuidelijke maritieme grenzen van de Europese Unie | JUS | (06) 733 | 22 112/491 |
| 81. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees economisch en sociaal comité. Naar een doeltreffender gebruik van fiscale stimulansen voor Onderzoek & Ontwikkeling | FIN | (06) 728 | 22 112/491 |
| 82. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende verlichting van de responslast, vereenvoudiging en prioritering op het gebied van communautaire statistieken | EZ FIN | (2006) 693 | 22 112/491 |
| 83. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende een verbod op het in de handel brengen, de invoer in en de uitvoer uit de Gemeenschap van katten- en hondenbont en van producten die dergelijk bont bevatten. | LNV EZ | (06) 684 | 22 112/491 |
| 84. | Mededeling over een Europees Programma bescherming vitale infrastructuur Richtlijn voor het identificeren en benoemen van de Europese vitale infrastructuur en het vaststellen van de noodzaak om de bescherming te verbeteren | BZK | (06) 786 | 22 112/493 |
| 85. | Mededeling van de Commissie aan de Raad over de voorlopige verlenging en uitbreiding van het mandaat van het Gezondheidsbeveiligingscomité met het oog op een toekomstige algemene herziening van de structuren voor gezondheidsbedreigingen op EU-niveau | VWS | (06) 699 | 22 112/494 |
| 86. | Voorstel voor eenVerordening van de Raad inzake de uitvoering van het tiende Europees ontwikkelingsfonds | BZ | (06) 650 | 22 112/494 |
| 87. | Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees surveillancebevel in procedures tussen EU-lidstaten in afwachting van het proces | JUS | (06) 468 | 22 112/494 |
| 88. | Mededeling toepassing artikel 296 | DEF | (06) 779 | 22 112/494 |
| 89. | Voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten | LNV | (06) 822 | 22 112/494 |
| 90. | Wederzijdse erkenning van rollend materieelHet verkeer van locomotieven in de Gemeenschap vergemakkelijken | VenW | (06) 782(06) 784(06) 783(06) 785 | 22 112/496 |
| 91. | Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land | VenW | (06) 852 | 22 112/496 |
| 92. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comite van de Regio’s betreffende de strijd tegen spam, spyware en kwaadaardige software | EZ | (06) 688 | 22 112/496 |
| 93. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comite van de Regio’s:: Ontwerp-programma van indicatieve aard inzake kernenergie | EZ BZ VROM | (06) 844 | 22 112/496 |
| 94. | Voorstel voor een verordening van het Europese Parlement en de Raad betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen | VROM | (06) 745 | 22 112/496 |
| 95. | Voorstel voor een besluit van de Raad inzake de beginselen, prioriteiten en voorwaarden van het Europees Partnerschap met Montenegro. | BZ | (06) 654 | 22 112/496 |
| 96. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement «Strategie voor Afrika: een regionaal politiek EU-partnerschap voor vrede, veiligheid en ontwikkeling in de Hoorn van Afrika» | BZ | (06) 601 | 22 112/496 |
| 97. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s eCall terug op schema brengen – actieplan (derde mededeling over eSafety) | BZK | (06) 723 | 22 112/498 |
| 98. | Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende het in de handel brengen van een anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn 123.2.38), genetisch gemodificeerd met het oog op bloemkleur, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad | VROM | (06) 758 | 22 112/498 |
| 99. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité: De Europese Stichting voor opleiding (European Training Foundation ETF | OCW | (06) 832 | 22 112/498 |
| 100. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende statistieken over gewasbeschermingsmiddelen | EZ/CBS LNV | (06) 778 | 22 112/498 |
| 101. | Mededeling van de Commissie: Regio’s voor economische verandering | VROM | (06) 675 | 22 112/498 |
| 102. | Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de EU houdende wijziging van richtlijn 2003/87 teneinde luchtvaartactiviteiten op te nemen in het systeem van emissiehandel van broeikasgasemissierechten in de EU | VROM | (06) 818 | 22 112/488 |
| 103. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de algemene aanpak om de ENP-partnerlanden te laten deelnemen aan communautaire agentschappen en programma’s. | BZ | (06) 724 | 22 112/499 |
| 104. | Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (herschikking) | FIN | (06) 760 | 22 112/499 |
| 105. | Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake luchthavengelden | VenW | (06) 820 | 22 112/499 |
| 106. | Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van specifieke voorschriften voor de sector groenten en fruit en tot wijziging van bepaalde verordeningen. | LNV | (07) 17 | 22 112/503 |
| 107. | Marktordening granen en financiering interventies | LNV | (06) 755(07) 12 | 22 112/503 |
| 108. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement «Werkgelegenheid in plattelandsgebieden: de banenkloof dichten» | LNV | (06) 857 | 22 112/503 |
| 109. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indiening door de lidstaten van statistieken over aquacultuur | EZ LNV | (06) 864 | 22 112/503 |
| 110. | Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/109 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees parlement ten behoeve van burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn | BZK | (06) 791 | 22 112/503 |
| 111. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: EU actie programma voor de aanpak van het kritieke tekort aan gezondheidswerkers in ontwikkelingslanden (2007–2013) | BZ | (06) 870 | 22 112/503 |
| 112. | Mededeling van de Commissie aan de Raad betreffende het openen van overleg met Fiji op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. | BZ | (07) 14 | 22 112/503 |
| 113. | Voorstel voor een Verordening van de Raad tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik | EZ | (06) 829 | 22 112/507 |
| 114. | Mededeling interne markt gas en electriciteit | EZ | (06)841(06) 846 | 22 112/507 |
| 115. | Mededeling van de Commissie aan de Raad van Ministers en aan het Europees Parlement: Routekaart voor hernieuwbare energie: Hernieuwbare energiebronnen in de 21st eeuw: een duurzamere toekomst opbouwen | EZ VROM | (06) 848 | 22 112/507 |
| 116. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende energiestatistieken | EZ | (06) 850 | 22 112/507 |
| 117. | Mededeling directe belastingstelsels interne markt | FIN | (06)823(06)824 (06)825 | 22 112/507 |
| 118. | Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 515/97 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de landbouw- en douanevoorschriften | FIN | (06) 866 | 22 112/507 |
| 119. | Mededeling van de Commissie De ontwikkeling van een communautair burgerluchtvaartbeleid ten aanzien van Canada | VenW | (06) 871 | 22 112/507 |
| 120. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Uitbreiding van de belangrijkste trans-Europese vervoersassen naar de buurlanden, Richtsnoeren voor vervoer in Europa en de naburige regio’s | VenW | (07) 32 | 22 112/507 |
| 121. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake de herziening van het beheer van diepzeebestanden | LNV | (07) 30 | 22 112/507 |
| 122. | Proposal for a Council directive on the marketing of fruit plant propagating material and fruit plants intended for fruit production | LNV | (07) 31 | 22 112/507 |
| 123. | Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG met betrekking tot de specificatie van benzine, dieselbrandstof en gasolie en tot invoering van een mechanisme om de uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van brandstoffen voor het wegvervoer te monitoren en te verminderen, tot wijziging van Richtlijn 19 999/32/EG van de Raad met betrekking tot de specificatie van door binnenschepen gebruikte brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 93/12/EG | VROM | (07) 18 | 22 112/507 |
| 124. | Mededeling van de Commissie: Duurzame elektriciteitsproductie met behulp van fossiele brandstoffen – Naar bijna nulemissie bij de verbranding van steenkool vanaf 2020 | VROM | (06) 843 | 22 112/512 |
| 125. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21ste eeuw. Standpunt van de Commissie over het eindverslag van de CARS 21-groep op hoog niveau. Een bijdrage tot de strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid. | EZ | (07) 22 | 22 112/512 |
| 126. | Mededeling van de Commissie Een samenhangend kader van indicatoren en benchmarks voor de toetsing van de vorderingen met de Lissabondoelstellingen op onderwijs- en opleidingsgebied | OCW | (07) 61 | 22 112/512 |
| 127. | Richtlijn melkpakket | LNV | (07) 58 | 22 112/514 |
| 128. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het in handel brengen van producten. | EZ | (07) 37 | 22 112/514 |
| 129. | Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende een gemeenschappelijk kader voor het in de handel brengen van producten. | EZ | (07) 53 | 22 112/514 |
| 130. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: Resultaten van de herziening van de communautaire strategie om de CO2-uitstoot van personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen te verminderen. | VROM | (07) 19 | 22 112/514 |
| 131. | Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat legaal in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van beschikking 3052/95/EG | EZ | (07) 36 | 22 112/514 |
| 132. | De EU gedragsregels voor werkverdeling in ontwikkelingsbeleidSEC(2007) 248) 1020) | BZ | (07) 72 | 22 112/518 |
| 133. | Mededeling van de Commissie betreffende op rechten gebaseerde beheersinstrumenten in de visserijsector. | LNV | (07) 73 | 22 112/518 |
| 134. | Voorstel voor een Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad wat betreft het herstelplan voor blauwvintonijn zoals aanbevolen door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan | LNV | (07) 74 | 22 112/518 |
| 135. | Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende volks- en woningtellingen | EZ VROM | (07) 69 | 22 112/518 |
| 136. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s «Actieplan inzake de capaciteit, efficiëntie en veiligheid van de Europese luchthavens» | VenW | (06) 819 | 22 112/518 |
| 137. | De wereldwijde klimaatverandering beperken tot 2 graden Celsius Het beleid tot 2020 en daarna | VROM | (07) 2 | 22 112/518 |
| 138. | Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over de volksgezondheid en de gezondheid en veiligheid op het werk | EZ SZW VWS | (07) 46 | 22 112/518 |
| 139. | Voorstel voor een richtlijn van het EP en de Raad inzake de milieubescherming door het strafrecht | JUS | (07) 51 | 22 112/518 |
| 140. | Verbetering arbeidskwaliteit en -productiviteit: communautaire strategie 2007–2012 voor gezondheid en veiligheid op het werk | SZW | (07) 62 | 22 112/521 |
| 141. | Mededeling van de commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de werkzaamheden van het Gemeenschappelijk EU-forum Verrekenprijzen op het gebied van procedures om geschillen te voorkomen en te beslechten en op het gebied van voorafgaande afspraken over prijzen (advance pricing agreements of APA’s) binnen de EU | FIN | (07) 71 | 22 112/521 |
| 142. | Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen en alternatieve straffen | JUS | geen COM document uitgegeven | 22 112/521 |
| 143. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de follow-up van het Werkprogramma voor een betere toepassing van de Richtlijn gegevensbescherming(95/46/EG) | JUS | (07) 87 | 22 112/521 |
| 144. | Voorstel voor een besluit van de Raad tot oprichting van de Europese politiedienst (Europol) | JUS | (06) 817 | 22 112/521 |
| 145. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap | EZ FIN | (07) 76 | 22 112/521 |
| 146. | Mededeling Scientific information in the digital age | OCW | (07) 56 | 22 112/521 |
| 147. | Mededeling Gelijkheid mannen en vrouwen in ontwikkelingssamenwerking | BZ | (07) 100 | 22 112/524 |
| 148. | Richtlijn dieselaccijns | FIN | (07) 52 | 22 112/524 |
| 149. | Mededeling Consumentenbeleid | EZ | (07) 99 | 22 112/524 |
| 150. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake vlees en veestatistieken | EZ LNV | (07) 129 | 22 112/524 |
| 151. | Mededeling over de bescherming van Europese vitale Energie en Transport infrastructuur | EZ VenW | (06)1697 | 22 112/526 |
| 152. | Mededeling van de Commissie inzake de follow-up van het Groenboek – Europees transparantie-initiatief | BZ | (07) 127 | 22 112/527 |
| 153. | Mededeling van Commissie aan Raad en Europees Parlement inzake reductie ongewenste bijvangsten en het beëindigen van teruggooi in de Europese visserij. | LNV | (07) 136 | 22 112/527 |
| 154. | Mededeling Europees Patent strategie | EZ | (07) 165 | 22 112/527 |
| 155. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s over de tussentijdse evaluatie van de strategie inzake biowetenschappen en biotechnologie | EZ | (07) 175 | 22 112/532 |
| 156. | Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economische en Sociaal Comité en het Comité van de regio’s verbeteren van de kennisoverdracht tussen onderzoeksinstellingen en industrie binnen Europa: omarmen van open innovatie – Uitvoering van de Lissabon-agenda | EZ | (07) 182 | 22 112/532 |
| 157. | Mededeling van de Commissie: Kader voor het Europese onderzoek over taalvaardigheden. | OCW | (07) 184 | 22 112/532 |
| 158. | Europa als wereldspeler: Een sterker partnerschap voor markttoegang ten behoeve van Europese exporteurs | EZ | (07) 183 | 22 112/532 |
| 159. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement. Synergie voor het Zwarte Zeegebied- Een nieuw regionaal Samenwerkingsperspectief | BZ | (07) 160 | 22 112/536 |
| 160. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 2377/90 | LNV VWS | (07) 194 | 22 112/535 |
| 161. | Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid | LNV | (07) 196 | 22 112/535 |
| 162. | Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van verordening (EG) nr.1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. | LNV | (07) 122 | 22 112/535 |
| 163. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: Van Monterrey naar de Europese consensus inzake ontwikkeling: onze verbintenissen nakomen. | BZ | (07) 158 | 22 112/536 |
| 164. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake de verbetering van de gegevensbescherming door technologieën ter bevordering van de persoonlijke levenssfeer (Privacy Enhancing Technologies, PETs) | JUS | (07) 228 | 22 112/538 |
| 165. | Mededeling 6e Milieu Actieprogramma | VROM | (07) 225 | 22 112/538 |
| 166. | Verordening herstructureringsregeling suikermarkt en suikerindustrie | LNV | (07) 227 | 22 112/543 |
| 167. | Europese Commissie-Mededeling «Towards an EU Aid for Trade strategy» | BZ | (07) 163 | 22 112/544 |
| 168. | Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende enquêtes naar de structuur van de landbouwbedrijven en de enquête naar de productiemethoden in de landbouw en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 571/88 | EZ/CBSLNV | (07) 245 | 22 112/547 |
| 169. | Mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering | OCW | (07)242 | 22 112/547 |
| 170. | Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Meer solidariteit tussen de generaties | VWS | (07) 244 | 22 112/547 |
| 171. | Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschappen tot de Werelddouaneorganisatie en de uitoefening van de rechten en plichten die aan het voorlopig lidmaatschap zijn verbonden. | FIN | (07) 252 | 22 112/547 |
| 172. | Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van sancties voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen | JUS | (07) 249 final | 22 112/550 |
| 173. | Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement Samenwerking van de Commissie met het «Milieu voor Europa»-proces na de Ministersconferentie in Belgrado in 2007 | VROM | (07) 262 final | 22 112/549 |
| 174. | Gewijzigd voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te waarborgen. | JUS | (06) 168 definitief | 22 112/549 |
| 175. | Communication from the Commission to the European Parliament and the Council – Organ donation and transplantation: policy actions at EU level | VWS | 2007) 275 | 22 112/551 |
| 176. | Proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council establishing common rules concerning the conditions to be complied with to pursue the occupation of road transport operator Proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council on common rules for the international carriage of passengers by coach and bus (recast) Proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council on common rules for access to the international road haulage market (recast) | VenW | (07)263, 264 en 265 | 22 112/551 |
| 177. | Communication from the Commission to the European Parliament, the Council and the Committee of the Regions – Towards a general policy on the fight against cyber crime | JUS | (07) 267 final | 22 112/551 |
Stand Implementatie Europese Regelgeving
Voor het bewaken van implementatietermijnen van Europese richtlijnen en kaderbesluiten houdt het Ministerie van Buitenlandse Zaken een implementatie-overzicht bij. Elk kwartaal bespreekt de Interdepartementale Commissie Europees Recht, subcommissie Implementatie (ICER-I) aan de hand van dit implementatie-overzicht de bestaande achterstanden in de omzetting van richtlijnen. Op basis van dit overzicht wordt gerapporteerd aan de Ministerraad. Buitenlandse Zaken zendt het kwartaaloverzicht implementatie EG-richtlijnen vervolgens aan de Tweede Kamer.
