31 200 IV
Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2008

nr. 38
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 april 2008

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft de navolgende vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar aanleiding van de brief van 11 maart 2008 inzake ambtelijke dienstreizen naar de Nederlandse Antillen en het mogelijk handmatig bijhouden van gevangenisstraffen (Kamerstuk 31 200 IV, nr. 30).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 8 april 2008.

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Van Beek

De griffier van de commissie,

De Gier

1

Heeft het coördinerende ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een adequaat en up-to-date overzicht vanuit welk ministerie, op welk moment en waarom naar de overzeese Koninkrijksdelen wordt gereisd? Zo nee, wordt een dergelijk overzicht vanuit het coördinerende ministerie niet wenselijk geacht mede in het licht van de beperkte omvang van de overzeese bestuursapparaten? In hoeverre acht het coördinerende ministerie van BZK inzicht in de effectiviteit van de verschillende reizen wenselijk?

Departementen dienen hun plannen om een bezoek aan de Nederlandse Antillen en Aruba te brengen vooraf te melden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder opgaaf van periode, deelnemers en doel. Hiervan wordt een maandelijks overzicht opgesteld en gedeeld met alle departementen. Met het oog op de te verwachten intensivering van bezoeken als gevolg van de afspraken ten behoeve van het staatkundig proces zijn de afspraken interdepartementaal aangescherpt, ook de reguliere contacten vallen onder de afspraken. Het doel hiervan is het waarborgen van efficiëntie en voorkoming van overbelasting van de gesprekspartners op de Antillen. De beoordeling van de effectiviteit van de reizen van ambtenaren acht ik een verantwoordelijkheid van de betreffende bewindspersonen.

2

Op welke wijze wordt kostenbesparing door middel van bijvoorbeeld versobering van reis- en verblijfkosten gestimuleerd? Op welke wijze wordt het gebruik van nieuwe media en video-vergaderen gestimuleerd?

De reis- en verblijfskosten zijn conform het Reisbesluit Buitenland (bijlage tarieflijst circulaire ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 september 2007).

Er is op dagelijkse basis intensief contact tussen verschillende departementen en partners op de Antillen via e-mail en telefoon. Daarnaast is direct overleg tussen meerdere partijen is geregeld noodzakelijk. Waar mogelijk wordt dit via videoconference gevoerd. Om dit te faciliteren zijn in 2007 op het ministerie van BZK en haar vertegenwoordigingen in Willemstad en Phillipsburg speciale ruimtes ingericht. Deze faciliteit wordt sindsdien intensief gebruikt in het kader van de gesprekken en onderhandelingen over het staatkundig proces.

3

Bent u op de hoogte van de bevindingen van een Nederlandse ambtenaar?

Ja.

4

Heeft hij meer gevallen van corruptie aan het Nederlandse ministerie van Justitie doorgegeven? Zo ja, welke en wat heeft het ministerie van Justitie hiermee gedaan?

Betrokkene had, in de periode dat hij werkzaam was op de Nederlandse Antillen, geen gezagsverhouding met het Nederlandse ministerie van Justitie. Betrokkene was als technische bijstander in tijdelijke dienst bij het ministerie van Justitie van de Nederlandse Antillen in het kader van het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA).

5

Is het waar dat deze ambtenaar een systeem in de gevangenis van Sint Maarten heeft geautomatiseerd voor het bijhouden van de duur van de straffen van de gedetineerden? Zo ja, hoe werden deze gevangenisstraffen vóór dit systeem geadministreerd?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op de vraag 4).

6

Klopt zijn bewering dat meer gedetineerden langer dan volgens de hun opgelegde straf in de gevangenis hadden gezeten? Zo ja, heeft betrokken ambtenaar dit gemeld aan het ministerie van justitie? Kan worden aangegeven hoeveel gedetineerden het betreft en hoeveel langer dan hun veroordeling zij in detentie hebben verbleven? Indien zijn bewering waar is, hoe is dan deze constatering afgehandeld met de betrokken gedetineerden?

Indachtig artikel 41 lid 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden behartigen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba zelfstandig hun eigen aangelegenheden, waaronder ook de rechtshandhaving en rechtspleging. Het gevangeniswezen valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen. Ik ga ervan uit dat de Antilliaanse minister van Justitie in gevallen waarin sprake is van fouten zoals bedoeld, hij een en ander adequaat afhandelt.

