Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831066 nr. 407

31 066 Belastingdienst

Nr. 407 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2018

Tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van 24 mei 2018 is gesproken over de mogelijkheid om de Investeringsagenda van de Belastingdienst aan te wijzen als groot project. Daarbij is mij verzocht om de commissie per brief te informeren over de voor- en nadelen van een groot project status.

Ik begrijp de wens van leden om vanuit een breed perspectief periodiek geïnformeerd te worden over de ontwikkeling van de Belastingdienst goed, in het bijzonder waar het gaat om de vernieuwingsopgave. De rapportages van het kabinet dienen ook als vanzelfsprekend op die informatiewens aan te sluiten. Vooropgesteld, de mogelijkheid om complexe projecten of wetgevingstrajecten aan te wijzen als «groot project» is voorbehouden aan uw Kamer. In deze brief geef ik u mijn overwegingen bij een dergelijke status. Ik ga graag met uw Kamer in gesprek tijdens het Algemeen Overleg (AO) van 13 juni aanstaande over de wijze waarop ik nader invulling kan geven aan de bij uw leden gevoelde informatiebehoefte en de wijze waarop de grootprojectstatus hieraan kan bijdragen. In dat overleg zou ik met uw Kamer willen verkennen welke mogelijkheden er zijn om in uw informatiebehoefte te voorzien.

Beheerst vernieuwen met een passende wijze van rapporteren

In mijn brief van 26 april jongstleden heb ik mijn aanpak van beheerst vernieuwen beschreven (Kamerstuk 31 066, nr. 403). Hierin schets ik hoe ik op een zorgvuldige en realistische wijze om wil gaan met de complexiteit, hardnekkigheid en omvang van de problemen waar de Belastingdienst mee kampt. Ik wil nogmaals benadrukken dat het gaat om een proces van lange adem. Naar mijn mening biedt een beheerste aanpak langs de lijnen sturing, personeel en ICT de meeste kans op een goed eindresultaat. Dit betekent dus een bredere aanpak per element (sturing, personeel, ICT) dan de Investeringsagenda alleen, omdat vernieuwing en de uitvoering van de taken samengaan. De (herijkte) Investeringsagenda als één integraal programma laat ik met mijn aanpak van beheerst vernieuwen dus los. Mijn brief «Beheerst vernieuwen» (Kamerstuk 31 066, nr. 403) zie ik als een opmaat voor het overleg met uw Kamer daarover.

Bij de aanpak beheerst vernieuwen hoort ook een ordentelijke wijze van rapporteren. Uw Kamer moet uiteraard kunnen rekenen op gepaste informatie om de ontwikkelingen bij de Belastingdienst systematisch te kunnen volgen. Die behoefte heb ik zelf ook. Hierin is in het verleden tekortgeschoten en dat betreur ik. In mijn brief heb ik aangegeven dat mijn voorgestelde aanpak consequenties heeft voor de wijze van rapporteren, waarbij ik beoogde aan te geven dat ik niet minder, maar juist gestructureerder en diepgaander wil rapporteren over de voortgang bij de Belastingdienst, waaronder de vernieuwingsopgave. Daartoe heb ik voorgesteld naast de reguliere begrotings- en verantwoordingsrapportages de beide halfjaarsrapportages uit te breiden met een specifiek Belastingdienst-plan en een Belastingdienst-jaarrapportage. Ik wil hiermee uw Kamer in staat stellen om een integraal beeld te vormen over de ontwikkeling van de Belastingdienst.

Tijdens het AO ga ik graag met uw Kamer in gesprek over de rapportagevorm die het beste past bij de informatiebehoefte van uw Kamer. Een grootprojectstatus kan de informatievoorziening versterken waarbij ik u graag een aantal overwegingen meegeef, dat zowel de afbakening van het grote project als het kwaliteitsborgende aspect betreft.

De Regeling Grote Projecten bepaalt dat een groot project een heldere afbakening heeft met systematische rapportage verplichtingen aan uw Kamer. Een groot project betreft doorgaans een niet routinematige, grootschalige en in de tijd begrensde activiteit. De Investeringsagenda betrof een vernieuwingsopgave met veel verschillende projecten die lastig af te bakenen zijn en nagenoeg alle aspecten van het werk van de Belastingdienst raken. De Investeringsagenda omvatte niet alleen projecten, maar ook voor een groot deel reguliere werkzaamheden waardoor een programmatische aansturing, eenduidige administratie en rapportage hierover moeizaam zal zijn. Dit kwam ook naar voren in het rapport «Tussenstand Investeringsagenda» van de Algemene Rekenkamer (bijlage bij Kamerstuk 31 066, nr. 381). Mocht uw Kamer kiezen voor een grootprojectstatus is het daarom belangrijk een afbakening te formuleren die werkbaar is en tegemoetkomt aan de informatiebehoefte van de Kamer.

Binnen de aanpak beheerst vernieuwen is specifiek ten aanzien van bijvoorbeeld de ICT deze afbakening beter te maken. Ik zou daarom met uw Kamer kunnen verkennen of de ICT, een van de drie pijlers uit de brief, in te passen is in de grootprojectstatus. De ICT van de Belastingdienst is essentieel om te kunnen veranderen en moderniseren. Veel van de zaken die recent onder uw aandacht zijn gebracht kennen een grote ICT-component. Denk hierbij aan de vertragingen rondom de toeslag in de motorrijtuigenbelasting voor oude, vervuilende diesels en de continuïteit van het ETM-systeem. De Belastingdienst worstelt met achterstallig technisch onderhoud dat beperkend kan zijn voor het realiseren van fiscaal inhoudelijke veranderingen en de gevraagde vernieuwing. In mijn brief heb ik toegelicht dat de Belastingdienst gebruik maakt van bijna 900 toepassingen (applicaties), waarvan 400 ontwikkeld door de centrale ICT-organisatie en 500 kleinere die decentraal zijn ontwikkeld. Het toepassen van de grootprojectstatus op de ICT kan helpen bij het verbeteren van de grip op ICT. Ik heb u in mijn brief «beheerst vernieuwen» (Kamerstuk 31 066, nr. 403) al aangegeven jaarlijks te zullen rapporteren over de voortgang ten aanzien van het verbeteren van de applicaties.

De Regeling Grote Projecten borgt de kwaliteit van informatieverstrekking door een toets van de Audit Dienst Rijk. Ik geef uw Kamer in overweging dat dit desgewenst ook kan worden toegepast binnen de door mij voorgestelde rapportagesystematiek alsmede de jaarlijkse voortgang in de applicatieverbetering. De jaarverantwoording wordt al getoetst door de Audit Dienst Rijk (en de Algemene Rekenkamer). De Audit Dienst Rijk kan worden gevraagd nader te definiëren specifieke onderzoeken uit te voeren naar de Belastingdienst jaarrapportage evenals de voortgangsinformatie en overige onderwerpen, waaronder de voortgang van beheerst vernieuwen.

Tot slot

Ik herhaal op deze plek dat ik graag de gelegenheid krijg om met uw Kamer in gesprek te gaan alvorens uw Kamer besluit over de status van een groot project. Ik zou graag met uw Kamer in gesprek gaan om specifiek de informatiebehoefte van de Kamer te duiden en om met elkaar te verkennen welke mogelijkheden er zijn om daaraan te voldoen. Het AO op 13 juni aanstaande is wat mij betreft een goede gelegenheid daartoe. In het kader van nadere duiding van de informatiebehoefte van uw Kamer kan ik mij voorstellen dat we tijdens het AO ook spreken over het rapport Beleidsdoorlichting toezicht en opsporing en massale processen dat ik in december aan uw Kamer heb gestuurd (bijlage bij Kamerstuk 31 935, nr. 44). Ten slotte geef ik uw Kamer in overweging de stemming over de aangehouden motie over de grootprojectstatus inzake de Belastingdienst (Kamerstuk 34 950, nr. 8) aan te houden tot na het AO.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel