Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031143 nr. 77

31 143
Deltaplan inburgering

nr. 77
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 februari 2010

In mijn brief van 17 december 20091 is uw Kamer geïnformeerd over de toename van het aantal inburgeraars in 2009 en over de afspraken met gemeenten over 2010. Ik heb toen toegezegd u in februari te informeren over de definitieve realisatie van 2009 en over het totale aantal voorzieningen dat gemeenten willen realiseren in 2010. Met deze brief doe ik deze toezeggingen gestand. In de bijlage2 ga ik in op een aantal andere nog openstaande toezeggingen.

Realisatie 2009

In 2009 hebben gemeenten 49 256 voorzieningen aangeboden3. Dit aantal kan nog toenemen aangezien gemeenten nog tot 17 februari 2010 hun gegevens over 2009 mogen invoeren4. Dit is meer dan de 47 000 waarvoor middelen beschikbaar zijn gesteld bij invoering van de Wet inburgering. In de brief van 30 januari 20095 heb ik aangegeven dat keihard moet worden gewerkt om in 2009 op een niveau van circa 50 000 voorzieningen te komen. In mijn brief van 25 augustus 20096 informeerde ik de Kamer over de achterblijvende aantallen tot en met juli 2009. De zorg was toen dat de totale realisatie voor 2009 uit zou komen op 35 000. In de brief van 17 december 2009 berichtte ik over de verwachting dat de totale realisatie voor 2009 uit zou komen op 43 000. Dankzij de inzet van gemeenten en taalaanbieders en een aantal genomen maatregelen is de afgelopen maanden dus een flinke inhaalslag gemaakt nu we toch bijna 50 000 inburgeraars realiseren.

Zoals u weet richten wij ons op het aantal inburgeringsvoorzieningen maar ook op de kwaliteit van de inburgering. Het aantal duale voorzieningen, waarbij een verbinding wordt gemaakt met participatie7, en het slagingspercentage zijn hiervoor de indicatoren. Circa de helft (48%) van de aangeboden voorzieningen in 2009 heeft een duaal karakter. De doelstelling voor 2009 was 40%. In 2009 zijn landelijk 17 582 personen geslaagd voor het inburgeringsexamen. Het slagingspercentage ligt op 75%8. De doelstellingen voor 2009 waren respectievelijk 14 000 en 55%. Dus ook voor wat betreft de kwaliteit van de inburgering is de doelstelling van 2009 gehaald.

Ambitie in 2010

In december was de schatting dat gemeenten een ambitie zouden formuleren van 50 000 voorzieningen in 2010. Eind vorig jaar hebben alle gemeenten in Nederland het verzoek gekregen om opgave te doen van hun ambitie. Dit aantal komt nu uit op ruim 55 000. Eerder gaven gemeenten aan daarnaast ruim 11 000 instapcursussen te willen aanbieden in 2010 en de verwachting is dat zij – net zoals in 2009 – 5000 alfabetiseringstrajecten aanbieden. Hiermee onstaat een voorraad voor de inburgering in 2010 en 2011.

In 2010 wil ik de inburgering vooral richten op het mogelijk maken van het leren van de Nederlandse taal op de plaatsen waar die nodig is. Op de werkvloer is dat goed voor de werknemer, de werkgever, de collega’s en de klanten. Op de werkpleinen om werkzoekenden met taallessen beter naar een baan te begeleiden. Op scholen wil ik inzetten op taalles voor de ouders van schoolgaande kinderen en daarmee ook de ouders meer betrekken bij de school. Tenslotte is het goed Nederlands in de wijken te leren. Dat is goed voor het contact met buren en wijkgenoten.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. E. van der Laan


XNoot
1

Tweede Kamer, 2009–2010, 31 143, nr. 73.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
3

Stand Informatiesysteem Inburgering (ISI) op 1 februari 2010.

XNoot
4

De invoertermijn om gegevens over 2009 in het ISI in te voeren is door problemen van technische aard verlengd tot en met 17 februari 2010.

XNoot
5

Tweede Kamer 2008–2009, 31 143, nr. 38.

XNoot
6

Tweede Kamer, 2008–2009, 31 143, nr. 67.

XNoot
7

Dit kan zijn reïntegratie, werk, ondernemerschap, (beroeps)opleiding, vrijwilligerswerk of opvoedingsondersteuning.

XNoot
8

Dit betreft het aantal personen dat slaagt voor het inburgeringsexamen (inclusief herkansingen) ten opzichte van het aantal personen dat heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen (dat wil zeggen aan minimaal 1 onderdeel deelgenomen inclusief vrijstellingen).