Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131066 nr. 98

31 066 Belastingdienst

31 935 Beleidsdoorlichting Financiën

Nr. 98 HERDRUK 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 december 2010

Hierbij doe ik u twee rapportages toekomen, ten eerste de 7e halfjaarsrapportage Belastingdienst over de periode mei t/m oktober 2010 en ten tweede het rapport «Doorlichting van de algemene doelstelling van de Belastingdienst (compliance)».

1. Halfjaarsrapportage Belastingdienst

Sinds 2008 ontvangt de Tweede Kamer halfjaarlijks een rapportage over de voortgang van de activiteiten van de Belastingdienst. Voor u ligt al weer de zevende rapportage2. De rapportage bestaat uit vier onderdelen. In hoofdstuk 1 wordt een samenvatting gegeven van de uitkomsten van de Fiscale Monitor 2010. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 de stand van zaken op het gebied van dienstverlening weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt gerapporteerd over de resultaten en de ontwikkelingen op het terrein van toezicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de massale klantprocessen en ICT. In de bijlage is in tabelvorm de overige informatie opgenomen waarom de vaste commissie voor Financiën in een eerder stadium heeft gevraagd.

In het bijzonder wijs ik op een tweetal zaken die in de rapportage worden behandeld, waarover recent in uw kamer uitspraken zijn gedaan.

Motie van Vliet

Bij de behandeling van het Belastingplan 2011 is door uw Kamer op 17 november jl. een motie aangenomen van het lid Van Vliet3 waarin wordt gevraagd het mogelijk te maken dat belastingplichtigen met een complex of meerjarig dossier rechtstreeks contact kunnen opnemen met de behandelende medewerker op het desbetreffende belastingkantoor. In paragraaf 2.3 geeft ik hierop mijn reactie.

Integriteit

Bij de beantwoording van vragen tijdens het vragenuur op 8 december jl. over een strafzaak waarin sprake was van het lekken van informatie door medewerkers van de Belastingdienst, heb ik toegezegd schriftelijk nader in te gaan op enkele punten met betrekking tot het integriteitsbeleid bij de Belastingdienst. In paragraaf 3.6 van de onderhavige rapportage doe ik deze toezegging gestand.

2. Beleidsdoorlichting algemene doelstelling Belastingdienst4

Deze doorlichting2 vloeit voort uit het Rijksbegrotingvoorschrift dat alle begrotingsdoelstellingen periodiek dienen te worden doorgelicht op de aspecten effectiviteit en efficiency. In de begroting van het ministerie van Financiën IXB 2009 is vastgelegd dat in 2010 de algemene doelstelling van de Belastingdienst wordt doorgelicht. Deze doelstelling luidt als volgt: Burgers en bedrijven zijn bereid hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Beleid Belastingdienst

De Belastingdienst gaat er in zijn beleid van uit dat deze compliance-doelstelling wordt gerealiseerd als voldoende wordt ingezet op zowel dienstverlening als toezicht en opsporing. Hiervoor worden verschillende instrumenten gebruikt, variërend van telefonische dienstverlening, hulp bij aangifte, elektronische aangifte, tot horizontaal toezicht, startersbezoeken, boekenonderzoeken en de inzet van invordering- en opsporingmaatregelen. De basis van het optreden van de Belastingdienst is vertrouwen. Daar waar het vertrouwen gerechtvaardigd is, wordt het de belastingplichtige zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Daar waar het vertrouwen wordt geschonden, wordt het toezicht aangescherpt. In lijn met het rijksbrede streven om beleid in effecten zichtbaar te maken, beziet de Belastingdienst hoe de huidige input- en outputindicatoren in de begroting kunnen worden vervangen of aangevuld met outcome-indicatoren.

Conclusies beleidsdoorlichting

De hoofdconclusie van de onderhavige doorlichting is dat de Belastingdienst zijn instrumenten heeft gekozen en geformuleerd op basis van theorieën en inzichten die in de wetenschappelijke literatuur als complianceverhogend worden aangemerkt. Doordat echter het beleid in de begroting nog niet volledig is vertaald in effectindicatoren, kan over de onderzochte periode (2004 t/m 2008) geen harde uitspraak worden gedaan over de relatie tussen de verschillende ingezette instrumenten en de bereikte compliance in de praktijk.

