nr. 139
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 april 2008
Bij brief van 19 juli 2007 (30 800, XVI, nr. 177) heb ik u een
concept toegezonden van het Planningsbesluit bijzondere interventies aan het
hart. Dit is besproken tijdens het Algemeen Overleg interventies aan het hart
van 13 december 2007 (kamerstuk 31 200 XVI/29 214, nr. 112).
U heeft tijdens dit overleg mijn beleidsvoornemens en uitgangspunten onder
hieronder te verwoorden conditie geaccordeerd, zoals verwoord in mijn bovenvermelde
brief alsmede mijn brief van 13 juni 2007 (30 800, XVI/29 214,
nr. 150) met betrekking tot de toepassing van de Wet op bijzondere medische
verrichtingen.
Bijgaand Planningsbesluit regelt op hoofdlijnen de volgende punten.1
– Er is geen behoefte aan uitbreiding van het aantal hartchirurgische
centra.
– Instellingen moeten voortaan zelfstandig en volledig aan alle
kwaliteitseisen voldoen.
– Voor percutane coronaire interventies alsmede voor implantaties
van interne cardioverter defibrillatoren zal de vergunningplicht per 2009
worden opgeheven. Ter voorbereiding hierop zal in 2008 het aantal vergunningen
worden uitgebreid.
Het Planningsbesluit is op het punt van de catheterablaties aangepast.
Overleg met de beroepsgroepen heeft tot de conclusie geleid dat opheffing
van de vergunningplicht in 2009 te vroeg is.
Ik zal u dit najaar informeren over de ervaringen met de uitbreiding van
het aantal vergunninghouders voor PCI’s en ICD’s. Tevens zal ik
aan u rapporteren of per 2009 voor beide verrichtingen aan de criteria voor
uitstroom wordt voldaan, zoals die met u zijn besproken en vastgesteld in
genoemd AO.
Dit biedt u de gelegenheid eventueel te interveniëren alvorens opheffing
van de vergunningplicht voor PCI’s en ICD’s feitelijk gerealiseerd
wordt door aanpassing van het Besluit aanwijzing bijzondere medische
verrichtingen 2007.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink