Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202131066 nr. 739

31 066 Belastingdienst

Nr. 739 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2020

In gesprekken met ouders en met uw Kamer is veelvuldig aan de orde gekomen dat in de terugvordering van kinderopvangtoeslag veel fout is gegaan. De kwalificatie opzet/grove schuld (O/GS) is veelvuldig gesteld voor ouders die niet als fraudeur mogen worden beschouwd en met alle gevolgen van dien niet in aanmerking kwamen voor een persoonlijke betalingsregeling. Daarom is in overleg met uw Kamer in de wet hardheidsaanpassing Awir een aparte regeling opgenomen voor ouders die hierdoor gedupeerd zijn.

De afgelopen periode is getracht meer inzicht te krijgen in de werkwijze die is gevolgd bij het stellen van O/GS kwalificaties. Daarnaast is gepoogd om meer inzicht te krijgen in de groep van gedupeerden die wij actief kunnen benaderen voor compensatie. Hieruit komen aanvullende signalen naar voren waarover ik gisteren geïnformeerd ben en waarvan ik het belangrijk vind u op de hoogte te stellen.

Eerder is uw Kamer geïnformeerd1 dat bij het stellen van O/GS-kwalificaties in de invordering vanwege doelmatigheid een grens is gehanteerd, waarbij onder een bepaald bedrag altijd een persoonlijke betalingsregeling werd aangeboden. En dat deze grens tot 2017 € 1.500 was. Uit een kleine steekproef komt naar voren dat deze werkwijze in de praktijk niet altijd gevolgd lijkt te zijn, en dat ook onder de € 1.500 sprake kon zijn van een O/GS-kwalificatie.

Tevens hebben we signalen dat – met het oog op het wegwerken van achterstanden – in een bepaalde periode de instructie mogelijk is geweest om iedereen met een terugvordering boven de € 3.000 bij de kinderopvangtoeslag standaard – dus zonder nader onderzoek – een O/GS-kwalificatie te geven.

Dit blijkt uit een conceptmemo in een 0.1-versie (zie bijlage)2 waarvan de status momenteel onduidelijk is en waarin een passage staat over het voorkomen van bezwaren door verhullend taalgebruik.

Momenteel kan ik nog niet zeggen in hoeverre, en hoe vaak, de beschreven situaties zich in de praktijk ook voorgedaan hebben. Zoals gezegd zijn dit eerste signalen vanuit de organisatie die nader onderzoek vragen. Maar één van de lessen van de afgelopen periode is dat dit soort signalen zeer serieus genomen moeten worden. En deze signalen passen ook bij verhalen die ik hierover hoor in mijn gesprekken met gedupeerde ouders.

Gezien de ernst zal ik dit tot de bodem laten uitzoeken. Ik wil in dat onderzoek ook een ander signaal meenemen vanuit de organisatie, dat ik ook in mijn gesprekken krijg van gedupeerde ouders, namelijk dat zij geconfronteerd kunnen zijn met verwijten van fraude in schuldhulpverleningstrajecten, terwijl zij nooit een O/GS-kwalificatie hebben gehad.

Bij de volgende Voortgangsrapportage Kinderopvangtoeslag zal ik uw Kamer nader informeren over de aanpak van onderzoek.

De Staatssecretaris van Financiën, A.C. Van Huffelen


X Noot
1

Kamerstuk 35 468, nr. 11

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl