nr. 155
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 september 2008
Naar aanleiding van een bericht in de Financial Times «US gives more details on new visa rules» (2 juni
2008) heeft de heer Pechtold verzocht om een brief waarin wordt vermeld wat
de Nederlandse regering van de plannen vindt en hoe Europa in deze optrekt.
Dit verzoek, met kenmerk 208–302, werd gedaan tijdens het ordedebat
op 3 juni 2008. In dit schrijven beantwoord ik, mede namens de minister
van Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken, deze vragen.
Het Amerikaanse visumontheffingsprogramma (Visa Waiver Program –
VWP) geeft de staatsburgers van 27 deelnemende landen de mogelijkheid om de
Verenigde Staten als tijdelijke bezoekers binnen te reizen voor zakelijke
of toeristische doeleinden, zonder dat zij eerst een visum bij een Amerikaanse
diplomatieke vertegenwoordiging in eigen land hoeven aan te vragen. De landen
die aan het programma deelnemen worden door het Department
of Homeland Security (ministerie van Binnenlandse Veiligheid), in
overleg met de Secretary of State (minister van Buitenlandse Zaken), aangewezen.
De voorwaarden voor deelname aan het visumontheffingsprogramma zijn in de
Amerikaanse wetgeving vastgelegd.
De VS heeft in juli 2007 besloten tot aanpassing van de voorwaarden voor
deelname aan het VWP. Eén van de aanpassingen is het opzetten van een Electronic System for Travel Authorization (ESTA). Op
3 juni jl. presenteerde het Amerikaanse Department
of Homeland Security (DHS) het ESTA. Het systeem behelst een technische
wijziging die het voor de VS eenvoudiger maakt het visa-vrij reizen te verwerken.
Onderdanen van de landen die behoren tot het VWP kunnen in principe zonder
visum naar de VS reizen. Om te worden toegelaten, moeten zij tot nog toe een I-94 formulier inleveren, dat zij tijdens de vlucht naar
de VS invullen. Vanaf 1 augustus 2008 kunnen zij in plaats daarvan
voor vertrek via een website (https://esta.cbp.dhs.gov) het I-94 formulier
digitaal invullen. Daarop krijgen ze via deze website een reisautorisatie (travel authorization), die een geldigheidsduur van twee
jaar heeft. Deze is gekoppeld aan de naam en het paspoortnummer van de reiziger.
Aan deze procedure zijn vooralsnog geen kosten verbonden. Reisbureaus
en luchtvaartmaatschappijen krijgen de mogelijkheid om de reisautorisatie
namens de reiziger aan te vragen.
Deze reisautorisatie wordt door DHS medegedeeld aan de luchtvaartmaatschappij,
die hierdoor weet of aan de passagier met bestemming VS een instapkaart mag
worden verstrekt. De reisautorisatie is ook bekend bij de grenscontrole, waardoor
de reiziger kan volstaan met het overhandigen van het paspoort aan de controlerende
ambtenaar. In de meeste gevallen zal de reisautorisatie onmiddellijk worden
afgegeven. Niettemin wordt door DHS aangeraden om de aanvraag 72 uur voor
vertrek te doen, om er zeker van te zijn dat de toestemming op tijd kan worden
verleend. Daarnaast is het denkbaar dat ook iemand die nog geen concrete plannen
heeft om naar de VS te reizen, zich op voorhand al van een reisautorisatie
voorziet.
De periode na 1 augustus 2008 zal worden gebruikt om ervaring op
te doen met het nieuwe systeem. Geleidelijk aan zullen de I-94 formulieren
verdwijnen. Het is de bedoeling dat ESTA met ingang van 11 januari 2009
verplicht wordt, waardoor er niet langer passagiers zullen worden vervoerd
die niet over een reisautorisatie beschikken.
De introductie van het ESTA wordt door de VS aan alle lidstaten van de
EU opgelegd. De VS is bevoegd om zulke maatregelen te nemen, daar het immers
gaat om de toelating tot het eigen grondgebied.
Nederland is voorstander van het zo snel mogelijk bewerkstelligen van
veilig visa-vrij reizen tussen alle EU lidstaten en de VS, met inachtneming
van het waarborgen van privacy. Nederland is van mening dat het onwenselijk
zou zijn als het ESTA een verkapt visumsysteem wordt, of als er ten opzichte
van het huidige I-94 formulier uitbreiding van gevraagde gegevens plaatsvindt.
Het voornemen van de VS duidt er niet op dat hierin een wijziging plaatsvindt.
Ten aanzien van de gevraagde informatie, merkt Nederland op dat op het I-94
immigratie formulier (ook nu al) wordt gevraagd of een reiziger een «communicable disease» (overdraagbare aandoening)
heeft. Zo ja, dan komt die persoon vooralsnog niet in aanmerking voor visumvrijstelling.
Nederland acht deze handelwijze discriminerend en stigmatiserend voor mensen
met HIV/AIDS. Nederland heeft deze kwestie reeds onder de aandacht gebracht
van de Europese Commissie, die dit heeft aangekaart bij de VS. Voor meer informatie
hierover verwijs ik u naar het antwoord d.d. 8 april 2008 op uw Kamervragen
van 28 februari jl. over dit onderwerp.
Op 31 juli jl. heeft President Bush wijzigingen in de regelgeving
omtrent het inreisverbod voor HIV-positieven doorgeveord middels ondertekening
van «The President’s Emergency Plan for AIDS Relief» (PEPFAR).
Door deze wijziging wordt het inreisverbod geschrapt. Aangezien het hier niet
om een wetswijziging gaat moet het VS-ministerie van Volksgezondheid (DHHS)
de regelgeving aanpassen middels publicatie in het Federal Register, waarop
door het publiek commentaar kan worden geleverd. Na het consultatieproces
worden de «rules/regulations» vastgelegd en gepubliceerd als «final
rules/regulations» in het Federal Register. Op dit moment is nog niet
duidelijk wanneer het Ministerie van Volksgezondheid actie gaat ondernemen.
Mogelijkerwijs geschiedt zulks eerst na de presidentsverkiezingen.
Tijdens de EU-VS ministeriële JBZ-Trojka van 13 maart jl. is
met de VS afgesproken dat de Europese Commissie op basis van een daartoe strekkend
mandaat namens de lidstaten zal onderhandelen met de VS over de voorwaarden
die de VS stellen voor toegang tot het gemoderniseerde VWP, voor
wat betreft de criteria die vallen onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap
en/of de Europese Unie. De lidstaten zijn bevoegd bilateraal te onderhandelen
met de VS over de bevoegdheden die behoren tot de nationale competentie. Dit
is de zogenoemde twin track benadering. Het ESTA
valt binnen het onderhandelingsmandaat van de Commissie. De onderhandelingen
tussen de Commissie en de VS zijn eind april jl. begonnen. De Commissie heeft
voordat de onderhandelingen met de VS over het EU-spoor begonnen met de VS
afgesproken dat de Gemeenschap de mogelijkheid behoudt vergelijkbare maatregelen
voor de VS in te voeren, conform het principe van reciprociteit.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen