Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931066 nr. 517

31 066 Belastingdienst

Nr. 517 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 25 november 2019

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 11 juni 2019 inzake «Richting een oplossing voor ouders in de CAF 11-zaak (kinderopvangtoeslag)» (Kamerstuk 31 066, nr. 490).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 28 juni 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

Adjunct-griffier van de commissie, Freriks

1.

Kunt u alle memo's, e-mails etc. die over deze zaak aan u of aan de Directeur-Generaal (DG) Belastingdienst zijn verstrekt in de afgelopen anderhalf jaar aan de Kamer doen toekomen?

De gevraagde interne documenten verstrek ik niet, waarbij ik kortheidshalve verwijs naar de Kamerbrief van 25 april 2016 van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het is staand beleid van het kabinet om documenten die zijn opgesteld voor intern beraad geen onderwerp te maken van politiek debat.

2.

Waarom staat er een klokkenluider van de Combiteam Aanpak Facilitators (CAF)-11-zaak op non-actief?

Gezien de aandacht wil ik graag ingaan op de ruimte voor medewerkers van de Belastingdienst om misstanden aan de kaak te stellen. Het is cruciaal dat iedere ambtenaar dit kan doen zonder daarbij op enigerlei wijze te worden benadeeld. Uiteraard is daarbij wel van belang dat vertrouwelijke gegevens van burgers en bedrijven bij de dienst veilig zijn en er zorgvuldig wordt omgegaan met interne informatie. Mede met dit doel heeft iedere ambtenaar een geheimhoudingsplicht. Verder wil ik een ieder die vermoedens heeft van schendingen of misstanden bij de Belastingdienst oproepen zich te melden bij de daarvoor geëigende plekken binnen de Belastingdienst of bij de onafhankelijke en buiten de Belastingdienst gepositioneerde commissie integriteit via commissieintegriteitbelastingdienst@rijksoverheid.nl.

Ik vind sociale veiligheid in de Belastingdienst van groot belang; mijn ambitie is een open cultuur waarbinnen medewerkers vermoedens van integriteitschendingen en misstanden vrijelijk kunnen melden. Bij de behandeling van casuïstiek worden kaders in de regelgeving gerespecteerd en belangen zorgvuldig gewogen.

3.

Hoeveel mensen hebben een sanctie gehad voor onbehoorlijk handelen in deze zaak?

Ik kan geen uitspraken doen over individuen of individuele casussen. Voor algemene informatie over integriteitsschendingen, wordt naar de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2018 verwezen.

4.

Kunt u een overzicht geven van wanneer u de Kamer foutief geïnformeerd heeft in deze zaak?

Ik heb helaas – zoals ook aangegeven in de brief van 11 juni – in dit dossier moeten constateren dat de informatievoorziening richting uw Kamer niet heeft voldaan aan mijn eigen ambitie.

Zoals gemeld is in meerdere brieven ligt de oorsprong hiervan in het informatiebeheer bij CAF-Toeslagen dat onvoldoende op orde is. Ik heb door middel van het inschakelen van de EDP-auditors en later mijn eigen diepgravende exercitie getracht om stukken die inzicht geven in CAF 11 in den brede of voor de individuele beroepszaken alsnog boven water te krijgen. Ik heb deze op verschillende momenten aan uw Kamer verstrekt. Dit alles is ook behulpzaam voor de adviescommissie uitvoering toeslagen.

5.

Kunt u de evaluatiestukken van alle CAF-zaken aan de Kamer doen toekomen?

6.

Zijn er tot nu toe indicaties dat de Belastingdienst in andere CAF-zaken tegen de wet gehandeld heeft, bijvoorbeeld door het recht op toeslagen stop te zetten?

Tijdens het debat van 21 maart jl. heb ik aan uw Kamer een onderzoek toegezegd naar het handelen van Belastingdienst/Toeslagen (hierna: Toeslagen) in andere CAF-zaken door de Auditdienst Rijk (ADR). Op dit moment heb ik geen concrete aanwijzingen dat die handelwijze in andere CAF-zaken vergelijkbare gevolgen heeft gehad. Naar verwachting komt de ADR eind 2019 met de bevindingen.

7.

Hoe kijkt u terug op het feit dat u vorig jaar wel sorry zei tegen de ouders, maar dat de Belastingdienst gewoon doorging met het opleggen van dwangbevelen?

De ouders in de CAF 11-zaak hebben mijn excuses gekregen onder meer vanwege het stopzetten, in plaats van opschorten, van lopende voorschotten in 2014, de gebrekkige communicatie en de lange duur van bezwaar- en beroepsprocedures. Dit was voor mij reden om de verbetermaatregelen op 11 oktober jl. aan te kondigen. Met name grenzen van het wettelijke kader maakten dat niet bij alle ouders recht op toeslag kon worden vastgesteld, ook al waren zij mogelijk slachtoffer van onzorgvuldig handelen. Het terugvorderen van voorschotten en het zo nodig invorderen daarvan was juridisch bezien daarom niet zonder reden. Inmiddels heb ik de overtuiging dat de betreffende ouders door het optreden van de overheid te kort zijn gedaan en daardoor mogelijk in problemen zijn geraakt. Ik heb dit ook in mijn brief van 11 juni jl. aangegeven. Ik ben vastberaden om dit zo snel mogelijk recht te zetten en heb de adviescommissie uitvoering toeslagen gevraagd mij daarbij te helpen. Hierbij past het om de invordering van de betreffende terugvorderingen kinderopvangtoeslag op te schorten in afwachting van de adviezen van de adviescommissie uitvoering toeslagen. Eenzelfde toezegging wil ik doen voor de andere belasting- en toeslagschulden van deze ouders, zie hiervoor mijn antwoord op vraag 58.

8.

Hoeveel documenten zijn er exact, die horen bij de CAF-11-zaak?

Welke van deze documenten heeft de Kamer nu wel en niet gekregen?

Het kan niet exact aangegeven worden hoeveel documenten betrekking hebben op CAF 11, wel dat het er veel zijn. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld in de Kamerbrief van 11 oktober jl. was de structuur en sturing betreffende de interne en externe communicatie onvoldoende op orde. Dit maakt dat stukken op verschillende momenten naar voren komen. Zo heb ik in de brief van 11 juni jl. aangegeven dat ik mede in voorbereiding op de adviescommissie uitvoering toeslagen de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: Toeslagen) gevraagd heb dieper onderzoek te doen naar het stopzetten van de kinderopvangtoeslag van een groep ouders waarbij in de gang van zaken veel niet goed is gegaan. Uit dit diepere onderzoek komen aanvullende documenten naar boven. Zo is er naast de GGD-documenten uit 2011 ook een GGD-signaal uit 2013 (zie aanbiedingsbrief) dat als relevant kwalificeert.

Zoals beschreven in de Kamerbrief van 21 juni jl. hebben de EDP-auditors in het najaar van 2018 geïnventariseerd welke documenten, digitaal vastgelegd binnen Toeslagen, betrekking hebben op CAF 11. De EDP-auditors hebben een inventarisatie gemaakt van de locaties waar deze digitaal vastgelegde documenten zich zouden kunnen bevinden. Vervolgens hebben zij de locaties waarbij de kans het grootst geacht werd dat nieuwe documenten naar voren zouden kunnen komen aan de hand van trefwoorden doorzocht, zoals de Q-schijven. Daarbij constateerden zij dat de verschillende zoekacties die zij ondernamen telkens tot vrijwel dezelfde resultaten leidden en dat daarmee het onderzoek voldoende compleet was. Binnen de beschikbare onderzoeksperiode (zie ook mijn brief van 21 juni jl.) leek het doorzoeken van de «FIOD-CAF» schijf niet tot nieuwe inzichten te leiden. Wel hebben zij aangegeven het belangrijk te vinden om te benadrukken dat de toegang tot de schijf bij de FIOD hen niet is geweigerd. Omdat ik richting uw Kamer geen onduidelijkheid wil laten bestaan over de inhoud van deze schijf heb ik in de aanbiedingsbrief bij deze beantwoording toegelicht waarom voor de volledigheid is besloten om de gezamenlijke «FIOD-CAF» schijf te doorzoeken.

