Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931066 nr. 68

31 066
Belastingdienst

nr. 68
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 27 januari 2009

De vaste commissie voor Financiën1 heeft op 11 december 2008 overleg gevoerd met staatssecretaris De Jager van Financiën over:

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 26 juni 2008 inzake het onderdeel sturing op de ICT-uitvoering uit het Plan van Aanpak «Vereenvoudigingsoperatie Belastingdienst» (31 066, nr. 57);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 22 augustus 2008 inzake de nabetaling van de huurtoeslag in augustus 2008 (31 066, nr. 60);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 18 september 2008 inzake de toezeggingen gedaan tijdens het wetgevingsoverleg over de voortgang van de vooringevulde aangifte, BRI, het toeslagensysteem en de verpakkingenbelasting (31 066, nr. 61);

– de brief van de minister van Financiën d.d. 3 september 2008 inzake IBO vereenvoudiging toeslagen (31 580, nr. 1);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 29 oktober 2008 inzake de tweemaandsrapportage van de Belastingdienst (31 066, nr. 63);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 5 november 2008 inzake de stand van zaken van de loonaangifteketen en de toeslagen (31 066, nr. 64);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 2 december 2008 inzake de derde halfjaarsrapportage over het plan van aanpak van de vereenvoudigingsoperatie (31 066, nr. 65).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Blok Adjunct-griffier: Basten

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Vanochtend stond in de krant dat de fiscus rekeningen gaat leeghalen van mensen met belastingschulden. Om te beginnen vraag ik mij af waarom de Kamer hierover niet is geïnformeerd.

Deze maatregel is in het licht van het functioneren van de Belastingdienst een heel belangrijk punt. Dit had dus van tevoren aan de Kamer gemeld moeten worden. Nu lezen wij het via de kranten. Op zich is het natuurlijk logisch dat belastingplichtigen hun belastingschulden dienen te betalen. Maar is het niet verstandiger als eerst gekeken wordt naar de gevolgen van de mogelijke fouten? Want stel je voor dat je als gevolg van een fout drie maanden lang € 1000 van een rekening haalt. Dit kan grote, desastreuze gevolgen hebben. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar? Stel dat iemand met een laag inkomen opeens, al dan niet terecht, € 1000 per maand kwijt is, dan vloeien daar volgens mij nog grotere problemen uit voort.

Iedere week krijgt mijn fractie een stapel e-mails en brieven met klachten over het functioneren van de Belastingdienst. Een aantal maanden geleden deed zich nog het geval voor van een kleuter, een tweejarig meisje, dat van de Belastingdienst een aanslag had gekregen. De peuter moest bijna € 1400 terugbetalen. Haar vader kreeg geen huurtoeslag en moest honderden euro’s terugbetalen omdat de kleuter te veel verdiende. Soms wijzen wij de mensen de weg naar hoe zij zelf deze problemen kunnen oplossen, maar deze meneer had zelf al meerdere keren tevergeefs de Belastingdienst gebeld en geschreven. Daarom hebben wij toen dit geval aan de staatssecretaris voorgelegd. Dit heeft ertoe geleid dat het snel is opgelost. Waarom worden mensen die klagen over een administratieve fout pas serieus genomen zodra een politieke partij die fout aan de orde stelt? Waarom wordt niet serieus naar de klachten gekeken?

Eind goed al goed, zou je zeggen, omdat de staatssecretaris een aantal maanden geleden de problemen met deze kleuter daadkrachtig opgelost heeft. Maar ik viel bijna van mijn stoel toen ik van de week hoorde dat deze vader wederom een brief gekregen heeft van de Belastingdienst waarin staat dat zijn dochter aangifte moet doen over 2007. Haar geboortedatum staat er notabene bij. Hoe is dit mogelijk, staatssecretaris? Waarom worden problemen niet structureel opgelost? Houdt u geen lijstje bij van bekende probleemgevallen, waarnaar extra gekeken moet worden? Worden de gegevens niet gecontroleerd voordat de brieven worden gestuurd? Het zou veel geld opleveren wanneer er minder onnodige brieven zouden worden verstuurd, zowel voor de Belastingdienst als voor de burgers.

Over automatiseringsproblemen hebben wij het in de Kamer al vaker gehad. De staatssecretaris heeft nu een CIO-functionaris, een manager met een ICT-achtergrond, aangesteld. Heeft de staatssecretaris direct contact met deze functionaris? Zo ja, hoe vaak en wanneer? Nog belangrijker is de vraag of de staatssecretaris nu het idee heeft dat hierdoor problemen in de ICT eerder gemeld worden bij hem en dat hij sneller kan sturen.

De staatssecretaris had toegezegd dat hij zou kijken of de steile afloop van de huurtoeslagen, wat ook veel problemen geeft met terugbetalingen, aangepast kan worden. Hoeveel middelen zijn beschikbaar om de steile afloop aan te pakken? Waarom wordt dit probleem niet aangepakt? Dit leeft echt bij de bevolking. Ik vraag mij af of wij nu ieder najaar de problemen omtrent de terugbetaling van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de ziekenfondswet moeten bespreken. Of ziet de staatssecretaris ligt aan het einde van de tunnel?

Het idee van een tweemaandsrapportage van de Belastingdienst is erg goed om op de hoogte te blijven van het functioneren van de dienst. De vraag is natuurlijk waarom het betrouwbaarheidsniveau niet hetzelfde kan zijn als die van niet-financiële informatie. Misschien kan de staatssecretaris daarop een toelichting geven? De commissie had ook gevraagd naar informatie over het niet-gebruik van de toeslagen. Aangezien het inkomen van veel mensen bekend is bij de Belastingdienst, zou het goed zijn om te kijken naar mogelijkheden om het niet-gebruik van toeslagen te registreren. Daarom vraag ik de staatssecretaris of hij bereid is om hiernaar te kijken.

Hoe komt het dat het ziekteverzuim bij de Belastingdienst is toegenomen? Heeft dit te maken met de werkdruk en de afname van het aantal fte’s? Hoe sterk is het verloop van ambtenaren met een vast verband bij de Belastingdienst? Ik vraag mij ook af of er ook een tevredenheidsonderzoek naar de Belastingtelefoon wordt gedaan en, zo ja, wat hiervan de resultaten zijn. Als dit onderzoek niet wordt gedaan, kan het weer ingevoerd worden en bij de volgende rapportage worden meegenomen? In de rapportage staat ook dat bij 80% van de toeslagaanvragen of – wijzigingen binnen de acht weken een reactie volgt van de Belastingdienst. Maar wat wordt met de overige 20% gedaan? Betekent dit dat één op de vijf moet wachten tot de wettelijke termijn van vijf jaar is afgelopen? Dit brengt veel te veel onzekerheid met zich mee.

Als je een woning huurt van een particuliere verhuurder en je maakt aanspraak op huurtoeslag, kan de Belastingdienst een zogenaamde redelijkheidstoets uitvoeren. Daarbij wordt gekeken of de huur die de huisbaas vraagt, niet te hoog is en niet boven het wettelijk maximum ligt. Middels een steekproef zou 10% van de gevallen per jaar worden gecontroleerd. Wordt deze 10% gehaald?

De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Laat ik beginnen met een paar opmerkingen over de kwaliteit van de tweemaandsrapportage, waarvoor overigens dank. Dit voorjaar is vrij uitgebreid overleg geweest met de Belastingdienst over de mogelijkheden. Door die bril bekeken vertoont de kwaliteit wel een paar tekortkomingen. Ik oordeel dan vanuit de kernvraag waar het de Kamer om te doen was, namelijk om zicht te houden op de verbeteringen die bij de verschillende criteria aan de orde zijn. Dan zou in de eerste plaats nog eens goed gekeken moeten worden naar de volgorde van de onderwerpen. In de tweede plaats worden bepaalde gegevens die wel gevraagd zijn zonder opgave van reden niet verstrekt. In de derde plaats, en dat vind ik eigenlijk nog wel het belangrijkste, moet in de volgende rapportage nog eens goed gekeken worden naar de vergelijkbaarheid. Want er worden nu gegevens verstrekt over 2006 en 2007. De gegevens over 2008 lopen tot 31 augustus. Op zichzelf begrijp ik dit wel voor de eerste keer, maar hiermee kan de Kamer natuurlijk niet verschrikkelijk veel. Maar nogmaals, ik beschouw dit als een kinderziekte. Het bureau BOR van de Kamer heeft een aantal opmerkingen over de rapportage gemaakt. Dit hoeven wij hier niet allemaal te wisselen. Ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris deze notitie krijgt, zodat aan de hand van de opmerkingen die daar gemaakt zijn gewerkt kan worden aan verdere kwalitatieve verbeteringen.

Net als mijn buurman viel het mij in de rapportage op dat het ziekteverzuim bij de Belastingdienst nog steeds toeneemt en eigenlijk onacceptabel hoog is. 6,2% binnen een organisatie is buitengewoon hoog en weerspiegelt vaak andere problemen in die organisatie, van organisatorische en culturele aard. Ik nodig de staatssecretaris uit om daarop eens in te gaan. Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat geen nader onderzoek is gedaan naar de achtergronden hiervan.

In verschillende stukken is mij creatief taalgebruik opgevallen. Een doodnormale fout heet in de stukken nu een procesverstoring. Dat vond ik redelijk creatief, maar tegelijkertijd is het natuurlijk redelijk verhullend. Wij hebben een brief van de staatssecretaris van 22 augustus, waarin zo’n procesverstoring wordt gemeld, namelijk de onjuiste voorschotbeschikkingen. In de stukken heb ik de omvang van dat probleem gemist. Is dit probleem nu eigenlijk opgelost? Een tweede punt dat ik in dit kader wil noemen werd mij zeer recent gemeld. Nu al zijn papieren voorlopige aanslagen IB 2009 de deur uit. Daarbij zijn de codes veranderd, zonder dat dit gemeld is aan de softwareleveranciers, met alle gevolgen van dien. Misschien kan de staatssecretaris daarop ook ingaan. Ik heb namelijk begrepen dat daarbij met name voor softwareleveranciers een aanzienlijk probleem aan de orde is. Als er in de ogen van de staatssecretaris geen probleem is, hoor ik het graag. Maar dit wordt mij in ieder geval vanuit de samenleving gemeld.

Ik kom op de toezeggingenbrief van 18 september. Bij toezegging twee is een onderzoek aan de orde naar de vraag of een minder steil verloop van de huurtoeslag het aantal gevallen van terugvordering van € 500 of hoger kan laten dalen. De staatssecretaris zegt dat het wel budgetneutraal moet. Dat begrijp ik op zichzelf, maar hoe dat verder gaat, blijft in de brief in de lucht hangen. Misschien kan de staatssecretaris nu verder ingaan op de vraag hoe dit probleem, dat toen is gemeld, nu wordt opgelost. Toezegging acht betreft de integriteitsinbreuken. Ik heb begrepen dat in 2007 het aantal daarvan lag op 240. 74 gevallen hiervan lagen in het disciplinaire traject en zijn niet met een straf afgesloten. Misschien kan de staatssecretaris nader duiden om welk type gevallen het hierbij gaat. Bij het thema integriteit dient bij een belangrijke dienst als de Belastingdienst een heldere en straffe lijn te gelden jegens mensen die over de streep gaan.

De brief van 18 september gaat over het toeslagensysteem. Daarin staat de volgende zin: «de externe partners hebben ervaren dat de vormgeving van mutaties zeer complex is». Dat is toch niet nieuw? Destijds al, in het rapport van de Rekenkamer en ook in de berichten van de staatssecretaris is iedere keer met name waar het ging om huurtoeslag gezegd dat het probleem ligt bij de frequentie van de mutaties. Daar kan ik mij op zichzelf iets bij voorstellen, maar dat is natuurlijk geen probleem. Dus hoe kan de externe partner dan vol verrassing naar dit geweldig grote probleem hebben gekeken? Er is tot voor kort in onze richting gecommuniceerd dat het systeem qua oplevering voorzien is rondom 1 januari 2009. In de brief van 5 november staat aangegeven dat dit niet lukt omdat er onvoldoende waarborgen voor een goed functioneren zijn en dat dit pas in het toeslagenjaar 2010 opgelost en bewerkt kan worden door het nieuwe systeem. Om het leed voor de belastingbetaler te verzachten, worden in de brief verder twee tot drie maatregelen aangekondigd. Ik vind het allemaal best een aardig, maar dit zijn toch tamelijk grote doekjes voor het bloeden. Zij betekenen natuurlijk niet een wezenlijke verzachting van de problemen voor de burgers.

In de rapportage wordt gesproken over 4,8 miljoen toeslagen, definitief beschikt in de periode tot en met 31 oktober. Wat is het verdere traject in dat verband? Misschien is daar nog wat actuele informatie over te geven. Wat was bijvoorbeeld de stand per 31 november? Hoe ziet de verdere afwerking eruit? Waar landen wij? Wat is de doelstelling van de staatssecretaris? Wanneer moet het toeslagenjaar 2007 daadwerkelijk zijn afgewikkeld?

Ik ben positief over het IBO-traject ter vereenvoudiging van toeslagen. Ik vind dit een goede aanpak en hoop dat hieruit de nodige resultaten zullen komen.

Bij mij op het bureau komen nog veel klachten over het aangiftesysteem. Misschien kan de staatssecretaris ook iets zeggen over het aangiftesysteem en de kwaliteit ervan en mogelijkerwijs ook over de problemen die er in dat opzicht nog zijn. Datzelfde geldt wat mij betreft voor het inningssysteem. Ik heb begrepen dat dit systeem bij de Belastingdienst 30 jaar oud is en aan vervanging toe is. Dat heeft vanzelfsprekend budgettaire consequenties. Misschien kan de staatssecretaris ook daarover wat informatie geven aan de Kamer.

Ik heb begrepen dat ETM per één juni volgend jaar ingevoerd moet worden. Als ik het goed begrepen heb, gaat dit systeem ervan uit dat belastingplichtigen contact opnemen met de Belastingtelefoon. Dat vereist natuurlijk wel dat het systeem qua frontoffice en backoffice uitstekend op orde is. Als dit niet het geval is, kan dit een afbreukrisico zijn. Daar moet je proactief aan werken.

Op pagina negen van de halfjaarsrapportage wordt gemeld dat 71% van de definitief toegekende toeslagen zich heeft bewogen tussen de 100-plus en de 100-min in 2007. Bij de huurtoeslag is dit aanzienlijk geringer. Daar is de uitslag dus groter. Misschien kan de staatssecretaris ook daar nog even nader op ingaan. Heeft dit te maken met die hoge graad van mutaties? Als dat het geval is, begrijp ik dat, maar het verschil viel mij echt op. Op pagina 19 wordt gemeld dat een groot deel van de actiepunten is gerealiseerd en dat dit niet meer in de rapportages aan de Kamer zal worden opgenomen. Dat is op zichzelf ook terecht, verheugend en te prijzen, maar ik zou het op prijs stellen als dit nog één keer wel gebeurt. Daarmee wordt de Kamer in de gelegenheid gesteld om er zicht op te houden of het beeld stabiel is of niet. Het lijkt mij dat tegen dit verzoek ook geen bezwaar bestaat. Op pagina 22 staat de volgende opvallende zin: «De voorspelbaarheid en beheersbaarheid van ICT-projecten binnen de Belastingdienst kan voor de aspecten tijd, budget en kwaliteit worden vergroot». Ik vond dat het understatement van de eeuw. Ik vond het wel een mooie zin, dus ik begrijp ook wel dat hij is opgeschreven, maar gaat de aanpak van de aspecten tijd, budget en kwaliteit toch niet allemaal veel te traag?