Schematisch overzicht van de stand van zaken van de implementatie:
| Tot en met | Totale achterstand | Uitgevoerd in betrokken kwartaal | Uitgevoerd t/m betrokken kwartaal |
|---|---|---|---|
| 30–06–07 | 22 | 59 | 59 |
| 31–03–07 | 27 | 25 | 25 |
| 31–12–06 | 27 | 29 | 94 |
| 30–09–06 | 24 | 14 | 65 |
| 30–06–06 | 24 | 30 | 51 |
| 31–03–06 | 22 | 21 | 21 |
Het Directoraat-Generaal voor de Interne Markt van de Europese Commissie publiceert tweemaal per jaar het zogenaamde scorebord Interne Marktrichtlijnen. In dit scorebord wordt de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de Interne Marktrichtlijnen van alle lidstaten weergegeven.
Uit het scorebord van februari 2007 is gebleken dat Nederland in de verslagperiode (september 2006–mei 2007) op de elfde plaats in de EU-rangorde staat: 1% van de Europese Interne Markt-regelgeving is door Nederland nog niet of slechts gedeeltelijk geïmplementeerd. Dit is een verbetering ten opzichte van het scoreboard van juli 2006, toen Nederland 1.5% (en 24 richtlijnen) van de Europese Interne Markt-regelgeving nog niet of slechts gedeeltelijk geïmplementeerd had.
| Tabel 1. De FINANCIELE PERSPECTIEVEN 2007–2013, in miljoenen euro, in lopende prijzen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| vastleggingskredieten1 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | totaal 07–13 |
| 1. Duurzame groei | 54 405 | 56 736 | 59 197 | 61 144 | 63 601 | 66 640 | 69 678 | 431 401 |
| 1a. Concurrentievermogen | 8 918 | 9 847 | 10 769 | 11 750 | 12 974 | 14 239 | 15 490 | 83 987 |
| 1b. Cohesie | 45 487 | 46 889 | 48 428 | 49 394 | 50 627 | 52 401 | 54 188 | 347 414 |
| 2. Natuurbeheer | 58 351 | 58 800 | 59 252 | 59 726 | 60 191 | 60 663 | 61 142 | 418 125 |
| waarvan: directe steun en marktmaatregelen | 45 759 | 46 217 | 46 679 | 47 146 | 47 617 | 48 093 | 48 574 | 330 085 |
| 3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid & recht | 1 273 | 1 362 | 1 523 | 1 693 | 1 889 | 2 105 | 2 376 | 12 221 |
| 3a. Vrijheid, veiligheid en recht | 637 | 747 | 872 | 1 025 | 1 206 | 1 406 | 1 661 | 7 554 |
| 3b. Burgerschap | 636 | 615 | 651 | 668 | 683 | 699 | 715 | 4 667 |
| 4. Extern beleid (EU als mondiale partner) | 6 578 | 7 002 | 7 440 | 7 893 | 8 430 | 8 997 | 9 595 | 55 935 |
| 5. Administratieve uitgaven2 | 7 039 | 7 380 | 7 699 | 8 008 | 8 334 | 8 670 | 9 095 | 56 225 |
| 6. Compensaties3 | 445 | 207 | 210 | 0 | 0 | 0 | 0 | 862 |
| Totaal vastleggingskredieten | 128 091 | 131 487 | 135 321 | 138 464 | 142 445 | 147 075 | 151 886 | 974 769 |
| Totaal betalingskredieten | 123 790 | 129 481 | 123 646 | 133 202 | 133 087 | 139 908 | 142 180 | 925 294 |
| betalingskredieten als % van het EU-BNI | 1,04% | 1,04% | 0,95% | 0,98% | 0,94% | 0,95% | 0,93% | 0,98% |
1 Vastleggingskredieten geven de bovengrens aan voor de uitgaven waartoe de EU zich in de loop der jaren kan verplichten. Betalingskredieten maken het mogelijk verplichtingen uit het lopend en eerdere begrotingsjaren na te komen.
2 Pensioenuitgaven zijn opgenomen exclusief werknemersbijdragen met een maximum van 500 mln (prijzen 2004) voor de periode 2007–2013.
3 Als gevolg van de afspraken rond de uitbreiding van de Unie hebben Roemenie en Bulgarije een tijdelijke compensatie toegewezen gekregen opdat hun netto-positie niet meteen negatief zou zijn of ter financiering van tijdelijke begrotingssteun.
| Tabel 2. Voorontwerp van de begroting 2008 – vastleggingen (in miljoenen euro’s) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Begroting2007 | Financiele Perspectieven 2008 | Voorontwerp begroting 2008 | Verschil in % (3)/(1) | Marge (2)–(3) | |
| (1) | (2) | (3) | (4) | (5) | |
| Categorie 1 | 54 854,9 | 56 736,0 | 57 148,4 | 4,2% | – 412,4 |
| Concurrentievermogen | 9 367,5 | 9 847,0 | 10 270,4 | 9,6% | – 423,4 |
| Cohesie | 45 486,8 | 46 889,0 | 46 877,9 | 3,1% | 11,1 |
| Categorie 2 Natuurbeheer | 56 250,2 | 58 800,0 | 56 275,8 | 0,0% | 2 524,2 |
| Incl:directe steun en GLB1 | 42 711,6 | 46 217,0 | 42 450,0 | – 0,5% | 3 767,0 |
| Categorie 3 | 1 271,4 | 1 362,0 | 1 289,5 | 1,4% | 72,5 |
| Vrijheid, veiligheid en recht | 623,8 | 747,0 | 691,0 | 10,8% | 56,0 |
| Burgerschap | 647,6 | 615,0 | 598,5 | – 7,6% | 16,5 |
| Categorie 42 Extern beleid | 6 812,5 | 7 002,0 | 6 911,4 | 1,5% | 90,6 |
| Categorie 53 Adm. Uitgaven | 6 942,4 | 7 380,0 | 7 335,7 | 5,7% | 44,3 |
| Categorie 6 Tijdelijke compensatie | 444,6 | 207,0 | 206,6 | – 53,5% | 0,4 |
| Vastleggingskredieten Totaal | 123 998,3 | 131 487,0 | 129 167,0 | 4,2% | 2 320,0 |
| Betalingskredieten Totaal | 112 939,7 | 129 481,0 | 121 582,4 | 7,7% | 7 898,6 |
1 Na transfer vanwege modulatie naar plattelandsontwikkeling en suikerhervorming
2 De marge voor 2007 voor Categorie 4 laat de middelen voor de noodhulp reserve (234,5 mln euro in 2007, 239,2 mln in 2008) buiten beschouwing.
3 Er is een bedrag van 76 miljoen euro voor de personeelsbijdragen aan de pensioen-regeling meegerekend (bovenop bedrag in Tabel 1)
| Tabel 3. Nettoposities EU-25, 2005 | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekhoudkundige Definitie | Definitie uit rapport van de Commissie | |||||||||
| mln € | %BNI | per hoofd | mln € | %BNI | per hoofd | |||||
| 1. | Nederland | – 3 854 | – 0,76% | – 236 | 1. | Nederland | – 2 637 | – 0,52% | – 162 | |
| 2. | Zweden | – 1 092 | – 0,38% | – 121 | 2. | Luxemburg | – 87 | – 0,36% | – 173 | |
| 3. | Duitsland | – 7 853 | – 0,35% | – 95 | 3. | Zweden | – 867 | – 0,30% | – 96 | |
| 4. | Denemarken | – 438 | – 0,21% | – 81 | 4. | Duitsland | – 6 064 | – 0,27% | – 73 | |
| 5. | Italië | – 2 853 | – 0,20% | – 49 | 5. | België | – 607 | – 0,20% | – 58 | |
| 6. | VK | – 3 490 | – 0,19% | – 58 | 6. | Frankrijk | – 2 883 | – 0,17% | – 48 | |
| 7. | Frankrijk | – 3 237 | – 0,19% | – 54 | 7. | Italië | – 2 200 | – 0,16% | – 38 | |
| 8. | Oostenrijk | – 358 | – 0,15% | – 44 | 8. | Denemarken | – 266 | – 0,13% | – 49 | |
| 9. | Finland | – 115 | – 0,07% | – 22 | 9. | Oostenrijk | – 278 | – 0,11% | – 34 | |
| 10. | Tsjechië | 85 | 0,09% | 8 | 10. | VK | – 1 529 | – 0,08% | – 26 | |
| 11. | Slovenië | 91 | 0,34% | 46 | 11. | Finland | – 85 | – 0,05% | – 16 | |
| 12. | België | 1 427 | 0,47% | 137 | 12. | Tsjechië | 178 | 0,19% | 17 | |
| 13. | Cyprus | 65 | 0,50% | 93 | 13. | Slovenië | 102 | 0,37% | 51 | |
| 14. | Spanje | 5 347 | 0,60% | 125 | 14. | Spanje | 6 018 | 0,68% | 140 | |
| 15. | Hongarije | 524 | 0,64% | 52 | 15. | Cyprus | 90 | 0,69% | 129 | |
| 16. | Slowakije | 251 | 0,68% | 46 | 16. | Hongarije | 590 | 0,72% | 58 | |
| 17. | Polen | 1 702 | 0,73% | 45 | 17. | Slowakije | 271 | 0,73% | 50 | |
| 18. | Ierland | 1 050 | 0,77% | 256 | 18. | Polen | 1 853 | 0,80% | 49 | |
| 19. | Estland | 149 | 1,49% | 115 | 19. | Ierland | 1 137 | 0,83% | 277 | |
| 20. | Portugal | 2 354 | 1,63% | 224 | 20. | Estland | 154 | 1,54% | 119 | |
| 21. | Malta | 85 | 1,94% | 211 | 21. | Portugal | 2 378 | 1,64% | 226 | |
| 22. | Letland | 255 | 2,02% | 111 | 22. | Malta | 90 | 2,07% | 225 | |
| 23. | Griekenland | 3 794 | 2,13% | 342 | 23. | Letland | 264 | 2,09% | 115 | |
| 24. | Litouwen | 459 | 2,26% | 135 | 24. | Griekenland | 3 901 | 2,19% | 351 | |
| 25. | Luxemburg | 873 | 3,58% | 1 747 | 25. | Litouwen | 476 | 2,35% | 140 | |
| Boekhoudkundige definitie | Definitie uit rapport van de Commissie | |
|---|---|---|
| Nederland | – 0,76% | – 0,52% |
| Zweden | – 0,38% | – 0,36% |
| Duitsland | – 0,35% | – 0,30% |
| Denemarken | – 0,21% | – 0,27% |
| Italië | – 0,20% | – 0,20% |
| VK | – 0,19% | – 0,17% |
| Frankrijk | – 0,19% | – 0,16% |
| Oostenrijk | – 0,15% | – 0,13% |
| Finland | – 0,07% | – 0,11% |
| Tsjechië | 0,09% | – 0,08% |
| Slovenië | 0,34% | – 0,05% |
| België | 0,47% | 0,19% |
| Cyprus | 0,50% | 0,37% |
| Spanje | 0,60% | 0,68% |
| Hongarije | 0,64% | 0,69% |
| Slowakije | 0,68% | 0,72% |
| Polen | 0,73% | 0,73% |
| Ierland | 0,77% | 0,80% |
| Estland | 1,49% | 0,83% |
| Portugal | 1,63% | 1,54% |
| Malta | 1,94% | 1,64% |
| Letland | 2,02% | 2,07% |
| Griekenland | 2,13% | 2,09% |
| Litouwen | 2,26% | 2,19% |
| Luxemburg | 3,58% | 2,35% |
| Tabel 4. Nederlandse afdrachten aan de EU, o.b.v ACOR cijfers mei ’07 en inwerkingtreding Eigen Middelenbesluit in ’09 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
| BNP-afdracht | 3 266 | 4 029 | 2 147 | 3 379 | 3 618 | 3 730 |
| BTW-afdracht | 958 | 954 | 396 | 400 | 391 | 409 |
| Landbouwheffingen | 405 | 413 | 422 | 430 | 439 | 448 |
| Invoerrechten | 2 040 | 2 081 | 2 123 | 2 165 | 2 208 | 2 253 |
| Totaal EU-afdrachten (bruto) | 6 669 | 7 477 | 5 087 | 6 375 | 6 657 | 6 839 |
| Perceptiekostenvergoeding voor inning landbouwheffingen | 101 | 103 | 105 | 108 | 110 | 112 |
| Perceptiekostenvergoeding voor inning invoerrechten | 510 | 520 | 531 | 541 | 552 | 563 |
| Totaal perceptiekostenvergoedingen | 611 | 624 | 636 | 649 | 662 | 675 |
| Totaal EU-afdrachten netto | 6 058 | 6 853 | 4 451 | 5 726 | 5 995 | 6 164 |
| Tabel 5. De totale Nederlandse ontvangsten uit de EU beleidsuitgaven in 2005, 2004 en 2003, lopende prijzen | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2005 | 2004 | 2003 | ||||
| Miljoenen euro | % EU | Miljoenen euro | % EU | Miljoenen euro | % EU | |
| 1. Landbouwbeleid | 1 268,3 | 2,6% | 1 332,9 | 3,1% | 1 397,3 | 3,1% |
| – Exportsteun | 429,5 | 14,1% | 518,7 | 15,3% | 567,0 | 15,2% |
| – Inkomenssteun | 554,1 | 1,6% | 402,9 | 1,4% | 410,3 | 1,4% |
| – Plattelandsbeleid | 63,4 | 1,0% | 67,7 | 1,3% | 67,7 | 1,4% |
| – Opslag | – 4,6 | – 0,5% | – 9,4 | – 2,9% | 15,8 | 1,7% |
| – Overig | 225,8 | 5,0% | 353,0 | 7,5% | 336,5 | 6,3% |
| 2. Structuurbeleid | 411,6 | 1,3% | 355,3 | 1,0% | 218,4 | 0,8% |
| – Doelstelling 1 | 28,4 | 0,1% | 13,5 | 0,1% | 15,7 | 0,1% |
| – Doelstelling 2 | 135,6 | 3,5% | 146,3 | 3,4% | 93,8 | 2,6% |
| – Doelstelling 3 | 196,9 | 5,6% | 128,0 | 4,4% | 73,4 | 2,9% |
| – Overige structurele maatregelen | 0,9 | 0,3% | 6,3 | 2,8% | 8,2 | 4,6% |
| – Communautaire initiatieven | 45,3 | 2,2% | 53,6 | 2,9% | 20,9 | 2,8% |
| – Technische bijstand/Innoverende acties | 4,2 | 4,2% | 7,1 | 7,5% | 6,0 | 4,3% |
| 3. Intern Beleid | 348,1 | 5,3% | 366,1 | 6,1% | 328,7 | 6,7% |
| – Onderzoek en Ontwikkeling | 228,7 | 6,1% | 255,9 | 7,3% | 219,6 | 7,7% |
| – Trans-Europese Netwerken | 42,9 | 6,6% | 34,7 | 7,3% | 42,3 | 6,9% |
| – Interne markt, consument en industrie | 4,3 | 0,8% | 7,4 | 1,4% | 18,6 | 5,7% |
| – Energie, Euratom, milieu | 9,3 | 3,5% | 11,2 | 4,4% | 10,9 | 5,6% |
| – Opleiding, jeugd, cultuur & sociaal beleid | 38,7 | 3,8% | 33,5 | 3,5% | 32,3 | 4,0% |
| – Overig | 24,2 | 7,2% | 23,3 | 6,8% | 4,9 | 3,2% |
| TOTAAL | 2 027,9 | 2,2% | 2 054,3 | 2,4% | 1 943,9 | 2,5% |
| Tabel 6. V Vergelijking van de Nederlandse nettobetalingen (in % BNI) tussen 2005 en de Periode 2007–2013) | |||
|---|---|---|---|
| NettopositieNederland | 2005 | 2007–2013 | |
| realisatie | raming, gemiddeld over de periode | ||
| huidige systeem van Eigen Middelen | nieuwe systeem van Eigen Middelen | ||
| boekhoudkundige definitie nettopositie, % BNI | – 0,76% | – 0,75% | – 0,57% |
| definitie uit rapport Commissie nettopositiie, % BNI | – 0,56% | – 0,51% | – 0,31% |
Grafiek 1. Nettoposities EU-lidstaten in 2005

Grafiek 2. Nettopositie Nederland, 1970–2005

2010 werkprogramma 77
Aanbeveling over letselpreventie en bevordering van veiligheid 42
Absorptiecapaciteit 7
ACEA-convenant 61
ACS 17
Actieprogramma ter bevordering van de binnenvaart 56
Actieprogramma Volksgezondheid 41
Administratieve lasten 22, 51, 52, 68, 73, 85
AEO 54
African Union Mission in Sudan 14
Afrikaanse Unie 13, 14
Afrika 13, 14, 17, 18, 21, 28, 29, 32, 82, 84, 86
Ahtisaari-plan 10
Aid for Trade 15, 17, 89
Air Traffic Management Masterplan 61
AKP 8
Alliantie voor het Gezin 41, 46, 78
Ambient Assisted Living 51
AMIS 14
Ankara Protocol 5, 8
Arbeidstijdenrichtlijn 38
ARF 13
Artemis 50
Artikel 169-Initiatieven 50, 51
ASEAN 12, 13, 15, 16
ASEM 13
Asiel en migratie 28, 30, 31
Athene Conventie 57
ATM 56
AU 14
Authorized Economic Operator 54
Azië 12, 21
Banden-richtlijn 75
Begroting 6, 19, 20, 23, 24, 25, 26, 33, 59, 69, 91
Beijing Platform 40
Beleidsplan legale migratie 31
Benchmarks 8, 87
Betere regelgeving 49, 51
Bevordering van veiligheid 42, 82
Binnenvaart 56, 61
Biobrandstoffen 5, 62, 63, 74
Biologische landbouw 67
BNC 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89
Bodembescherming 72, 73, 74, 84
Brain drain 29
Brandstofkwaliteit 61, 72
Broeikasgasreductie 73
Broeikasgassen 5, 61, 64, 65, 75, 87
Bronbeleid 59, 61, 72
Buitensporig tekortprocedure 19, 20
Cabotage wegvervoer 54
Cabotage 54
Centralised clearance 53
Circulaire migratie 29, 31
Clean Sky 50
Clearing and settlement 23
Collectiemobiliteit 78
Common frame of reference 37
Communautair Douanewetboek 52, 53
Concurrentievermogen 25, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 91
Consumentenacquis 49
Convergentie-criteria 20
Convergentierapporten 20
Creatieve industrie 78
Cross compliance 67
Cultuur 6, 67, 78, 86, 89, 93
Daphne III-programma 40
DCI 17, 18
De Europese Unie 1, 5, 7, 9, 11, 12, 30, 33, 34, 36, 42, 52, 57, 58, 60, 70, 77, 82, 83, 85
Decent Work Agenda 39
Decharge-advies 20
Demografie Forum 41
Demografie 41, 46
Derde maritiem veiligheidspakket 57
Derde pakket liberalisering van de energiemarkt 63
Derde Spoorpakket 55
Development Cooperation Instrument 17
Diensten van algemeen belang 38, 40
Dienstenrichtlijn 43, 47
Dierenwelzijn 15, 17, 66, 69
Digitalisering 78
Doha-ronde 14, 15
Drugsforum 43
Drugs 42, 43, 84
Dublin-overeenkomst 31
Duurzaamheid 68
Duurzame energiehuishouding 62
Duurzame mobiliteit 59, 61, 82
Duurzame ontwikkeling 12, 15, 17
DWA 39
EASA 60
EAS 13
Eco-efficiënte innovatie 51
Economische Partnerschapsakkoorden 17
ECVET 76
Eigen Middelen besluit 26, 27
Eigen Middelen 25, 26, 93, 94
Eigendomsontbundeling van de energiebedrijven 62, 63
EInclusion initiative 62
EInclusion 62
EIT 48, 49
Electronisch logboek 70
Electronische communicatie 62
Emancipatie 40
Emissiehandelssysteem 61, 74
Emissienormen 61, 72
Energiebeleid 51, 62, 64
Energie 5, 6, 11, 12, 24, 49, 51, 54, 62, 63, 64, 65, 72, 73, 85, 86, 87, 88, 93
Eniac 50
EOF 18, 32
EPA’s 17
EQF 76
ERA 49
ERC 50
Erkenning en tenuitvoerlegging van alimentatiebeslissingen 37
ERTMS 55, 56
ESA 52, 59
EU Actieplan mensenhandel 36
EU Coördinator Terrorismebestrijding 35
EU-Afrika business forum 14
EU-Afrika strategie 13, 14
EU-Afrika top 14
EU-China top 13
EU-LAC top 12
Euratom 85, 93
Euro 5 61, 72
Euro 6 61, 72, 74
Eurodac-verordening 31
Eurojust 33, 36
Euromed 29, 32
Europass 76
Europees Centrum voor Ziektepreventie en -Bestrijding 44
Europees Demografie Forum 46
Europees Globaliseringsfonds 39
Europees Industriebeleid 51
Europees Instituut voor Technologie 48, 85
Europees Kwalificatie Raamwerk 76, 77, 85
Europees Ontwikkelingsfonds 18
Europees Ruimtevaartbeleid 52
Europees Ruimtevaartprogramma 52
Europese Alliantie voor het Gezin 78
Europese Centrale Bank 20
Europese Onderzoeksraad 50
Europese Onderzoeksruimte 49, 50
Europese Rekenkamer 20
Europese Strategie voor Kinderrechten 77
Europol 33, 36, 88
Eurostars 51
Excelleren 76
Facility for Euro-Mediterranean Investment and Partnership 21
FEMIP 21, 85
Fiche 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89
Financiële Perspectieven 21, 25, 26, 49, 59
Flexibilisering van het arbeidsrecht 40
Flexicurity 40
Frontex 30
Fruit 67, 68, 86, 87
FTA 12, 15
G20 15
G4 14
Galileo 58, 59
GBVB 24
Geavanceerde Therapeutische Producten 42
Geavanceerde therapieën 42
Gedistilleerde dranken 67, 68
Gedragscode voor Complementariteit en Werkverdeling in 18
Gegevensbescherming 33, 34, 36, 88, 89
Gelijke kansen 38, 39
Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel 31
Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 26, 68, 83, 89
Gemeenschappelijke maritieme ruimte 60
Gemeenschappelijke onderneming 58, 61
Genetisch gemodificeerde organismen 67, 72
Gentherapie 42
Gezamenlijke Technologie Initiatieven 50
Gezinsbeleid 45, 46, 78
Gezondheidsdiensteninitiatief 43
GLB 67, 68, 69, 71, 84, 91
GMES 52
GMO 68
Goed werk 39
GO 61, 67, 72, 73
Grensbeheer 32
Groenboek arbeidsrecht 40
Groenboek Europees Maritiem Beleid 56, 60
Groenboek over de Europese Onderzoeksruimte 49
Groenboek «Europees Maritiem Beleid» 56
Groenten 67, 68, 86
Grondwettelijk Verdrag 6
Haags Programma 28, 30, 31, 32, 36, 82
Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht 37
Hampton Court 41
Handelsbetrekkingen 14
Handvest over het beheer van intellectueel eigendom door 48
Health check 67, 68, 69, 71
Hernieuwbare energie 5, 62, 63, 87
Hervorming marktordening wijn 70
Hervormingsverdrag 5
High Level Forum on Aid Effectiveness 18
Hoofdrailnet 55
Hoogwater 72, 73
HS-energie 55
HS-exploitatie 55
HS-infrastructuur 55
HSL 55, 56
HS-rollend materieel 55
Hydrogen 50
I2010 62
ICC 12, 16
ICTY 9
IGC 6, 80
Ijkpunten 9, 10
IMI 50
IMO 59
IM 21, 47
Innovatie 5, 19, 43, 48, 50, 51, 55, 73, 78, 88
Intellectueel eigendom 13, 15, 48
Intellectuele eigendomsrechten 35, 36, 89
Interculturele dialoog 6, 78
Intergouvernementele Conferentie 6
Internationale kaderovereenkomst voor energiebesparing 64
Internationale Maritieme Organisatie 59
Interne markt 5
Interne Markt 22
Interne markt 22, 50, 80, 84, 87, 90, 93
Inter-operabiliteit 55
Intrastat-verordening 22
Iraq Compact 10
ISAF-missie 11
ITS 56
Jaar van de interculturele dialoog 6, 78
Jeugd in Actie 45, 77
Jeugdbeleid 45, 78
Jeugdpact 45, 77
Jeugd 45, 77, 78, 84, 93
Jeugdwerkloosheid 77
Joegoslavië Tribunaal 9
Joint Technology Initiatives 50
JTI 50, 51
Justitiële samenwerking 37
Kaderbesluit «overbrenging gevonniste personen» 34
Kaderbesluit «rekening houden met eerdere veroordelingen» 33
Kaderbesluit racismebestrijding 34
Kaderbesluit verontreiniging vanaf zeeschepen 35
Kaderprogramma 26, 50, 52
Kaderrichtlijn mariene strategie 72, 74
Kaderrichtlijn voor hernieuwbare energie 63
Kaderrichtlijn water 72, 74
Kandidaat-lidstaten 5, 7
Kennis en Innovatie Gemeenschap 49
Key Issues Paper 19
KIG 49
Kinderbeleid 45
Kinderrechten 45, 77, 78
KIP 19
Klassenbureaus 57, 58
Klimaatdoelstellingen 51
Klimaat 5, 6, 9, 12, 51, 62, 63, 72, 73, 74, 75
Klimaatverandering 5, 11, 49, 51, 88
Kopenhagen-criteria 8
Korte kustvaart 60
KP6 50
KP7 50
Kroatië 8
Kustverdediging 56
Kwaliteit van het onderwijs 76
Kwaliteit van lerarenopleidingen 77
Landtransport 59
Leenmandaten 21
Letselpreventie 42, 82
Leven lang leren 76, 85
Lissabonproces 19
Lissabonstrategie 6, 19, 20, 38, 45, 46, 50, 77
Luchtkwaliteit 52, 59, 72, 73, 74
Luchtvaart 11, 50, 56, 58, 60, 61, 72, 86, 87
Luchtvaartveiligheid 60
Marktordening bananen 66
Marktordening van zeehavens 56
Maximale duurzame opbrengst 82
Maximum Sustainable Yield 69
Mededeling over cultuur 78
Mededeling staatssteun publieke omroep 79
Media Communicatie Strategie 35, 36
Media literacy 79
Mediaprogramma 2007 79
Mediation 37
Mediawijsheid 79
Medische hulpmiddelen 42
Meerjarenplan tong en schol 69, 70
Melkquotering 71
Mercosur 12
MHP 8
Midterm Review 51
Migratie 5, 13, 18, 28, 29, 30, 31, 32, 85
Milieu 12, 15, 17, 24, 34, 35, 51, 52, 60, 68, 69, 72, 73, 74, 75, 82, 84, 88, 89, 93
MKB 22, 48, 51, 83
Mobiliteit van studenten 76
Mobiliteitspartnerschappen 29
Modal split 60
Modernisering schoolsystemen 77
MOL 17
Monterrey afspraken 18
Motorways of the Sea 56, 60
Nabuurschapsbeleid 18, 85
Naiades 56
Nationaal Strategisch Rapport over Sociale Bescherming en 38
Nationale Hervormingsprogramma 19
Nationale Verklaringen 20
NEC-richtlijn 74
Nettopositie 26, 27, 92, 94, 95
Netwerk- en informatiebeveiliging 62
Netwerkexploitatie 63
NHP 19
Niveau 13, 18, 23, 25, 33, 34, 41, 43, 44, 47, 49, 51, 58, 62, 69, 70, 74, 75, 76, 79, 80, 85, 87
Non Agriculture Market Access 15
Non-proliferatie 12, 13, 16
Non-trade concerns 15, 17
OAA 58, 60
OCTA 36
Oekraïne 30, 60, 64
OESO/DAC Verklaring van Parijs 18
Onderwijs 40, 45, 48, 76, 77, 83, 87
Onderzoek 10, 26, 36, 44, 47, 48, 50, 52, 55, 62, 74, 77, 85, 88, 93
Ontwerpbegroting 24, 25
Ontwerp-richtlijn milieustrafrecht 35, 36
Ontwerp-richtlijn strafrechtelijke handhaving van 35, 36
Ontwikkelingsbeleid 18, 83, 87
Ontwikkelingssamenwerking 17, 18, 88
Oostenrijk 92
Open Aviation Area 58, 60
Openbaar vervoerscontracten 55
Openbare dienstcontracten 55
Orgaandonatie en -transplantatie 44
Organised Crime Threat Assessment 36
OS-beleidscoherentie 18
Pandemieën 44
Passagiersclaims bij maritieme ongevallen 57
Passenger Name Records 33
Passief roken 43
Peer learning clusters 76
PNR 33
Politiële en justitiële samenwerking 32, 34, 36
POSEI-regeling 66
Proportionaliteit 81
PSC 57
PSO 11, 12, 13, 16
Publieke onderzoeksinstellingen en universiteiten 48
