Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31200-X nr. 107 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 31200-X nr. 107 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2008
In de brief aan uw Kamer van 21 december 2007 (31 200 X, nr. 82) bent u geïnformeerd over de wijze waarop de regering uitvoering geeft aan de tijdens de begrotingsbehandeling aangenomen moties. In de brief van 18 januari 2008 met nummer 08-DEF-B-009 verzocht de vaste commissie voor Defensie ons om een aanvullende brief waarin per motie wordt weergegeven wanneer deze wordt uitgevoerd en waarin wordt ingegaan op alle bestanddelen van de moties. Deze brief is u op 28 maart toegezonden. In een brief van 3 april 2008 met nummer 08-DEF-B-043 vraagt de commissie in aanvulling op de brief van 28 maart in te gaan op alle bestanddelen van alle moties. In deze brief wordt derhalve de stand van zaken van alle aangenomen moties behandeld:
Motie-Poppe (31 200 X, nr. 29) over de beschikbaarheid van het medisch dossier.
Zoals ook gesteld in onze brief van 21 december 2007 geeft de regering al uitvoering aan deze motie. Het is de plicht van een medisch zorgverlener een goed medisch dossier bij te houden. Voor Defensie geldt voor dit (originele) dossier een langdurige bewaarplicht. Bij de keuring die de militair ondergaat bij het verlaten van de dienst wordt besproken wie de nieuwe huisarts wordt. Een kopie van het medische dossier wordt, met toestemming van betrokken militair, daarheen gezonden. Ook kan de militair te allen tijde verzoeken om inzage in, of een kopie van (een deel van) het medische dossier. Dit kan ook na beëindiging van het dienstverband. Het dossier zelf kan niet worden meegegeven zolang daarvoor een bewaarplicht bestaat.
Motie Van Velzen (31 200 X, nr. 33) over de eindstemming over een VN-resolutie over verarmd uranium.
Voorafgaand aan de stemming in de Algemene vergadering van de VN op 5 december heeft Nederland conform de motie bij de indieners van de resolutie verzocht in de resolutie het woord «potential» te vervangen door «possible». Volgens de indieners was dit niet haalbaar en daarom heeft Nederland tegen de resolutie gestemd. Nederland zal zich er volgend jaar bij de onderhandelingen over een nieuwe resolutie opnieuw voor inzetten dat de tekst zodanig wordt geformuleerd dan Nederland zijn stemgedrag kan wijzigen. Aan deze motie is derhalve uitvoering gegeven.
Verder heeft de Kamer de regering gewezen op onderzoek van een Italiaanse senaatscommissie over de mogelijke gezondheidschade van verarmd uranium in munitie. Inmiddels is het rapport van deze commissie verschenen. De Kamer zal conform de toezegging tijdens het verzamel AO materieel van 27 februari 2008 en het verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Defensie (08-DEF-B-042) vóór 1 mei 2008 de Nederlandse vertaling van het rapport ontvangen, samen met de appreciatie van de regering en de visie op het VN-spoor.
Motie-Eijsink (31 200 X, nr. 38) over de sanering van opslagcomplexen met verouderde munitie en de aanvulling van vitale munitiesoorten.
Zoals gesteld in onze brief van 21 december heeft Defensie met de vorming van het Defensie Munitiebedrijf grote stappen gezet op weg naar een centrale organisatie voor het munitiebeheer. Over de in de brief van 21 december gemelde evaluatie van de huidige situatie zal de Kamer uiterlijk voor het najaar van 2008 worden geïnformeerd.
Motie-Knops en Eijsink (31 200 X, nr. 49) over het medio 2009 daadwerkelijke gebruik kunnen maken van luchttransportcapaciteit binnen het C-17 initiatief van de Navo.
Als eerder gesteld, laatstelijk in de geannoteerde agenda voor de Navo-top in Boekarest, worden de mogelijkheden van deelneming aan het C-17 initiatief van de Navo om de strategische luchttransportcapaciteit te vergroten onderzocht. Een dergelijke capaciteit is van groot belang ter ondersteuning van het expeditionair optreden van de krijgsmacht, zoals in Afghanistan en Afrika. In de aanloop van de voorjaarsnota 2008 worden de deelname aan het C-17 initiatief en de financiering hiervan bezien.
Motie-Knops, Voordewind, Van der Staaij, Boekestijn en Eijsink (31 200X, nr. 51) over fiscale faciliteiten die het werkgevers aantrekkelijk maken om reservisten in dienst te hebben.
Op 4 april 2008 is het Actieplan Werving en Behoud aan uw Kamer gezonden. Daarin is ook aandacht besteed aan deze motie. Zoals gesteld in dit actieplan kan een intensievere inzet van reservisten bijdragen tot oplossing van het vullingsprobleem. Het streven is in aanvulling op de Reservisten Militaire Taken en Reservisten Speciale Deskundigheid een pool van reservisten te creëren die in te zetten eenheden kunnen aanvullen en die functies in Nederland kunnen vervullen. Om een ruimere inzet van reservisten te bewerkstelligen, moet Defensie zich ook op de werkgevers richten. Het is belangrijk hen in perioden van inzet te ondersteunen door middel van employer support. Hierbij zal worden gebruikgemaakt van de voorstellen zoals genoemd in deze motie over faciliteiten voor werkgevers met reservisten in dienst.
Het overleg hierover met de ministeries van Financiën, VWS en SZW is gaande. De uitkomst van dit overleg is vooralsnog dat terughoudendheid bij fiscale facilitering op zijn plaats is. Dit heeft te maken met de ingezette vereenvoudiging van het belasting/premiestelsel. Concretisering via een fiscale facilitering wordt gezien als een te generaal instrument voor deze specifieke en relatief kleine doelgroep. Er is aanvullend onderzoek nodig naar de mogelijkheden het reservistenbeleid verder te ontwikkelen en op een hoger niveau te brengen. Het doel van Defensie is echter helder: de inzet van reservisten moet worden uitgebreid. Ik verwacht de Kamer eind 2008 in het kader van een volgende rapportage over het Actieplan Werving en Behoud nader te kunnen inlichten over de voortgang met betrekking tot de uitvoering van deze motie.
Motie-Knops en Eijsink (31 200 X, nr. 52) over de mogelijkheid van het uitkeren van een premie aan militairen die driemaal op uitzending geweest zijn.
Motie-Voordewind en Van der Staaij (31 200 X, nr. 63) over vrijstelling voor mannelijke militairen met kinderen jonger dan één jaar.
Op 4 april 2008 is het Actieplan Werving en Behoud aan uw Kamer gezonden. Daarin is ook aandacht besteed aan deze motie. Zoals gesteld in dit actieplan gaat bijzondere aandacht daarbij uit naar de militair en zijn thuisfront als het om de combinatie van werk en privéleven gaat. Op dit gebied zijn al diverse maatregelen aangekondigd, onder andere in het arbeidsvoorwaardenbeleid 2007–2009 en in de brief van 13 oktober 2006 over zorgvoorzieningen in het kader van uitzending. Zo worden militairen met jongere kinderen tijdig geïnformeerd over een naderende uitzending en zijn vrouwelijke en alleenstaande mannelijke militairen die zijn belast met de volledige zorgtaak voor een of meer kinderen in de leeftijd tot en met vier jaar vrijgesteld van uitzending, tenzij de militair zelf wenst te worden uitgezonden. Ook kunnen defensiemedewerkers die langer dan een maand varen, vliegen, oefenen of zijn ingezet een tegemoetkoming vragen in de extra kosten voor kinderen jonger dan vijf jaar.
Met de motie Voordewind en Van der Staaij (31 200 X, nr. 63) heeft de Kamer gepleit voor vrijstelling van uitzending voor mannelijke militairen met kinderen jonger dan één jaar. Dat voorstel is nadrukkelijk onderzocht op zijn consequenties voor Defensie met de huidige aangegane verplichtingen en leidde tot de conclusie dat de operationele consequenties in de schaarse categorieën van het personeel te groot zouden zijn en zou leiden tot een verminderde inzetbaarheid.
Daarnaast bleek dat de keuze van de leeftijdscategorie van de kinderen niet zonder meer aansluit bij de gevoelde noodzaak onder het personeel. Niet alleen in het eerste levensjaar van het kind, maar ook bij het naar school gaan en in de puberteit van kinderen kan extra aandacht voor het gezin wenselijk zijn. Met de cumulatie van uitzendingen zal de druk op het gezinsleven naar verwachting bovendien toenemen. Om die reden zal een combinatie worden gezocht met de motie Knops en Eijsink (31 200 X, nr. 52) over beloning van militairen met een bepaald uitzendverleden.
In 2008 zullen voorbereidingen worden getroffen om de waardering voor het uitzendverleden nadrukkelijker tot uitdrukking te brengen. Dit kan in de vorm van premie op grond van het uitzendverleden. Daarover zal met de centrales van overheidspersoneel nader worden overlegd in de aanloop naar een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Die premie kan ook een voucher zijn voor een tijdelijke vrijstelling van uitzending, bijvoorbeeld in geval er kinderen jonger dan een jaar zijn. Zeker wat vrijstellingen betreft is een zorgvuldige aanpak noodzakelijk. Daarom zal een dergelijke regeling als pilot vorm worden gegeven.
Motie-Voordewind, Knops, Eijsink en van der Staaij (31 200 X, nr. 62) over de ontwikkeling van een prototype van een integraal sensorpakket en de mogelijkheden te bezien van medefinanciering uit het innovatieprogramma Veiligheid.
Op 6 februari jl. is een algemeen overleg gehouden over de Defensie Industrie Strategie waarbij ook het innovatieprogramma Veiligheid aan de orde is gekomen (Kamerstuk 31 125 nr. 4). Tijdens dit algemeen overleg heeft de staatssecretaris toegezegd, samen met het bedrijfsleven, de Kamer te informeren over een nadere concretisering van de Defensie Industrie Strategie. Het ging hierbij in het bijzonder om de instandhouding, de zes prioritaire technologiegebieden, en een lijst met producten en diensten voor het launching customership.
De Kamer is met de brief van 7 april jl. (kenmerk DMO/DB/2008008135) geïnformeerd dat het niet mogelijk is gebleken de toezegging binnen de gestelde termijn gestand te doen. De concretiseringen vergen meer tijd vanwege de complexiteit van het onderwerp en het vereiste overleg tussen departementen en met de industrie. Ook de industrie heeft te kennen gegeven meer tijd nodig te hebben.
Voor de zomer zal de Kamer alsnog worden geïnformeerd. Daarbij zal tevens worden ingegaan op de ontwikkeling van een integraal sensorpakket en de relatie daarvan met het innovatieprogramma Veiligheid.
Motie-Boekestijn (31 200 X, nr. 53) over het onderzoeken van aanvullende mogelijkheden van alternatieve financiering en exploitatie voor de invulling van de strategische luchttransportcapaciteit.
Nederlandse deelneming aan het Navo C-17-initiatief zou uitzicht bieden op een snelle invulling van een urgente behoefte aan strategische luchttransportcapaciteit. Deelneming in de Navo-pool dekt echter niet de volledige behoefte aan buitenprofiel luchttransportcapaciteit waarvoor nu inhuur plaatsvindt. Defensie onderzoekt mogelijkheden om op termijn in de resterende behoefte anderszins te voorzien. Alternatieve constructies zoals een PPS-constructie voor de financiering en exploitatie van deze capaciteit zijn inmiddels in onderzoek. Uiterlijk eind 2008 kunnen wij de Kamer daarover informeren.
Motie-Eijsink en Knops (31 200 X, nr. 56) over het juridische kader voor militairen bij uitzendingen.
Defensie onderschrijft het belang van voortdurende aandacht voor het juridische kader waarbinnen onze militairen worden uitgezonden. Militairen doen onder moeilijke omstandigheden hun werk en moeten erop kunnen vertrouwen dat hun rechtsbescherming op orde is. Dat is het geval, zoals ook de Commissie Borghouts concludeerde in haar rapport. Met de Commissie Borghouts is de regering echter van mening, zoals ook tijdens de begrotingsbehandeling werd gememoreerd, dat het de rechtszekerheid van de militair ten goede komt wanneer wat betreft geweldgebruik in het kader van de huidige en toekomstige vormen van internationale inzet van Nederlandse militairen in een specifieke strafuitsluitingsgrond wordt voorzien. Inmiddels heeft de regering dan ook een wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Militair Strafrecht waarin de bescherming van de militairen tijdens uitzendingen centraal staat voorbereid. Dit wetsvoorstel is door de Rijksministerraad goedgekeurd en aan de Raad van State voor het Koninkrijk voor advies aangeboden.
Met het bovenstaande wordt ook recht gedaan aan de overwegingen van de motie.
Motie-Eijsink en Knops (31 200 X, nr. 57) over 3D-samenwerkingen een pool van direct inzetbare deskundigen
Als deel van de inspanningen om veiligheid en ontwikkeling waar mogelijk in het Nederlandse beleid te integreren, zijn Buitenlandse Zaken en Defensie overeengekomen de samenstelling van de Stuurgroep Veiligheid en Wederopbouw op korte termijn te verbreden. De ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken en Financiën zijn inmiddels uitgenodigd in deze stuurgroep zitting te nemen. Verder heeft Defensie een aanvang gemaakt met de implementatie van de verbeteringen van de SSR-pool van Defensie zoals aangekondigd in een brief van 9 november 2007 (30 075, nr. 9). U zult voor het zomerreces schriftelijk worden geïnformeerd over de voortgang van de implementatie.
Motie-Voordewind, Knops en Eijsink (31 200 X, nr. 68) over de slijtage kosten en vervangingskosten van verloren gegaan materieel.
Deze motie wordt uitgevoerd. In het kader van de verlenging van de ISAF-missie heeft het kabinet al besloten om naast de toevoeging als gevolg van de motie Van Geel c.s. nog 100 miljoen euro extra toe te voegen aan de defensiebegroting, de zogenoemde Bos-gelden. Ook is in de HGIS in de huidige raming een opwaartse bijstelling van 20 miljoen euro voor extra reservedelen als gevolg van de extra slijtage aan materieel opgenomen. Zoals ook gesteld in het kabinetsbesluit over de verlenging zal bij de komende Voorjaarsnota een actualisatie worden uitgevoerd om te bezien of deze financiële onderbouwing geheel afdoende is, mede op basis van de verdere uitwerking van de missie, inclusief de gelden die samenhangen met de reparatie van de operationele gereedstelling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31200-X-107.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.