Dat deze effecten (nog) niet concreet zijn te duiden, komt ook door het nog ontbreken van een goede meetmethode.  De methodologische problemen bij het meten van compliance zijn niet uniek voor de Nederlandse Belastingdienst. Specifieke resultaten als correcties, naheffingen en boetes weerspiegelen «slechts» de effecten in financiële termen. De belastingopbrengsten (als macroresultaat) zijn mede afhankelijk van economische ontwikkelingen, de mate van complexiteit van regelgeving, beleidswijzigingen in de uitvoering en het aangifte- en betalingsgedrag. Bij dit laatste spelen aloude dilemma’s van menselijke aard als onzekerheid, afweging van belangen, maatschappijopvattingen etc. een rol. Bij de ontwikkeling van meetinstrumentarium moet hiermee rekening worden gehouden.

Concrete acties

Dit laat onverlet dat zowel in 2009 als in 2010 meerdere toezichtprojecten zijn gestart met als doel het realiseren van concrete effecten op de compliance, in termen van correcte registratie van de belastingplicht, tijdige en juiste aangifte en tijdige betaling door belastingplichtigen.

Een voorbeeld hiervan is het project loonheffing. Het toezicht op de loonheffing heeft een sterk dienstverlenend karakter. Naast telefonisch contact om aangiftegedrag te verbeteren, omvatte dit project het instellen van actualiteitsbezoeken in verband met de laatst ingediende aangiften. In plaats van corrigeren over het verleden ligt hierbij de nadruk op de actualiteit om te kijken of de administratie op orde is.

Een ander voorbeeld zijn de regionale projecten gericht op startende ondernemers. De projecten zijn gericht op het beïnvloeden van het fiscale gedrag van de nieuwe ondernemer in een zo vroeg mogelijke fase van het ondernemerschap en indien mogelijk zelfs daarvoor. Onderzoek wijst uit dat starters positief zijn over de zichtbare en actuele aanpak en eerste effectmetingen laten een positief effect zien op het aangifte- en betaalgedrag.

Meer in het oog springend zijn de projecten die direct zijn gericht op het onderzoeken van misstanden, het opsporen van verzwegen inkomen of vermogen en het bestrijden van fraude. Voorbeelden hiervan zijn de onderzoeken in de vastgoedsector, de inkeerregeling, de betere naleving bij in- en uitleen van tijdelijke arbeid en de aanpak van privé gebruik van de auto van de zaak.

Vervolg

De Belastingdienst wil op de ingeslagen weg doorgaan, door steeds meer vooraf te bepalen welke effecten met zijn optreden worden beoogd op de compliance en tevens deze effecten beter te gaan meten. Compliance betekent dat de Belastingdienst het gedrag van burgers en bedrijven wil beïnvloeden. Het doel is een zo groot mogelijke zekerheid over de juistheid en volledigheid van belastingopbrengsten. In de begroting 2010 is hiertoe de eerste aanzet gegeven. In de begroting 2011 is dit vervolgens uitgewerkt in vier nieuwe indicatoren, te weten: 1) correcte registratie van belastingplicht, 2) tijdigheid van aangifte, 3) juistheid en volledigheid van de aangifte en 4) tijdigheid van betaling.

Als meetinstrument wordt de zogeheten tax bar gebruikt. Deze tax bar bestaat uit de tax gap (het nalevingstekort dat ontstaat als niet wordt voldaan aan de hiervoor genoemde vier elementen van compliance) en de compliance map (de mate van zekerheid over de gegevens die de basis vormen voor een juiste en volledige belastingopbrengst). Door de bereikte resultaten (in termen van effecten) systematisch te registreren, kunnen de uitgangspunten van compliancebevordering worden getoetst en kan de methodiek (tax bar) verder worden uitgebouwd.

De staatssecretaris van Financiën,

F. H. H. Weekers


XNoot
1

I.v.m. een correctie in de aanhef en een correctie in de voetnoot.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

XNoot
3

Tweede Kamer, 2010–2011, 32 504, nr. 40.

XNoot
4

Een afschrift van de brief van de Directeur WODC d.d. 16 november 2010 aan het Directoraat-generaal Belastingdienst is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.