nr. 41 Herdruk1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 juli 2008
Eind september 2007 heb ik u geïnformeerd over mijn voornemen om
te komen tot één nieuwe uitvoeringsorganisatie voor het onderwijs
als onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Zie
kamerstukken 2007–2008, 31 201 en 31200 VIII, nr. 4).
In de brief heb ik aangekondigd dat ik per 1 januari 2010 wil overgaan
tot een bundeling van de uitvoeringsfuncties in één nieuwe uitvoeringsorganisatie
voor het onderwijs (werktitel: NUO), door middel van een fusie van de Informatie
Beheer Groep (IB-Groep) met de Centrale Financiele Instellingen (CFI).
Deze fusie moet leiden tot een verbetering van de dienstverlening aan
burgers en instellingen door vermindering van administratieve lasten en verbetering
van de kwaliteit van de geleverde informatie(diensten). Voor de opdrachtgever
moet meer flexibiliteit in de uitvoering ontstaan.
De afgelopen periode zijn deze doelstellingen en dit fusieplan verder
uitgewerkt en onderbouwd. Dit proces is uitgemond in een voorgenomen besluit
dat ik eind april 2008 voor advies aan de medezeggenschap van het bestuursdepartement,
CFI en de IB-groep heb voorgelegd.
In dit voorgenomen besluit gaat het onder meer om:
– Het ontwikkelingsperspectief voor de uitvoering in de sector onderwijs
en de nieuwe eisen aan de uitvoeringorganisatie(s) die daaruit voortvloeien:
integratie van processen, bundeling van professionaliteit en een samenhangende
en eenduidige besturing van de uitvoeringstaken van het ministerie van OCW.
– Om dit te kunnen realiseren zullen per 1–1–2010 de
IB-groep en CFI opgeheven worden en zal een nieuwe uitvoeringsorganisatie
voor het onderwijs opgericht worden.
– De nieuwe uitvoeringsorganisatie krijgt de status van een baten-lasten-dienst.
– De Wet Verzelfstandiging Informatiseringsbank wordt per 1–1–2010
ingetrokken.
– De OCW-beleidsfunctie zal de uitvoeringsorganisatie in een eerder
stadium bij de beleidsvoorbereiding betrekken en de beantwoording van de vraag
hoe een nieuw beleidsvoornemen uitgevoerd wordt eerder aan de uitvoeringsorganisatie
overdragen.
– De Voorzitter van de Raad van Bestuur NUO neemt zitting in het
MT OCW om zo te waarborgen dat «de uitvoering aan tafel» zit bij
de voorbereiding van en de besluitvorming over nieuw beleid. Eventuele problemen
in de uitvoerbaarheid van beleid, capaciteitsgebrek in de uitvoering en in
de uitvoeringsketen van uitvoeringsorganisaties tot scholen, worden zo tot
op het hoogste niveau in de OCW-organisatie gehoord.
– De rolverdeling bestuursdepartement – NUO bij het informatiebeleid
wordt verlegd op basis van de volgende principes:
• Het bestuursdepartement – meer specifiek de onderwijs-DG’s-
blijft verantwoordelijk voor het formuleren van de informatiebehoefte die
voortvloeit uit de beleidsagenda en de stelselverantwoordelijkheid.
• NUO wordt verantwoordelijk voor het voorzien in de informatiebehoefte
van het OCW-bestuursdepartement en de Inspectie van het Onderwijs.
• De regie over de inrichting van de (keten)informatisering wordt
versterkt en ligt bij de uitvoeringsorganisatie.
– De uitvoeringsorganisatie wordt gevestigd op de huidige locaties
in Groningen en in Zoetermeer.
• Het hoofdkantoor wordt gevestigd op de locatie Groningen. Eerder
heb ik in mijn brief aan de TK van eind september 2007 al aangegeven dat ik
de locatie Groningen als hoofdvestiging beschouw. Het tot stand brengen van één
organisatie met de ambitie die hoort bij het ontwikkelingsperspectief vraagt
om integratie van processen en een eenduidige besturing van de organisatie.
De algemene leiding van de NUO komt in de hoofdvestiging in Groningen. De
algemene leiding zal gelet op de relatie beleid-uitvoering-toezicht ook regelmatig
overleg voeren op het bestuursdepartement en op de NUO-locatie Zoetermeer
gelet op de sturing van het primaire proces van instellingsbekostiging.
• Bij de keuze van locatie Groningen als NUO-hoofdkantoor waar ook
de algemene leiding en ondersteuning worden gevestigd, speelt uiteraard ook
mee, dat de leiding van de nieuwe uitvoeringsorganisatie wordt gesitueerd
dichtbij het zwaartepunt van de primaire processen en het merendeel van de
medewerkers
• De afweging over de taakverdeling in het accountmanagement voor
onderwijsinstellingen wordt bij de voorbereiding van het reorganisatieplan
nader onderzocht, waarbij de directe link met de primaire processen naar de
scholen uiteraard belangrijk criterium zal zijn.
Over dit voorgenomen besluit heb ik de afgelopen maanden uitvoerig overleg
gevoerd met de betrokken ondernemingsraden.
De Departementale Ondernemingsraad/de ondernemingsraad van CFI en de ondernemingsraad
van de IB-Groep hebben onlangs een positief advies over dit voorgenomen besluit
uitgebracht. Aan beide adviezen is een aantal voorwaarden en afspraken gekoppeld
voor de verdere uitwerking van de fusie. Hierbij spelen onder andere de werkgelegenheidseffecten
voor de NUO-vestigingen een rol.
Het totale aantal arbeidsplaatsen van de NUO zal als gevolg van de fusie
niet afnemen, waarbij de verdeling van de werkgelegenheid over de twee vestigingen
Groningen en Zoetermeer zal verschuiven richting Groningen.
Vooral het bundelen van de NUO-stafdiensten in het hoofdkantoor in Groningen
zal leiden tot een verschuiving van ruim 100 arbeidsplaatsen van Zoetermeer
naar Groningen .
Aan het CFI-personeel is gemeld dat van een gedwongen verplaatsing van
CFI-personeel van Zoetermeer naar het hoofdkantoor in Groningen geen sprake
zal zijn. Voor de betrokken CFI-personeelsleden die hun werk niet willen volgen,
is een werk-naar-werk-garantie van toepassing conform het OCW-convenant dat
met de vakbonden al over de taakstelling in het kader van vernieuwing van
de rijksdienst was afgesproken. Deze garantie betekent dat ontslag vermeden
zal worden.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat de fusie, gezien de eerder genoemde
voordelen die voor burgers en instellingen verwacht mogen worden en gelet
op de positieve adviezen van de medezeggenschap, nu voluit doorgezet moet
en kan worden.
Zoals besproken tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap over de IB-groep op 24 juni jl. zal ik er daarbij
uiteraard voor zorgen dat de dienstverlening door de IBG (en CFI) tenminste
op het afgesproken peil blijft. Ik ben er van overtuigd dat op termijn de
fusie zal kunnen bijdragen aan verbetering van de dienstverlening aan burgers,
instellingen en professionals.
Ik zal dit najaar met een verdere uitwerking komen van deze plannen en
hierover ook het overleg voeren met de medezeggenschapsorganen. Ik zal uw
Kamer in het najaar van 2008 over de voortgang van deze operatie informeren.
Tevens bereid ik een wetsvoorstel voor intrekking van de Wet Verzelfstandiging
Informatiseringsbank per 1 januari 2010 voor. Dit wetsvoorstel zal ik
tijdig aan de Tweede Kamer ter behandeling aanbieden.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R. H. A. Plasterk