Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631083 nr. 51

31 083 Corporate governance

Nr. 51 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2016

Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Financiën en de Minister van Veiligheid en Justitie, over het proces van de actualisering van de Nederlandse Corporate Governance Code (hierna: de Code). Tevens ontvangt u het rapport van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (hierna: de Commissie) over de naleving van de Code door Nederlandse beursvennootschappen in het boekjaar 20141. Dit rapport staat mede in het teken van de op handen zijnde actualisering van de Code.

De Code en de Commissie

De Code bevat breed gedragen principes en best practice bepalingen voor goed ondernemingsbestuur van beursgenoteerde vennootschappen. De Code reguleert de verhoudingen tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de (algemene vergadering van) aandeelhouders. Beursvennootschappen leggen in hun bestuursverslag verantwoording af over de naleving van de Code via het «pas toe of leg uit»-beginsel. Dit houdt in dat beursvennootschappen de codebepalingen dienen toe te passen dan wel gemotiveerd dienen uit te leggen waarom een bepaling niet wordt toegepast. De Code is vastgesteld in 2003 en eenmalig geactualiseerd in 2008.

De door de overheid ingestelde Commissie monitort de naleving van de Code door beursvennootschappen en rapporteert hier jaarlijks over. In december 2013 is de derde Commissie, onder voorzitterschap van prof. dr. J.A. van Manen, ingesteld voor een periode van vier jaar.2 Op verzoek van de marktpartijen waar de Code zich op richt, de zogenoemde schragende partijen van de Code,3 werkt deze Commissie tevens aan een actualisering van de Code. Op 11 februari jl. heeft de Commissie een consultatiedocument met voorstellen voor actualisering4 en het Monitoring Rapport Boekjaar 2014 gepresenteerd.

Proces van actualisering van de Code

De publicatie van het consultatiedocument vormt de start van een consultatieperiode van acht weken die loopt van 11 februari tot en met 6 april 2016. Tijdens deze periode kunnen de schragende partijen van de Code en alle andere geïnteresseerden reageren op de voorstellen van de Commissie. De verwachting is dat een brede, publieke discussie zal plaatsvinden over de inhoudelijke voorstellen. Ik moedig deze discussie aan. Het is van belang dat de schragende partijen onderdeel uitmaken van de totstandkoming van de nieuwe Code zodat de Code door deze partijen wordt gedragen. Ik wacht de uitkomst van dit proces met belangstelling af.

De Commissie zal met behulp van de reacties uit de consultatiefase een geactualiseerde Code vaststellen en aanbieden aan het kabinet. Vervolgens zal het kabinet een reactie op de geactualiseerde Code geven en daarbij aangeven of zij voornemens is de geactualiseerde Code wettelijk te verankeren (artikel 2:391 lid 5 BW).5 De hiertoe benodigde algemene maatregel van bestuur kent een voorhangprocedure waardoor de Tweede en Eerste Kamer zich over dit voornemen kunnen uitspreken.

Belang van onderhoud aan de Code

Het Nederlandse corporate governance stelsel kent een door de markt opgestelde corporate governance code met wettelijke verankering, die wordt gemonitord door een door de overheid ingestelde commissie.6 Eerder uitgevoerd onderzoek heeft aangetoond dat dit stelsel goed en effectief functioneert.7 Het stelsel draagt bij aan de kwaliteit van corporate governance in Nederland. Voor het goed functioneren van het Nederlands corporate governance stelsel is het van belang dat zelfregulering meebeweegt met ontwikkelingen op de markt en dat de Code actueel blijft. Ook in andere landen is het gebruikelijk dat de corporate governance code met enige regelmaat wordt geëvalueerd en zo nodig aangepast.

In juni 2015 heb ik met de voorzitter van de Commissie gesproken over de actualisering van de Code. Bij die gelegenheid hebben we een aantal aandachtspunten besproken:

  • eenvoudiger en inzichtelijker maken van beloningsstructuren;

  • verbeteren van inzicht in benoeming en (vrijwillig) vertrek van commissarissen;

  • nader bekijken van de rol van MVO in de Code;

  • aanpassen van bepalingen in de Code naar aanleiding van ontwikkelingen in wetgeving;

  • verduidelijken van formulering van bepalingen in de Code waar nodig;

  • verbeteren van de kwaliteit van de gegeven uitleg bij niet-toepassing van een bepaling.