De EDP-auditors hebben ook aangegeven dat zij in hun verslag van 2 oktober zelf een voorstel hebben gedaan voor het vervolg van de werkzaamheden die naar hun mening binnen redelijke tijd door henzelf was uit te voeren. Hun voorstel bestond uit twee varianten. In overleg met het Ministerie van Financiën is de meest uitgebreide variant gekozen. Er was daarbij volgens de auditors geen sprake van beperking of belemmering. Vervolgens is door medewerkers van de concerndirectie Fiscale Juridische Zaken en de corporate dienst Vaktechniek beoordeeld welke documenten in lopende procedures voor vraagouders relevant zijn. Deze documenten zijn vervolgens voorgelegd aan de Landsadvocaat.

De documenten die relevant zijn voor de Kamer, namelijk documenten die inzicht geven in CAF 11 in den brede, in 2018 in vier zendingen aan uw Kamer verstrekt; zes stukken op 30 augustus en twee stukken op 4 september. Naar aanleiding van het onderzoek door de EDP-auditors zijn er nog twee stukken op 11 oktober en zes stukken op 20 november aan uw Kamer verstrekt. Op 24 april 2019 zijn deze stukken nogmaals in het kader van een WOB-verzoek openbaar gemaakt. Tevens zijn op 11 juni jl. de GGD-rapporten en de e-mails van de GGD uit 2011 verstrekt. Op 13 juni jl. zijn de verslagen van de EDP-auditors aan de Kamer gestuurd.

9.

Hoeveel CAF-zaken zijn er nu precies?

Zoals eerder aan uw Kamer is gemeld, waren in de periode 2013 – 2016, 80 CAF-zaken met betrekking tot Toeslagen. Over de periode 2013 tot heden zijn er in totaal circa 170 toeslaggerelateerde CAF-zaken.

10.

In welke fase bevinden de verschillende CAF-onderzoeken zich? Welke zijn lopend, afgeblazen, afgerond?

Van de circa 170 CAF-zaken zijn er momenteel circa twintig in de onderzoeksfase bij Toeslagen. De onderzoeksfase is bij ruim 140 toeslaggerelateerde CAF-zaken afgerond. Circa tien toeslaggerelateerde CAF-onderzoeken zijn voortijdig gestopt.

11.

Welke directe of indirecte bemoeienis hebben voormalig Minister Donner en voormalig Staatssecretaris Klijnsma gehad met de toeslagensystematiek?

12.

Zijn er momenten dat voormalig Minister Donner en voormalig Staatssecretaris Klijnsma direct in aanraking zijn geweest met de Dienst Toeslagen, de totstandkoming van de wetgeving hieromtrent of de gevolgen van de uitvoering?

De heer Donner en mevrouw Klijnsma hebben geen directe verantwoordelijkheid of betrokkenheid gehad bij de uitvoering van de toeslagen.

Van 22 februari 2007 tot en met 14 oktober 2010 was de heer Donner Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het dossier kinderopvang was op dat moment onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van 14 oktober 2010 tot en met 16 december 2011 was hij Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, hij toen onder andere verantwoordelijk voor beleid op het terrein van de huurtoeslag. Het dossier kinderopvang was op dat moment onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Van februari 2012 tot en met 31 oktober 2018 was hij vicepresident van de Raad van State. De vicepresident is ingevolge de wet op de Raad van State niet betrokken bij de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak. In deze periode heeft de Afdeling Advisering van de Raad van State geadviseerd over wetgeving rondom de toeslagen. Dit betreft onder andere de jaarlijkse besluiten ter indexatie van de maximum uurprijzen en inkomensgrenzen.

Mevrouw Klijnsma was van 18 december 2008 tot en met 23 februari 2010 en van 5 november 2012 tot oktober 2017 Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In de eerste periode (2008 tot 2010) was het dossier kinderopvang onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In de tweede periode was het dossier kinderopvang teruggegaan naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het zat in deze periode in de portefeuille van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en niet in de portefeuille van de Staatssecretaris. Daartussen was zij lid van de Tweede Kamer. In deze periode is zij geen woordvoerder geweest over kinderopvang of de Belastingdienst. Momenteel is zij commissaris van de Koning in Drenthe.

13.

Is er in het wetstraject rond de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een moment geweest waar op het ministerie, of door de Raad van State, is opgemerkt dat deze wet wel erg rigide was richting degene die de toeslagen nodig hebben?

Er zijn bij de totstandkoming van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) in 2004/2005 geen opmerkingen gemaakt van deze strekking. Wel heeft de Raad van State destijds in het advies bij de Awir (en de Aanpassingswet Awir) in algemene zin gewezen op het belang van een hardheidsclausule voor schrijnende gevallen. Daarbij heeft de Raad aangegeven dat het meer voor de hand zou liggen om een dergelijke bepaling in de beleidssfeer te regelen, bijvoorbeeld in de Wet op de zorgtoeslag en de Wet kinderopvang.

14.

Wist de opsteller, of kon de opsteller van de nota weten, dat het in de CAF-11-zaak ging om verouderde informatie uit 2011? Kunt u hierbij toelichten waarom in voornoemd document een datum uit oktober 2012 zichtbaar is, terwijl het zou gaan om een document van oktober 2013? Er is sprake van versie 0.9; welke overige versies bestaan er van dit document?

Bij deze beantwoording wordt ervan uitgegaan dat met «de nota» de casusbeschrijving Hawaii wordt bedoeld. In deze casusbeschrijving is geciteerd uit een e-mailbericht van de GGD Haaglanden uit 2013. De signalen uit 2011 zijn benoemd als signalen uit 2013. Het jaartal 2012 blijkt een typefout te zijn, uit de eigenschappen van het document blijkt dat het is aangemaakt in oktober 2013. Voorafgaand aan de 0.9 versie zijn er interne versies (versies 0.1 en 0.2) geweest.

15.

Op welke datum, in welk tijdvak, is/zijn de eerste queries in CAF-11 gemaakt waarbij bijzondere persoonsgegevens – waaronder tweede nationaliteit – werden meegenomen? Is er in CAF-11 eerst een query gedraaid (met verwerking van tweede nationaliteit), en is daarna een analyse gemaakt?

In de Kamerbrief van 11 juni jl. is beschreven hoe de CAF 11-zaak is opgestart en welke stappen daarin zijn doorlopen.

16.

Wilt u daarnaast de bevindingen en onderliggende documenten van deze auditors verstrekken, die ten grondslag lagen aan uw brief van 11 oktober 2018? Welke documenten waren op dat moment reeds geïdentificeerd?

In de Kamerbrief van 11 oktober 2018 is aangegeven dat de aanleiding voor het onderzoek van de EDP-auditors een beroepszaak van 10 september 2018 was. Daar bleek dat niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken in de beroepsdossiers van de belanghebbende waren gevoegd. Daarnaast was het doel om vast te stellen of uw Kamer alle relevante stukken had ontvangen. Hieruit zijn twee aanvullende stukken op 11 oktober 2018 vertrouwelijk met uw Kamer gedeeld en zes stukken op 20 november 2018. Op 13 juni 2019 zijn de bevindingen van de EDP-auditors verstrekt.

17.

Zijn voornoemde twee e-mails aangetroffen in het onderzoek van de auditors? Is het ongedateerde rapport «Bevindingen inzake GOB Dadim» uit 2011 aangetroffen? Wanneer? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is de Kamer daar toen niet over geïnformeerd?

De EDP-auditors hebben ook de signalen van de GGD uit 2011 aangetroffen, deze stonden op de doorzochte Q-schijven van Toeslagen. Er is niet geconstateerd dat in het contact met de Kamer de signalen als zijnde afkomstig uit 2013 zijn beschreven en dat dit herzien moest worden. Dat heb ik bij brief van 11 juni alsnog gedaan. Zoals in de aanbiedingsbrief aangegeven, is er ook sprake van een GGD-signaal uit 2013.

18.

Bestaan er nog documenten die de EDP-auditors hebben aangetroffen waarover u de Kamer (nog) niet hebt geïnformeerd? Zo ja, welke?

Zie voor de beantwoording van deze vraag het antwoord op vraag 8.

19.

Kunt u de Kamer een afschrift doen toekomen van de Conclusie van Antwoord van 13 juni 2018, die door de Landsadvocaat is ingebracht in de civiele procedure van het gastouderbureau?

Nee, er is sprake van een lopende civiele procedure, de uitspraak in eerste aanleg van de rechtbank is inmiddels gepubliceerd op rechtspraak.nl. In beginsel wordt niet ingegaan op individuele procedures, ook worden bij gevoerde procedures afschriften van processtukken niet verstrekt.

20.

Over welke informatie beschikte de Landsadvocaat bij het opstellen van de Conclusie van Antwoord? Wist de Landsadvocaat op dat moment dat in deze zaak verouderde informatie uit 2011 is gebruikt om een onderzoek in 2013 te rechtvaardigen? Waarom is deze relevante informatie aan de rechter onthouden? Welke acties heeft u ondernomen om te bewerkstelligen dat in het thans lopende hoger beroep alsnog alle juiste informatie beschikbaar komt?

Zoals ook in vraag 19 is aangegeven wordt niet ingegaan op individuele civiele procedures. De partij die de procedure aanspant bepaalt het rechtsgeschil. Toeslagen heeft de Landsadvocaat in civiele procedures voorzien van de relevante informatie. De Landsadvocaat beschikte niet over de stukken bedoeld bij vraag 22 hieronder, maar wel over de openbare GGD-inspectierapporten.

21.

Beschikte de Landsadvocaat in juni 2018 over alle onderliggende documenten die deel uitmaakten van de Wet openbaarheid bestuur (Wob)-procedure over CAF Hawaii, waaronder het rapport van Belastingdienst Eindhoven van mei 2016, dat door u pas op 30 november 2018 aan de Kamer is gestuurd?

De Landsadvocaat beschikte ten tijde van het opstellen van de conclusie van antwoord die op 12 juni 2018 is ingediend over de relevante informatie, waaronder de documenten zoals vermeld in de inventarislijst van het Wob-besluit van 12 juni 2018 en het rapport van de Belastingdienst Eindhoven van mei 2016.

22.

Beschikte de Landsadvocaat in juni 2018 over de twee eerder genoemde e-mails van de GGD, en het ongedateerde rapport «Bevindingen inzake GOB Dadim» uit 2011?

Nee.

23.

Klopt het dat u in het persgesprek van 11 juni heeft gezegd dat gemaakte fouten u pas duidelijk werden nadat «ik zelf de stukken ging bestuderen»? Wanneer was dat? Waarom heeft u de stukken niet eerder bestudeerd? Was deze informatie u niet eerder verstrekt door de Belastingdienst?

Mede in voorbereiding op de adviescommissie uitvoering toeslagen heb ik Toeslagen gevraagd dieper onderzoek te doen naar het stopzetten van de kinderopvangtoeslag van een groep ouders waarbij in de gang van zaken veel niet goed is gegaan. Uit dit diepere onderzoek is informatie naar voren gekomen, zoals ik ook heb vermeld in de aanbiedingsbrief.

24.

Wilt u de Kamer een afschrift doen toekomen van de veertien documenten zoals door u benoemd in de brief van 30 november 2018, de documenten waarover de Landsadvocaat oordeelde dat zij niet ingebracht hoefden te worden in lopende procedures? Zo nee, waarom niet?

Aan de Landsadvocaat is een aantal door de EDP-auditors gevonden stukken verstrekt die mogelijk relevant zouden kunnen zijn voor een lopende beroepsprocedure. Het gaat daarbij om stukken die steeds betrekking hebben op een specifieke procedure. Aan de Landsadvocaat is gevraagd om ook deze stukken tegen de achtergrond van de betreffende lopende procedure te beoordelen. Uw Kamer is geen partij in de lopende procedures en de stukken geven geen extra inzicht in de gang van zaken «in den brede» binnen het CAF 11-project. Om die reden doe ik uw Kamer de afschriften van de aan de Landsadvocaat verstrekte stukken niet toekomen.

25.

Klopt het dat het bij de documenten die volgens de Landsadvocaat niet ingebracht hoefden te worden in lopende procedures, gaat om rapporten van de zogeheten actualiteitsbezoeken bij (gast)ouders in november 2013?

Bij de aan de Landsadvocaat verstrekte stukken zaten geen rapporten van bezoeken aan de (gast)ouders in november 2013.

26.

Welk bewijs van fraude of misbruik is vastgesteld bij een van die gastouders, waarbij actualiteitsbezoeken zijn afgelegd in november 2013? Wilt u per casus toelichten welke fraude is vastgesteld, en tot welke sancties dat heeft geleid? Wilt u daarnaast toelichten waarom eerst sprake is van onderzoek naar twintig ouders, dan zestien en daarna veertien?

Er is naar aanleiding van de actualiteitsbezoeken geen bewijs van fraude of misbruik vastgesteld bij een van de zestien bezochte gastouders. Deze bezoeken waren gericht op het verzamelen van actuele informatie over de kinderopvang bij deze gastouders. Bij deze bezoeken werd geconstateerd dat een deel van de kinderen niet aanwezig was en dat bij sommige gastouders de administratie niet op orde was. Daarop is vervolgonderzoek bij het gastouderbureau ingesteld en zijn urenstaten van de betreffende gastouders opgevraagd. Ook deze urenstaten gaven aanleiding tot onderzoek over het recht op kinderopvangtoeslag van de vraagouders die bij deze gastouders zijn aangesloten.

Het onderzoek bij de vraagouders is vervolgens via de reguliere toezichtbehandeling opgepakt. De geconstateerde tekortkomingen waren dusdanig dat geconcludeerd is dat geen sprake was van fraude bij de gastouders en het gastouderbureau.

In de brief van 11 september 2018 aan uw Kamer is aangegeven dat er tot april 2014 twintig vraagouders zijn beoordeeld waarbij gastouderopvang door bemiddeling van het betrokken gastouderbureau plaatsvond. Deze twintig vraagouders zijn toe te delen aan zestien gastouders. Het aantal van veertien, ziet op gastouderbureaus voortkomend uit het onderzoek naar toezicht in de gastouderopvang in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit aantal heeft geen betrekking op CAF 11. Zie de antwoorden op vragen 28 en 29 voor een nadere toelichting hierover.

27.

Hoe is de selectie tot stand gekomen van de twintig ouders, waarnaar onderzoek is gedaan? Is, voordat werd besloten op welke adressen actualiteitsbezoeken zouden plaats vinden, de (tweede) nationaliteit van ouders in beeld gebracht of verwerkt? Wilt u per casus aangeven of er een relatie is met (tweede) nationaliteit?

Naar aanleiding van de analyse aan de hand van de uitgevraagde standaard query met gegevens over de vraagouders, is een selectie gemaakt van zestien gastouders. De selectie van de zestien gastouders, die de opvang voor twintig vraagouders voor hun rekening namen, is tot stand gekomen op basis van een analyse van ouder-kind relaties en hoge opvanguren. Daarbij is rekening gehouden met een landelijke verspreiding, in vier regio’s zijn ieder vier gastouders geselecteerd.

Volledigheidshalve verwijs ik voor een nadere toelichting omtrent de relatie met (tweede) nationaliteit naar de Kamerbrief van 11 juni jl.

28.

Herinnert u zich het antwoord op een verzoek van de Kamer van 21 april 2015 over fraude met kinderopvangtoeslag? Kunt u toelichten hoe en op grond waarvan in 2014 87 van de 700 gastouderbureaus zijn onderworpen aan extra toezicht? Welke selectie vond plaats en op grond van welke informatie?

29.

Kunt u toelichten hoe en op grond waarvan vervolgens door de Belastingdienst 75 gastouderbureaus «risicogericht» zijn geselecteerd? Is bij die selectie (tweede) nationaliteit gebruikt of verwerkt? In hoeveel van die 75 gevallen was sprake van ouders met een tweede of andere nationaliteit?

Uw Kamer verwijst naar de Kamerbrief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 21 april 2015. De passage over het toezicht van Toeslagen heeft betrekking op een onderzoek naar het toezicht en kwaliteit in de gastouderopvang in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Een overzicht van alle resultaten is beschreven in de rapportage «Toezicht versterken door samenwerken» uit 2016. Voor de selectie van de 87 bureaus is gebruik gemaakt van de risicoprofielen van de GGD-en en is er een risicoselectie gemaakt door de Antifraudebox van de Belastingdienst.

De Antifraudebox is per 1 maart 2011 opgericht in de strijd tegen systeemfraude. De doelstelling was om fraude te voorkomen, de daders aan te pakken en de slachtoffers te helpen. Binnen de Antifraudebox werd samengewerkt vanuit verschillende expertises zoals BTW-fraude, IH-fraude (voorlopige teruggaven) en Toeslagen omdat fraudeurs zich veelal niet beperken tot één vorm van systeemfraude maar zich richten op allerlei mogelijkheden om de Belastingdienst geld uit te laten betalen. Selectiecriteria van de Antifraudebox waren onder andere omzetgegevens, loonbelastinggegevens en invorderingsgegevens. Nationaliteit is geen selectiecriterium in de Antifraudebox van de Belastingdienst. Door de GGD GHOR Nederland, Belastingdienst, VNG en individuele GGD-en zijn in de periode 2014 – 2016 uiteindelijk 77 gastouderbureaus bezocht. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek bij deze 77 gastouderbureaus, heeft Toeslagen bij veertien bureaus nader onderzoek gedaan. Ook gemeenten zijn aanvullende toezichttrajecten gestart.

30.

Was het gastouderbureau uit Eindhoven een van die 75 bureaus, en onderdeel van de in voornoemde brief benoemde twaalf CAF-zaken?

Nee, het gastouderbureau maakte geen onderdeel uit van de 77 bureaus in het onderzoek.

31.

Onder welk van de vijf in de brief van 21 april 2015 aangeduide categorieën viel het gastouderbureau uit Eindhoven (1. Niets aan de hand, geen fraude, 2. Onjuistheden, geen fraude, 3. Verkeerde intentie, verder onderzoek naar fraude, 4. Fraude met kinderopvangtoeslag, 5. Fiscale fraude)? Op grond van welke onderliggende informatie en documenten werd dit oordeel in april 2015 over het gastouderbureau in Eindhoven vastgesteld? Hoe verhoudt dit zich tot het overdrachtsdocument Casus Hawaii van 3 april 2014, het draaiboek van 10 april 2014, de analyse Casus Hawaii van 1 juni 2014 en de gespreksaantekeningen en de interne notitie met bevindingen uit mei 2014?

Zoals bij het antwoord op vraag 30 is aangegeven, maakte het gastouderbureau geen onderdeel uit van de selectie van 77 gastouderbureaus.

32.

Welke «onderhandenwerkversies» van de evaluatie CAF Hawaii zijn aangetroffen? Van welke datum zijn zij? Lagen de cijfers van «voorjaar 2015» (zoals vermeld op pagina 2) van deze evaluatie ten grondslag aan de beantwoording van de Kamervragen van april 2015? Wanneer is de evaluatie voor het eerst gemaakt?

Het evaluatierapport van CAF 11 (Hawaii) dateert van 24 februari 2016. Zoals gebruikelijk kunnen er natuurlijk wel onderhandenwerkversies zijn van dit rapport. Het is niet helder naar welke Kamerbeantwoording de vragenstellers in dit kader verwijzen.

33.

Kunt u aangeven wanneer het niet-gedateerde document «Interne notitie met bevindingen» is opgesteld?

Dit document is aangemaakt op de dag van het bezoek aan het gastouderbureau en de volgende dag afgemaakt. Volgens de eigenschappen van het document dateert het document van 21 mei 2014.

34.

Kunt u toelichten hoe het kan dat de Belastingdienst in een procedure bij de Raad van State in 2017 heeft geciteerd uit deze interne notitie met bevindingen, ter onderbouwing van beschuldigingen jegens een vraagouder? Waarom is deze notitie zelf niet ingebracht in de procedure?

Voor zover nu nog kan worden nagegaan heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een specifieke – inmiddels afgeronde – procedure tijdens de mondelinge behandeling vragen gesteld aan Toeslagen. In antwoord daarop heeft Toeslagen geput uit een intern stuk met bevindingen. Omdat uit het interne stuk werd geciteerd had het in de rede gelegen dit stuk in de procedure over te leggen. De rechter, die toeziet op het overleggen van op de zaak betrekking hebbende stukken, heeft niet verzocht om het stuk te overleggen en ook (de gemachtigde van) belanghebbende lijkt dit niet te hebben gedaan. Er is al eerder geconstateerd dat de beroepsdossiers van Toeslagen niet altijd volledig waren. Daarom heb ik ook in de nog lopende CAF 11 beroepsprocedures de Landsadvocaat ingeschakeld.

35.

Aan wie waren de twee GGD Rijnmond-e-mails uit april 2011 gericht en wat heeft de Belastingdienst daar op dat moment mee gedaan? Wat is hierop geantwoord? Bestaan hier nadere documenten over?

Deze e-mails waren gericht aan een medewerker van Belastingdienst MKB, die buitentoezicht uitvoerde voor Toeslagen en aldaar contactpersoon was voor de GGD. Deze medewerker heeft de e-mails doorgestuurd aan Toeslagen. Toeslagen heeft er op dat moment geen gevolg aan gegeven. Bij de start van het CAF-team in 2013 zijn deze signalen samen met het signaal van 26 september 2013 opgepakt als start voor de CAF 11-zaak.

36.

Welke vijf documenten uit 2011 zijn aangetroffen in het EDP-onderzoek die betrekking hebben op het gastouderbureau uit Eindhoven?

Bij mij zijn drie documenten bekend. Er zijn twee e-mails en de bevindingen van GGD Rijnmond uit 2011 aangetroffen bij de inventarisatie door de EDP-auditors.

37.

Wat is de bron van het citaat van de inspecteur Haaglanden, zoals genoemd in de Casusbeschrijving Hawaii van 7 oktober 2013? Klopt het dat de GGD Haaglanden u heeft laten weten dat een dergelijk citaat in het dossier niet is aangetroffen? Klopt het dat in 2013 door GGD Haaglanden geen vermoedens van misbruik of misbruik aan de Belastingdienst zijn gemeld inzake het gastouderbureau uit Eindhoven?

