Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931066 nr. 487

31 066 Belastingdienst

Nr. 487 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2019

Op meerdere momenten heb ik met uw Kamer gesproken over het onvoldoende laten meewegen van het burgerperspectief in de afhandeling van de zaken van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF). Ik betreur het zeer dat het vertrouwen van de betrokken partijen is geschonden. Ik vind het belangrijk dat dit vertrouwen wordt hersteld.

Allereerst ga ik in gesprek met de betrokken ouders over de situatie. De directeur Toeslagen heeft reeds gesprekken gevoerd met de betrokkenen en mijn gesprek met de ouders zal begin juni plaatsvinden.

Instelling adviescommissie

Daarnaast is het belangrijk dat er een grondig en onafhankelijk onderzoek naar de uitvoering van toeslagen plaatsvindt. Ik heb daarom mr. J.P.H. Donner gevraagd om een adviescommissie te leiden naar de wijze waarop de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: Toeslagen) in het algemeen, en bij kinderopvangtoeslag in het bijzonder, in de praktijk beter rekening kan houden met de gerechtvaardigde belangen van de toeslaggerechtigden. Ook heb ik de commissie gevraagd advies uit te brengen over de mogelijkheden voor Toeslagen om hierbij binnen de wettelijke kaders en de grenzen van de uitvoerbaarheid – waar nodig – maatwerk te bieden. Naast mr. J.P.H. Donner nemen prof. mr. drs. W. den Ouden en drs. J. Klijnsma zitting in de commissie.

De adviesaanvraag aan de commissie valt uiteen in drie deelvragen:

  • 1. Welke beleids- en beoordelingsruimte heeft Toeslagen naar het oordeel van de adviescommissie in de verdere afhandeling van de zogenoemde CAF 11-zaken en in aanverwante zaken, mede in het licht van de uitspraak van de Raad van State (RvS) van 24 april 2019, en wat kan hierbij als een voor alle betrokkenen passende oplossing worden gezien? De adviescommissie wordt uitdrukkelijk gevraagd zowel de doorwerking naar de nog lopende zaken als naar de onherroepelijk vaststaande zaken te bezien.

  • 2. Wat is het oordeel van de adviescommissie in meer algemene zin over het handelen van Toeslagen in andere zaken waarin vermoedens van georganiseerde fraude aan de orde zijn? Is de positie van de toeslaggerechtigden hierbij voldoende gewaarborgd, welke beleids- en beoordelingsruimte heeft de Belastingdienst hier binnen de bestaande wettelijke kaders en welke conclusies kunnen hieruit voor de uitvoering van de toeslagen in de toekomst worden getrokken?

  • 3. Hoe is het volgens de adviescommissie in algemene zin met de praktische rechtsbescherming van de toeslaggerechtigden gesteld, en welke verbeteringen zijn hier wenselijk? Hierbij kan mede in de beschouwing worden betrokken dat het bij de toeslagen om kwetsbare groepen kan gaan waarvoor niet altijd voldoende duidelijk is wat van hen wordt verwacht. Bij het advies wordt ook betrokken de aanwezigheid van bijzondere categorieën persoonsgegevens – meer in het bijzonder [tweede] nationaliteit – bij Toeslagen.

Gelet op de maatschappelijke urgentie heb ik de adviescommissie gevraagd om zo snel mogelijk, rekening houdend met het zomerreces, met een deeladvies te komen over de hiervoor onder 1 genoemde vraag. Het eindrapport wordt eind 2019 verwacht.

Het advies van de commissie aangaande de praktische rechtsbescherming van toeslaggerechtigden geeft tevens deels invulling aan de motie van het lid Omtzigt1. Deze motie vraagt daarnaast ook om een dergelijk onderzoek uit te voeren binnen de gehele Belastingdienst, dus niet alleen binnen Toeslagen. Gezien de actualiteit en urgentie van de ontwikkelingen binnen de kinderopvangtoeslag en met name de CAF 11-zaken, en de gewenste snelheid waarmee een onafhankelijke commissie hierover advies kan uitbrengen, heb ik ervoor gekozen eerst dit onderzoek binnen Toeslagen te starten. De praktische rechtsbescherming binnen de gehele Belastingdienst en daarmee de verdere uitvoering van de motie zal daarna ter hand worden genomen.

Vervolg

Naast de in deze brief gemelde instelling en taakopdracht van de commissie krijgt uw Kamer op korte termijn aanvullende informatie in de vorm van een brief die ingaat op de relevante en actuele aspecten rondom de kinderopvangtoeslag, met name de zogenoemde CAF-zaken, en alle recente berichtgeving hieromtrent. Tevens krijgt uw Kamer op dezelfde korte termijn de antwoorden op de vragen van het lid Omtzigt n.a.v. de uitspraak van de RvS en de antwoorden op de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Financiën.

Over de instelling en taakopdracht van de commissie en de aanvullende informatie die ik op korte termijn aan uw Kamer stuur, ga ik desgewenst graag het gesprek aan met uw Kamer.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Kamerstuk 31 066, nr. 468.