Op pagina 25 wordt iets gezegd over de kosten van uitstel van het nieuwe toeslagensysteem. Mij wordt niet helemaal duidelijk wat nu de extra kosten per saldo zijn. Je moet het bestaande systeem langer in de lucht houden. Er zitten natuurlijk ook organisatiekosten aan. Dat geeft de staatssecretaris in zijn brief ook aan. Ik heb de conclusie getrokken dat het per saldo gaat om extra kosten van 20 à 30 mln., maar ik zou graag horen dat de staatssecretaris dit zelf even bevestigt. Tegelijkertijd wordt gezegd dat de kosten door de Belastingdienst zelf worden opgevangen door herprioritering. Dat vind ik altijd mooi, maar dit betekent dus ook dat dingen gewoon niet gebeuren. Misschien kan de staatssecretaris aangeven welke dingen als gevolg van de herprioritering niet meer gebeuren.

Ik heb nog een enkele opmerking over het slot van de brief. Daarin gaat het om de organisatie van de Belastingdienst. De Kamer heeft hier specifiek naar gevraagd. Over het thema integriteit wordt gezegd dat er sprake is van regionale verschillen. Dat begrijp ik wel vanuit de bestaande organisatie. Ook wordt gezegd dat aanscherping niet nodig is. Dat kan allemaal zo zijn, maar ik zou toch van de staatssecretaris een wat uitvoeriger rapportage hebben over hoe het zit met de integriteitregels van de dienst en waarom de bestaande regels voldoen en volstaan. Dat hoeft vandaag niet, maar kan ook bij de volgende gelegenheid.

Op het onderwerp zelfsturing had de staatssecretaris een speciale toezegging gedaan. Ik ben niet tegen zelfstandigheid. Laat daarover geen misverstand bestaan. Ik ben ook niet tegen vertrouwen in de deskundigheid van de medewerkers. Ook ben ik niet tegen trots op het werk. Dat lijkt mij allemaal prima. In een aantal gevallen kan dit ook leiden tot uitstekende resultaten. In de vorige discussie ging het mij er in ieder geval over dat er doorgaans, ook gewoon op de werkvloer, behoefte bestaat aan professioneel leiderschap. Volgens mij is een van de belangrijkste discussiepunten over het element zelfsturing dat op dat punt wel wat hiaten in de organisatie van de dienst bestaan. Ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris daarop bij deze gelegenheid eens wat uitvoeriger zou ingaan. Er wordt namelijk een aantal voorbeelden genoemd van waar het niet aan de orde is. Die voorbeelden begrijp ik op zichzelf wel, maar er wordt veel meer niet gezegd over waar het fenomeen zelfsturing nog wel aan de orde is.

Ik heb bij mijn opmerkingen over het ziekteverzuim zojuist gesproken over de cultuur. Ik weet niet hoe het bij de collega’s is, maar er komen bij de Kamer nog steeds heel veel klachten binnen over de wijze waarop gecommuniceerd wordt. Soms betreffen klachten de dienstverlening. Ik wil daarvan een paar voorbeelden geven. De inspecteur heeft de bevoegdheid om ontheffing te verlenen als iemand niet de fysieke mogelijkheid heeft om aangifte te doen via internet. Mij bereikt een aantal klachten dat een inspecteur met de verstrekking van de ontheffing buitengewoon terughoudend optreedt, terwijl de mensen in de betreffende situaties feitelijk helemaal geen keuze hebben.

De Belastingdienst is geen kredietverstrekkende instantie. Toch bereiken mij voorbeelden waaruit weinig oog blijkt voor de individuele situatie van sommige ondernemers. Dat roept tegelijkertijd de vraag op wat precies de consequenties zijn van het huidige economische tij voor het functioneren van de Belastingdienst. Hoe schat de staatssecretaris deze consequenties in? Heeft het tij ook bepaalde consequenties voor het acteren van de dienst? Misschien kan de staatssecretaris daaraan eens een nadere beschouwing wijden. Ik heb toevallig een vrij recente brief voor mij liggen. Die gaat over een meneer die de aangifte over 2007 keurig op 11 februari 2008 gedaan heeft. Hij kreeg op 6 juni een voorlopige aanslag. Op die voorlopige aanslag staat een heffingsrente vermeld van € 29. Het gaat niet om grote bedragen, maar het gaat wel om de irritatie die dit oproept. Ik neem aan dat dit een fout is. De staatssecretaris kan zich voorstellen dat veel meer voorbeelden van dit type te melden zijn.

Ik rond af. Ik mis nog steeds het tijdspad. In de begroting 2009 van het departement staat weer het jaartal 2015. Ik mis nog steeds het tijdspad op weg naar 2015. De staatssecretaris weet dat ik dat punt aan de horizon te ver weg vind. Wat moet nu in de loop van die jaren precies worden opgeleverd? Ook dat hoef ik nu niet vandaag te horen, maar ik zou het wel op prijs stellen als in een volgende rapportage daarover iets meer zou worden gezegd.

De heer Omtzigt (CDA): Voorzitter. Ik begin bij een aantal punten van mijn voorgangers waarbij ik mij wil aansluiten. Ook wij zouden graag een nadere toelichting ontvangen over wat vanmorgen in het Algemeen Dagblad stond. Onder welke omstandigheden zal de fiscus overgaan tot het invorderen van maximaal € 1000 en hoe wordt omgegaan met kennelijke fouten? De heer Bashir noemde er al eentje. Helaas is de Belastingdienst niet foutloos. Dan kan dit toch een behoorlijke stapelende werking hebben. Verder verraste het ons buitengewoon aangenaam dat het Algemeen Dagblad meldde dat er nog een AMvB genomen moest worden. Zo’n zorgvuldige beschrijving van het wetgevingsproces lezen wij niet iedere dag in het Algemeen Dagblad. Kan de staatssecretaris vertellen wanneer deze AMvB klaar is? Daarover hebben wij in de Kamer vrij uitgebreid gesproken. Het gaat hier om de AMvB die erover gaat wanneer de overheid op zaterdag en zondag mag overgaan tot invordering en wanneer niet. Wij hebben toen nog een hele discussie gehad over waren die dan in beslag worden genomen. Het ging daarbij om marktkooplui.

Ik deel de mening van de heer Remkes dat de Kamer de BOR-notitie aan de staatssecretaris zal toesturen. In deze notitie staan een paar buitengewoon zorgvuldige aanbevelingen over welke stukken ontbreken. Ik zie een aantal mensen knikken. Misschien hebben zij de notitie ondertussen gekregen. Wij zouden het ook op prijs stellen als wij de informatie die wij nog niet gehad hebben, alsnog toegestuurd krijgen. Het belangrijkste voor ons is daarbij het aantal mensen dat wel recht heeft op een toeslag, maar daarvan geen gebruik maakt. De Kamer heeft een aantal jaren geleden aangegeven dat dit een indicator is die zij graag zou gebruiken.

Ook ik loop een aantal van de brieven langs. In de toezegging tijdens het wetgevingsoverleg lezen wij dat het reguliere aangifteprogramma vanaf begin januari 2009 vanaf de website kan worden gedownload. Een speciale versie, waarmee de eigen gegevens kunnen worden opgehaald, volgt per 2 maart 2009. Wij onderschrijven dat dit gemakkelijk moet zijn, maar hebben graag een expliciete toezegging van de staatssecretaris dat beide systemen uitvoerig getest worden, zodat wij volgend jaar niet 700 000 brieven hoeven te schrijven.

Ook met de IBO ter vereenvoudiging van de toeslagen is men goed op weg. Wij hebben daarover ook een motie aangenomen. De heer Tang heeft deze als eerste ingediend. De stand van zaken wordt uiteengezet in een halfjaarsrapportage, maar er wordt niet vermeld wanneer wij de resultaten precies kunnen verwachten. Graag een reactie, mede naar aanleiding van de motie-Tang.

Wij pleiten al jaren voor de harmonisatie van het partnerbegrip. Wij hebben tot nu toe minstens acht verschillende definities in de wet kunnen vinden. Het is in Nederland mogelijk dat je voor verschillende wetten verschillende partners hebt. Het CDA is principieel tegen polygamie, maar dit is niet alleen een principiële, maar ook een praktische kwestie. Het is aan de burger niet uit te leggen dat hij voor de ene wet z’n moeder als partner heeft, voor de andere wet een partner die in een ander huis woont en voor een derde wet weer een andere partner. Dat kan allemaal vrolijk met de toeslagen en met de belasting- en sociale-zekerheidswetgeving. Dan kun je voor de Algemene nabestaandenwet ook nog eens melden dat je na het overlijden geen partner hebt. Het kan voor burgers buitengewoon reële en vervelende gevolgen hebben als zij voor verschillende wetten verschillende partners hebben en als wij er voor het gemak van uitgaan dat iedereen de verschillende partnerdefinities kent. Als men dit niet gelooft, ga ik hier een testje doen met een aantal mensen om te bekijken of iedereen weet wie in welke wet welke partner is. Hoe staat het met het toegezegde onderzoek en wordt dit ook bij de IBO-vereenvoudiging betrokken?

Wij schrikken enigszins als wordt gemeld dat de buitengewone uitgaven nog niet verwerkt zijn in de voorschotten op de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. In de halfjaarsrapportage staat dat een aantal scenario’s opgesteld is, waarmee het ongewenst effect kan worden gemitigeerd of voorkomen. Deze scenario’s worden op dit moment op hun precieze gevolgen voor de burgers getoetst. Wij hebben de buitengewone uitgaven afgeschaft. Er is een sterk versoberde buitengewone-uitgavenregeling. Als wij dus bij de bepaling van de voorschotten afgaan op de verzamelinkomens van het jaar daarvoor, inclusief de buitengewone uitgaven, zou dit moeten betekenen dat een fors aantal voorschotten op toeslagen voor 2009 op basis van foutieve gegevens verstrekt is. Graag horen wij van de staatssecretaris wanneer wij deze scenario’s krijgen en hoe problemen voorkomen worden. Van mensen die een forse eigen bijdrage voor de AWBZ betalen, gaan wij bijvoorbeeld de eigen bijdrage verlagen. Daarvoor in de plaats gaan wij de aftrekbaarheid afschaffen. Maar als deze mensen een te hoog verzamelinkomen hebben, krijgen zij volgend jaar veel te veel toeslagen en krijgen wij volgend jaar te maken met massieve invorderingen. Dat zouden wij gaarne willen voorkomen. Kan de staatssecretaris een uitgebreide reactie hierop geven en vertellen hoe hij omgaat met de voorlopige beschikkingen van 2009 die de deur al uit zijn? Hoe gaan wij dit probleem oplossen?

Gerelateerd hieraan zijn de signalen die wij nog altijd ontvangen. Toeslagen worden gecontinueerd op oude schattingen. Oftewel: in 2005 is het inkomen geschat en in 2008 blijkt dat mensen over 2006 de verkeerde toeslag hebben gehad. Wij krijgen van deze mensen dan te horen dat het voorschot op de toeslag voor 2009 niet bepaald wordt op het herziene inkomen, maar gewoon op het geïndexeerde inkomen, met drie indexaties ertussen, van 2005. Klopt dat? Hoe wordt een schatting gemaakt? Worden daarbij überhaupt de gegevens van aangifte van de inkomstenbelasting betrokken of moet de persoon dit zelf doorgeven? Wij hopen dat de gemaakte aangiftes hiervan zo snel mogelijk gevrijwaard worden.

De meeste mensen die al twee of drie keer een buitengewone-uitgavenaftrek opgevoerd hebben, hebben een aangifteplicht. Zij krijgen hun aangiftebiljet elk jaar trouw toegestuurd. Gaat de staatssecretaris al deze mensen in 2010 over 2009 een aangifteplicht opleggen of gaat hij rekening houden met het feit dat driekwart van de mensen die een aftrek voor buitengewone uitgaven had – en dit jaar misschien nog snel een bril koopt – uit de aangifteplicht gehaald kunnen worden? Of krijgen wij straks 2 miljoen mensen die een aangifteplicht hebben, maar geen aftrekposten hebben? Dit kunnen een heleboel mensen zijn met een gewone AOW- of een Wajonguitkering.

Ik kom op de brief over de verpakkingenbelasting. Klopt het dat ongeveer de helft van de aangifteplichtigen een voorlopige aangifte gedaan heeft? Wat zijn de gevolgen hiervan voor de uitvoering van de belasting en de inning van de gelden? Ligt zowel de inning als de aangifte op schema? Als dit niet het geval is, welke maatregelen neemt de staatssecretaris dan?

Heel enthousiast schrijft de staatssecretaris dat vanaf 2010 de basisregistraties gebruikt zullen worden door de Belastingdienst. In alle eerlijkheid, maar deze registraties zijn niet volstrekt op orde. Zo is het een publiek geheim dat de gemeentelijke basisadministratie van bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam geen getrouw beeld biedt van de mensen die daar wonen. Dat kan buitengewoon vervelend zijn. Ik geef als voorbeeld wat mijzelf overkomen is. Als iemand zich niet uitschrijft op zijn oude adres en je gaat daar als nieuwe bewoner wonen, ben je dus samenwonend. Je staat immers ingeschreven op hetzelfde adres bij de GBA. Dan moet je vooral hopen dat de andere persoon niet al te veel inkomen heeft. Maar ja, je bent wel automatisch elkaars toeslagenpartners. Je kunt wel je eigen gegevens veranderen, maar je kunt natuurlijk niet iemand anders uitschrijven bij de GBA. Daar zit je dan. Als wij de GBA als getrouw gegeven zien, heb je voor huurtoeslag in één keer een toeslagenpartner en wordt de huurtoeslag wel mooi stopgezet. Klopt dat? Hoe is de kwaliteit van de basisregistraties? Graag zouden wij van de regering binnen een maand of drie een brief ontvangen over de stand van zaken en over de vraag of de gegevens uit de basisregistraties betrouwbaar zijn. Dit en andere problemen in de basisadministraties spelen voor de burger, waarbij ik voorzichtig de polisadministraties van het UWV nog zou willen memoreren, die nog niet 100% getrouw zouden kunnen zijn. Kan de staatssecretaris aangeven welke problemen er zijn en hoe zij opgelost gaan worden, zodat wij in 2010 niet met verrassingen komen te zitten?