Het citaat is niet vermeld in het betreffende inspectierapport. Naar nu blijkt is dit citaat afkomstig uit een e-mailbericht van 26 september 2013 van GGD Haaglanden (destijds de GGD Den Haag) aan de Belastingdienst. Deze e-mail is als bijlage bij deze beantwoording aan uw Kamer verstrekt. Deze e-mail betrof een signaal, omtrent de urenverantwoording, bij een gastouder die bij het betrokken gastouderbureau aangesloten was.

Er is regelmatig contact met de Belastingdienst naar aanleiding van zorgen, met een nadrukkelijke piek aan mogelijke fraudezaken tussen 2011–2013. De inspectiebezoeken aan de bij het betrokken gastouderbureau aangesloten gastouders in Den Haag gaven voldoende aanleiding tot zorg bij toezichthouder GGD Haaglanden.

38.

Klopt het dat in de casusbeschrijving Haaglanden gaat om één gastouder die daarvoor werd bemiddeld door twee andere bureaus, die beiden in 2012 werden uitgeschreven uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)?

De GGD Haaglanden heeft aangegeven dat in die regio 38 gastouders aangesloten zijn geweest bij het betrokken gastouderbureau. Hiervan zijn er 33 uitgeschreven in de periode 2012 tot en met 2015. De laatste bij het gastouderbureau aangesloten gastouder in Den Haag is uitgeschreven in januari 2018. De gastouder uit de vraagstelling is medio 2014 uitgeschreven uit het LRK. Deze gastouder was aangesloten bij drie gastouderbureaus. De GGD Haaglanden had zorgen over het kwaliteitsniveau van twee van deze drie gastouderbureaus (en hun gastouders). Het gastouderbureau waar geen zorgen over bestonden heeft overigens slechts korte tijd geregistreerd gestaan en is verkocht aan een andere partij.

39.

Bent u op de hoogte van de GGD-rapporten over deze gastouder? Klopt het dat, ondanks voorstellen tot handhaving van de GGD inzake deze gastouder de gemeente niet heeft gehandhaafd? Klopt het dat het gastouderbureau uit Eindhoven deze gastouder te goeder trouw heeft laten uitschrijven uit het LRK?

De GGD Haaglanden heeft gemeld dat de gemeente Den Haag op alle inspectierapporten heeft gehandhaafd, dus ook op die van de gastouders van het betrokken gastouderbureau.

Het uitschrijven van een gastouder is altijd de verantwoordelijkheid van het gastouderbureau zelf. Indien een gastouderbureau een gastouder niet uitschrijft terwijl dat wel zou moeten, dan kan de gemeente handhavend optreden en mogelijk ook een boete opleggen wegens het niet onverwijld doorgeven van een wijziging, zoals een uitschrijving. De betreffende gastouder is in augustus 2014 uitgeschreven uit het LRK.

40.

Kunt u in een tijdlijn precies reconstrueren hoe, en op grond van welke aanleiding, onjuiste en verouderde informatie uit 2011 tweeëneenhalf jaar later alsnog is gebruikt om het onderzoek CAF-11 te starten, en wie daartoe opdracht gaf?

41.

Wilt u daarbij toelichten op grond van welke informatie en analyse het gastouderbureau werd aangemerkt als mogelijke facilitator? Welke concrete onderzoekshandelingen in oktober 2013 lagen ten grondslag aan het opstellen van de casusbeschrijving Hawaii?

In mijn Kamerbrief van 11 juni jl. wordt deze toelichting gegeven onder onderdeel A. «de context rondom fraudebestrijding in 2013 en de onderzoeksfase in CAF 11». Aanvullende daarop heeft het signaal van de GGD Haaglanden van 26 september 2013 een impuls gegeven aan de start van CAF 11.

42.

Wilt u de Kamer hiervan een afschrift van de casusbeschrijving Hawaii doen toekomen? Wilt u tevens de bijlage meezenden, waarin de verschillen tussen versie 0.1, 0.2 en 0.9 worden beschreven? Waarom heeft u eerder geoordeeld dat het niet nodig was deze versies aan de Kamer te doen toekomen?

De casusbeschrijving is vertrouwelijk aan uw Kamer ter inzage gegeven. Verder wordt verwezen naar de beantwoording op vraag 1.

43.

Hebben de EDP-auditors de GGD-e-mails uit 2011 aangetroffen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft u de Kamer niet uit eigen beweging geïnformeerd dat sprake was van verouderde informatie?

44.

Kunt u toelichten hoe en wanneer uw ministerie de e-mails van de GGD aantrof?

45.

Is het ongedateerde rapport «Bevindingen inzake GOB Dadim» uit 2011 door de EDP-auditors aangetroffen? Wanneer? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is de Kamer daar toen niet over geïnformeerd?

Zie hiervoor de beantwoording op vraag 17.

46.

Weet u zeker dat u het originele ongedateerde document over gastouderbureau (GOB) Dadim aan de Kamer heeft verstrekt, of gaat het hier om een versie die Trouw en RTL Nieuws (online) publiceerden? Beschikte u daarvoor over dit document?

Toeslagen beschikte over het originele Word-document dat is opgesteld door de GGD. Dit document is aanwezig in het CAF 11 dossier. De aanmaakdatum in de eigenschappen van het document is april 2011. Het document is per e-mail verstuurd door GGD Rijnmond, datum 13 april 2011. Per abuis is de versie van Trouw en RTL Nieuws gedeeld, in plaats van de originele versie zoals in het CAF 11 dossier is opgenomen.

47.

Klopt het dat aanvankelijk door medewerkers van Toeslagen oppervlakkig is gezocht, zoals de EDP-auditors vaststellen? Hoe beoordeelt u dit?

Nee, dit klopt niet. De EDP-auditors hebben aangegeven dat hun eigen onderzoek tot vrijwel dezelfde resultaten geleid heeft als de eerdere zoekactie van de medewerkers van Toeslagen.

48.

Klopt het dat medewerkers die ook betrokken waren bij CAF-11 en de afhandeling ervan een rol speelden bij de selectie van documenten ten behoeve van het onderzoek van de EDP-auditors?

Inherent aan de werkwijze van EDP-auditors is dat zij toelichting krijgen van de organisatie waar het onderzoek plaatsvindt. Ook bij Toeslagen is zo’n toelichting gegeven aan de EDP-auditors over de beschikbare systemen en de inrichting daarvan. In dat kader heeft een medewerker van Toeslagen een lijst van mogelijke relevante mappen samengesteld.

De EDP-auditors hebben echter zelf hun eigen selectie gemaakt. De EDP-auditors hebben daarvoor de lijst van Toeslagen vergeleken met een scan die in de zomer van 2018 is gemaakt door de centrale netwerkbeheerder van de Belastingdienst. Die scan is uitgevoerd op alle bestanden van de gehele Belastingdienst. Daarna hebben de EDP-auditors de Q-schijven van Toeslagen (samenwerkingsgebieden) doorzocht aan de hand van trefwoorden.

49.

Heeft u kennisgenomen van de opmerkingen over «volledigheid» door de EDP-auditors? Hoe beoordeelt u de volgende passage: «Geconstateerd dat een samenwerkingsgebied met de naam «SG_TSL_UT_Beroepen-stukken CAF11» niet in de lijst is opgenomen. Alleen … en … hebben hier rechten. Kennelijk is dit een recent gemaakte nieuwe SG waarin … en … gegevens van de casus verzamelen. Beperking: Deze Q-schijf locatie hebben wij niet meegenomen in de scan.»?

De Q-schijf «Beroepstukken CAF 11» bleek een recent aangemaakt samenwerkingsgebied te zijn. Medewerkers van Toeslagen hebben stukken uit andere bestaande Q-schijven (samenwerkingsgebieden) naar deze map gekopieerd. Deze stukken staan dus ook op de andere Q-schijven en deze stukken zijn dus in het onderzoek van de EDP-auditors betrokken.

50.

Zijn alle documenten in dit «samenwerkingsgebied» wel opgenomen in de 262 documenten die Toeslagen op 26 september ter beschikking stelde? Zo nee, waarom niet? Aan wie werden die documenten ter beschikking gesteld?

Eind september 2018 heeft Toeslagen aan het ministerie 262 stukken gezonden die afkomstig zijn uit het samenwerkingsgebied Q:\VEPROW53\TSL_UT_Handhaving-Datawisseling\02. Intensief Toezicht – STEAM EN TWO\03. Dit betreft een Q-schijf (samenwerkingsgebied) van Toeslagen die vervolgens in het kader van het onderzoek van de EDP-auditors nogmaals doorzocht is, maar dan aan de hand van trefwoorden.

51.

Wilt u de Kamer een inventarislijst doen toekomen van deze 262 documenten?

52.

Wilt u de Kamer een inventarislijst doen toekomen van de (ongeveer) 480 documenten die op 10 oktober door de auditors zijn aangetroffen op de N-schijf van de coördinator van het CAF-11-project?

Zie hiervoor de beantwoording op de vragen 1 en 8.

53.

Kunt u toelichten wat bedoeld wordt met de mededeling over deze documenten:“De stukken die niet relevant werden geacht zijn niet apart bewaard.»? Betekent dit dat deze documenten zijn vernietigd?

Medewerkers van het ministerie hebben de bestanden van de Q-schijven van Toeslagen en van de N-schijf van de eerdergenoemde projectleider van het CAF beoordeeld op relevantie voor de Tweede Kamer of mogelijke relevantie voor een lopende beroepszaak. Zij hebben deze stukken daarna niet bewaard. Dit betekent niet dat de stukken vernietigd zijn; de bestanden die aan mijn ministerie gezonden zijn, zijn digitale kopieën. De stukken zijn nog wel aanwezig bij Toeslagen.

54.

Op welke datum is het «Proces van beoordeling onderzoek EDP-auditors» opgesteld?

Het stuk «proces van beoordeling onderzoek EDP-auditors» dateert van 6 november 2018.

55.

Wilt u de Kamer een afschrift doen toekomen van de inventarislijst van de 198 stukken die de EDP-auditors op 22 oktober stuurden?

Zie hiervoor de beantwoording op de vragen 1 en 8.

56.

Klopt het dat de EDP-auditors geen toegang hadden tot onderliggende documenten?

Nee, dit klopt niet. De EDP-auditors is de toegang tot de onderliggende documenten op de Q-schijven op geen enkel moment geweigerd.

57.

Wie heeft beoordeeld waarom het merendeel van de hiervoor genoemde documenten niet hoefde te worden vrijgegeven?

De door de EDP-auditors gevonden bestanden zijn door medewerkers van de concerndirectie Fiscale Juridische Zaken en de corporate dienst Vaktechniek beoordeeld. Stukken die betrekking hadden op een specifieke belanghebbende met een lopende beroepszaak zijn doorgezonden aan de Landsadvocaat om te beoordelen of deze moesten worden toegevoegd aan het beroepsdossier. Dit betrof veertien documenten. Daarnaast zijn er nog acht stukken ter vertrouwelijke inzage aan uw Kamer verstrekt. Bij de beoordeling van de eventueel aan uw Kamer te verstrekken stukken is bezien of deze relevant waren voor het inzicht in de CAF 11-zaak in den brede. Niet verstrekt zijn bijvoorbeeld een groot aantal door Toeslagen gemaakte Excel-bestanden met allerhande administratieve overzichten van onder meer de burgerservicenummers van de vraagouders, overzichten van tarieven, overzichten van betalingen en urenstaten. Zie hiervoor ook de beantwoording op vraag 8.

58.

Kunt u aangeven welke stappen u en de dienst op korte termijn gaat zetten in de afhandeling van de dossiers?

In mijn brief van 11 juni jl. geef ik aan welke maatregelen worden genomen om de situatie voor de betrokken ouders recht te zetten. Ik heb de adviescommissie uitvoering toeslagen gevraagd mij daarbij te helpen, en daarbij de gerechtvaardigde belangen van de toeslaggerechtigden voorop te stellen. Ook heb ik de adviescommissie gevraagd advies uit te brengen over de mogelijkheden voor Toeslagen om binnen de wettelijke kaders en de grenzen van de uitvoerbaarheid – waar nodig – maatwerk te bieden aan de betrokken ouders. Meer in het algemeen gaat de adviescommissie bezien hoe ouders anderszins tegemoet kunnen worden gekomen. Gelet op de maatschappelijke urgentie heb ik de adviescommissie gevraagd om zo snel mogelijk, rekening houdend met het zomerreces, met een deeladvies te komen over de vraag welke beleids- en beoordelingsruimte Toeslagen naar het oordeel van de adviescommissie heeft in de verdere afhandeling van de zogenoemde CAF 11- zaken en in aanverwante zaken. Het eindrapport van de adviescommissie wordt eind 2019 verwacht.

Om te voorkomen dat ouders in deze CAF 11 zaak (verder) in problemen kunnen komen, heb ik toegezegd om de invordering (inclusief verrekening met lopende toeslagen) van de betreffende terugvorderingen kinderopvangtoeslag op te schorten in afwachting van de adviezen van de adviescommissie uitvoering toeslagen. Over deze periode zal geen invorderingsrente in rekening worden gebracht.

Deze toezegging wil ik uitbreiden tot andere toeslag- en/of belastingschulden van de betreffende ouders. Ik wil namelijk voorkomen dat de ouders in de tussentijd, mogelijk als indirect gevolg van CAF 11, in financiële problemen komen door andere inningsmaatregelen van de Belastingdienst. Ook de invordering van andere openstaande belasting- en/of toeslagschulden zal ik dus opschorten tot het moment waarop voor de ouders duidelijk is wat de gevolgen voor hen zijn van het advies van de adviescommissie, zonder over deze periode invorderingsrente in rekening te brengen. Overigens heeft deze toezegging geen gevolgen voor de uiteindelijke verschuldigdheid van de toeslag- en belastingschuld. Het advies van de adviescommissie daarentegen heeft dat mogelijk wel, maar die gevolgen zullen dan beperkt zijn tot de verschuldigdheid van kinderopvangtoeslag.

59.

Waarom heeft het onderzoek plaatsgevonden op het signaal uit 2011 en wat is de rol van het onderzoek uit 2013 geweest?

In mijn Kamerbrief van 11 juni jl. wordt deze toelichting gegeven onder onderdeel A. «de context rondom fraudebestrijding in 2013 en de onderzoeksfase in CAF 11». Aanvullende daarop heeft de GGD Haaglanden in september 2013 een signaal gegeven.

60.

Welke alarmbellen zijn wanneer afgegaan bij het gebruik van rapport dat volgde op het signaal uit 2011?

De behandeling van CAF-zaken wordt gestart op basis van interne en/of externe signalen over vermoedens van georganiseerd misbruik. Deze signalen kunnen in het geval van de kinderopvangtoeslag bijvoorbeeld afkomstig zijn van de GGD en gemeenten of van constateringen door andere onderdelen van de Belastingdienst. Ook als er enige tijd is verstreken sinds het signaal werd afgegeven, vergelijkt het CAF-team het signaal met de actuele situatie.