7

Heeft Nederland, gezien de band met de Antillen in het Koninkrijk, met betrekking tot dit onderwerp een internationaalrechtelijke verantwoordelijkheid? Is voornoemde handelwijze in strijd met internationaalrechtelijke verdragen? Zo ja, welke en wat gaat u hiertegen doen?

Volgens artikel 3, eerste lid, onder b, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de buitenlandse betrekkingen een Koninkrijksaangelegenheid. Het Koninkrijk is volkenrechtelijk verantwoordelijk voor het nakomen van internationale verplichtingen. Daarnaast is het een taak van het Koninkrijk om indachtig artikel 43, tweede lid, van het Statuut de fundamentele rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur te waarborgen. Om deze reden is het Koninkrijk gelegitimeerd om de landen te wijzen op geconstateerde problemen en te bevorderen dat het nodige wordt verricht om hier een einde aan te maken.

Mede in het licht van de bedoelde verantwoordelijkheid van het Koninkrijk stel ik in gesprekken met zowel de Antilliaanse als de Arubaanse minister van Justitie de problemen binnen het gevangeniswezen aan de orde. Ook tijdens mijn laatste werkbezoek heb ik hierover met de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen gesproken.

8

Is het waar dat de directeur van de gevangenis op Sint Maarten weigerde aangifte te doen van verduistering op het moment dat eerder genoemde ambtenaar ontdekte dat een groot bedrag was verduisterd? Zo ja, wat heeft betrokken ambtenaar met deze informatie gedaan en om hoeveel geld gaat het precies?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op de vragen 4 en 6).

9

Is het u bekend dat, volgens geruchten van gevangenispersoneel, de verdachte in deze verduistering, al jaren een relatie heeft met de directeur van de gevangenis? Zo ja, kan deze relatie een rol hebben gespeeld bij de beslissing van de directeur om geen aangifte te doen?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op de vraag 6).

10

Hoe is het mogelijk dat de gevangenisdirecteur nog steeds zijn werk uitvoert terwijl de ambtenaar op non-actief is gesteld?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op de vraag 6).

11

Staat dat deze vorm van – gecorrumpeerde – tegenwerking alle Nederlandse ambtenaren te wachten als zij met corruptie in aanraking komen?

Nederlandse ambtenaren die als technische bijstander worden uitgezonden naar de Nederlandse Antillen vallen onder de verantwoordelijkheid van het Nederlands-Antilliaanse bestuur of het bestuur van het betrokken eilandgebied. Hoe dit bestuur omgaat met een eventuele melding van corruptie is een aangelegenheid van het Antilliaanse bestuur en eventueel het Antilliaanse openbaar ministerie. Als mij signalen bereiken dat er sprake is van corruptie in het bestuursapparaat dan stel ik dit aan de orde in gesprekken met bestuurders van de eilanden. Zonodig breng ik zaken ter kennis van het Antilliaanse openbaar ministerie (zie ook mijn antwoord op uw vraag over het zwartboek van de stichting Goed Bestuur Bonaire, 31 200 IV, nr. 9).

12

Hoe wordt in de andere gevangenissen van de Nederlandse Antillen de duur van de doorgebrachte gevangenisstraf bijgehouden? Kunt u garanderen dat in deze gevangenissen geen gedetineerden langer dan de hun oplegde gevangenisstraf in detentie zitten? Zo nee, bent u bereid hiernaar een onderzoek in te stellen?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op de vraag 6).

13

Hebben de afgelopen vijf jaren ook andere Nederlandse ambtenaren dergelijke corruptiegevallen gemeld bij hun ministerie? Zo ja, hoe vaak is dit het geval geweest en om welke gevallen ging het?

Mij zijn geen meldingen bekend.

14

Kunt u globaal meedelen wat met die andere corruptiegevallen is gebeurd?

Zie antwoord vraag 13.

15

Indien u deze corruptiegevallen hebt doorgegeven aan de desbetreffende justitieautoriteiten op de eilanden, wat is dan met die melding gebeurd?

Zie antwoord vraag 13.

16

Hebt u de uitspraken van de heer Booi over de wijze van stemmen tijdens de Nova uitzendingen gehoord? Is de gewoonte, volgens deze uitspraken, namelijk het betalen van bijvoorbeeld een elektriciteitsrekening aan iemand die op hem had gestemd, geen verkiezingsfraude? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u van mening dat de heer Booi zijn functie moet neerleggen?