Mijn collega Remkes heeft over het nieuwe toeslagensysteem al een aantal opmerkingen gemaakt. Wij waren ook enigszins verrast toen wij in november hoorden dat een systeem dat eind november van start zou moeten gaan een jaar wordt uitgesteld. Wij waren teleurgesteld dat minister Klink zijn wet een halfjaar moet uitstellen om het probleem van wanbetalers in de zorg aan te pakken. Kennelijk is daarvoor een nieuw toeslagensysteem nodig. Daarom is op het laatste moment de introductie van het toeslagensysteem uitgesteld. Kan de staatssecretaris aan de Kamer toezeggen dat alle wijzigingen in de kinderopvangtoeslag, die gepland staan voor 1 januari 2010 – dat zouden forse wijzigingen kunnen zijn – tegelijk kunnen worden ingevoerd met een nieuw toeslagensysteem? Gaat het toeslagensysteem dus niet blokkerend werken?

Ik kom op de stand van zaken over de loonaangifteketen en toeslagen. Er wordt melding gemaakt van een nieuw systeem, waarbij de burgers worden verleid om naar de Belastingtelefoon te bellen of langs te komen bij de balies van de Belastingdienst, alvorens een bezwaar in te dienen. Dit lijkt ons een zeer positief initiatief, waarmee de burger wat informeler te woord wordt gestaan. Misschien kan in onderling overleg een aantal problemen uit de wereld worden geholpen. Zo worden formele bezwaar- en beroepsprocedures voorkomen. Wij vragen ons wel af hoe het zit met de wettelijke termijnen voor bezwaar. Het moet niet zo zijn dat de belastingplichtigen hierdoor geen bezwaar meer kunnen indienen omdat de wettelijke termijn verlopen is, doordat een afspraak bijvoorbeeld een paar weken later gepland wordt.

De eigen bijdrage voor de AWBZ in relatie tot de inkomstenbelastingen is een probleem dat hieraan gerelateerd is, maar wel anders is. Bij de eigen bijdrage voor de AWBZ worden de inkomens vastgesteld op basis van de loonbelastinggegevens, horen wij van veel mensen. Daarop gebaseerd krijgen zij een definitieve beschikking met een bezwaartermijn van zes weken. Die beschikking wordt niet herzien wanneer de Belastingdienst eindelijk de inkomstenbelasting vaststelt. Dat kan zijn omdat iemand een wat latere aangifte gedaan heeft, maar het kan ook zijn omdat er een vertraging is in de vaststelling van de aangifte; er kunnen allerlei redenen voor zijn. De bezwaartermijn is dan al verlopen. In het Bijdragebesluit zorg is geen beroepsmogelijkheid voor dit soort situaties. Zou de staatssecretaris in overleg met zijn collega, de staatssecretaris van VWS willen treden en willen bekijken hoe dit probleem moet worden opgelost? Wij kunnen de staatssecretaris zeggen dat het CAK kampt met problemen die de Belastingdienst drie jaar geleden had.

Ik heb een hoop commentaar gegeven op de Belastingdienst. Maar het CDA heeft wel de indruk dat de weg omhoog gevonden is. Wij zijn positief verrast door de rapportage van de Nationale Ombudsman en door het aantal vragen en klachten dat wij van burgers over de Belastingdienst krijgen. Dit aantal is nog steeds wat hoog, maar omdat 16 miljoen mensen belasting betalen, hebben wij ook niet de indruk dat dit ooit omlaag zal gaan. Wij merken wel een afname en zien dit als een compliment aan de vooruitgang die langzaam geboekt wordt bij een aantal processen van de Belastingdienst.

De heer Tang (PvdA): Voorzitter. Ik wil mij graag aansluiten bij de woorden van de heer Omtzigt. Ik zie wel vooruitgang. Ik zie namelijk dat de mogelijkheid van tijdreizen is geïntroduceerd. «To boldly go where no one has gone before» moet de nieuwe slogan van de Belastingdienst worden. Belasting invoeren met terugwerkende kracht en met vooruitwerkende kracht biedt ongekende mogelijkheden. Ik ben helemaal weggedroomd. Het is duidelijk dat ik fan ben van Star Trek. Ik weet dat men in Star Trek geen geld meer gebruikt. Maar heft men nog wel belastingen in 2400? De staatssecretaris begrijpt dat ik gisteren helemaal van slag raakte toen ik het woord «tijdreizen» tegenkwam. Is er dan nog wel een staatssecretaris van Financiën?

Als wij toch aan het tijdreizen zijn, kunnen wij ook een stapje terug zetten, namelijk naar het jaar 2006. Wij begrijpen dat er overschrijdingen zijn bij de huurtoeslag, zowel voor 2006 als voor 2007 en 2008. Wij tasten nog steeds enigszins in het duister naar de verklaring hiervoor. Een deel van de onbekendheid bestaat eruit dat misschien nog niet alle toeslagen zijn vastgesteld. Wij horen graag of dit inderdaad het geval is. Mij is ter ore gekomen dat 20% van de toeslagen over 2006 nog steeds niet definitief is vastgesteld. Klopt dat? Dat zou toch wel opvallend zijn.

Dit brengt mij bij de eigenlijke vraag. Er is een overschrijding van 200 miljoen. 50 miljoen daarvan is te verklaren door de groei van het aantal mensen dat huurtoeslag krijgt. 70 miljoen kan volgens ons worden verklaard doordat mensen te veel hebben gekregen. Dat wordt teruggevorderd, maar dan resteert volgens Bartjens nog altijd 80 miljoen van de 200 miljoen die niet te verklaren is. Kloppen deze bedragen? Waardoor wordt de rest van de overschrijdingen, die 80 miljoen, verklaard?

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen die de heer Omtzigt heeft gemaakt over de toeslagen. De Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten heeft in veel gevallen tot gevolg dat het verzamelinkomen van de burger hoger wordt ingeschat, door het vervallen van de aftrekpost. Dit zou betekenen dat een grote groep burgers in 2009 een te hoge toeslag zou ontvangen. Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de vragen die de heer Omtzigt hierover heeft gesteld.

In één van de brieven wordt gerept over de risico’s van het nieuwe toeslagensysteem. Dit was volgens mij in de brief waarin werd aangekondigd dat per 1 januari 2009 het nieuwe systeem in gebruik genomen zou worden. Eerlijk gezegd worden deze risico’s niet uit de doeken gedaan. Wij willen graag weten wat de belangrijkste risico’s eigenlijk zijn. De vraag wordt natuurlijk nog relevanter doordat het systeem niet per 1 januari 2009 in gebruik wordt genomen. Heeft dit te maken met de risico’s waarover al gerept werd? Welke risico’s hebben de doorslag gegeven om dit systeem toch nog een jaar uit te stellen?

Het problemen met de toeslagen is de complexiteit. Sterker nog, er moeten zelfs oplossingen als tijdreizen aan te pas komen. Is er bijvoorbeeld een goede oplossing voor aanvragen die niet direct verwerkt kunnen worden? In het oude systeem kwamen veel aanvragen terecht in verschillende terugvalscenario’s. De bevoorschotting via die terugvalscenario’s was, zacht gezegd, niet altijd even zorgvuldig. Is deze in het nieuwe systeem beter? Is het nieuwe systeem wel toegerust op een groot aantal uitzonderingen bij de toeslagen? Het systeem voor toeslagen wordt vernieuwd. Tegelijkertijd blijft het systeem voor de belastingen hetzelfde. Moet het nieuwe systeem met het oude systeem communiceren of gekoppeld worden? Welke garantie is er dan dat de koppeling en communicatie tussen beide systemen werkt?

Wij zijn blij met het traject dat wordt ingezet voor de vereenvoudiging van de belastingen. Er wordt ook gerept over de discussie die al gevoerd is over de vereenvoudiging van de huurtoeslag. Ik geloof dat de heer Remkes daarnaar vroeg. Wij zouden ook graag wat meer weten over hoe die discussie precies gelopen is. Wij kunnen ons voorstellen dat de budgetneutrale oplossing inkomensgevolgen heeft. Wat zijn deze gevolgen? De reden dat naar de vereenvoudiging wordt gekeken is onder meer dat er hierdoor minder fouten worden gemaakt in toeslagen. Tot hoeveel minder fouten in toeslagen kan dit leiden? Wat zijn de bevindingen uit de discussie die al gevoerd is? IBO is belangrijk. Wij gaan ervan uit dat dit voor de zomer tot resultaat zal leiden. Is het nu zo dat de staatssecretaris de coördinerende bewindspersoon is bij de vereenvoudiging, mede naar aanleiding van de motie die door de Tweede Kamer is aangenomen? Is de staatssecretaris al door het kabinet benoemd tot chef vereenvoudiging?

Het blijkt dat een alleenstaande ouder in opdracht van de sociale dienst de alleenstaande ouderkorting moet aanvragen bij de Belastingdienst, bijvoorbeeld per één juli, met een voorlopige teruggave. Als dit halverwege het jaar gebeurt, wordt toch het hele bedrag toegekend. Dit betekent dat het weer moet worden terugbetaald. Vaak gaat het hierbij om groepen waarbij terugbetaling nog wel eens tot problemen kan leiden. Is het niet mogelijk om niet het hele jaarbedrag, maar bijvoorbeeld het bedrag voor een half jaar terug te krijgen via de voorlopige teruggave?

De administratiekantoren krijgen een eigen portaal. Dit zou het werk moeten vereenvoudigen. Nou is het portaal er nog niet. Tegelijkertijd betekent dit dat de administratiekantoren nog steeds moeten werken met de DigiD van hun klanten. Dat is ook wel weer lastig. Oudere mensen kennen vaak hun DigiD niet, of raken deze weer kwijt. Is hier een oplossing voor? Kan een administratiekantoor als intermediair bijvoorbeeld een tweede DigiD-code krijgen, vooruitlopend op het toekomstige portaal?

Ik ga verder over de voortgangsrapportage. Het is inderdaad goed als de BOR-notitie naar de staatssecretaris gaat en dat daar een reactie op komt. Wij waarderen deze rapportage. Ik wil het eigenlijk niet hebben over de CIO-officer. Ik wil het ook niet hebben over de zelfsturing bij een organisatie. Ik wil mij eerlijk gezegd niet bezighouden met de wijze van organisatie. Ik wil graag kijken naar de resultaten. Ik denk dat deze rapportage daaraan wel degelijk bijdraagt. Dat is dus positief. Ook ik heb gekeken naar het ziekteverzuim en heb geconstateerd dat dit stijgt. Ik zie dit wel als een indicator voor de beleving in een organisatie. In vroegere rapportages werd ook wel expliciet een waarderingscijfer voor het management opgenomen. Dat is ooit verdwenen. Ik heb nooit begrepen waarom. Ik zou het graag terugzien om eens te bekijken of daarin ook verbetering is te constateren in de loop van tijd.

De heer Remkes (VVD): Kan het niet zo zijn dat al die dingen met elkaar samenhangen?

De heer Tang (PvdA): Dat zou heel goed kunnen. Maar wij hebben nu maar één cijfer, namelijk dat van het ziekteverzuim. Drie van de vier Kamerleden slaan hierop aan. Het is misschien wel goed als wij iets meer inzicht krijgen in het functioneren van de organisatie. Dit kan bijvoorbeeld door een waarderingscijfer voor het managementteam, wat vroeger ook gerapporteerd werd.

De rapportages zijn nu natuurlijk beter omdat wij de veranderingen over de tijd ook kunnen volgen. Het zou mooi zijn als de staatssecretaris zou kunnen aangeven wat zijn doelen precies zijn. Is hij daartoe bereid? Wij kunnen bijvoorbeeld constateren dat de bereikbaarheid van de Belastingtelefoon achteruitgaat. Waarom? Ook zou ik graag willen weten welke bereikbaarheid de staatssecretaris nastreeft. Overigens valt ook te zien dat het aanvragen van een omzetbelastingnummer nu veel sneller gaat. Dat kunnen wij nu aflezen aan deze rapportage. Met deze positieve noot zou ik willen eindigen.

Antwoord van de staatssecretaris

Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. Ik dank de Kamerleden voor hun inbreng. Sommigen van hen merkten op dat wij met de Belastingdienst gezamenlijk de weg omhoog hebben gevonden. Ik zeg daarbij wel dat wij er nog niet zijn. Uit de inbreng van de Kamer begrijp ik dat zij dit ook erkent. De weg omhoog gaat met kleine stapjes, soms wat grotere stapjes en soms stapjes terug. Dit is eigen aan een proces in zo’n complexe dienst, ik mag wel zeggen veruit de meest complexe dienst binnen de rijksoverheid. Vroeger kende de Belastingdienst 1 miljoen beschrevenen voor de inkomstenbelasting. Nu zijn dat er 10 miljoen. Per maand moeten 8 miljoen toeslagen uitbetaald worden. Per jaar moeten meer dan 150 miljoen documenten worden vastgesteld. Dat er dan eens iets misgaat, is natuurlijk logisch. De verandering van de koers van het grote schip is zeer complex en kost enige moeite, maar ik denk dat de koers die wij samen met de Kamer bijna twee jaar geleden hebben ingezet zachtjes aan zijn vruchten afwerpt. Natuurlijk zijn er kanttekeningen te plaatsen, maar de hoofdlijn is heel bemoedigend en geeft mij ook heel veel vertrouwen dat wij de goede route hebben gekozen.

Ik zal de meer specifieke vragen achtereenvolgens beantwoorden. De heer Bashir en de heer Omtzigt hebben vragen gesteld naar aanleiding van een AD-artikel. Wellicht wekt het artikel een heel verkeerde indruk. Ik heb het zelf ook niet eerder gezien dan vanochtend. Misschien is het goed om de feiten eventjes op een rijtje te zetten. Het gaat om een toekomstig inningssysteem dat ingevoerd zal worden binnen de kaders van de wet die de Tweede en Eerste Kamer volledig hebben afgehandeld. Dit is wellicht net vóór het aantreden van de heer Bashir gebeurd, maar dit is allemaal afgehandeld. Er worden hierbij geen nieuwe wettelijke mogelijkheden geschapen. Anders was de Kamer daarvan uiteraard op de hoogte gesteld. Het heeft alleen wat langer geduurd doordat wij het systeem invoeren tezamen met het nieuwe invorderingssysteem. Overigens gaat het hierbij om een heel andere wet dan de heer Omtzigt bedoelde. Ik heb deze wet alleen maar in de Eerste Kamer behandeld. De wet was bij het aantreden van het nieuwe kabinet al in de Tweede Kamer behandeld. Dit is gebeurd door mijn rechtsvoorganger. Ik denk dat dit zelfs Zalm is geweest, of Wijn. Het gaat dus niet om de wet over de visstandjes en dergelijke. Ik heb zonet al aangegeven, misschien iets te vriendelijk, dat het artikel misschien niet helemaal juist is. Daarop kom ik straks nog wel even terug.