Publiek-private samenwerking 50, 59
Raad van Europa 44
Radicalisering 35, 36
REACH 73
Re-admissie 12, 16
Recast infrastructure package 60
Recrutering 35
Reductie van administratieve lasten 51, 53
Referendum 9
Registratie en Autorisatie van Chemicaliën 73
Rendez-vous clausule 16
Review van de Interne Markt 47
Review 17, 47
Richtlijn bodembescherming 73
Richtlijn handel in broeikasgasemissierechten 75
Richtlijn havenstaatcontrole 57
Richtlijn ongevallenonderzoek 57
Richtlijn prioritaire stoffen 72, 74
Riogroep 12
RIS 56
Roaming 62, 82
Rome II-verordening 37
Rome I-verordening 37
Ruimtelijke planning 56
SAARC 13
SAFA-inspecties 61
SAO 9
SARS 44
Scheepseigenaren 57
Schengen Informatie Systeem 32, 36
Schengen-uitbreiding 28
Schepen op lange afstand 58
SEPA 23
SESAR 58, 61
SET-plan 63
Short Sea Shipping 60
SICA 79
Single Window 53
SIS 32
Slaperrechten 39
Sociaal beleid 93
Social Protection Committee 40
Sociale bescherming 39
Sociale dialoog 39
Sociale diensten van algemeen belang 41
Solidariteit tussen generaties 46
Solvency 2 23
Somatische celtherapie 42
SPC 40, 41
Spoorwegveiligheid 55
Sport 76, 80
Stabilisatie- en Associatie Overeenkomst 9
Strategisch Partnerschap 12, 13
Structuurfondsen 26
Subsidiariteit 23, 44, 80, 81
Subsidiariteitstoets 6
Suiker 17, 67, 70, 89, 91
Supervisory convergence 23
Tariefconcessies 17
Technische Specificaties voor Inter-operabiliteit 55
Telecommunicatie 54, 62
Teledetectie 70
Terrorismebestrijding 28, 33, 35
Terrorisme 10, 12, 13, 16, 33, 35, 36
Terug- en overname-overeenkomsten 30
Terugkeerbeleid 28
Thematische Strategie Duurzaam gebruik van Pesticiden 75
TIEA 12
Timeshare 49
Total Allowable Catches 69
Trade and Investment Enhancement Agreement 12
Transitie in werk 40
Transparantie 6, 25, 76, 88
Transport 54, 58, 61, 72, 88, 89
TROPOMI 52
TS-SUP 75
Tussenbalans 28, 49
Tweede Spoorpakket 55
Twee-staten oplossing 10
Uitbreiding 5, 6, 7, 8, 9, 11, 20, 29, 64, 74, 79, 85, 87, 91
Uitbreidingscriteria 6
Veiligheid op het werk 40, 88
Veiligheid van luchtvaartmaatschappijen 58
Veiligheid 9, 10, 11, 14, 18, 24, 31, 32, 37, 42, 43, 44, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 60, 61, 62, 82, 84, 86, 88, 91
Verdrag van Prüm 32
Verdragswijziging 5, 6
Verenigd Koninkrijk 5, 20, 25, 39, 63, 68
Verenigde Staten 33, 50, 58, 60
Vergrijzing 20, 23, 46
Vergroening van industrie 51
Verordening 883/2004 40
Verordening Beveiliging Intermodale Vervoersketen 54
Verordening voor gedistilleerde dranken 67
Verordening voor niet-geharmoniseerd goederenverkeer 47
Vervoer 22, 54, 55, 56, 59, 60, 61, 83, 86, 87
VIS 30, 66
Visum Informatie Systeem 30
Vlaggenstaten 57
Vleeskuikens 66
VN Veiligheidsraad 10
VN 8, 10, 35, 39, 45, 61
VNVR 10
Voedselveiligheid 9, 44, 68, 69
Voedselzekerheid 69
Voetzoollaesies 66
Volksgezondheidsstrategie 44
Voorjaarsraad 6, 47, 64, 78
Voorstel tot wijziging van richtlijn 94/57/EG 57
Voorstel voor een richtlijn inzake aansprakelijkheid 57
Voorstel voor een richtlijn inzake ongevalllenonderzoek 57
Voortijdig schoolverlaten 76
Voortijdige schooluitval 77
Voorwaardelijke straffen 34, 36, 88
Vrij verkeer van goederen 47
Vrije verkeer van goederen 47
Vrijhandelsakkoord 12, 15, 16
Vrijheid, veiligheid en recht 28, 32, 82, 91
Vrijwillige modulatie 68, 83
VTM 57
Waterkwaliteitsnormen 72
Water 11, 64, 69, 72, 73, 74, 75, 82
Wederzijds Informatie Mechanisme 30
Wederzijdse erkenning van spoorwegmaterieel 55
Wederzijdse erkenning 28, 34, 36, 86
Weefselmanipulatieproducten 42
Welzijn 66
Welzijnsproblemen 66
Werkgelegenheid 6, 19, 20, 38, 41, 45, 56, 60, 77, 78, 83, 84, 86, 87
Werkplan van de Raad op het terrein van cultuur 78
Westelijke Balkan 7, 8, 9, 30
Wijzigingsverdrag 80
WIM 30
Witboek Sport 80
Witboek Volksgezondheidsstrategie 44
WTO toetreding 11
WTO/Doharonde 12
WTO 13, 14, 15, 17, 67
Zeescheepvaart 56, 57, 59, 60
Zesde Milieu Actie Programma 72, 73, 75
Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek en Ontwikkeling 50
Zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen 58
| ACS-landen | Landen in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan |
| AEO | Authorized Economic Operator |
| AI | Aviaire Influenza |
| AMIS | African Union Mission in Sudan |
| ARF | Asean Regional Forum |
| ASEAN | Association of South-East Asian Nations |
| ASEM | Asia-Europe Meeting |
| ATM | Air Traffic Management |
| AU | Afrikaanse Unie |
| BBP | Bruto Binnenlandse Product |
| BNI | Bruto Nationaal Inkomen |
| BNP | Bruto Nationaal Product |
| BTW | Belasting op Toegevoegde Waarde |
| CCR | Centrale Commissie voor de Rijnvaart |
| CIP | Concurrentievermogen en Innovatieprogramm |
| CSP | Coördinator Subsidariateit en Proportionaliteit |
| DCI | Development Cooperation Instrument |
| DWA | Decent Work Agenda |
| EASA | Europees agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart |
| EAS | East Asea Summit |
| ECAA | European Common Aviation Area |
| ECB | Europese Centrale Bank |
| Ecofin | Raad Economische en Financiële Zaken |
| ECVET | European Credit transfer system for Vocational Education and Training |
| EEG | Europese Economische Gemeenschap |
| EG | Europese Gemeenschap |
| EIB | Europese Investerings Bank |
| EIDHR | European Instrument for Democratisation and Human Rights |
| EIT | European Institute of Technology |
| EMEA | Europees Geneesmiddelenbureau |
| EMN | Europees Migratie Netwerk |
| EMS | Europese Mariene Strategie |
| EMU | Economische Monetaire Unie |
| ENISA | Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging |
| ENPI | European Neighbourhood and Partnership Instrument |
| EOF | Europees Ontwikkelingsfonds |
| EP | Europees Parlement |
| EPA | Economic Partnership Agreement |
| EQF | European Qualification Framework |
| ER | Europese Raad |
| ERA | European Research Area |
| ERM | Exchange Rate Mechanism |
| ERTMS | European Rail Traffic Management System |
| ESA | European Space Agency |
| Euratom | Europese Gemeenschap voor Atoomenergie |
| Eurojust | Europese Eenheid voor Justitiële Samenwerking |
| EU | Europese Unie |
| Europol | Europese Politiedienst |
| EVDB | Europees Veiligheids- en Defensiebeleid |
| EVF | Europees Vluchtelingenfonds |
| EVF | Europees Visserijfonds |
| EVRM | Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens |
| FEMIP | Facility for Euro-Mediterranean Investment and Partnership |
| FP’s | Financiële Perspectieven |
| FRONTEX | Agentschap voor het beheer van de buitengrenzen |
| FTA | Free Trade Agreement |
| GBVB | Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid |
| GGO | Genetisch Gemodificeerde Organismen |
| GLB | Gemeenschappelijk Landbouwbeleid |
| GMES | Global Monitoring for Environment and Security |
| GSA | Galileo Supervisory Authority |
| GV | Grondwettelijk Verdrag |
| GVB | Gemeenschappelijk Visserijbeleid |
| HSL | Hoge Snelheids Lijn |
| ICC | Internationaal Strafhof |
| ICT | Informatie en Communicatie Technologie |
| ICTY | Joegoslavië Tribunaal |
| IGC | Intergouvernementele Conferentie |
| IIA | Inter-Institutioneel Akkoord |
| ILO | International Labour Organisation |
| IM | Interne Markt |
| IMO | Internationale Maritieme Organisatie |
| JBZ | Justitie en Binnenlandse Zaken |
| JTI’s | Joint Technology Initiatives |
| KIG | Kennis en Innovatie Gemeenschappen |
| KIP | Key Issues Paper |
| KP6 | Zesde Kaderprogramma Onderzoek en Innovatie |
| KP7 | Zevende Kaderprogramma Onderzoek en Innovatie |
| LAC | Latin-American Countries |
| Mercosur | Mercado Común del Sur, Gemeenschappelijke markt van Argentinie, Brazilie, Paraguay en Uruguay |
| MDG’s | Millenium Development Goals |
| MKB | Midden- en Kleinbedrijf |
| MOVP | Midden-Oosten Vredesproces |
| MOL | Minst Ontwikkeld Land |
| NAIADES | Actieprogramma ter bevordering van de binnenvaart |
| NAVO | Noord-Atlantische Verdragsorganisatie‘ |
| NEC | Nationale Emissieplafonds |
| NGO’s | Niet-gouverrnementele Organisaties |
| NHP | Nationaal Hervormingsprogramma |
| OAA | Open Aviation Area |
| OCTA | Organised Crime Threat Assessment |
| ODA | Official Development Assistance |
| OJC | Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur |
| PNR | Passenger Name Records |
| POP | Plattelandsontwikkelingsprogramma |
| POSEI | Programme d’Options Spécifiques à l’Éloignement et l’Insularité |
| PPS | Publiek-Private Samenwerking |
| PROGRESS | Gemeenschapsprogramma voor Werkgelegenheid en Maatschappelijke Solidariteit |
| PSC | Port Security Control |
| PSO | Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst |
| RAC | Regionale Adviesraad |
| RAZEB | Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen |
| REACH | Registration, Evaluation, Authorisation of Chemicals |
| SAARC | South Asian Association for Regional Cooperation |
| SAO | Stabilisatie- en Associatie Overeenkomst |
| SAP | Stabilisatie- en Associatieproces |
| SESAR | Single European Sky Implementation Programme |
| SET | Strategisch Energietechnologie Plan |
| SGP | Stabiliteits- en Groeipact |
| SICA | Stichting Internationale Culturele Activiteiten |
| SIS | Schengen Informatiesysteem |
| SPC | Social Protection Committee |
| TAC’s | Total Allowable Catches |
| TEN’s | Trans-Europese Netwerken |
| TIEA | Trade Investment Enhancement Agreement |
| TSI | Technische Specificaties voor Inter-operabiliteit |
| TS-SUP | Thematische Strategie Duurzaam Gebruik van Pesticiden |
| VIS | Visum Informatie Systeem |
| VN | Verenigde Naties |
| VNVR | VN-Veiligheidsraad |
| VOB | Voorontwerp van de Begroting |
| VTE | Raad Vervoer Telecom en Energie |
| WHO | World Health Organisation |
| WIM | Wederzijds Informatie Mechanisme |
| WSBVC | Raad Werkgelegenheid, Sociaal beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken |
| WTO | World Trade Organisation |
De overige nieuwe instrumenten die betrekking hebben op het Europese ontwikkelingsbeleid en die artikel 179 EG verdrag (mede) als rechtsbasis hebben, zijn het instrument voor democratisering en mensenrechten (European Instrument for Democratisation and Human Rights, EIDHR), het instrument voor nabuurschapsbeleid (European Neighbourhood and Partnership Instrument, ENPI) en het Stabiliteitsinstrument (Instrument for Stability, IfS). Daarnaast is er het al langer bestaande instrument voor humanitaire hulp.
Nu worden deze middellange termijn-doelen gebaseerd op de potentiële groei en schuldquote van elke lidstaat afzonderlijk.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31202-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.