De verantwoordelijkheid voor het al dan niet onderzoeken en/of vervolgen van vermeende strafbare feiten die gepleegd zijn in de Nederlandse Antillen ligt bij het openbaar ministerie van de Nederlandse Antillen. Het past mij derhalve niet een oordeel te geven over hetgeen door de heer Booi naar voren is gebracht in de bedoelde NOVA-uitzending.

17

Is het u bekend of ook andere politici zich met dergelijke praktijken bezig houden? Zo ja, wat gaat u hiertegen ondernemen?

Zie antwoord op vraag 16.

18

Draagt justitie er zorg voor dat voornoemde ambtenaar geen persoonlijke nadelen ondervindt van zijn werk op de Nederlandse Antillen?

De rechtspositie van de voornoemde ambtenaar is niet gewijzigd. Technische bijstanders behouden tijdens hun uitzendperiode formeel hun Nederlandse functie. Zij krijgen bijzonder verlof met behoud van hun rechtspositie gedurende hun uitzending.

19

Ziet u, nu u stelt dat ten aanzien van bezoekende gemeenteambtenaren geen informatie verschaft kan worden omdat het een verantwoordelijkheid is van de gemeente zelf is, in dezen een coördinerende rol voor uzelf weggelegd? Hoe ziet u deze verantwoordelijkheid op de langere termijn dat wil zeggen ná de voltooiïng van het staatkundige proces?

Nee. Ten aanzien bezoeken van ambtenaren van decentrale overheden acht ik coördinatie door het ministerie van BZK niet noodzakelijk. Ook in de toekomstige staatkundige situatie acht ik coördinatie van contacten tussen Nederlandse gemeenten en de BES-eilanden geen verantwoordelijkheid van BZK. Samenwerking tussen gemeenten onderling en met de nieuwe openbare lichamen is een lokale verantwoordelijkheid.

20

Begint elke ambtelijke reis in het kader van het staatkundige proces met een briefing op de Vertegenwoordiging van Nederland ter plaatse? Is dit een eenmalige of een terugkerende briefing? Kan een toelichting worden gegeven op de aard, inhoud en noodzaak van deze briefing?

Interdepartementaal is de afspraak dat elk bezoek van rijksambtenaren begint en eindigt met een gesprek bij de Nederlandse Vertegenwoordiging. De briefing dient er onder andere toe het programma, de actuele (politieke) situatie, en zogenaamde do’s en don’ts op de Antillen te bespreken. In gevallen waar is gebleken dat van de afspraak is afgeweken, wordt het betreffende diensthoofd daarop aangesproken.

Uitzondering op deze afspraak betreffen de bezoeken van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie vanwege hun Koninkrijkstaak. In de praktijk brengen zij vrijwel altijd een bezoek aan de Vertegenwoordiging.

21

Betekent, dat ten aanzien van de reizen die voortvloeien uit reguliere contacten, een eigen verantwoordelijkheid voor het desbetreffende ministerie bestaat, dat deze reizen niet beginnen met een briefing van de Vertegenwoordiging van Nederland ter plaatse dan wel dat het aan het desbetreffende ministerie is daarin te voorzien? Waaruit bestaat – concreet en beleidsmatig – de coördinerende rol van de staatssecretaris in reizen die voortvloeien uit reguliere contacten?

Zie antwoord op vragen 1 en 20.

22

Aan wie is de beoordeling of een reis als regulier contact wordt aangemerkt dan wel in het kader van het staatkundige proces plaatsvindt? is het onderscheid tussen deze twee soorten reizen telkens ondubbelzinnig te maken?

Bezoeken die ministeries maken in het kader van hun koninkrijksrijkstaak zijn ondubbelzinnig reguliere contacten. Voor het overige is het onderscheid tussen verschillende typen bezoeken niet meer relevant gegeven de verscherpte interdepartementale afspraken (zie vraag 1).

23

Zijn er soortgelijke spreidingsafspraken gemaakt over reizen die voortvloeien uit reguliere contacten, samenwerking tussen Koninkrijksdelen en bezoekende gemeenteambtenaren als ten aanzien van reizen in het kader van het staatkundige proces zijn gemaakt?

Nee.

24

Zijn er in uw visie redenen of aanleidingen om wanbeheer in het gevangeniswezen ook tot Koninkrijksaangelegenheid te verklaren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, onder welke omstandigheden wel?

Ik verwijs u hiervoor naar de brief van de minister van Justitie van 29 januari 2008 (24 587/31 200 VI, nr. 245), waarmee hij mede namens zijn ambtgenoten het rapport van het CPT aan uw Kamer heeft aangeboden.

25

Zijn er beleidsterreinen, anders dan de bekende als Defensie en Buitenlandse Zaken, die in de onderhandelingen met de Antillen ook tot de waarborgfuncties gerekend dienen te worden? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

De onder de verantwoordelijkheid van de ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Verkeer en Waterstaat vallende terreinen die in artikel 3, eerste lid, van het Statuut worden genoemd, zijn aangelegenheden van het Koninkrijk. Artikel 43, tweede lid, van het Statuut bepaalt dat het waarborgen van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur een aangelegenheid van het Koninkrijk is. De primaire verantwoordelijkheid daarvoor berust echter krachtens het eerste lid bij de landen zelf. De bewoordingen van artikel 43 sluiten geen enkel beleidsterrein bij voorbaat uit zolang er maar een verband is met de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur.

26

Betekent uw stelling dat inzake het mogelijk handmatig bijhouden van gevangenisstraffen en het daardoor mogelijk langer dan hun veroordeling in de gevangenis verblijven van gedetineerden, dit een verantwoordelijkheid betreft van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen respectievelijk de minister van Justitie van Aruba, dat u van mening bent dat Nederland de desbetreffende bewindslieden daarop niet zou mogen aanspreken en hun daarover geen informatie zou mogen vragen? Betekent dit ook dat u van mening bent dat Nederland ter zake geen enkele verantwoordelijkheid heeft dan wel zou mogen «opeisen», ook niet bezien tegen de achtergrond van het streven naar en de noodzaak van het verbeteren van de rechtshandhaving op de Nederlandse Antillen en Aruba, of van de waarborgfunctie van artikel 43 van het Statuut? Gaat u de kwestie alsnog bespreken in het (in uw brief van 20 maart 2008 aangekondigde) overleg dat u zult hebben met de Justitieministers van de Nederlandse Antillen en Aruba?

Zie het antwoord op de vragen 6 en 7.

27

Hebben betrokken gedupeerde gedetineerden schadevergoeding geëist en gekregen?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op vraag 6).

28

Waarom worden gevangenisstraffen (mogelijk) handmatig bijgehouden? Hoe is het mogelijk dat daardoor gedetineerden langer dan hun veroordeling in detentie (zouden hebben) kunnen verblijven?

Deze vraag betreft een aangelegenheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen (zie het antwoord op vraag 6).

29

Kan een verduidelijking worden gegeven van noot *2 bij de tabel met het dienstreizenoverzicht 2007: «Bij het totaal aantal personen zijn de hoeveelheid vluchten geteld, niet unieke personen»? Kan het bijvoorbeeld betekenen dat niet iedereen van een delegatie met dezelfde vlucht reist, of dat bijvoorbeeld 1 delegatie van 3 personen in zijn totaliteit meer keren heeft gevlogen?

Hiermee wordt bedoeld dat een individuele ambtenaar in 2007 meerdere malen een bezoek aan de Antillen kan hebben gebracht en dat die reizen allemaal zijn meegeteld.

30

Wat zijn de totale reis- en verblijfkosten van de delegaties geweest?

De totale reis- en verblijfskosten worden niet centraal geregistreerd. De totale kosten zullen in 2007 circa € 1,5 miljoen zijn geweest. Dit bedrag is gebaseerd op gemiddelde prijzen voor een vliegticket naar de Antillen en voor een hotelovernachting op de Antillen en Aruba, en op basis van de daggeldvergoeding zoals vastgesteld in het Reisbesluit Buitenland (bijlage tarieflijst circulaire ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 5 september 2007).


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), voorzitter, Van Gent (GL), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Remkes (VVD), Van Bochove (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Velzen (SP), Leerdam (PvdA), ondervoorzitter, Van Hijum (CDA), Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Ortega-Martijn (CU), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Lempens (SP), Ouwehand (PvdD), Kuiken (PvdA), De Rouwe (CDA) en Uitslag (CDA).

Plv. leden: Ten Broeke (VVD), Halsema (GL), Van Leeuwen (SP), Van der Vlies (SGP), Zijlstra (VVD), Wolbert (PvdA), Weekers (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Vacature (CDA), Poppe (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Vacature (CDA), Van Miltenburg (VVD), Spekman (PvdA), Vacature (CDA), Voordewind (CU), Graus (PVV), Koşer Kaya (D66), Abel (SP), Bouchibti (PvdA), Van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Kalma (PvdA), Vacature (CDA) en Vacature (CDA).

Naar boven