nr. 55
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 april 2009
Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van het vervolgonderzoek
naar de definitieve instelling van zak-/slaaggrens van de Toets Gesproken
Nederlands in het kader van de Wet inburgering in het buitenland. Het onderzoek
is enkele maanden later afgerond dan gepland, omdat na het praktijkonderzoek
nog aanvullende analyses uitgevoerd moesten worden om een eenduidige zak-/slaaggrens
te kunnen vaststellen. Het onderzoek is uitgevoerd door het Research Center
voor Examinering en Certificering (RCEC), TNO en het consortium onder leiding
van Cinop.1
Aanleiding
Per 15 maart 2008 is de zak-/slaaggrens voor de Toets Gesproken Nederlands
tussentijds bijgesteld op basis van de uitkomsten van eerdere onderzoeken
van het RCEC en TNO2. Omdat op basis van die onderzoeken
geen definitieve zak-/slaaggrens kon worden bepaald, heeft mijn ambtsvoorganger
een vervolgonderzoek ingesteld op basis van nieuwe praktijkdata. Van belang
was daarbij dat de verschillende betrokken deskundigen op basis van een gedeelde
onderzoeksopzet tot een zak-/slaaggrens zouden komen waarover vanuit de verschillende
disciplines (taalkundig en methodisch) overeenstemming bestaat.
Onderzoeksopzet
Het bijgevoegde onderzoek is dan ook tot stand gekomen en uitgevoerd onder
leiding van het RCEC en met nauwe betrokkenheid van TNO en het consortium
onder leiding van Cinop. In het onderzoek is gebruik gemaakt van de methode «standaardbepaling».
Hierbij zijn bestaande taaluitingen op de Toets Gesproken Nederlands voorgelegd
aan een panel van gekwalificeerde beoordelaars. Om tot een standaardbepaling
van de zak-/slaaggrens te komen voor het niveau A1min, zijn examens geselecteerd
die door de examencomputer zijn gescoord rondom het niveau A1min. De gekwalificeerde
beoordelaars hadden als taak om de specifieke taaluiting opnieuw
te beoordelen conform de beschrijving van niveau A1min gerelateerd aan de
CEF1 -schaal. De beslissing die de beoordelaars
moesten nemen was dichotoom van aard: of de kandidaat wel of niet voldoet
aan de omschrijving van het betreffende niveau A1min. Vervolgens is door de
onderzoekers vastgesteld welke score op de Toets Gesproken Nederlands volgens
de beoordelaars het meest overeenkomt met de vereisten die zijn omschreven
voor het niveau A1min. Met behulp van bovenstaande procedure is een standaardbepaling
uitgevoerd voor de niveaus A1min, A1 en A2 van het CEF.
Uitkomsten onderzoek
Voor het niveau A1min bevestigen de resultaten van dit onderzoek opnieuw
dat de oorspronkelijke instelling van de zak-/slaaggrens van 16 scorepunten
voor het niveau A1min te soepel is ingesteld.
Op basis van de standaardbepaling voor niveau A1min en aanvullende statistische
analyses, komen de onderzoekers tot de conclusie dat op basis van een puur
methodische benadering de zak-/slaaggrens zou moeten liggen tussen 21 en 26
scorepunten. Op basis van een taalkundige benadering wordt een score van 22
als bovengrens beschouwd, uitgaande van de productieve en receptieve woordenschat
die van kandidaten van dit niveau verwacht mag worden. Op basis hiervan adviseren
de onderzoekers de zak-/slaaggrens in te stellen bij 22 scorepunten, zoals
per 15 maart 2008 reeds is gebeurd bij de tussentijdse verhoging. In
termen van de opdrachten en vragen van de TGN betekent een cesuur van 22 scorepunten
dat kandidaten gemiddeld 26% van de herhaalopdrachten en 25%
van de woordvragen goed moeten beantwoorden. Bij een cesuur van 16 scorepunten
was dat respectievelijk 19,5 en 18,7%.2
De Toets Gesproken Nederlands wordt tevens ingezet in het inburgeringsexamen
in Nederland. In dat kader dient het niveau A2 te worden behaald. Omdat de
scores behorende bij de verschillende niveaus deel uitmaken van één
schaal, is het van belang vast te stellen of en op welke manier de zak-/slaaggrens
voor de overige CEF-niveaus aangepast dient te worden. Om deze reden is door
de onderzoekers ook de standaard bepaald voor niveau A1 en A2. Op basis van
de onderzoeksresultaten en het eerdere onderzoek van TNO, komen de onderzoekers
tot de conclusie dat er geen aanleiding is om de afstanden tussen de verschillende
niveaus op de schaal aan te passen. Dit betekent dat de zak-/slaaggrens voor
de overige niveaus met een gelijk aantal punten, d.w.z. 6 punten, kan worden
verhoogd als de zak-/slaaggrens bij niveau A1min.
De instelling van de zak-/slaaggrens
Op basis van bovengenoemde uitkomsten, constateer ik dat de onderzoekers
een evenwichtig advies hebben uitgebracht over de in te stellen zak-/slaaggrens.
Daarbij is enerzijds aandacht besteed aan een wetenschappelijk verantwoorde
wijze om de zak-/slaaggrens vast te stellen. Anderzijds zijn ook de inhoudelijke
taalkundige aspecten betrokken gerelateerd aan het CEF. Hiermee kom ik tot
de conclusie dat een zak-/slaaggrens conform het voorstel van de onderzoekers
in alle aspecten het meest verantwoord is: kandidaten zullen meer items goed
moeten hebben om te kunnen voldoen aan het niveau A1min en er zullen niet
langer kandidaten onterecht slagen. Tegelijkertijd blijven de eisen wel gerelateerd
aan dat wat een kandidaat moet kunnen op niveau A1min. Ik zal om deze reden
de zak-/slaaggrens zoals verhoogd per 15 maart 2008 handhaven.
Om deze verhoging te handhaven, wordt aangesloten bij de wijze waarop
de cesuur per 15 maart 2008 is verhoogd. Dit betekent dat de score 16
nog steeds de score blijft waarbij men slaagt voor de Toets Gesproken Nederlands.
Het is echter moeilijker om die score te behalen, omdat het vereiste beheersingspercentage
op de onderdelen herhaalopdrachten en woordenschat zijn verhoogd van respectievelijk
19,5% naar 26% en van 18,6% naar 25,5%.
Niveau A1
Naast het onderzoek naar de zak-/slaaggrens, is gelijktijdig opdracht
gegeven een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om niveau A1 in
te stellen als eis voor het basisexamen in het buitenland. Momenteel wordt
een beleidsverkenning naar deze mogelijkheid afgerond, waarbij onder andere
wordt betrokken welke voorbereidingsmogelijkheden er noodzakelijkerwijs zouden
moeten worden aangeboden indien het niveau wordt verhoogd naar niveau A1.
De uitkomsten van deze verkenning zullen gelijktijdig met de uitkomsten van
de wetsevaluatie van de Wet inburgering in het buitenland worden aangeboden
aan uw Kamer. Op basis van zowel de uitkomsten van de beleidsverkenning als
de wetsevaluatie zal ik overwegen of er voldoende mogelijkheden zijn en aanleiding
bestaat om het niveau te verhogen naar niveau A1. Uw Kamer wordt hierover
voor het zomerreces geïnformeerd, mede in relatie tot de integrale reactie
op de motie huwelijksmigratie van Van Toorenburg/Dijsselbloem1.
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E. E. van der Laan