Waarom gaat het? Het gaat om een inning van vorderingen via een overheidsvordering. Destijds, in het parlementaire proces, heette dit nog een bankvordering. De banken hebben ons dringend verzocht om dit als overheidsvordering te etiketteren. Ik moet ook zeggen dat deze beschrijving dichterbij de werkelijkheid komt dan bankvordering. Er is weliswaar sprake van een bankrekening, maar het is de overheid die vordert en niet de bank zelf. De bank voert de vordering alleen maar op verzoek van de overheid uit. Je zou het kunnen zien als een incasso. Dit gebeurt echter niet dan nadat er eerst een aanslag en daarna twee aanmaningen zijn gestuurd. Als de belastingplichtige na deze drie documenten nog steeds niet heeft gereageerd met een betaling, wordt met dit systeem eigenlijk een eenvoudige incasso uitgevoerd. Het gaat hierbij overigens niet om de grote bedragen. Daarvoor leent dit instrument zich niet. Het gaat hierbij om een proef. In deze proef gaat het om vorderingen per aanslag van maximaal € 1000. Aangezien er maximaal € 1000 per maand geïncasseerd kan worden, over maximaal drie maanden, gaat het dus eigenlijk om drie verschillende aanslagen waarop niet is gereageerd. Met dit instrument kan de Belastingdienst zonder al te veel bureaucratie en gedoe niet al te grote vorderingen innen, die gewoon op de bankrekening als beschikbare middelen staan.

De heer Bashir (SP): Het was mij wel bekend dat de invorderingswetten die in de Eerste en in de Tweede Kamer behandeld zijn, dit mogelijk maken, maar volgens mij gaat het hierbij om een heel gevoelige kwestie. De Belastingdienst reageert veel te traag of neemt problemen niet in behandeling van mensen die bedragen moeten terugbetalen die zij nooit hebben gekregen. Als iemand verschillende aanmaningen heeft gekregen en daarop wellicht heeft gereageerd, maar deze reacties door de procedure van de Belastingdienst te laat binnenkomen, ben ik bang dat er fouten kunnen ontstaan waardoor mensen hun rekening leeggehaald zien worden, terwijl dit onterecht zou kunnen zijn.

Staatssecretaris De Jager: Natuurlijk is geen enkele fout uit te sluiten bij de Belastingdienst, ook niet bij de normale invordering of wanneer de rechter beslag legt op goederen. Die beslagleggingen vinden nu ook plaats. Dit zijn heel zware procedures. Natuurlijk kunnen er fouten gemaakt worden, maar daarom gaat het hierbij niet. Het gaat hierbij om het normale proces. Als iemand heeft gereageerd, zoals de heer Bashir stelt, geldt dit niet. Dan heeft hij betaald of heeft hij bezwaar gemaakt en wordt naar dit bezwaar gekeken. Het gaat hierbij toch echt om het invorderingsproces, dat bij de Belastingdienst na een ander proces komt. Natuurlijk moet de Belastingdienst alert zijn op fouten, maar normaal gesproken heeft de belastingplichtige voldoende tijd in het aanslagproces en daarna, tijdens het invorderingsproces, om bezwaar aan te tekenen.

De heer Remkes (VVD): Ik begrijp op zichzelf de condities die de staatssecretaris beschrijft. Daar heb ik ook geen bezwaar tegen. Ik denk dat de kernvraag is of er een toets is om te controleren of het systeem van twee aanmaningen zich daadwerkelijk heeft voltrokken, of dat je helemaal op de automatische piloot gaat. Voor mij is dit in ieder geval een heel wezenlijke vraag.

Staatssecretaris De Jager: Het proces is straks natuurlijk geautomatiseerd. Als een geautomatiseerd proces goed is ingericht, zijn de kansen op fouten kleiner dan wanneer dit proces handmatig plaatsvindt. Daarom hebben wij gezegd dat wij dit invorderingssysteem pas invoeren als het nieuwe systeem is ingericht en in gebruik genomen. Dit biedt gelijk een antwoord op de andere vraag van de heer Remkes, namelijk of de invoering op 1 juni plaatsvindt. Dit is op zich de planning, maar daarop wil ik mij in het geheel niet vastleggen. Net als bij het toeslagensysteem geldt dat ik het liever goed doe dan te snel. Het nieuwe invorderingssysteem en de maatregelen die door het AD zijn gebracht komen echt niet op één of twee maanden. Wij gaan dit pas doen als het proces en het nieuwe systeem zijn ingericht. Dit biedt namelijk de mogelijkheid tot een zorgvuldige waarborging en inbedding van de versturing van de aanmaningen. Daarom beginnen wij nadat het systeem is ingericht ook met een pilot. Wij willen eerst bezien hoe het loopt en zoeken niet direct de massaliteit op. Wij willen bekijken of het niveau van dienstverlening en of de fouten binnen de marges blijven. Dat proces moet heel zorgvuldig worden uitgevoerd.

De heer Omtzigt (CDA): In het artikel staat dat eerst een dwangbevel moet worden gegeven. De staatssecretaris zegt nu dat twee aanmaningen al voldoende zijn. Welke van de twee versies klopt? Op het moment dat de staatssecretaris zijn systemen gaat koppelen aan de gemeentelijke basisadministratie en een aanmaning twee keer op het verkeerde adres binnenkomt, wordt er dus ingevorderd terwijl de persoon geen idee heeft van die invordering. Op dat soort checks duiden de heer Remkes en ik. Als het systeem gebruikt wordt om notoire wanbetalers flink achter de broek te zitten, zeg ik: laat de staatssecretaris zijn gang gaan. Maar laat hem daarbij ook zorgvuldig te werk gaan. Kan hij ons een halfjaar na de pilot informeren over hoe de pilot verlopen is, net zoals hij nu netjes rapporteert over de problemen die zich bij de Belastingdienst hebben voorgedaan? Soms is deze rapportage op het pietluttige af. De Kamer hoeft het niet te weten als een badge € 10 te veel in rekening heeft gebracht, maar met een rapportage over de pilot kunnen wij een idee krijgen of het werkt of dat wij een aanpassing moeten doen.

Staatssecretaris De Jager: Ik ben graag bereid om dit toe te zeggen. Voor ons is het een pilot om dit systeem in te richten. Ik zal na afloop ervan de Kamer berichten over hoe het gaat. Ik vermoed dat de belastingplichtige, als hij zich nog niet had ingeschreven bij de juiste basisadministratie, dit alsnog heel snel zal doen. Ik zal dadelijk nog wat uitgebreider ingaan op vragen over de basisadministratie. Het is in ieder geval niet de Belastingdienst die de gemeentelijke basisadministratie kan aanpassen. De Kamer en opeenvolgende regeringen hebben natuurlijk wel altijd gewerkt vanuit de gedachte van één overheid. Daarop moeten wij natuurlijk ook kunnen vertrouwen. Het is niet de bedoeling dat de Belastingdienst deze administratie apart nog eens doet. Wij stellen dat de burger maar op één plek zijn adres hoeft te veranderen. Er zijn ook burgers boos als zijn adres wel bij de gemeentelijke basisadministratie, maar niet bij de Belastingdienst is aangepast. Vanuit de gedachte van basisregistraties is het absoluut noodzakelijk om met één integer en discreet bestand te werken. Zodra je als overheid met meerdere bestanden werkt, gaat het natuurlijk al mis. Ik ben het er helemaal mee eens dat het bestand veel beter zou moeten zijn dan het nu is. De bewindspersonen van BZK zijn daarvan ook zeer overtuigd. Zij zijn er ook mee bezig. Binnen de gedachte van één overheid kun je je afvragen waarom het de Belastingdienst wel zou lukken om een administratie bij te houden, als het de gemeenten niet lukt. Het is daarom belangrijk om de druk op te blijven voeren. De Kamer heeft hierover trouwens ook al eerder gesproken en heeft bekeken of zij de druk bij gemeenten op een andere manier kon opvoeren, opdat goede gegevens voor de huurtoeslag beschikbaar zouden zijn. Dit is besproken in het kader van de algemene politieke beschouwingen. Ook is gesproken over de fraudebestrijding. Door de staatssecretaris van BZK wordt daaraan opvolging gegeven. Het kabinet is er dus mee bezig, maar ik zeg er wel bij dat het verstandig is om vast te houden aan de gedachte van één overheid.

De heer Bashir (SP): Als het gaat over automatisering en de Belastingdienst, houden veel mensen hun hart vast. Ik neem aan dat de staatssecretaris hiervoor begrip heeft. Ik zou willen dat hier iets extra’s op gezet wordt. Als via automatisering blijkt dat een aantal rekeningen leeggehaald moet worden of dat € 1000 moet worden ingevorderd, zou er aan het einde van het proces een echte persoon moeten zijn die controleert of alles klopt. Ik zou de procedure willen omdraaien: voordat de proef daadwerkelijk wordt uitgevoerd, moet de Kamer worden geïnformeerd over de procedure van deze proef.

Staatssecretaris De Jager: Ik stel voor dat wij eerst de pilot afwachten en dat wij daarover rapporteren. Misschien is het verstandig als de vaste commissie voor Financiën op bezoek gaat bij BCA. Dan kan zij zien dat brieven per 11 000 kilo eruit rollen en dat soms per dag 300 000 brieven gestuurd moeten worden. Wellicht krijgen de leden dan meer begrip voor het proces van de Belastingdienst. Wij maken in dit land wetgeving waardoor wij 8 miljoen toeslagen per jaar moeten maken en 150 miljoen documenten produceren. Ik kan niet achter elke reeks een mannetje hebben om de controle uit te voeren. De Kamer kan wel vragen om een goede inrichting van het automatiseringsproces. Als daarmee iets niet goed is, moet dat verbeterd worden. Je kunt echter niet alles handmatig overdoen wat de machine uitwerpt. Natuurlijk vinden er outputcontroles plaats. Eens op de zoveel duizend brieven worden bijvoorbeeld geselecteerd. Maar het is totaal niet mogelijk om 150 miljoen documenten met de hand te checken. Het is goed als dit begrip in de Kamer ontstaat.

De heer Bashir (SP): De staatssecretaris heeft het over 8 miljoen toeslagen die verstuurd worden. Daar hebben wij natuurlijk niet om gevraagd. Het gaat mij erom dat als een incasso wordt gedaan, goed wordt gecontroleerd of deze terecht is.

Staatssecretaris De Jager: Dat begrijp ik. Daarom zeg ik dat wij de pilot eerst moeten afwachten. Juist het onderdeel van de incasso is erom ontworpen om automatisch op een eenvoudige manier incasso’s te doen op een bankrekening. De Belastingdienst had er met het oude proces veel te veel werk van om dit handmatig te doen. Daarom is de wet aangepast. Daarom is onder het vorige kabinet een wetsvoorstel ingediend en is dit voorstel door het huidige kabinet met de Eerste Kamer afgehandeld. Het gaat dus niet slechts om uitzonderingen. Het gaat om kleinere bedragen, die in grote aantallen voorkomen. Het is de bedoeling dat deze in het automatische proces worden opgenomen. Laten wij nou eerst eens de pilot afwachten. Een handmatige actie is echt niet beter dan een goed ingericht systeem. Helaas hebben wij noodgedwongen handmatige acties moeten verrichten bij toeslagen omdat de systemen niet goed waren ingericht. Wij hebben een paar honderd mensen in dienst om heel specifieke problemen op te lossen, bijvoorbeeld omdat formulieren niet goed waren ingevuld. Honderden mensen zitten op een kantoor in Rijswijk, terwijl Toeslagen in Utrecht zit. Deze mensen vullen als het ware de formulieren opnieuw in. Het blijkt dat de aanvraag van toeslagen gewoon misgaat. Maar het is echt niet zo gemakkelijk als de heer Bashir het doet voorkomen. Ook de aantallen zijn heel groot. Het voordeel van dit systeem is dat de incasso’s geautomatiseerd worden. Ik ben bereid om de Tweede Kamer te rapporteren over de pilot. Ik neem natuurlijk graag kennis van nadere wensen van de Tweede Kamer. Daarover kunnen wij dan debatteren.

De heer Remkes (VVD): Waar gaat die pilot plaatsvinden?

Staatssecretaris De Jager: In Nederland.

De heer Remkes (VVD): Gebeurt dit in een bepaalde regio?

Staatssecretaris De Jager: Vermoedelijk gebeurt dit in de tweede helft van het nieuwe jaar, na ingebruikneming van het nieuwe invorderingssysteem. Dit gebeurt sowieso niet eerder dan in de tweede helft van 2009.

De heer Omtzigt (CDA): Dan krijgen wij dus ongeveer een halfjaar na invoering een soort evaluatie.

Staatssecretaris De Jager: Dat denk ik wel.

De heer Bashir heeft ook nog vragen gesteld over een kind van twee jaar. Ik ben hierop nog niet specifiek ingegaan. De SP heeft dit destijds heel groot in de krant gebracht. Vooraf wil ik zeggen dat wij het allemaal hebben over de verbetering van het proces van de Belastingdienst. Dit is heel belangrijk. Wij zijn hiermee heel hard bezig. Het gaat hierbij om een enkel geval. Wij hebben helemaal uitgezocht waardoor het in dit geval verkeerd is gegaan. Dit blijft gewoon mogelijk. Als een politieke partij in de krant weer zo groot uitpakt over één geval, maakt zij de Belastingdienst daarmee ook niet beter. Ik hoor graag de input van de Kamerleden over waar het volgens hen niet goed gaat. In dit geval ging het om de FNV. Deze gebruikt soms voor pilots fictieve sofinummers. Zij hebben het sofinummer van dit tweejarig kind ingevuld. Mensen die hulp bij aangifte bieden, hebben gewoon aangifte gedaan op het sofinummer van dit kind. Dit is gewoon in het proces gekomen. Ik geef toe dat dit heel vervelend is en dat het heel raar overkomt. De heer Bashir kan zich ook mijn reactie voorstellen toen ik dit in de krant las: dit is stom en belachelijk. Maar soms komt het voor. Ook de afgelopen 30 jaar is dit meerdere keren voorgekomen. Natuurlijk is het goed dat de Kamer mij dit laat weten. Wij ondernemen er dan actie op. Maar dit zal nooit in zijn geheel uitgesloten kunnen worden. Wij moeten het wel in zijn proporties blijven zien. Als Kamerleden signalen hebben, kunnen zij deze naar mijn dienst toesturen. Daarvoor hoeven zij helemaal niet in de krant te staan. Mensen kunnen ook zelf een klacht indienen. Ik zeg toe dat daarop dan snel wordt gereageerd. Ik geef toe dat dit soms ook te lang duurt en dat dit achteraf sneller had gemoeten, maar dit soort dingen gebeuren. Wij zijn met zijn allen bezig het proces te verbeteren en om ervoor te zorgen dat adequaat wordt gereageerd op klachten. Het staat wel heel erg leuk, zo van ha ha ha, de Belastingdienst heeft weer eens een aangifte gestuurd naar een tweejarig kind. Soms heeft de aangever zelf opeens twee voorletters omgedraaid en komt de aangifte op naam van het kind en niet op die van de vader. Dat komt dan ook in de krant te staan. Als wij zo doorgaan, is dat natuurlijk niet goed voor het imago van de Belastingdienst. Ik zal er in ieder geval aan werken om het proces zo goed mogelijk in te richten. Ik hoop dat wij dit met zijn allen doen.

