Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2009-201031122 nr. M

31 122 Uitbreiding van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten in de wetgeving op het gebied van de volksgezondheid

M BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 mei 2010

Naar aanleiding van het plenaire debat op 13 april 2010 over de Wubhv bleef er nog één resterende vraag over van mevrouw Slagter-Roukema (SP).

Tijdens het debat stelde mevrouw Slagter-Roukema de volgende vraag:

«Stel dat een cliënt op grond van het werkplan van de IGZ concludeert dat zijn dossier mogelijk gelicht wordt in het kader van een thematisch onderzoek door de IGZ. De cliënt is bijvoorbeeld in jaar X behandeld op de hiv-poli van ziekenhuis Y en de IGZ neemt de uitkomsten van de hiv-poli's in jaar X in een aantal ziekenhuizen, waaronder Y, onder de loep. Kan deze oplettende cliënt de directie van het ziekenhuis dan opdragen dat zijn dossier niet mag worden ingezien?»

Ik kan daarop het volgende antwoorden:

Bij thematische onderzoeken gaat het de IGZ niet om de gegevens van individuele cliënten, maar gaat het de IGZ om de feiten over het handelen van de beroepsbeoefenaren. Daarbij komt dat de gegevens uit het dossier van de cliënt vervolgens niet door derden mogen worden ingezien of opgevraagd, dankzij de afgeleide geheimhoudingsplicht op grond van de Wubhv.

Mocht in de praktijk zich een situatie voordoen zoals mevrouw Slagter-Roukema in haar vraag schetst en indien een patiënt bij de IGZ meldt dat hij niet wil dat zijn medische dossier wordt ingezien, dan zal de IGZ het dossier niet inzien.

Ik vertrouw erop u hiermee afdoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink