31 200 IV
Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2008

nr. 48
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2008

Hierbij doe ik u een brief toekomen van de Antilliaanse minister van Financiën inzake economische zones op de Nederlandse Antillen. De brief van de minister bevat de volgende bijlagen:

1. Een brief van het eilandsbestuur van Sint Eustatius, gericht aan de Antilliaanse minister van Financiën d.d. 29 december 20051.

2. Een motie van het eilandsbestuur d.d. 29 december 20051.

Tevens doe ik u de Landsverordening Economische Zones 2000 toekomen1.

Met de brief van de minister word ik in staat gesteld een belangrijk gedeelte van de nog openstaande vragen hierover van uw kant, mede namens de staatssecretaris van Financiën, te beantwoorden. Het betreft hier het antwoord op de vragen 1 t/m 3 en vraag 8 van dhr. Van Raak over economische vrijhandelszones op de Antillen (Aanhangsel der Handelingen, vergaderjaar 2007–2008, nr. 2162) en een drietal vragen die de heer Van Bommel eveneens namens de SP-fractie in de Tweede Kamer stelde op 20 december 2006 over het bedrijf Valéro op Sint Eustatius (Handelingen II 2006–07, nr. 29, p. 1933). De overige vragen van dhr. Van Raak zijn reeds beantwoord in mijn brief van 12 maart 2007 (Aanhangsel der Handelingen, vergaderjaar 2007–2008, nr. 1013). Ik ga ervan uit dat met deze brief alle vragen over dit onderwerp zijn beantwoord.

Tevens wil van de gelegenheid gebruik maken om u in het laatste gedeelte van deze brief te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de schuldsanering.

Antwoord op vragen gesteld tijdens het plenaire debat op 20 december 2006 door dhr. Van Bommel namens de SP-fractie over het bedrijf Valéro op Sint Eustatius (Handelingen II 2006–07, nr. 29, p. 1933).

Vraag I

Kunt u mij voorzien van een kopie van het contract dat het Eilandgebied St. Eustatius heeft gesloten met het bedrijf Valéro? Kunt u daarbij aangeven in hoeverre deze betalingen aan het Eilandgebied ten goede komen, of dat deze geheel of gedeeltelijk in een andere kas vloeien (en zo ja, welke)?

Vraag II

Had het Eilandbestuur graag een grotere bijdrage van Valéro willen ontvangen dan nu het geval is? En, indien dit zo is, hoe groot is het verschil dan tussen het gewenste bedrag en de huidige betalingen van Valéro?

Vraag III

Wil het Eilandgebied St. Eustatius het huidige contract met het bedrijf Valéro heronderhandelen?

Antwoord

Aan het verzoek in het eerste gedeelte van vraag I zal ik voldoen door de overeenkomst ter vertrouwelijke inzage bij de griffie te leggen1. Het antwoord van de minister op het tweede gedeelte van deze vraag luidt dat de opbrengsten volledig ten goede komen aan het eilandgebied Sint Eustatius zelf. De minister geeft verder aan dat volgens haar inschatting op de vragen II en III van 20 december met«nee» moet worden geantwoord omdat de onderhandelingen nog maar recent hebben plaatsgevonden. De minister geeft hierbij aan dat deze vragen zijn voorgelegd aan het Eilandgebied Sint Eustatius maar dat hierop geen reactie is ontvangen.

Stand van zaken schuldsanering

De discussie over de belastingheffing en -inning op de Antillen wordt door enkele leden van uw Kamer in verband gebracht met de overeengekomen schuldsanering. De afspraken over de schuldsanering vormen onderdeel van een totaal pakket aan afspraken die zijn overeengekomen en vastgelegd in de u reeds bekende akkoorden: de slotverklaring van 11 oktober 2006 met Bonaire, Sint Eustasius en Saba, de slotverklaring van 2 november 2006 met het Land de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten en voorts het Overgangs-/Toetredingsakkoord van respectievelijk 12 februari 2007 en 22 augustus 2007. In de akkoorden is de fiscale autonomie van het huidige land noch van de toekomstige landen ter discussie gesteld, noch zijn hieraan voorwaarden gesteld. Wel zijn er strikte afspraken gemaakt op het terrein van het financieel toezicht op de begrotingscyclus. Onderdeel hiervan is dat de huidige en toekomstige entititeiten ervoor dienen de inkomsten en uitgaven met elkaar in balans te brengen. Dit impliceert een adequate belastingheffing eninning. Aan de afspraken die zijn vastgelegd in de akkoorden wil ik niet tornen. Wel wil ik u graag nader informeren over de stand van zaken.

Op basis van bovengenoemde akkoorden is met het Land en de eilanden nader gesproken over de daadwerkelijke praktische invulling, de modaliteiten, van de schuldsanering. Dit is vastgelegd in het document «Voorstel schuldsanering» zoals dat op 22 januari is vastgesteld tijdens het bestuurlijk overleg tussen Nederland, het Land Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten en dat ik ter informatie bij deze brief voeg2. Eerder al waren nagenoeg identieke modaliteiten overeengekomen met de BES-eilanden. Eén van de kernpunten van deze modaliteiten is het feit dat de bestuurders van het Land en de eilandgebieden zelf verantwoordelijk zijn voor de juistheid en volledigheid van de gegevens van de te saneren schuld, zowel wat betreft het schuldpapier als wat betreft de betalingsachterstanden. Bovendien dienen zij deze gegevens vergezeld van een accountantsverklaring in te dienen bij Nederland.

Op basis van de modaliteiten in het Voorstel schuldsanering heeft de Auditdienst van mijn departement een controleprotocol opgesteld. Dit controleprotocol is aan de bestuurders van het land en de eilanden overhandigt en dient als input voor de door het land en de eilanden in te huren accountants. Hierbij worden marges en toleranties gebruikt die gelijk zijn aan de binnen Nederland geldende normen voor controle. Het financieel beheer van het Land en de eilanden hebben echter in de meeste gevallen niet dezelfde kwaliteit als we in Nederland gebruikelijk achten. Dat is immers één van de redenen dat de schuldproblemen zijn ontstaan en ook een reden waarom het College financieel toezicht (Cft) is opgericht en Nederland technische ondersteuning verricht bij het op orde brengen van het financieel beheer.

Het Cft is voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba eind vorig jaar met haar werk begonnen. Dit betekent dat deze drie eilanden op dat moment hadden voldaan aan de voorwaarde om te starten met de sanering van hun betalingsachterstanden (leningen mogen ze niet hebben). Op dit moment zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba druk bezig hun achterstanden in kaart te brengen en van een accountantsverklaring met rapport van bevindingen te laten voorzien. De bedoeling is dat de accountants per betalingsachterstand toetsen op juistheid en volledigheid. Hierbij gaat het om betalingsachterstanden die per 31-12-2005 open stonden en thans nog open staan. Zodra we de rapporten binnen hebben, zal bezien worden welke betalingsachterstanden door Nederland kunnen worden gesaneerd.

Door de accountant goedgekeurde posten zullen in beginsel worden betaald; als daarentegen uit het accountantsonderzoek blijkt dat posten niet aan alle vereisten voldoen of dat dat niet meer vastgesteld kan worden, zullen deze posten grondig worden onderzocht en getoetst. Daarbij kan ik voor deze laatste categorie posten, mede met inachtneming het belang van een goede financiële startpositie voor de eilanden, besluiten ze al dan niet te vergoeden. Dit kan als het voldoende aannemelijk is dat de betalingsachterstand in kwestie bestond op 31 december 2005 en in relatie staat tot de taken en verantwoordelijkheid van het eilandbestuur.

Vanuit Nederland zijn mijn departement en het ministerie van Financiën verantwoordelijk voor de vormgeving van de schuldsanering. Ook de Algemene Rekenkamer is hierbij betrokken.

Als nieuwe relevante informatie beschikbaar komt zal ik u zo nodig hierover nader rapporteren. Daarnaast zal het saneren van de betalingsachterstanden terug komen in de begrotingsverantwoording/jaarverslag H.IV Koninkrijksrelaties.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th .B. Bijleveld-Schouten


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter vertrouwelijke inzage, alleen voor de leden, gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven