Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031066 nr. 695

31 066 Belastingdienst

Nr. 695 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2020

Hierbij bied ik u het eindrapport aan van het onderzoek bij SZW naar signalen over de problematiek van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag1. Over de opzet en de scope van dit onderzoek heb ik u in eerdere brieven geïnformeerd2.

Doel van het onderzoek was om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de signalen die zijn gewisseld over de problematiek van de eigen bijdrage en wat er met die signalen is gedaan. De zoektocht richt zich op de periode van oktober 2012 tot eind oktober 2019. Om de onafhankelijkheid te waarborgen, heeft de zoektocht plaatsgevonden onder leiding van een onafhankelijke projectleider, in opdracht van de Secretaris-Generaal SZW.

Uw Kamer heeft verzocht de resultaten rond 1 september te ontvangen. In deze tijdsperiode is het, zoals reeds aangekondigd3, niet mogelijk geweest het onderzoek al te laten verifiëren door de Auditdienst Rijk. De uitkomsten van deze verificatie stuur ik uw Kamer op een later moment toe.

Ik wil benadrukken dat ook ik het betreur dat destijds geen gevolg is gegeven aan de signalen door proportioneel terugvorderen van de kinderopvangtoeslag mogelijk te maken. Ik heb op dit moment, samen met de Staatssecretaris van Financiën-Toeslagen en Douane, een wetsvoorstel in voorbereiding om de mogelijkheid proportioneel vast te stellen, te codificeren in de wet. Dit gebeurt met een separaat wetsvoorstel bij het Belastingplan 2021. Daarnaast werken wij nauw samen aan verdere verbeteringen in de kinderopvangtoeslag en aan het herstel voor gedupeerde ouders.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van 't Wout


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstukken 31 066, nrs. 659 en 664

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 664