nr. 87
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2008
Naar aanleiding van het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Verkeer
en Waterstaat van 29 mei 2008 (Kamerstuk 30 523, nr. 20) over
het bedienen op afstand van sluizen, bruggen en stuwen in beheer bij de Rijkswaterstaat,
doe ik u deze brief toekomen.
Zoals afgesproken ga ik in op de actuele planning en fasering als ook
op de kosten en besparingen van bedienen op afstand. Tevens doe ik u hierbij
de evaluatie toekomen1 over de inzet van stewards
op sluizen in periodes met veel recreatievaart.
Actuele planning, fasering en evaluatie
Ik heb bij de invoering van de bediening op afstand gekozen voor de volgende
aanpak. Als eerste worden de kleinere complexen aangepakt. De grotere complexen
volgen waarbij de opgedane ervaringen worden verwerkt. Op deze wijze worden
nieuwe technieken getest en bij gebleken geschiktheid systematisch «uitgerold».
Tegelijkertijd uniformeert Rijkswaterstaat de werkprocessen. Het bedienend
personeel wordt opgeleid onder andere door simulatortraining en coaching op
de werkvloer.
Deze gefaseerde aanpak resulteert in een zorgvuldige en veilige invoering
van bedienen op afstand.
De nieuwe bediencentrale Maas-Zuid in Limburg en de bediencentrales Topshuis
en Terneuzen in Zeeland zullen volgens de huidige planning uiterlijk 2011
volledig operationeel zijn. Tijdens de startfase zal extra bedienend personeel
aanwezig zijn om bij te kunnen springen, als ook technici om storingen en
andere aanloopproblemen te verhelpen.
Tenslotte zal Rijkswaterstaat bedienend personeel handhaven op de grotere
objecten totdat de grootst mogelijke zekerheid is verkregen dat hun aanwezigheid
niet meer vereist is.
De invoering van bedienen op afstand vanuit de nieuwe bediencentrale Maas-Zuid
in Limburg en bediencentrales Topshuis en Terneuzen in Zeeland zal aan de
hand van de volgende criteria geëvalueerd worden:
• tevredenheid van de vaarweggebruikers;
• tevredenheid en werkbelasting bedienend personeel;
• afwikkelingsniveau en snelheid van de afhandeling van het scheepvaart
verkeer;
• nautische veiligheid op basis van een analyse van eventuele incidenten;
• beveiliging van de objecten in relatie tot toegankelijkheid voor
schippers, nautisch personeel en hulpdiensten;
• aantal en aard van eventuele (technische) storingen gerelateerd
aan het bedienen op afstand;
• feitelijke exploitatiekosten en besparingen.
De evaluatieresultaten zullen benut worden voor hierna te realiseren bediencentrales,
maar kunnen ook aanleiding zijn om bestaande bediencentrales en/of werkprocessen
aan te passen.
Voor wat betreft de nieuwe bediencentrale Maas-Noord wil ik vooralsnog
twee mogelijkheden open houden. Namelijk het doorgaan met de oorspronkelijke
planning in combinatie met een tijdelijke handhaving van bedienend personeel
op de betrokken grote sluiscomplexen, of het aanpassen van de planning in
afwachting van de uitkomsten van de evaluatie van de pilotprojecten Zeeland
en Zuid-Limburg. Een aanpassing van de planning zal er toe leiden dat de bediencentrale
Maas-Noord naar verwachting niet eind 2013 maar begin 2016 operationeel zal
zijn. Ik zal een nadere keuze maken tussen deze twee mogelijkheden op basis
van de voortgang van de voorbereiding voor de bediencentrale Maas-Noord en
de eerste bevindingen bij de grote complexen in Zeeland en Limburg-Zuid.
In bijlage 1 is overeenkomstig mijn toezegging een indicatieve planning
opgenomen van de realisatie van nieuwe bediencentrales.
Kosten en besparingen van bedienen op afstand
Bij bedienen op afstand snijdt het mes aan twee kanten: het serviceniveau
voor de vaarweggebruikers wordt verhoogd èn het levert besparingen
voor de bedrijfsvoering op.
Door de verhoging van het serviceniveau zoals onder andere 24 uurs bediening
op alle hoofdvaarwegen en meer betrouwbare reistijden, treden voor de beroepsvaart
positieve effecten op. Zo is uit een onderzoek voor de bediencentrales langs
de Maasroute gebleken dat de gemiddelde vaartijd per schip op de Maasroute
naar verwachting met ongeveer 15 minuten zal afnemen.
Voor de recreatievaart is het voordeel vooral de verruiming van de bedieningstijden
van bruggen en kleinere sluizen.
Een efficiëntere bedrijfsvoering zal ook voor Verkeer en Waterstaat
tot kostenbesparingen leiden. Uitgangspunt is dat de voor het invoeren van
bedienen op afstand noodzakelijke investeringen in ongeveer 10 jaar worden
terugverdiend. Door een meer efficiënte bedrijfsvoering wordt tevens
invulling gegeven aan het Kabinetsbeleid «meer doen met minder mensen».
De investeringskosten van de geplande, nieuwe bediencentrales in Zeeland,
Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Limburg worden thans geraamd op
in totaal € 77 mln.
In bijlage 1 is overeenkomstig mijn toezegging, een indicatief overzicht
opgenomen van de raming van de kosten en besparingen van de nog te realiseren
bediencentrales.
Evaluatie van de stewards
De inzet van stewards in 2007 is geëvalueerd (zie bijlage 2)1. De inzet van de stewards gedurende de zomermaanden zal
worden voortgezet, waarbij alle aanbevelingen uit de evaluatie zullen worden
ingevoerd
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
J. C. Huizinga-Heringa