31 066 Belastingdienst

Nr. 359 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2017

In mijn brief van 12 mei jl. (Kamerstuk 31 066, nr. 356) waarin ik mede namens de Minister van Financiën en de Minister van Veiligheid en Justitie mijn reactie heb gegeven op de vragen en opmerkingen van de fracties in het kader van het schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Financiën over ondermeer mijn brieven over btw-carrouselfraude, heb ik toegezegd uw Kamer te informeren zodra zich nieuwe ontwikkelingen voordoen met betrekking tot telecommunicatiediensten en btw-fraude.

Zeer recent is btw-(carrousel)fraude geconstateerd bij telecommunicatiediensten waarbij in Nederland een verlies van btw-inkomsten wordt geleden. Het betreft met name telecommunicatiediensten die buiten de Europese Unie worden ingekocht en uiteindelijk via diverse ondernemersschakels in Nederland weer worden doorverkocht. Mede vanwege de vluchtige handel, het ontbreken van listingsverplichtingen bij transacties met derdelanden en het ontbreken van fysieke vervoersbewegingen zijn conventionele fraudebestrijdingsmiddelen niet afdoende gebleken. Om die reden acht ik het wenselijk om een verleggingsregeling mogelijk te maken. Daarmee volgt Nederland het voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk dat al eerder een verleggingsregeling voor dit type diensten mogelijk maakte.

Ik zal daartoe het traject tot aanpassing van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 in gang zetten om te komen tot een verplichte verlegging van verschuldigde btw op het verrichten van telecommunicatiediensten in Nederland tussen ondernemers die deze diensten verrichten. Vooruitlopend daarop zal ik één dezer dagen een beleidsbesluit laten publiceren waarin ik reeds een goedkeuring geef om de heffing van omzetbelasting plaats te laten vinden met toepassing van de verleggingsregeling op het in Nederland verrichten van telecommunicatiediensten als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel r, van de Wet op de omzetbelasting 1968 tussen ondernemers die deze diensten verrichten. Over de precieze vormgeving van de verleggingsregeling heeft overleg met het bedrijfsleven plaatsgevonden. Dat heeft geleid tot een vormgeving die zowel voor de Belastingdienst als het bedrijfsleven werkbaar is.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes

Naar boven