61.

Is in de afhandeling van de zaken nu duidelijk voor alle betrokkenen welke informatie nodig is zodat de Belastingdienst aan de slag kan?

62.

Worden mensen actief geholpen in het aanleveren van de gevraagde informatie?

Na het advies van de adviescommissie uitvoering Toeslagen zal mogelijk een herbeoordeling van individuele zaken plaatsvinden. Bij de beoordeling wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de reeds aanwezige informatie. Ik realiseer mij dat deze gezinnen door het optreden van de overheid tekort zijn gedaan en dat zij mogelijk daardoor in problemen zijn geraakt. Ik ben vastberaden om dat zo snel mogelijk recht te zetten. Ik heb de adviescommissie uitvoering toeslagen gevraagd mij daarbij te helpen. In het geval daarbij nog aanvullende informatie nodig zou zijn, dan zullen de betreffende ouders hierbij zo goed mogelijk worden geholpen.

63.

Zijn de dossiers van de betrokkenen op orde?

Ik heb eerder bericht dat de structuur en sturing betreffende de interne en externe communicatie in CAF 11 onvoldoende op orde was. Er wordt momenteel gewerkt aan het zoveel mogelijk compleet maken van alle dossiers, mede op verzoek van de adviescommissie uitvoering Toeslagen.

64.

Wanneer zijn de tekortkomingen uit de rapporten uit 2013 en volgende opgelost?

65.

Wanneer zijn de tekortkomingen uit het rapport uit 2011 opgelost?

66.

Uit welke documenten blijkt dat de tekortkomingen uit rapport 2011 zijn opgelost?

Uit het inspectierapport van 20 september 2012 blijkt dat de tekortkomingen die op 31 mei 2011 waren geconstateerd zijn hersteld. Tijdens deze inspectie zijn wel twee nieuwe tekortkomingen geconstateerd. Uit het eerstvolgende inspectierapport (dd. 9 april 2013) blijkt dat ook deze tekortkomingen zijn hersteld en dat alle getoetste elementen voldoen aan de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. De hier aangehaalde inspectierapporten zijn openbaar en te raadplegen in het Landelijk Register Kinderopvang. De betreffende inspectierapporten zijn op 13 juni jl. ook aan uw Kamer verzonden. Overigens waren deze rapporten niet de basis voor het onderzoek.

67.

In de evaluatie CAF Hawaii wordt melding gemaakt van 317 betrokken BSN’s, waarvan bij 248 de toeslag is stopgezet. Hoe verklaart u het verschil tussen de 302 ouders en de 235 stopzettingen die u noemt in uw brief van 11 juni?

In de loop van de behandeling zijn de aantallen vraagouders en stopzettingen steeds beter in beeld gebracht. Uiteindelijk zijn 302 vraagouders in de populatie betrokken, waarvan 235 ouders in 2014 kinderopvangtoeslag hadden. De andere 67 ouders hadden op dat moment geen kinderopvangtoeslag, maar wel in de jaren 2012 en/of 2013. Zoals eerder is aangegeven is de adviescommissie uitvoering toeslagen gevraagd om alle individuele dossiers van vraagouders voor te bereiden voor een nadere beoordeling.

68.

Wilt u alsnog de vragen 17, 18, 19 en 20 van de commissie Financiën beantwoorden die zijn gesteld over de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 29 maart 2019 over zijn toezeggingen en op 11 juni 2019 zijn beantwoord? Meer precies: kunt u aangeven welke vraagouder aan welke gastouder en welk gastouderbureau waren gekoppeld, zodat duidelijk wordt hoe per bureau de bezwaar- en beroepsprocedures zij verlopen?

De onderzoekspopulatie bestaat uit 302 vraagouders. Daarvan was een groot deel aangesloten bij het betrokken gastouderbureau in 2012 en/of 2013 en/of 2014. Een andere groep bij dit gastouderbureau aangesloten vraagouders was eerder aangesloten bij een ander gastouderbureau. De overige ouders zijn niet overgegaan naar het betrokken gastouderbureau of hadden opvang op dezelfde locatie als het betrokken gastouderbureau. De bezwaar – en beroepsprocedures hebben betrekking op de vraagouders, niet op de gastouders of het gastouderbureau. Zoals eerder is aangegeven is de adviescommissie gevraagd om alle individuele dossiers van vraagouders voor te bereiden voor een nadere beoordeling.

69.

Op welke punten is de wetgeving te rigide? Kunt u daar al specifieker over zijn?

Ik wil niet vooruitlopen op de advisering van de adviescommissie uitvoering toeslagen. Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 11 juni jl. ga ik samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nader onderzoeken of in schrijnende situaties tot een meer proportionele benadering gekomen kan worden.

70.

Om hoeveel gevallen gaat het waar de dwanginvordering en verrekening van toeslagen nu opgeschort wordt? Wat betekent opschorten in dit geval? Voor bepaalde tijd? Tot na het advies van de adviescommissie?

Voor in totaal 154 openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2012, 2013 en 2014 is de invordering, inclusief verrekening, opgeschort. Het betreft 86 ouders. Dit zal zo blijven, totdat duidelijk is wat het advies van de adviescommissie voor elke betrokkene betekent en wat de gevolgen voor de nog te betalen terugvorderingen zijn. Ik realiseer mij dat deze gezinnen door het optreden van de overheid tekort zijn gedaan en dat zij mogelijk daardoor in problemen zijn geraakt. Ik ben vastberaden om dat zo snel mogelijk recht te zetten. Ik heb de adviescommissie uitvoering toeslagen gevraagd mij daarbij te helpen.

71.

Is voor de meer proportionele benadering van de jaarsystematiek van de kinderopvangtoeslag een wetswijziging nodig?

Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 11 juni jl. ga ik samen met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nader onderzoeken of tot een meer proportionele benadering gekomen kan worden.

72.

Wat is de relatie geweest tussen risicoprofielen en signalen van de GGD, de gemeente of de Belastingdienst bij de opsporing van fraude? Hoe werkt dat?

Bij het opsporen van mogelijke fraude werken GGD-en en Belastingdienst samen. De GGD hanteert een systeem van risicoprofielen (zoals is toegelicht in het hiervoor genoemde onderzoeksrapport). De Belastingdienst maakt gebruik van de Antifraudebox. Een nadere toelichting over het gebruik in de praktijk is opgenomen bij de beantwoording op vraag 29.

73.

Klopt het dat, hoewel er onregelmatigheden in de dossiers van de ouders werden aangetroffen, dit onvoldoende was voor een fraudezaak tegen het gastouderbureau? Waarom werd dan bij het reguliere toezicht vervolgens wel de hele populatie van vraagouders gecontroleerd? Hoe kwam dat besluit tot stand?

Er is inderdaad geen strafrechtelijke vervolging gestart tegen de houder van het gastouderbureau. Dit stond er echter niet aan in de weg om de juistheid van de individuele aanvragen te controleren. De bevindingen bij de bezoeken aan zestien gastouders en de beoordeling van acht dossiers van vraagouders bij het gastouderbureau zijn de aanleiding geweest om de hele populatie van vraagouders te controleren.

74.

Is er nu een beeld van de hele groep van 302, uitgesplitst naar jaren en bureaus, van het aantal ouders waarvan de toeslagen volstrekt ten onrechte zijn stopgezet? Klopt het dat bij veel gevallen, hoewel de wet ingewikkeld was en de uitvoering te streng, het toch zo is dat zij zich wel keurig aan de wet hebben gehouden?