De heer Bashir (SP): De staatssecretaris zegt dat wij dit ene geval hebben vergroot. In ieder geval is het niet onze bedoeling om het imago van de Belastingdienst schade toe te brengen. Het gaat ons erom dat dit geval niet op zichzelf staat. Ik ben bereid de staatssecretaris honderd uiteenlopende gevallen aan te leveren van fouten bij de Belastingdienst. Ik vraag er dus begrip voor dat wij op een gegeven moment moeten overgaan tot het naar buiten brengen van dingen die structureel fout gaan.

Staatssecretaris De Jager: Als de heer Bashir gevallen kent waarin fouten zijn gemaakt, wil ik hem vragen om deze echt naar ons door te sturen. Wij zullen echt ons best doen om daarop zo snel mogelijk te reageren. Naar mijn stellige overtuiging is het niet nodig om uit te pakken en deze gevallen in de krant te zetten. Veel mensen sturen hun klachten natuurlijk naar de Tweede Kamer, omdat zij deze organisatie kennen. De Kamer kan deze klachten naar ons doorsturen. Ik zorg ervoor dat adequaat wordt gereageerd op de betreffende belastingplichtigen of toeslaggerechtigden. Dan hebben wij wel alle informatie nodig. Bij het onderhavige geval wilde in eerste instantie noch de krant, noch de SP, de gegevens verstrekken. Het heeft ons heel veel tijd gekost om de gegevens te krijgen. Wij kunnen alleen reageren als wij ook de sofinummers, adressen en aanslagnummers van de betreffende personen krijgen, of in ieder geval iets waardoor het uitgezocht kan worden. Als wij deze informatie krijgen, zullen wij daarop adequaat reageren. Dat kan ik de Kamer toezeggen.

Er zijn ook vragen gesteld over de huurtoeslag en de steile afloop. Je zou kunnen zeggen dat de steile afloop ook ons een doorn in het oog is. De afloop zou eigenlijk wat geleidelijker moeten plaatsvinden. Ik kan dit niet per se zien als een vereenvoudiging. Sowieso valt dit onder de beleidsmatige verantwoordelijkheid van de minister voor WWI. Wel wordt hiernaar gekeken. Ook nemen wij het mee bij de IBO. Ik heb de minister voor WWI wel eens getoond hoe ik het probleem heel makkelijk budgettair neutraal kan oplossen. Daarmee gaan net zoveel mensen erop vooruit als erop achteruit. De minister voor WWI had echter een andere gedachte. Dat probleem kan ik niet oplossen. Wij zijn er met andere woorden nog over in discussie, maar het is een onderdeel van de IBO om te bekijken hoe wij de afloop wat geleidelijker kunnen organiseren.

De heer Tang (PvdA): De staatssecretaris heeft de minister voor WWI destijds een tekening laten zien met zijn oplossing. Werd de discussie op die manier gevoerd of was er wat meer informatie beschikbaar, bijvoorbeeld over de betekenis van de steile afloop voor het aantal fouten bij de toeslagen en voor de inkomenseffecten voor de verschillende driehoekjes?

Staatssecretaris De Jager: Daarom is het zogezegd op het randje of het een vereenvoudiging is. De steile afloop is niet zozeer een veroorzaker van fouten, maar wel een veroorzaker van terugvorderingen, met name van grotere bedragen. Helaas leidde dit tot onvrede bij de burger. Er zijn verschillende manieren om de steile afloop op te lossen. Je kunt hem budgettair neutraal geleidelijker maken. Dan gaan bepaalde groepen erop vooruit en bepaalde groepen erop achteruit. Als je het anders doet, betekent dit dat WWI meer geld nodig heeft voor huurtoeslagen of huurtoeslagen op een ander punt moet versoberen. Daarvoor moet ik echt verwijzen naar de minister voor WWI. De Belastingdienst voert de toeslag natuurlijk alleen uit, maar omdat de dienst ook wordt geconfronteerd met de terugvorderingen, heb ik in het kader van de IBO wel de wens op tafel gelegd om de afloop geleidelijker te maken. Dat zeg ik er eerlijk bij.

De heer Tang (PvdA): Hoeveel terugvorderingen scheelt het als de afloop minder steil is?

Staatssecretaris De Jager: Het maakt geen verschil voor het aantal terugvorderingen. Sterker nog, het verhoogt het aantal, omdat je iedere keer kleine stapjes maakt. Daarom zeg ik dat de huurtoeslag niet eenvoudiger wordt. 50% van de huurtoeslagen blijkt precies goed te zijn. Dat is best wel hoog. Wat vervelend is aan de steile afloop, is dat het om zulke grote bedragen gaat. Bij een aanslag voor de inkomstenbelasting krijg je soms wat geld terug of moet je wat geld bijbetalen. De Belastingdienst kan niet in de kristallen bol kijken om te zien wat iemand volgend jaar verdient. Het is heel mooi als de huurtoeslag precies goed is. Dat is best wel bijzonder. Het vervelende aan de steile afloop zijn de grote bedragen. Die worden natuurlijk fors lager.

De heer Omtzigt en de heer Bashir hebben gevraagd naar de maandrapportage. Ook de heer Remkes is erop ingegaan. Ik zeg toe dat mijn ambtenaren in technisch overleg treden met BOR. Dat lijkt mij verstandig. Door te bekijken of de elementen kunnen veranderen kunnen wij komen tot een verdere verbetering van de tweemaandsrapportage. Wij zullen deze verbeteringen natuurlijk zo veel mogelijk bij de volgende rapportage implementeren.

De heer Omtzigt en de heer Bashir hebben nog gevraagd naar het niet-gebruik van toeslagen. Het vermoeden is dat het niet-gebruik is afgenomen, voor zover het oude regelingen zijn die zijn omgezet in toeslagen. Dit is ook een antwoord op de vraag van de heer Tang over de huurtoeslag. Maar ik heb eerder al gezegd, volgens mij tijdens een overleg over SUB/Walvis, dat wij niet zien wat wij niet zien. Dat meen ik serieus. Per definitie weet je niet wat het niet-gebruik is. Het vermoeden is wel dat dit een stuk minder is bij de huurtoeslag dan vroeger bij de huursubsidie. Meer dan een vermoeden is het echter niet.

De heer Omtzigt (CDA): De lijst met criteria is destijds samengesteld nadat de Kamer twee keer heen en weer had gemaild met het departement. Na uitdrukkelijk verzoek van de Kamer werd gemeld dat deze gegevens wel geleverd konden worden. Andere dingen hebben wij laten sneuvelen. Dit was een van de indicatoren die toen gegeven zijn. Ik kan mij heel goed voorstellen dat de staatssecretaris dit niet kan zeggen over 16 miljoen Nederlanders, maar dat hij op basis van een steekproef met het CBS afspreekt of iemand rechthebbend was en de toeslag niet gekregen heeft. De staatssecretaris is in staat om puntenwolken te produceren totdat het regent dat het giet. Daaruit valt ongetwijfeld ook te halen wat voor huis iemand had en of hij huurtoeslag aangevraagd had. Wij vinden dit wel degelijk relevant en verzoeken de staatssecretaris of dit bij de volgende rapportage meegenomen kan worden, net als het gegeven dat voor mijn fractie heel belangrijk is, namelijk hoeveel WW-uitkeringen vastgesteld worden op basis van de polis. Daarover is heel lang gesteggeld omdat hij door de hele keten ging. Maar juist die keten moest werken. Die twee dingen zouden wij dus graag zien.

Staatssecretaris De Jager: Ik neem aan dat de heer Omtzigt het laatste verzoek niet aan mij richt. Ik kan hem echter wel aangeven hoeveel toeslagen worden vastgesteld. De heer Omtzigt zegt dat het aantal WW-uitkeringen dat op basis van de polisadministratie wordt vastgesteld vrij eenvoudig te leveren is, maar gegevens over het niet-gebruik heb ik nooit toegezegd. Ik krijg juist de informatie dat wij deze gegevens niet hebben. Maar laat ik ook dit meenemen in de toezegging over de BOR. Wij zullen nog eens bekijken wat wij wel kunnen en wat wij wel eventueel aan informatie hebben.

Aan de Kamer is gemeld dat vanaf begin 2008 de selectie voor de redelijkheidstoets is aangepast. Deze is meer risicogericht en gaat excessen tegen. Zoals aan de Tweede Kamer is aangegeven, wordt deze nieuwe selectie uitgevoerd. De huren die geselecteerd zijn, worden door de huurcommissie onderzocht.

De heer Omtzigt (CDA): Ik heb nog een vraag over het vorige onderwerp. De Kamer heeft destijds de toezegging gekregen van degene die destijds DG van de Belastingdienst was. Met deze persoon hebben wij een overleg gehad. Deze cijfers waren te achterhalen. Zijn wij toen goed geïnformeerd? Dit betekent dat wij de staatssecretaris de volgende keer voor een technisch overleg moeten uitnodigen.

Staatssecretaris De Jager: De spelregels moeten helder zijn, ook bij de heer Omtzigt. Anders zal ik ze nog een keer helder maken. Een toezegging kan niet worden gedaan tijdens een technisch overleg. Dat had in een daaropvolgend AO moeten gebeuren. Tijdens een AO geef ik de antwoorden. Mij is niet bekend dat dit zo is besproken. Toen zijn alleen maar verschillende lijsten feitelijk doorgenomen. Maar als blijkt dat de gegevens wel geleverd kunnen worden, zullen wij dit doen. Dit staat even buiten de orde van de vergadering, maar uit een technisch overleg kan zelfs niet geciteerd worden tijdens een algemeen overleg of in een debat met mij in de Kamer. De heer Omtzigt doet dit nu toch. Los daarvan doe ik hierbij de toezegging dat wij datgene wat wij kunnen leveren, gaan leveren. Ik zal uitzoeken wat wel en wat niet kan.

De heer Bashir (SP): Ik heb een vraag over de redelijkheidstoets. Toen de huursubsidie werd gegeven door het ministerie van VROM, werd bij bijna alle woningen getoetst of de huur die hiervoor werd betaald wel redelijk was. Daarna is deze verantwoordelijkheid overgegaan naar de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in die tijd aangegeven dat hij niet alle gevallen kan controleren. Toen is afgesproken dat 10% van de gevallen gecontroleerd zou worden. Deze belofte zou neerkomen op een aantal van 10 000 steekproeven. Wordt dit aantal gehaald?

Staatssecretaris De Jager: Er is een risicogericht proces. Het streefcijfer daarbij is meestal geen percentage, maar ik zal in de volgende halfjaarsrapportage veel uitgebreider rapporteren over het risicogerichte proces. Dan kan ik ook aangeven hoeveel er ongeveer wordt gecontroleerd. Overigens is bij een risicogerichte proces niet zozeer het percentage dat gecontroleerd wordt van belang, als wel de kwaliteit en het handhavingsniveau. Ik zal in deze rapportage cijfers geven over wat daadwerkelijk wordt gecontroleerd en hoe dit zich verhoudt tot het risicogerichte proces.

De heer Bashir (SP): Volgens de gegevens die ik heb, worden 700 gevallen gecontroleerd in plaats van 2000. Dit zou dus betekenen dat huisjesmelkers indirect gesubsidieerd zouden kunnen worden. Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Ik zou deze brief toch graag wat eerder willen ontvangen.

Staatssecretaris De Jager: Dan neem ik dit mee in een van de volgende tweemaandsrapportages.

De heer Remkes heeft gevraagd of de externe partner inderdaad zo was verrast door de complexiteit van de mutaties. Iedereen wist natuurlijk wat je moet doen. Je hebt soms mutaties die over het verleden gaan en andere die over de toekomst gaan. Op het tijdstip t kun je mutaties hebben over t-1 en over t+1, en natuurlijk over t zelf. Dat was bekend, maar de systeemtechnische complexiteit, inherent daaraan, was wellicht niet bekend, althans niet de oplossing ervan. De oplossing is tijdreizen gaan heten. Dit fenomeen was natuurlijk al bekend voor mutaties uit het verleden en in de toekomst. Maar de oplossing, waarbij de burger en de Belastingdienst de gegevens beschikbaar hebben, is veel ingewikkelder gebleken dan van tevoren was ingeschat.

De heer Remkes (VVD): Dat was natuurlijk al bekend in de discussie over het huidige systeem. Vandaar dat het mij verraste dat de mededeling nu kwam. In de discussie is uitvoerig over mutaties en de consequenties daarvan gepraat. Dat was ook een van de dingen die aan de orde kwam in het rapport van de Rekenkamer.

Staatssecretaris De Jager: Ik begrijp de vraag van de heer Remkes heel goed. Het verhaal is vrij ingewikkeld. De architectuur van het oude systeem is heel anders dan de architectuur van het nieuwe systeem. Als men heel diep in het oude systeem had gekeken, had men dit ook wel gezien. Overigens liep dit in het oude systeem ook niet goed. Dat was een van de redenen waarom wij het nieuwe systeem zijn gaan bouwen. De analyse is niet onderschat, maar de oplossing van het probleem, die ook niet stabiel in het oude systeem zat, bleek moeilijker te zijn dan was aangenomen. Men wist dat in het oude systeem een probleem zat, maar had hiervoor nog geen oplossing gevonden. Het oude systeem was op dit punt ook niet helemaal 100% stabiel. Inmiddels is het opgelost, maar dit heeft inderdaad veel meer werk gekost.

Wat zijn de voordelen van het nieuwe toeslagensysteem? Allereerst zijn de structurele onderhoudskosten van het nieuwe systeem aanmerkelijk lager. Ook vind ik het heel belangrijk dat het nieuwe systeem meer functionaliteiten biedt in de vorm van een burgerportal en een uitgebreide verhuurdersadministratie. De burgerportal is een generieke functie, die zowel de burgers als de medewerkers van de Belastingdienst een volledig klantbeeld geeft op het gebied van de toeslagen. Tevens kunnen beide partijen hierdoor snel mutaties doorvoeren, die direct in hetzelfde systeem worden verwerkt. In de verhuurdersadministratie wordt een actueel beeld vastgelegd van wie de eigenaar is van een pand en welke huurder erin woont. Deze informatie kan weer zowel door verhuurders als door de Belastingdienst worden gebruikt.

De heer Remkes heeft ook een vraag gesteld over de opvang van de kosten en de herprioritering. Politieke toezeggingen die ik in de Kamer heb gedaan, behouden de prioriteit die zij hadden. Het gaat dan bijvoorbeeld over het verdere verloop van de VIA, de vooringevulde aangifte, over SUB/Walvis en complexiteitsreductie. Omdat de organisatie zoveel tijd nodig heeft voor een nieuw toeslagensysteem, kan zij bepaalde andere dingen die voor de langere termijn op de rit staan, niet oppakken. Per jaar werk je met een begroting, dus zal dit in het volgende jaar of het jaar daarop in de begroting worden meegenomen. Een aantal iets minder urgente zaken wordt dus wat later geïmplementeerd in de totale aanpak van ICT-zaken.

De heer Remkes (VVD): Ik had gevraagd naar een duiding. Is mijn interpretatie van de omvang van de extra kosten, 20 mln. à 30 mln., juist? Ik had de staatssecretaris om een bevestiging gevraagd. Dit wordt mij namelijk uit de brief niet duidelijk.

Staatssecretaris De Jager: Ik heb dit natuurlijk ook nagevraagd. Het is vrij ingewikkeld om te beantwoorden, omdat het verschil tussen de twee bedragen veel groter is. In het tweede bedrag, het verschil tussen de 30 mln. en de 90 mln. tot 100 mln., zit heel veel functionaliteit die niet in het oorspronkelijke bedrag zat. Er zit veel meer functionaliteit in en andere systemen. Wat nu in de rapportage staat, komt overeen met de informatie die ik op dit moment heb. Het is een beetje appels met peren vergelijken. Bij het ene systeem was in het oorspronkelijk begrote toeslagenbedrag een aantal functies nog niet begroot. Die zijn nu wel begroot en worden nu in het tweede bedrag meegenomen. Het is moeilijk om aansluiting te zoeken, maar ik zal een poging doen om dit nog iets uitgebreider neer te zetten in de volgende halfjaarsrapportage. Ik zal bekijken of wij een soort vergelijking kunnen maken. Ook door wensen van onze kant is gedurende het proces het systeem uitgebreid. Daardoor is het systeem duurder geworden, maar dit is de bedoeling geweest.

De heer Remkes (VVD): Dat moet wel gewoon worden aangegeven. Het gaat mij om de parlementaire controle op dit type uitgaven. Ik begrijp best dat niet alles tot op de cent nauwkeurig kan worden aangegeven, maar ik wil er gewoon inzicht in hebben. Het is prima dat het verder geen gevolgen heeft voor de politieke prioriteiten en de toezeggingen aan de Kamer. Maar zou het soms wel consequenties kunnen hebben voor de burgers? Dat moet inzichtelijk gemaakt worden.

Staatssecretaris De Jager: Ik zal hierin in de volgende rapportage wat meer inzicht proberen te geven. De Kamer weet dat wij bezig zijn met een totale herstructurering en voor een groot deel ook herbouw van de ICT-architectuur. Dit gaat jaren duren. De consequentie is dat sommige systemen die ogenschijnlijk voor de burger en het bedrijfsleven wel functioneren, maar veel last opleveren bij de Belastingdienst, omdat men wil uitfaseren en efficiënt wil kunnen werken, wat worden gedeprioritiseerd. De zaken waarmee de burger en de bedrijven in aanraking komen, zitten over het algemeen bij de onderwerpen die ik zojuist noemde, SUB/Walvis en de complexiteitsreductie van de toeslagen voor de burger. Waarschijnlijk worden dus de zaken die voor het stabiele functioneren op langere termijn van de Belastingdienst noodzakelijk zijn, een jaar later gedaan. In de volgende halfjaarsrapportage zal ik nog wat uitgebreider ingaan op dit punt.

De heer Omtzigt (CDA): Ik heb gevraagd of alle wijzigingen die zijn voorzien in de nieuwe kinderopvangtoeslag, die gepland is voor 1 januari 2010, onverkort en zonder problemen doorgevoerd kunnen worden.

Staatssecretaris De Jager: Ja, dat kan worden meegenomen.

De heer Omtzigt (CDA): Dat kan allemaal ingevoerd worden op 1 januari 2010?

Staatssecretaris De Jager: Ja.

Ziekteverzuim heeft de voortdurende aandacht van het management. Vergeleken met vergelijkbare organisaties ligt het verzuim bij de Belastingdienst net iets hoger, niet enorm veel hoger, zoals wordt gesuggereerd. Ik zeg toe dat wij dit maar eens even apart gaan analyseren. De uitkomsten daarvan zullen wij uitgebreid tegen het licht houden, in samenspraak met de arbodienst. Voortaan zal ik in de halfjaarsrapportage wat uitgebreider rapporteren over het ziekteverzuim.

Wij doen er natuurlijk heel veel aan om de effecten van de veranderingen ten aanzien van buitengewone uitgaven te mitigeren. Wij zijn voor mutaties afhankelijk van de inbreng van de burger. Wij zien dat de huurtoeslag voor 50% precies goed is. Een deel moet worden teruggegeven en een deel moet worden ingevorderd. Bij de zorgtoeslag is dit vergelijkbaar. Bij de kinderopvangtoeslag is er relatief veel niet in orde. Daar is ongeveer een kwart precies goed. Opvallend zijn overigens de verschillen in mutatiegedrag. Met name bij huurtoeslag zijn mensen eerder geneigd om door te geven dat zij een wat lager inkomen hebben dan dat zij een hoger inkomen hebben. Ik heb gevraagd om dit verder te analyseren. Bij de huurtoeslag is dit veel meer het geval dan bij een andere toeslag. Het gaat hierbij om mensen die graag wat meer geld op hun rekening willen hebben.

De oude regeling voor de aftrek van buitengewone uitgaven komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de Wtcg. Een deel daarvan is een fiscale aftrek. Het is belangrijk om vast te stellen, ook in de Awir-systematiek, dat het aan de burger is om in het jaar t zijn inkomen te muteren. De Belastingdienst kan en zal dit nooit doen. Als wij van de Belastingdienst gaan vergen dat zij een kristallen bol hanteert, geef ik de uitvoering van de hele toeslagenriedel graag aan iemand anders. Het is al heel erg vervelend, maar als dit er nog bovenop komt, gaat het echt niet lukken. Wij kunnen de buitengewone uitgaven er niet gewoon afhalen. Dan zouden sommige mensen iets meer in de richting van het juiste inkomen komen, maar heel veel ook helemaal niet.

Er blijft een aftrek voor buitengewone uitgaven bestaan. Deze is heel grillig. In de Wtcg blijven juist de specifieke kosten over, die van jaar tot jaar heel verschillend zijn. Dan zouden wij de gegevens over 2007, omdat dit het laatste jaar is waarover wij gegevens hebben, ambtshalve maar aanpassen. Mensen kunnen ook zelf hun mutaties doorgeven. Aan welke moet je prioriteit geven? Wij gaan ervan uit dat mensen beter in hun eigen situatie kunnen zien dat er iets is veranderd dan dat de Belastingdienst dit in zijn kristallen bol ziet. Wij hebben er wel naar gekeken, maar het is onmogelijk om ambtshalve de paar miljoen toeslagen apart te doen. Dan weet je zeker dat je nooit meer komt aan 50% van de toeslagen die goed is. Dan veeg je een hele groep toeslagen mee, die je niet goed aanpast en ofwel te hoog ofwel te laag vaststelt. Ik heb dit gecombineerd met de bevestiging uit de cijfers, dat met name bij de huurtoeslag het mutatiegedrag een afwijkend patroon vormt.

De overheid moet dus veel meer zijn best doen om burgers te benaderen en hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid, niet alleen in het licht van de buitengewone uitgaven, maar ook in het licht van andere veranderingen, inkomensveranderingen, veranderingen in de huur of een veranderde samenstelling van huishoudens. De burger moet er veel actiever bij worden betrokken en moet erop gewezen worden dat hij zelf verantwoordelijk is voor het doorgeven van het inkomen. Daarnaast moet de Belastingdienst ervoor zorgen dat dit zo eenvoudig mogelijk is, en dat bij een wijziging in het inkomen niet per se een heel mutatieformulier moet worden ingevuld. De Belastingdienst moet het makkelijker maken om gegevens die heel vaak veranderen, zoals het inkomen, door te kunnen geven. Daarmee zijn wij bezig. Dit past binnen de Awir-systematiek en de gedachte van de wetgever dat de burger verantwoordelijk is voor het doorgeven van zijn eigen inkomen. Anders zou de Belastingdienst nooit op jaar t kunnen werken.

Wij zien dat de burgers deze verantwoordelijkheid niet alleen bij de buitengewone uitgaven, maar ook bij andere zaken nog onvoldoende nemen. Wellicht zijn de consequenties ervan niet helder genoeg. De overheid heeft de plicht om hierover te communiceren. Dat gaan wij ook doen. Wij gaan Postbus 51-spotjes maken. Bij wijze van spreken een dag nadat de Eerste Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, zullen wij deze al laten draaien. Er loopt al een spotje over de toeslagen. Een dag na de aanname kunnen wij er een tekst bijplaatsen die mensen erop wijst dat zij moeten letten op de veranderingen rond de aftrek van buitengewone uitgaven, die behoorlijke consequenties voor het inkomen kan hebben. Wij weten niet welke kant het per se opgaat. Dit hangt af van het gedrag van een toeslaggerechtigde in dat jaar. Vanaf eind december 2008 tot begin januari 2009 krijgen toeslaggerechtigden een brief. Ik dacht eerder dat dit heel gemakkelijk was, maar dat is niet het geval bij 8 miljoen toeslaggerechtigden. De fysieke grens is 100 000 brieven per dag. Er wordt vier dagen per week gedraaid. De vijfde dag wordt gebruikt om brieven die zijn uitgespuwd door het systeem alsnog te versturen en om andere dingen te doen. De brieven leveren ook weer heel veel telefoontjes op bij de Belastingtelefoon. Dit speelt zich af in een heel drukke periode, namelijk de aangiftecampagne. Ook de beschikkingen over de normale toeslag kunnen mensen op de deurmat vinden. De Belastingtelefoon krijgt het dus waanzinnig druk. Daarom spreiden wij over het jaar het versturen van de brieven, waarin wij de mensen wijzen op de gevolgen van de veranderingen ten aanzien van de aftrek van de buitengewone uitgaven. Wij beginnen met de meest kwetsbare groepen, de burgers die huurtoeslag krijgen. In de brief wordt verwezen naar de Belastingtelefoon. De openingstijden van de Belastingtelefoon zullen worden verruimd. Daarnaast selecteren wij een groep van de meest kwetsbare personen voor wie de wijziging naar verwachting echter een probleem is en die ondanks brieven en dergelijke zelf ook niet zullen bellen. Er zijn ook mensen die bellen omdat zij een brief hebben gekregen van de Belastingdienst, zonder dat zij deze brief hebben opengemaakt. Het gaat dus soms om lastige groepen.

50 000 huurtoeslaggerechtigden worden door de Belastingtelefoon zelf benaderd. Het gaat hierbij om burgers die een huurtoeslag ontvangen en een grote aftrek voor buitengewone uitgaven hadden. Om een indicatie te geven: deze aftrek is meer dan € 5000. Het gaat hierbij meestal om incidentele buitengewone uitgaven. Het kan best zijn dat deze uitgaven in het betreffende jaar ook nog hoog zijn. Dat willen wij dan weten. Dit zijn geen gemakkelijke gesprekken, geen ja/nee-gesprekken. Je moet deze gegevens goed doornemen. Deze mensen worden door de Belastingtelefoon of aan de balie bij de vestigingen geholpen. Ook wordt gekeken of er overlap is tussen deze groep en de HUBA-campagne voor hulp bij aangifte. Wij vermoeden dat dit het geval is. Dan worden mensen die langskomen in het kader van de HUBA-campagne meteen geholpen om de toeslag voor 2009 recht te zetten. Intermediairs als FNV-, CNV- en HUBA-medewerkers zullen daartoe worden opgeleid. De inkomensmutatie bij de HUBA en de Belastingtelefoon moet zo eenvoudig mogelijk kunnen worden doorgegeven, bijvoorbeeld door een eenvoudig formulier, met name om de gegevens over het inkomen te kunnen wijzigen. Voor die burgers wordt niet alleen de huurtoeslag rechtgezet, maar worden ook de andere toeslagen die deze burgers ontvangen, gewijzigd. Veel burgers weten niet dat je volgens de Awir-systematiek per toeslag je gegevens kunt wijzigen. Medewerkers van de Belastingtelefoon worden opgeleid om na te vragen of iemand nog meer toeslagen ontvangt dan alleen de huurtoeslag, waarvoor die persoon bijvoorbeeld belt. Als deze gegevens ook gewijzigd moeten worden, wordt dit vervolgens gedaan.

Vervolgens gaat de brief naar de burgers op wie de wijzigingen in de aftrek van bijzondere uitgaven wat minder effect hebben. In deze brief wordt gewezen op de ondersteuning via internet. Wij zullen daarop een hulpmiddel plaatsen waarmee mensen het effect in hun situatie kunnen inschatten. De nadruk in deze brief ligt op de verantwoordelijkheid van de burgers. Dit willen wij bij de toeslagen graag ook in het algemeen doen, omdat dit nog onvoldoende duidelijk is. Alle brieven worden dus gefaseerd verzonden, om de druk op de Belastingtelefoon op te vangen en de mensen een optimale dienstverlening te kunnen bieden. De massamediale aanpak begint vanaf januari 2009. In samenwerking met VWS wordt de website www.veranderingenindezorg.nl ontwikkeld. De heer Omtzigt heeft hierover tijdens de behandeling van de Wtcg met zeer veel belangstelling vragen over gesteld. Ook op die website komt dus informatie te staan. Om één en ander te realiseren is iemand die net onder het managementteam van de Belastingdienst werkt de komende vijf maanden belast met de ondersteuning hiervan en met de aansturing van de taskforce.

De heer Omtzigt (CDA): Ik mis in de opsomming van gegevens een ding, namelijk de gegevens die de Belastingdienst zelf heeft over de aftrek van buitengewone uitgaven. Als een burger buitengewone uitgaven aftrekt, vult hij, zeker als hij de aangifte elektronisch invult, per categorie in welke uitgaven hij heeft. Dan weet hij precies welke categorieën wegvallen, namelijk de eigen bijdrage voor de AWBZ en de aanvullende verzekering. Die kun je aftrekken. Daarop kun je mensen wijzen. Daarop kun je een aanpassing doorvoeren. Is de Belastingdienst in staat om mensen op die gegevens te wijzen en dit in de brief te vermelden? Kan de staatssecretaris in het algemeen hierop op korte termijn terugkomen? Hoe langer wij wachten, des te harder worden de aanpassingen in de voorlopige toekenning van de toeslagen, die geautomatiseerd plaatsvindt. Wij geven de burger een voorlopige toekenning van de toeslagen over 2009, terwijl wij nog niet weten of een wet die daarop een grote invloed heeft in 2009 aangenomen is of niet. Wij zeggen dat de burger verantwoordelijk is, maar ik denk dat de politiek hiervoor ook een verantwoordelijkheid draagt. Die neem ik graag. Ik hoor van de staatssecretaris graag hoe wij ervoor kunnen zorgen dat deze mensen op tijd geïnformeerd worden. Anders krijgen wij straks dezelfde discussie als de staatssecretaris zojuist met de heer Bashir gehad heeft. Dan krijgen wij nog tien keer een vervelend krantenartikel te lezen over iemand die het echt niet had kunnen weten. Ik vraag dus om een toezegging over deze brief. Ik vraag de staatssecretaris om daarin samen met zijn collega van VWS in te gaan op de wijze waarop de gegevens van de Belastingdienst hierbij gebruikt worden.

Staatssecretaris De Jager: Ik heb zojuist gezegd dat wij deze gegevens helemaal juist gebruiken. Wij maken een selectie van doelgroepen bij het versturen van de brieven. 50 000 burgers worden gebeld. Deze selectie is gemaakt op basis van de informatie over een combinatie van huurtoeslag en een zeer hoge BU-aftrek, van € 5000. Wij gebruiken dus alle gegevens.

Het overige dat de heer Omtzigt zegt is niet helemaal juist. In de doelgroep komt het papieren aangiftebiljet heel veel voor. Dat biedt geen inzicht in de gegevens waarop de heer Omtzigt doelt. Bij digitale aangiften kunnen wij lezen wat er aan algemene dingen vervalt, maar dit heeft geen enkele voorspellende waarde over de hoogte van de incidentele zorgkosten, die in de nieuwe Wtcg helemaal overeind blijven. De grotere bedragen, van meer dan €  5000 BU-aftrek, worden echt niet veroorzaakt door een forfait, ook niet door een eigen bijdrage voor de AWBZ, verwacht ik. Het gaat hierbij echter om specifieke kosten. Die blijven ook in de nieuwe Wtcg overeind. Wij weten natuurlijk niet of iemand in dat jaar die kosten heeft. Je doet maar één keer een verbouwing. Iemand die in 2007 een verbouwing heeft gedaan, heeft deze kosten in 2009 niet. Ook in de oude regeling voor de BU bestond dit verschil al. Het verloop van de incidentele kosten is enorm grillig. Wij weten dus niet wat iemand voornemens is om in een jaar aan grote aftrekbare investeringen te doen, bijvoorbeeld een verbouwing. Wij kunnen daarop niet ambtshalve reageren. Anders zouden wij één ding weten, namelijk dat wij het waarschijnlijk niet goed doen. Wel gebruiken wij de beschikbare informatie in de doelgerichte campagne, toegesneden op de burgers. Mijn toezegging is dat de informatie die wij hebben optimaal wordt ingezet om deze doelgroep te bereiken.

De heer Omtzigt (CDA): Nu komt de staatssecretaris op de kern van het probleem. De aftrekposten van € 5000 of meer vloeien helemaal niet voort uit de nieuwe Wtcg, afgezien van de intramurale bijdrage voor de AWBZ, maar daarbij heb je geen overlap met de huurtoeslag. Daarmee zijn wij dus ook snel klaar. Ook als wij dit jaar geen Wtcg hadden ingevoerd, had een burger het ene jaar een aftrekpost voor een verbouwing of voor kosten in verband met overlijden. Het jaar daarop zijn deze aftrekposten er niet meer. Ik ben dus blij dat de staatssecretaris de gegevens gebruikt, maar dit heeft met de Wtcg sec niet zoveel te maken. Juist kleinere bedragen, aanvullende verzekeringen en ouderdomforfaits, samen € 2000 voor een echtpaar met alleen AOW, zijn standaardkosten, die niet meer afgetrokken kunnen worden en wel worden gebruikt bij het vaststellen van de huurtoeslag. Dit zijn dus standaardwaarden. Ik zou graag van de staatssecretaris een brief ontvangen waarin hij uitlegt hoe hij omgaat met zo’n casus. Hiervan zijn namelijk in Nederland heel veel voorbeelden. Zij gaan er volgens mijn berekening door het vervallen van de aftrek van standaardkosten € 600 tot € 700 op achteruit. Zij weten dit nu nog niet, maar hebben wel de voorlopige toekenning van de toeslag in huis. Dat is buitengewoon gevaarlijk.

Staatssecretaris De Jager: Wij moeten het parlementaire proces afwachten, maar onmiddellijk nadat de Eerste Kamer het wetsvoorstel heeft afgehandeld, gaan de eerste brieven al naar deze specifieke doelgroepen om hen hierop te wijzen. Er wordt ook een massamediale campagne opgezet om mensen hierop te wijzen. Ik dacht dat de heer Omtzigt wilde zeggen dat je het bedrag eraf kunt halen, zodat mensen automatisch minder toeslag krijgen. Je weet niet wat de specifieke zorgkosten in dat jaar zijn. Je weet ook niet wat het inkomen in dat jaar doet. Mensen zijn zelf verantwoordelijk om die gegevens te gebruiken. In het jaar t+1 komen pas de eerste aangiften binnen op basis waarvan toeslagen definitief toegekend kunnen worden. Het eerste is alleen maar een voorschot, gebaseerd op de informatie die de burger al dan niet verstrekt heeft. Meer kunnen wij niet doen. Dat is inherent aan de systematiek van de toeslagen. Dit is niet anders op te lossen. Ik heb het plan zojuist staccato opgesomd. Ik wil de burger optimaal en massamediaal wijzen op de gevolgen voor zijn specifieke situatie. Maar het kan best zijn dat bij mensen de BU-aftrek van een paar honderd euro komt te vervallen, zonder dat dit leidt tot een lagere toeslag, omdat hij hogere specifieke zorgkosten heeft of omdat zijn inkomen lager is geworden. De Belastingdienst kan dit niet van tevoren vaststellen. Wij zijn daarbij echt afhankelijk van de toeslaggerechtigde. Als wij dat loslaten, zetten wij daarmee het hele toeslagenverkeer opzij.

De heer Omtzigt (CDA): Dan vraag ik de staatssecretaris om de gevolgen op schrift te stellen en daarbij specifiek in te gaan op de wijze waarop wordt omgegaan met de doelgroep die veel standaard aftrekposten en aftrekposten voor AWBZ en WMO heeft. Er zijn ouderen boven de 65 die twee keer een ouderdomsforfait van € 800, dat maakt € 1600, plus een eigen bijdrage van € 1000 hebben. Dat is dus een aftrek van € 2600. Dit zal leiden tot forse veranderingen in de systematiek van de huurtoeslag. Dit kun je zien in het systeem als er elektronische aangifte gedaan is. Hoe gaat de staatssecretaris daarmee om? Hoe gaat de staatssecretaris om met de aangifteplicht voor de BU in 2009 en 2010? Op basis van welke gegevens wordt de voorlopige beschikking gedaan? Worden daarbij de LB- en IB-gegevens van 2007 gebruikt, indien zij beschikbaar zijn?

Staatssecretaris De Jager: Die brief zeg ik toe.

De heer Tang (PvdA): Voor alle duidelijkheid: ik waardeer de inspanningen die geleverd worden, onder meer voor een massamediale aanpak. Ik verwacht zelf het meeste van een gerichte aanpak. Wordt bij die gerichte aanpak nu expliciet bekeken of iemand gebruik heeft gemaakt van een ouderdomsforfait of niet? Ik hoor dat twee kenmerken gebruikt worden, de huurtoeslag en buitengewone uitgaven hoger dan € 5000. Worden meer kenmerken gebruikt in de gerichte campagne? Dat kan de staatssecretaris in zijn brief toelichten, maar ik wil deze algemene vraag beantwoord hebben.

Staatssecretaris De Jager: Ik heb al aangegeven dat er een groep is waarvan wij die gegevens niet hebben. Die € 5000 is gekozen inclusief de effecten van de forfaits. Die gelden gemiddeld voor de groep. Daarmee is dus al rekening gehouden door er een statistische analyse op los te laten. Ik ben echter van harte bereid om dit nog eens uiteen te zetten in de brief en nog eens te bekijken of er specifieke mogelijkheden zijn om meer in te zoomen op aparte componenten en of wij de doelgroepenaanpak nog gerichter kunnen maken. Ik zal dit in die brief uitgebreid uiteenzetten.

Ik ga verder met iets heel anders, namelijk de verpakkingenbelasting. Op dit moment zijn ruim 3800 opgaven ingediend. Het daarmee corresponderende bedrag is ongeveer 160 mln. Dit is ongeveer tweederde van de geraamde opbrengst. Ongeveer 1300 bedrijven die zich al hadden aangemeld, moeten hun opgave nog doen. Al deze bedrijven worden ook telefonisch benaderd. De Belastingdienst heeft op dit moment in totaal ongeveer 4600 bedrijven in beeld. Dat zijn dus de bedrijven die hier ook worden genoemd. Als de genoemde 1300 bedrijven ook hun opgave doen, kom je al een heel eind in de richting. Wij denken dat er ook nog bedrijven buiten beeld zijn. Dit zijn over het algemeen kleinere bedrijven met een relatief klein verpakkingenvolume. De Belastingdienst is op dit moment bezig, met alle instrumenten waarover hij de beschikking heeft, deze bedrijven op te sporen. Dat is altijd lastig bij de introductie van een belasting. Dan is de belastinggrondslag die je hanteert eigenlijk nog nieuw. Maar er is natuurlijk informatie bij de Belastingdienst beschikbaar op basis van andere bronnen. Al met al ben ik redelijk tevreden over het eerste jaar van de invoering van de nieuwe belasting. Het was duidelijk dat het wat tijd zou kosten om met name de kleine bedrijven te vinden. Maar de aangiftes van de opbrengst komen redelijk overeen met wat je mag verwachten bij de invoering van een nieuwe belasting. Alle wat grotere belastingbetalers zitten natuurlijk in het systeem.

De heer Omtzigt heeft gepleit voor de harmonisatie van het partnerbegrip. Voor het onderzoek naar verdergaande harmonisatie van het partnerbegrip in de IB 2001 en de Awir in het evaluatierapport over de belastingherziening van 2001 is geconcludeerd dat vanwege met name uitvoeringstechnische problemen die samenhangen met de keuzeregeling, de vrije keuze voor kwalificatie als partner voor ongehuwd samenwonenden moet worden heroverwogen. Het kabinet wil echter ook geen afbreuk doen aan eerder gemaakte politieke afwegingen. Ook in de voorbeelden die de heer Omtzigt aangeeft, zijn er redenen geweest waarom destijds iemand in bepaalde situaties wel als partner mocht dienen. Vervolgens heeft op verzoek van de Tweede Kamer in 2006 onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijkheden om tot een geharmoniseerd partnerbegrip voor de wet IB 2001 en de Awir te komen. Toen werd besloten om dit onderwerp verder te laten rusten. De vaste commissie wilde toen niet tornen aan het principe van keuzevrijheid. Ik zie het punt, maar het bleek heel moeilijk om dit te veranderen. Laat ik het voor de toeslagen in ieder geval nog meenemen in de IBO. Ik vermoed eerlijk gezegd dat het voor de IB 2001 bij een volgende IB het beste meegenomen kan worden.

De heer Omtzigt (CDA): En in april gaat de staatssecretaris nog een aparte brief over de partnerbegrippen schrijven. Daarin kan hij deze zaken ook meenemen.

Staatssecretaris De Jager: Akkoord. De heer Omtzigt heeft ook nog gevraagd naar de vaststelling van het inkomen en de eigen bijdrage en heeft gezegd dat er geen beroepsmogelijkheid is. Uiteraard ben ik bereid om dit nog eens even door te geven aan VWS en met VWS te bespreken of er in het proces mogelijkheden zijn om dit probleem te ondervangen. Als het goed is, gaat dit in de toekomst natuurlijk al beter via de basisregistratie. Als een gegeven over het inkomen verandert, geeft de Belastingdienst dit ook echt door. Dit kan dan een invloed hebben op de hoogte van de eigen bijdrage.

De heer Omtzigt (CDA): Een van de problemen hierbij is niet de basisregistratie, maar het feit dat wanneer er een definitieve aanslag opgelegd wordt in de IB 2001, in het Bijdragebesluit zorg niet voorzien is dat dan opnieuw een definitieve beschikking wordt afgegeven. Kan de staatssecretaris specifiek dat punt meenemen? Dit is heel belangrijk bij de overgangstermijn van de Wtcg. Daarom zou ik daarover graag een aparte rapportage krijgen.

Staatssecretaris De Jager: Ik hoor net dat dit laatste specifieke probleem bij VWS ligt. Ik zal dit verzoek doorgeleiden naar de betreffende bewindspersoon van VWS. Zij acteren niet op een herziening.

Ik heb al iets gezegd over de basisregistraties. Ik erken inderdaad dat sommige GBA’s heel erg vervuild zijn en dat dit tot problemen leidt. De polisadministratie gaat gelukkig veel beter. Dat weten wij door de SUB/Walvis. De Belastingdienst is hiervan natuurlijk afhankelijk voor de administratie over het gegeven loon. Dit gaat echt de goede kant op. Bij de algemene politieke beschouwingen heeft de Tweede Kamer ook aandacht gevraagd voor de GBA. Mijns inziens is dit terecht. De staatssecretaris van BZK zal hierop reageren. Als je als overheid één adresgegeven van een burger wilt hanteren, wat mij vanuit het perspectief van de burger heel juist lijkt, moet de Belastingdienst kunnen vertrouwen op het gegeven adres dat de overheid ter beschikking stelt. Wij mogen van overheden niet vragen om een soort schaduwadministratie bij te houden voor de gevallen die zij niet helemaal vertrouwen. Dat is dan weer niet inherent aan het principe van het werken als één overheid. Maar ik zit hier in een oncomfortabele positie, omdat ik afhankelijk ben van het functioneren van bepaalde basisregistraties. De Belastingdienst kan er niets aan doen als er iets niet klopt, maar krijgt toch de boze mensen aan de telefoonlijn. De oplossing zit hem in de optimalisering van de basisregistraties bij de diverse gemeenten.

De heer Omtzigt (CDA): Ik begrijp de afhankelijkheid van de staatssecretaris. Ik gaf hem zojuist een praktisch voorbeeld van de huurtoeslag. Daarbij ben je niet alleen afhankelijk van de juiste registratie door de gemeente, maar ook van de tijdige aanmelding van een andere persoon. Daarvan kun je de dupe worden zonder dat je er zelf actie op kunt ondernemen. Dan is de Belastingdienst niet schuldig en ben je zelf niet schuldig en krijg je een kafkaësk gesprek aan de Belastingtelefoon. Ik wil dit de Belastingtelefoon besparen en ik wil dit de burger besparen. Ik zie ook een instemmend knikken. De staatssecretaris vindt dit ook niet goed. Zou hij daarom in overleg willen treden met de bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor de basisregistratie en voor de zomer, liefst vóór 1 juni, aan de Kamer willen aangeven of hij de kwaliteit voldoende vindt en op welke wijze de burger in voorkomende gevallen een wijziging kan aanbrengen in de basisregistratie, zodat de gegevens voor de toeslagen goed worden doorgegeven? Wil hij in die brief er ook op ingaan of hij, als verantwoordelijk bewindspersoon voor de Belastingdienst Toeslagen het verantwoord vindt om die registraties daarvoor te gebruiken? Dat is de politieke kernvraag.