Deze onderwerpen komen in het consultatiedocument uitgebreid aan de orde.

De Minister van Financiën heeft ter uitvoering van een toezegging aan de Tweede Kamer de Commissie in overweging gegeven om aandacht te besteden aan de ongewenste effecten verbonden aan het vrijwillig openbaar maken van tussentijdse verklaringen. In het consultatiedocument is daar een beperkte passage aan gewijd. Het zou positief zijn als er in de consultatieperiode ruimschoots aandacht wordt besteed aan de koppeling van het lange termijn belang aan kwartaalrapportages.

De actualisering van de Code vormt een goed moment om met de schragende partijen afspraken te maken over de toekomstige werkwijze. De betrokkenheid van de schragende partijen is de basis voor een goede werking van de Code. Momenteel worden de kosten van de Commissie gedragen door het Ministerie van Economische Zaken. Het is wenselijk om de mogelijkheden voor een grotere betrokkenheid van de schragende partijen nader te bekijken. Ik heb daartoe de Commissie gevraagd om te onderzoeken op welke wijze een structurele oplossing voor actualisering en monitoring van de Code en de bijbehorende financiering van deze werkzaamheden kan worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om de periode vanaf 2018. Dit is de periode na zitting van de huidige Commissie. De Commissie heeft aangegeven dit in kaart te gaan brengen.

Naleving boekjaar 2014

In het Monitoring Rapport Boekjaar 2014 gaat de Commissie in op de naleving van de Code door beursvennootschappen, besteedt ze aandacht aan ontwikkelingen op het gebied van beschermingsmaatregelen tegen overnames en aan de internationale context van de Code. De Commissie legt ook verbanden tussen de resultaten van de monitoring en de actualisering van de Code. De belangrijkste conclusies in het rapport worden hieronder puntsgewijs toegelicht, waarna ik mijn reactie geef.

  • Uit het onderzoek van de Commissie is gebleken dat de naleving van de Code net als in eerdere boekjaren hoog is. De gemiddelde nalevingspercentages per beursindex zijn voor de AEX-index 100%, voor de AMX-index 99,95%, voor de AMS-index 98,67% en voor de lokale fondsen 97,15%. De Commissie roept alle fondsen op om een nalevingsscore van 100% na te streven.

  • Hoewel de naleving van de Code over het geheel genomen hoog is, constateert de Commissie dat niet-naleving van een aantal bepalingen nog (te) vaak voorkomt, zoals de bepaling die stelt dat een beursvennootschap beleid formuleert voor de communicatie met aandeelhouders en dit beleid op de website publiceert. Een ander voorbeeld is de bepaling die de verschillende onderdelen beschrijft waaruit het overzicht van het beloningsbeleid dient te bestaan.

  • De Code werkt op basis van het «pas toe of leg uit»-principe. Dit betekent dat een beursvennootschap die een bepaling niet toepast, maar uitleg geeft, de desbetreffende bepaling naleeft. Uit het monitoringrapport blijkt dat een van de vaakst uitgelegde bepalingen de bepaling is die regelt dat de vertrekvergoeding bij ontslag van een bestuurder maximaal eenmaal het jaarsalaris bedraagt. Ook de bepalingen die zien op een maximum benoemingstermijn voor bestuurders en commissarissen worden relatief vaak uitgelegd.

  • Voor een goede werking van de Code is het van belang dat de uitleg van goede kwaliteit is. De Commissie komt tot de conclusie dat de kwaliteit van de uitleg kan worden verbeterd. In het nalevingsonderzoek is in het bijzonder gekeken naar het verwijzen naar eigen regelingen en de tijdelijkheid van afwijkingen. Dit zijn onderwerpen waarover de vorige Commissie onder voorzitterschap van drs. J. Streppel aanwijzingen heeft gegeven, zogenoemde guidance. Uit het rapport blijkt dat 18% van de uitleg niet voldoet aan deze guidance en van onvoldoende kwaliteit is. De Commissie roept beursvennootschappen nogmaals op om de guidance op te volgen.

  • In het rapport schrijft de Commissie dat zij de resultaten van de monitoring meeneemt bij de actualisering van de Code. Zo besteedt ze aandacht aan de bepalingen die vaak niet worden nageleefd en de bepalingen waarover vaak uitleg wordt gegeven. Ook geeft de Commissie aan in de voorstellen voor actualisering meer nadruk te zullen leggen op de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de uitleg.

Reactie: ik constateer dat de Code over het geheel genomen goed wordt nageleefd. De gemiddelde nalevingspercentages liggen namelijk tussen de 97% en 100%. Dit betekent dat de normen uit de Code grotendeels onderdeel zijn geworden van de dagelijkse praktijk van bestuur en toezicht binnen beursgenoteerde vennootschappen, wat betekent dat de Code serieus wordt genomen en werkt.

De naleving van principes en best practice-bepalingen in de Code ten aanzien van een aantal onderwerpen, zoals beloningen en de communicatie met aandeelhouders, kan worden verbeterd. Het gaat hierbij om onderwerpen die al langer in het overzicht staan van vaakst niet-nageleefde bepalingen in eerdere monitoringrapporten.8 Ook constateer ik dat de kwaliteit van de uitleg bij niet-toepassing van een bepaling verbetering behoeft. Ik waardeer het dat de Commissie aangeeft aandacht te besteden aan deze onderwerpen bij actualisering van de Code.

  • De Commissie heeft onderzoek laten doen naar beschermingsmaatregelen, omdat deze de afgelopen jaren een rol hebben gespeeld bij verscheidene overnamesituaties. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de trend van het afnemen van het aantal beschermingsmaatregelen sinds 2009 enigszins afvlakt. Ook blijkt dat de naleving hoog is van de bepaling in de Code die regelt dat een overzicht dient te worden gegeven van alle (mogelijke) beschermingsmaatregelen. De Commissie moedigt vennootschappen aan om niet alleen transparant te zijn over traditionele beschermingsmaatregelen, maar ook over andere maatregelen waar een beschermend effect van uit kan gaan (zoals bijzondere goedkeuringsrechten van commissarissen, dual-class aandelen en bijzondere stemrechtregelingen). De Commissie houdt vast aan het uitgangspunt dat eventuele regulering van het gebruik van beschermingsmaatregelen een wettelijke regeling vergt.

    Reactie: het is belangrijk dat de Commissie inzicht heeft gegeven in de ontwikkelingen van het gebruik van beschermingsmaatregelen. Met de Commissie onderschrijf ik het belang van transparantie over beschermingsmaatregelen.

  • De Commissie heeft tevens onderzoek laten doen naar de internationale context van de Code. De Code is vergeleken met de codes uit Duitsland, Frankrijk, Hong Kong, Italië, Singapore en het Verenigd Koninkrijk, met wet- en regelgeving van de Verenigde Staten en met de Global Governance Principles van het International Corporate Governance Network (ICGN). De Commissie constateert dat de Code over het geheel genomen internationaal in de pas loopt. De Nederlandse Code besteedt meer aandacht aan de vereisten ten aanzien van de klokkenluidersregeling, de publicatievereisten rondom het contract van een bestuurder bij benoeming en aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Dit zijn nationale accenten in de Code.

Reactie: het is goed dat de Code internationaal gezien aansluiting vindt. De convergentie van nationale codes kan een bijdrage leveren aan het creëren van een gelijk (Europees) speelveld en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ik hecht waarde aan de uitwerking van MVO in de Code en wacht de uitwerking van dit thema in de geactualiseerde Code af.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

De schragende partijen zijn VNO-NCW, VEUO, Eumedion, VEB, FNV, CNV en Euronext.

X Noot
4

Het consultatiedocument is te raadplegen op de website van de Commissie: www.mccg.nl.

X Noot
5

Op basis van deze verankering zijn beursvennootschappen wettelijk verplicht om verslag te doen over de naleving van de Code.

X Noot
6

Naast deze code zijn elementen van corporate governance vastgelegd in wetgeving.

X Noot
7

SEO Economisch Onderzoek, «Het Nederlands stelsel van corporate governance code en monitoring», 2012.

X Noot
8

Zie Monitoring Rapport Boekjaar 2013.