Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 31143 nr. 57 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 31143 nr. 57 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2009
Met deze brief breng ik u op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot mijn toezegging om gemeenten te vragen of zij gescheiden inburgeringsklassen voor mannen en vrouwen inrichten.
Reeds tijdens het debat over de begroting 2009 van begin december 2008 heb ik u mijn standpunt over het fenomeen seksegescheiden inburgering laten weten. Ik heb dat nog eens bevestigd in mijn brief van 1 april 20091. Ik heb daarbij gesteld dat iedereen, man of vrouw, homo of hetero, gelijk moet worden behandeld en dat gescheiden inburgeringsklassen voor mannen en vrouwen onwenselijk zijn. Ook heb ik aangegeven dat ik het beginsel van gelijke rechten en zelfstandigheid van mannen en vrouwen en het voorkomen van gescheiden inburgeringsklassen van belang acht om het draagvlak voor de inburgering in de samenleving hoog te houden.
Daarnaast heb ik gesteld dat ik mij kan voorstellen dat er onder omstandigheden en bij wege van uitzondering soms aparte klassen worden gemaakt. Met name waar het gaat om vrouwen die in een isolement zitten en op deze wijze een eerste stap zetten bij de inburgering. Als bij gemengde klassen vijf vrouwen komen opdagen en bij gescheiden lessen dertig, kan ik accepteren dat er in dergelijke gevallen tijdelijk gescheiden klassen zijn. Dit vormt dan de meest effectieve manier om deelnemers in te wijden in het principe van gelijkheid van man en vrouw. Dan is het noodzakelijk dat er in deze klassen vanaf les 1 van de inburgeringscursus wordt gewerkt aan de «opvoeding» in het principe. Dat is ook opgenomen in de eindtermen van het inburgeringsprogramma. Bovendien wordt er gemengd examen gedaan. Er hebben mij de laatste maanden signalen bereikt dat er veel vrouwen niet naar inburgering mogen. Gescheiden klassen kunnen er voor zorgen dat deze vrouwen toch gaan inburgeren.
Ik heb u ook gemeld dat ik de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten een brief heb gestuurd om deze opvatting te benadrukken. Ook heb ik hen gevraagd om mij te berichten of en zo ja hoe zij met gescheiden inburgeringsklassen voor mannen en vrouwen omgaan. Ik heb hen gevraagd of er in hun gemeente sprake is van seksegescheiden inburgering, en zo ja, in welke gevallen en met welke redenen dat gebeurt. Daarnaast heb ik hen gevraagd hoe zij invulling geven aan enerzijds het doel dat vrouwen deelnemen aan de inburgering en anderzijds dat zij zo snel mogelijk worden ingewijd in het beginsel van gelijke rechten en zelfstandigheid van vrouwen en mannen in onze samenleving. In deze brief bericht ik u over de reacties op dit verzoek.
In totaal heb ik van 246 gemeenten en samenwerkingsverbanden een reactie ontvangen. Zij spreken namens 332 gemeenten, dat is 75% van het totaal van de 441 Nederlandse gemeenten. In veruit de meeste gemeenten is er geen sprake van gescheiden inburgeringsklassen. Van de 246 reacties bestonden 94 reacties uit de enkele mededeling dat gescheiden inburgeringsklassen binnen hun gemeente niet voorkomen. In ongeveer 17 procent van de reacties wordt wel melding gemaakt van vormen van gescheiden inburgering en voorbereiding op inburgering.
Daarbij worden drie vormen onderscheiden. Allereerst noemen 9 gemeenten en samenwerkingsverbanden de alfabetiseringstrajecten. Deze trajecten, die voorafgaan aan de eigenlijke inburgeringscursus, zijn er vaak specifiek op gericht om vrouwen uit hun isolement te halen en een eerste belangrijke stap richting deelname aan de samenleving te zetten. Het zoeken van aansluiting op de behoeften van deze vrouwen – bijvoorbeeld door aparte klassen aan te bieden – maakt dat zij gemakkelijker besluiten deel te nemen aan dit soort trajecten. Het principe wordt hiermee gediend. De vrouwen die aan dit soort trajecten deelnemen, stromen daarna overigens wel in in een gemengde inburgeringsklas.
Daarnaast heeft de roep om het bieden van maatwerk in de inburgering ertoe geleid dat er trajecten zijn ontwikkeld die aansluiten op de behoeften en ontwikkelingsperspectieven van inburgeraars. Vanwege de aard van het type traject, worden trajecten gericht op opvoedingsondersteuning en de zogenoemde OGO-trajecten (Opvoeding, Gezondheid en Onderwijs) voornamelijk gevolgd door vrouwen. 27 gemeenten en samenwerkingsvebanden melden deze vorm van gescheiden inburgering. Deze trajecten staan overigens wel open voor mannen.
Tot slot verwijzen 5 gemeenten en samenwerkingsverbanden naar voortgezette PaVEM-trajecten. De PaVEM-trajecten zijn ontstaan op grond van de regelingen «Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31» en «Regeling inburgering allochtone vrouwen G31». Deze zijn opgesteld naar aanleiding van de constatering van de Commissie Participatie van Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen (PaVEM) dat de positie van allochtone vrouwen versterking behoeft. Er zijn in 2006 en 2007 middelen beschikbaar gesteld om de positie van vrouwen te versterken via inburgering. De doelgroep van deze regelingen waren vrouwen die geen Nederlands spraken en die niet participeerden in de Nederlandse samenleving. Tijdens de inburgering werden zij eveneens opgeleid in het vak Kennis van de Nederlandse Samenleving. De genoemde regelingen lopen op hun eind, de vrouwen moeten uiterlijk 31 december 2009 examen doen.
Gemeenten is gevraagd hoe zij invulling geven aan het doel dat geïsoleerde vrouwen deelnemen aan de inburgering. 13 gemeenten waarin geen sprake is van gescheiden inburgeringsklassen, geven aan dat zij nog nooit een verzoek tot het aanbieden van gescheiden inburgering hebben ontvangen. Door 12 gemeenten wordt wel melding gemaakt van bezwaren tegen gemengde inburgering, maar dat heeft hen niet doen besluiten om aparte klassen voor mannen en vrouwen in te richten.
Aan het zo snel mogelijk inwijden van inburgeraars in het beginsel van gelijke rechten en zelfstandigheid van vrouwen en mannen in onze samenleving wordt door 41 reagerende gemeenten en samenwerkingsverbanden naar eigen zeggen invulling gegeven. Zij verwijzen daarbij in de eerste plaats naar het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving van de inburgeringsprogramma’s, waarbij de gelijkheid van mannen en vrouwen uitvoerig aan de orde komt, maar geven ook aan dat er tijdens de intake en tijdens andere lessen aandacht besteed wordt aan dit principe. Ook in het examen wordt hieraan aandacht besteed. Gemeenten beschouwen dat als een vanzelfsprekendheid.
In het overgrote merendeel van de gemeenten vindt inburgering dus gemengd plaats. De gemeenten die wel gescheiden inburgeringsklassen aanbieden zoeken binnen de bestaande wet- en regelgeving naar een optimale balans tussen het bieden van maatwerk aan inburgeraars en het inwijden van die inburgeraars in de principes en normen en waarden waar wij in Nederland voor staan.
Ik hoop te hebben duidelijk gemaakt dat ik het belangrijk vind dat iedereen kan worden ingewijd in het principe van gelijkheid tussen man en vrouw. Daarom zal in de contacten met gemeenten dit onderwerp een belangrijk punt van aandacht blijven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31143-57.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.