Staatssecretaris De Jager: Ik ben bereid om in overleg te treden met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken om dit probleem nogmaals te bespreken. Dat heb ik overigens al een keer gedaan. Ik zal het verzoek doorgeleiden, dat zij vóór 1 juni daarover een brief stuurt. Mij zijn ook situaties bekend, bijvoorbeeld van spookbewoning. In de gemeente waarover zojuist werd gesproken komt het soms voor dat er zes andere bewoners zijn. Deze groepen gaan natuurlijk in de risicoselectie vallen. Er wordt op geacteerd door de Belastingdienst, maar leuk is het inderdaad niet. En het is inderdaad vervelend dat je als burger niet eenvoudig de spookbewoners van je adres kunt verwijderen. In dit land mag je niet zelf het adres van iemand anders muteren. Dat laatste begrijp ik op zich wel, maar spookbewoners zijn ook geen pretje. Daarvoor zou dus een procedure moeten worden gevonden, zodat de spookbewoners eraf worden gehaald. Ik ben bereid ook de spookbewoning onder de aandacht te brengen van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, zodat zij in haar brief aan de Kamer van 1 juni kan melden hoe dit opgelost kan worden.

De heer Remkes heeft vragen gesteld over de integriteit. Ik wil toezeggen dat ik er in de volgende halfjaarsrapportage uitvoerig over bericht. Ik zal er heel specifiek op ingaan of het al dan niet aangescherpt moet worden en hoe wij er meer eenheid in krijgen. De heer Remkes sprak ook over meer zelfsturing. Ik noem dit eigen verantwoordelijkheid. Zelfsturing klinkt zo «seventies». Sommige groepen kunnen hun eigen verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld professionals bij DGBel, hoogwaardige professionals in de dienst, zoals specifieke groepjes van inspecteurs. Daar kan het in ieder geval wel. In mijn brief heb ik ook aangegeven waar het naar mijn oordeel veel minder aan de orde is. Ik hoor er positieve geluiden over, maar het is geen religie of dwang. Het gaat erom dat het wordt toegepast waar het kan worden toegepast. Dan kan het veel voordelen hebben.

De heer Remkes (VVD): Ik ben met de staatssecretaris geen tegenstander van zo veel mogelijk eigen verantwoordelijkheid. Mij gaat het om de vraag of er een eindverantwoordelijke is. Dat is de kern van de vraag.

Staatssecretaris De Jager: Mijn ambtenaren zeggen mij dat de staatssecretaris dit is. Maar ik begrijp de vraag. Verantwoordelijkheden moeten duidelijk liggen. Ook moet je weten waar je terecht kunt. De volgende keer zal ik meer rapporteren over de verantwoordelijkheden.

Ik ga verder over het tijdspad, op weg naar 2015. De heer Remkes heeft gelijk. Wij zijn nu bezig met een nadere invulling, een detailplanning van wat er gebeurt tot 2015. Ik zeg gaarne toe om over een halfjaar de planning wat concreter te melden.

Nadere gedachtewisseling

De heer Bashir (SP): Voorzitter. Een aantal vragen is onbeantwoord gebleven. Misschien kunnen zij ook worden meegenomen in de volgende rapportage over de steile afloop van de huurtoeslag. Om wat voor bedrag gaat het, als wij dit compenseren en deze lijn niet steil loopt, maar meer driehoekig? Ik heb ook gevraagd naar een tevredenheidsonderzoek bij de Belastingtelefoon. Ik heb begrepen dat het vaststellen van de definitieve toeslagen over 2007 voor een groot gedeelte weliswaar gedaan is, maar dat een aantal mensen, die niet bij die 80% horen, geen definitieve aanslag hebben gekregen, ook al hebben zij een wijziging doorgegeven. Aanvankelijk zou in mei de verwerking doorgevoerd worden. Vervolgens is dit uitgesteld. Worden de wijzigingen die aangegeven zijn over 2007 verwerkt? Dat moet wel gebeuren, want heel veel mensen verkeren in onzekerheid hierover. Zij hebben een bepaald bedrag op hun rekening gekregen, waarvan zij niet zeker weten of zij dit wel of niet mogen houden.

De heer Remkes (VVD): Ook een paar van mijn vragen zijn onbeantwoord gebleven. Het kan zijn dat het mij ontgaan is, maar de staatssecretaris heeft geen antwoord gegeven op mijn vraag, wanneer het proces van de toeslagen over 2007 definitief afgerond is. Wat is de huidige stand van zaken? Wanneer is de definitieve afwikkeling gepland? Mijn tweede vraag gaat over de budgettaire consequenties van het nieuwe automatiseringssysteem voor inning. Verder had ik aan het slot van mijn inbreng een aantal casussen genoemd. Nu hoeft daar niet onmiddellijk antwoord op te komen, maar ik zou het wel op prijs stellen als ik dit antwoord schriftelijk krijg.

De heer Omtzigt (CDA): Ik dank de staatssecretaris voor de uitputtende en redelijk uitvoerige beantwoording. Twee kleine vragen zijn blijven liggen. Ik krijg graag de toezegging dat de systemen voor het aangifteprogramma goed getest worden voor januari en maart. Ik zie een aantal mensen al zeer instemmend knikken.

Bij de stand van zaken over de loonaangifteketen en de toeslagen is melding gemaakt van het interessante project waarbij mensen gevraagd wordt zich te melden bij de balie voordat formeel bezwaar en beroep worden ingediend. Ik juich dit project zeer toe. Maar als iemand het niet eens is met de uitkomst, moet niet de formele bezwaartermijn verlopen zijn. Kan de staatssecretaris hierop reageren?

De heer Tang (PvdA): Voorzitter. Ook van mij resteren nog een paar vraagjes. De overschrijding van de huurtoeslag is even aangestipt, maar ik heb er verder weinig over gehoord. Ik neem aan dat nu toch bekend is wat de oorzaak is van die overschrijdingen. Dat hoor ik straks graag. Verder wil ik nog weten of het niet mogelijk is om bij voorlopige teruggave de ouderkorting voor alleenstaande ouders toe te kennen vanaf de datum van aanvraag, dus niet voor het hele jaar. Misschien is dit eenvoudige verzoek niet zo eenvoudig uit te voeren, maar dat hoor ik dan graag.

Verder heb ik nog een vraag gesteld over administratiekantoren die zich bezighouden met de belastingen, maar ook met de toeslagen van mensen. Administratiekantoren hebben geen zicht op de toeslagen. Dit betekent dat klanten zelf met hun eigen DigiD aan de gang moeten. Die DigiD raken zij dan weer kwijt, weten zij niet, enzovoort. Is het niet mogelijk om de administratiekantoren bijvoorbeeld een tweede DigiD-code te geven, zodat zij ook voor hun cliënten de toeslagen kunnen doen?

Staatssecretaris De Jager: Voorzitter. De heer Bashir heeft gevraagd naar een tevredenheidsonderzoek naar de Belastingtelefoon. Dit wordt inderdaad gedaan. Ik ben bereid om te bekijken of wij dit in de volgende rapportage kunnen opnemen. Wij begrepen de vraag van de heer Bashir over het definitief toekennen niet helemaal, maar in het algemeen is het zo dat in 2006 alles wat wij konden vaststellen is toegekend. Maar er zijn gewoon mensen die nog geen aangifte doen omdat zij uitstel hebben. Mensen mogen na drie jaar nog een gewijzigde aangifte indienen. Dit valt allemaal binnen de systematiek van de Awr en de Awir. Maar voor zover het gedaan kon worden vanuit de Belastingdienst, is het helemaal gedaan.

De heer Bashir (SP): Waarschijnlijk is het niet helemaal duidelijk wat ik heb proberen te zeggen. Het gaat erom dat er mensen zijn die wijzigingen hebben doorgegeven over hun aanslag met betrekking tot 2007 of in ieder geval een wijziging die van toepassing is op de toeslagen. De verwerking van die wijzigingen loopt op dit moment volgens mij niet goed bij de Belastingdienst. Door de Belastingtelefoon werd aanvankelijk verteld dat deze wijzigingen in mei verwerkt zouden worden. Vervolgens is gemeld dat zij in de loop van 2008 verwerkt zouden worden. Daarna is gemeld dat zij in de loop van 2009 verwerkt zouden worden. Nu wordt gezegd dat zij binnen een termijn van vijf jaar verwerkt worden. Mensen hebben een voorlopige aanslag gekregen en verkeren lange tijd in onzekerheid.

Staatssecretaris De Jager: Ik stel voor dat ik hierop schriftelijk terugkom. Ik denk dat wij daarvoor de beschrijving van een bepaalde casus van de heer Bashir moeten krijgen. Dan kunnen wij in specifieke gevallen bekijken wat voor soort problemen het betreft. Over het algemeen kun je deze twee sessies als helemaal afgerond beschouwen. Op 31 oktober 2008 zijn in totaal 4,84 miljoen toeslagen voor huur, zorg en kinderopvang definitief vastgesteld. Dit kan worden uitgesplitst in 4,08 miljoen definitieve toeslagen voor zorg en 0,76 miljoen definitieve toeslagen voor huur. Ten aanzien van de kinderopvang loopt een actie, waarbij jaaropgaven bij ouders worden opgevraagd. Hierdoor is een uitsplitsing van de kinderopvangtoeslag nog niet mogelijk. Deze cijfers hebben betrekking op de situatie van 2007.

De heer Remkes (VVD): Ik had een andere vraag, want deze gegevens hebben wij allemaal kunnen lezen. Mijn vraag is wanneer het jaar 2007 afgerond is. Daar zal de staatssecretaris perspectief in moeten bieden.

Staatssecretaris De Jager: Wij verwachten dat wij voor de zomer van volgend jaar 2007 helemaal hebben afgerond.

De heer Remkes (VVD): Ik moet heel eerlijk zeggen dat mijn mond nu openvalt. Er was namelijk, ook aan de Kamer, duidelijk gemaakt dat het voor het jaar 2007 allemaal beter zou gaan dan voor het jaar 2006. Ik begrijp nu dat dit helemaal niet het geval is.

Staatssecretaris De Jager: Ik ontken dit ten stelligste. Ik weet nog heel goed dat wij rond dit tijdstip vorig jaar ongeveer nog moesten beginnen met het definitief toekennen van toeslagen over 2006. Nu hebben wij al 4,84 miljoen toeslagen definitief toegekend. De bulk is dus al verwerkt.

De heer Remkes (VVD): Als de staatssecretaris vandaag de planning niet kan geven, vraag ik hem dit schriftelijk te doen. Dit open einde is namelijk ook voor Kamerleden lastig. Wij worden natuurlijk benaderd met de vraag wanneer mensen kunnen verwachten dat hun zaakje is geregeld. Wij moeten in de richting van burgers kunnen aangeven: de laatste kleine hoeveelheden zullen in het voorjaar van 2009 nog worden verwerkt, maar de rest_

Staatssecretaris De Jager: Ik zal de komende tweemaandsrapportage aangrijpen om dit daarin uitgebreider mee te nemen en de planning ervan aan te geven. Maar als mijn herinnering mij niet in de steek laat, waren wij vorig jaar rond deze tijd nog maar net begonnen met de verwerking van 2006. Nu is de bulk al afgewerkt.

De heer Tang heeft nog een vraag gesteld over de administratiekantoren. Wat de heer Tang zou willen hebben, noemen wij de gemeenschappelijke machtigingsvoorziening, de GMV. Wij zijn daarmee inderdaad bezig. Er zitten natuurlijk wel veiligheidsconsequenties aan, maar wij zijn bezig met iets dat geen DigiD is, maar eerder een vorm van een gemeenschappelijke machtigingsvoorziening, zodat intermediairs daarmee eenvoudig kunnen werken. Wij zijn deze voorziening aan het implementeren. Deze moet natuurlijk goed getest en gepilot worden. Wij mikken op een massale introductie ervan in januari 2010. Dan kunnen wij het in de loop van volgend jaar uitrollen.

Ik zal schriftelijk ingaan op de casussen van de heer Remkes, als hij ze ons schriftelijk doet toekomen. Ik kan aan de heer Omtzigt bevestigen dat wij de systemen waarop hij doelde allemaal uitgebreid zullen testen. De heer Tang heeft gevraagd naar de overschrijding in de huurtoeslagen. De stijging van het budget voor huurtoeslag is onderzocht door een taskforce. De overschrijding is voor een deel verklaarbaar, maar om het totaal voor ieder deel te verklaren, is heel moeilijk. Dit komt natuurlijk ook nog doordat er bepaalde controles en vormen van toezicht zijn. Een deel van de toeslagen is dus nog niet definitief vastgesteld, dit is overigens geen 20%, maar 12% op dit moment. Dit is eigen aan de systematiek. Mensen kunnen bij wijze van spreken een paar jaar later nog aangiftes indienen. Dat zullen wij altijd blijven houden. Ook zal er soms toezicht moeten plaatsvinden. Wij hebben al eerder aangegeven dat er altijd een stukje is dat langer doorloopt en niet vast te stellen is. Inmiddels is wel meer dan 98% van de toeslagen behandeld. De 80 miljoen die niet verklaarbaar is, is afgenomen tot 50 miljoen. WWI analyseert dit getal wel. Ik verwacht dat er begin 2009 veel meer gezegd kan worden over de redenen van de overschrijding. Maar het is zeker niet ondenkbaar dat een deel zal zitten in de afname van niet-gebruik. De huursubsidie gaat over in de huurtoeslag. Het is hierdoor wel moeilijk om de afname van niet-gebruik vast te stellen. Begin 2009 moet de nadere analyse er zijn.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Blok

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Basten


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), voorzitter, Ten Hoopen (CDA), ondervoorzitter, Weekers (VVD), Van Haersma Buma (CDA), De Nerée tot Babberich (CDA), Haverkamp (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Irrgang (SP), Luijben (SP), Kalma (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Cramer (ChristenUnie), Van der Burg (VVD), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Tang (PvdA), Vos (PvdA), Bashir (SP) en Sap (GroenLinks).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Remkes (VVD), Jonker (CDA), Aptroot (VVD), Jan de Vries (CDA), Van Hijum (CDA), Mastwijk (CDA), De Krom (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Pechtold (D66), Kant (SP), Ulenbelt (SP), Van der Veen (PvdA), Smilde (CDA), Anker (ChristenUnie), De Roon (PVV), Van Dam (PvdA), Smeets (PvdA), Karabulut (SP), Thieme (PvdD), Heijnen (PvdA), Roefs (PvdA), Van Gerven (SP) en Vendrik (GroenLinks).