Over de jaren 2012, 2013 en 2014 geldt dat in totaal circa 50% van de aanvragers recht heeft op kinderopvangtoeslag of deze in de bezwaar- of beroepsfase weer heeft gekregen ter grootte van minimaal 70% van hun oorspronkelijke toeslagaanvraag. Om te voorkomen dat ouders verder in problemen komen, is in afwachting van de adviezen van de adviescommissie uitvoering toeslagen, de (dwang)invordering en verrekening met lopende toeslagen in de (lopende en afgesloten) CAF 11-zaken reeds opgeschort.

75.

Op welke punten in het proces van de afgelopen jaren heeft het geschort aan de rechtsbescherming van mensen tegenover een overheid die te streng en onzorgvuldig is geweest?

In het proces sinds 2014 met de betrokken 302 ouders is het nodige fout gegaan. Toeslagen hadden niet stopgezet mogen worden, maar hadden moeten worden opgeschort. En ouders die aanvullende gegevens aanleverden die nog niet compleet waren, kregen geen duidelijke terugkoppeling over wat nog ontbrak. Tevens is er in veel gevallen aanzienlijke vertraging geweest in het behandelen van ingediende bezwaar- en beroepschriften en de klachtafhandelingen, en is er in het algemeen gebrekkig gecommuniceerd met de ouders.

Ook documentatieverstrekking in rechtszaken was in sommige gevallen onvoldoende. De adviescommissie uitvoering toeslagen zal in haar eindrapport naar aanleiding van de motie van het lid Omtzigt meenemen hoe het in algemene zin is gesteld met de praktische rechtsbescherming van de toeslaggerechtigden en welke verbeteringen wenselijk zijn. Daarnaast zal ik uitvoering geven aan de motie van het lid Leijten, waarin zij verzoekt bij een bezwaarprocedure altijd de menselijke maat te hanteren, en de dienstverlening naar de belastingplichtige niet te staken. In het najaar 2019 wordt uw Kamer nader geïnformeerd over het traject «Maatwerk in Dienstverlening» van de secretarissen-generaal, uitgevoerd door ABD Topconsult, waar ook Toeslagen aan deelneemt.

76.

Is er sprake geweest van etnisch profileren?

77.

Is er een aantal mensen als groep gecontroleerd en behandeld op basis van de risicoprofielen en signalen?

78.

Kunt u uitsluiten dat bij die besluitvorming nationaliteit een rol heeft gespeeld?

Zoals in mijn brief van 11 juni jl. aangegeven keur ik etnisch profileren ten strengste af. In deze brief is tevens toegelicht op welke manier nationaliteit aanwezig is in de systemen van Toeslagen. De Autoriteit Persoonsgegevens is een onderzoek gestart, gericht op de verweking van gegevens omtrent tweede nationaliteit in het systeem van Toeslagen en/of in het kader van de controle op de kinderopvangtoeslag. Ik wacht de uitkomsten van dat onderzoek met belangstelling af.

79.

Binnen hoeveel weken kunt u de 305 ouders concreet herbeoordelen en compenseren voor het leed?

Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 juni jl. heb ik de adviescommissie uitvoering toeslagen onder leiding van de heer Donner gevraagd mij te helpen en advies te geven over de mogelijkheden om binnen de wettelijke kaders en de grenzen van uitvoerbaarheid – waar nodig – maatwerk te bieden aan de betrokken 302 ouders.

80.

Wanneer is het bevindingenoverzicht door de Belastingdienst ontvangen?

Het bevindingenoverzicht van de GGD Rijnmond is in april 2011 door Toeslagen ontvangen.

81.

Is bij het nadere onderzoek bekeken voor welke gastouderbureaus de gastouders werkten?

Ja, dit is bekeken.

82.

Is bij het CAF-onderzoek in 2013 ook bekeken of de betreffende gastouders nog wel werkzaam waren voor de betrokken gastouderbureaus?

Ja. Er is een query gemaakt over het gastouderbureau en de aangesloten gastouders en vraagouders. In de onderzoeksfase is beoordeeld of de LRK-nummers van gastouders zijn aangesloten (een bemiddelingsrelatie hebben) op het LRK-nummer van het betrokken gastouderbureau in de periode 2012 t/m 2014.

83.

Hoe beoordeelt u het feit dat documenten uit 2011, twee e-mails met opgeloste signalen en een kort bevindingenoverzicht, gebruikt zijn om in 2014 bij meer dan 300 ouders de kinderopvangtoeslag stop te zetten? Is toen beoordeeld of die informatie nog wel actueel was?

De signalen van de GGD dateren uit 2011 en 2013. Op basis van deze signalen is de opvangsituatie bij zestien gastouders getoetst en heeft een onderzoek bij het gastouderbureau plaatsgevonden. De beoordelingen hebben geleid tot vragen over de rechtmatigheid van de toeslagaanvragen van de vraagouders. Vanaf medio juni 2014 zijn 302 vraagouders gevraagd om hun toeslagaanvraag met stukken te onderbouwen en zijn de lopende toeslagvoorschotten stopgezet.

84.

Sinds wanneer weet u dat de signalen, op basis waarvan gehandeld is, uit 2011 stammen en niet uit 2013 en 2014?

Zoals ook in het antwoord op vraag 8 is opgenomen, was de informatiehuishouding rondom het CAF 11-dossier niet op orde. In de afgelopen periode is mij gebleken dat twee signalen van de GGD niet uit 2013 afkomstig waren, maar uit 2011. Er is echter ook sprake geweest van een GGD-signaal uit 2013.

85.

Hoe lang heeft het CAF-onderzoek geduurd vanaf het nadere onderzoek naar aanleiding van het bevindingenoverzicht en de twee e-mails tot aan het overdragen naar het reguliere toezicht?

Het onderzoek is binnen Toeslagen eind september 2013 gestart en in juni 2014 is de behandeling van de vraagouders overgedragen aan het reguliere toezicht binnen Toeslagen.

86.

In hoeveel dossiers van vraagouders waren onregelmatigheden aangetroffen? Waarom zijn de dossiers van alle vraagouders overgedragen naar het reguliere toezicht en niet alleen die dossiers waar iets was aangetroffen?

In samenwerking met het Belastingdienstbrede CAF zijn bezoeken aan zestien gastouders afgelegd, waarbij informatie over de bij hen betrokken vraagouders is verzameld. Bij het bezoek aan het betrokken gastouderbureau zijn acht dossiers van vraagouders beoordeeld. Op basis van de daar aangetroffen informatie is besloten om bij alle vraagouders informatie op te vragen om de rechtmatigheid van hun toeslagaanvraag te toetsen. Zie ook de beantwoording op vraag 26.

87.

Met welke informatie is de zaak overgedragen naar de reguliere toezichtsbehandeling? Is er een opdracht meegegeven waarop gecontroleerd moest worden?

Binnen Toeslagen is aan de reguliere toezicht behandelaren opdracht gegeven om bij de 302 vraagouders de benodigde schriftelijke onderbouwing op te vragen en de lopende kinderopvangtoeslagen stop te zetten. Daarbij is aangegeven dat er sprake was van een vermoeden van misbruik en dat twijfel aanwezig was over het recht op kinderopvangtoeslag.

88.

Van welke data zijn de twee e-mails van de GGD aan de Belastingdienst, waaraan u refereert in uw brief en de beantwoording van Kamervragen?

Deze twee e-mails dateren van 6 april 2011.

89.

Aan wie waren de twee e-mails van de GGD gericht en wat heeft de Belastingdienst daar op dat moment mee gedaan? Bestaan hier nadere documenten over?

Zie hiervoor het antwoord op vraag 35.

90.

Hoeveel lopende CAF-11-zaken worden er met onmiddellijk opgeschort, op welk totaal?

Zie hiervoor het antwoord op vraag 70.