31 134
Wijziging van de Wet kinderopvang en enige andere wetten in verband met het herstel van enkele onvolkomenheden in de Wet kinderopvang en het opnemen van een klachtenregeling voor oudercommissies in die wet alsmede in verband met de overgang van het beleidsterrein kinderopvang naar het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID GESTHUIZEN

Ontvangen 12 december 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel H, wordt artikel 60a als volgt gewijzigd:

1.  In de tweede volzin wordt het woord «Hij» vervangen door: De houder.

2. Na de eerste volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: De getroffen regeling waarborgt dat aan de behandeling van een klacht van de oudercommissie niet wordt deelgenomen door een persoon die werkzaam is voor of bij de houder op wie de klacht betrekking heeft.

3. Aan de laatste volzin wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: met dien verstande dat het oordeel van de klachtencommissie bindend is.

Toelichting

Dit amendement regelt dat een objectieve klachtenbehandeling door een klachtenkamer is gewaarborgd. Het is niet wenselijk dat betrokkenen deelnemen aan de behandeling van de klacht. De samenstelling van de klachtenkamer hoort per zitting te worden afgestemd en er horen geen werknemers of bestuurders in te zitten van instellingen waarover op dat moment klachten worden behandeld. Twijfel over de onafhankelijkheid van de klachtenkamer bij de indieners van een klacht moet worden voorkomen; dit komt ten slotte ook de waarde die men hecht aan het oordeel van de klachtenkamer ten goede.

Tot slot regelt dit amendement dat in het geval van een uitspraak van de klachtenkamer zowel de houder als de klachtenkamer zekerheid hebben van uitvoering.

Gesthuizen

Naar boven