Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731066 nr. 308

31 066 Belastingdienst

Nr. 308 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2016

In het AO Ecofin van 29 september 2016 (Kamerstuk 21501–07, nr. 1401) heb ik uw Kamer toegezegd dat ik uw Kamer informeer over mogelijke linken van Nederlandse bedrijven met btw-carrouselfraude en terrorrismefinanciering in de door de heer Omtzigt genoemde Deense en Italiaanse zaak. Het bestrijden van financiering van terrorisme is een van de belangrijke aandachtsgebieden van de FIOD. Over de btw-carrouselfraude heb ik regelmatig met uw Kamer gesproken, voor het laatst op 29 september 2016. Ik heb eerder aangegeven dat een link tussen bepaalde btw-carrouselfraudes en terrorismefinanciering voor de hand ligt. Als de FIOD een signaal ontvangt dat sprake is van terrorismefinanciering, wordt hier vanzelfsprekend zeer zorgvuldig naar gekeken. Datzelfde geldt voor signalen met betrekking tot btw-carrouselfraude. Het is mogelijk dat beide signalen elkaar raken. Tot op heden is uit afgeronde FIOD-onderzoeken naar btw-carrouselfraude echter niet gebleken dat er een link is met terrorismefinanciering.

Op dit moment lopen er acht btw-carrouselonderzoeken bij de FIOD en talloze boekenonderzoeken naar btw-carrouselfraude bij de Belastingdienst. Over lopende zaken van de FIOD en de Belastingdienst en dus ook over specifieke bedrijven, waaronder Nederlandse bedrijven, doe ik echter geen uitspraken. Dergelijke uitlatingen zouden deze onderzoeken kunnen frustreren. Verder verbiedt ook de fiscale geheimhoudingsverplichting van art. 67 AWR mij om uitspraken te doen over individuele belastingplichtigen.

Ik wil wel benadrukken dat btw-carrouselfraude een belangrijk probleem vormt en hierop gericht wordt gehandhaafd en opgespoord. De Belastingdienst, inclusief de FIOD, werken hier hard aan. Het gaat bij deze fraude om heel veel geld, naar de laatste schattingen van de Europese Commissie om € 50 miljard per jaar in de hele EU. Belangrijk bij dit soort fraude is dat 80% van dit verlies wordt veroorzaakt door criminele organisaties. De Europese Rekenkamer wijst hierop in haar verslag («De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig» van maart 2016). Waar het geld dat hiermee wordt buitgemaakt precies naar toe gaat, is niet eenvoudig te achterhalen. Daarbij wijst de Rekenkamer ook op het weer herinvesteren van dit geld ter financiering van allerhande criminele activiteiten. Europol heeft op basis van een dreigingsevaluatie van ernstige en georganiseerde criminaliteit prioriteitsgebieden benoemd, waaronder intracommunautaire btw-carrouselfraude. De handhaving en opsporing betreft overigens niet alleen de zogenoemde ploffers, maar ook de zogenoemde buffers, die worden geplaatst in de schakels tussen de (rechts)personen die onrechtmatig geld uit de schatkist (willen) nemen.

De bestrijding van btw-fraude is voor mij dan ook een speerpunt.

Nederland was en is koploper in de aanpak van die fraude. Zo was Nederland mede-initiatiefnemer voor de oprichting van Eurofisc waarin nu snel nieuwe trends en informatie op het gebied van fraude Europees worden uitgewisseld. In 2009 hebben we nadat er iets mis bleek in de handel met CO2-emissierechten andere lidstaten gewaarschuwd en geïnformeerd. Toen op Europees niveau geen snelle maatregel te verwachten was heeft Nederland, evenals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, snel zelf nationaal maatregelen genomen waardoor er geen btw meer verloren gaat in die landen. Dit kreeg navolging in meer lidstaten en heeft de Europese Commissie aangezet om met voorstellen te komen voor een gelijksoortige Europees brede maatregel die binnen 6 maanden tijd door de lidstaten is aanvaard. Zo is dus Europees breed een oplossing geboden om de btw-carrouselfraude met CO2-emissierechten effectief te bestrijden.

Verder heb ik het EU-voorzitterschap gebruikt om verbeteringen in de fraudebestrijding te agenderen en de lidstaten meegekregen om snel te gaan werken met slimmere detectiemethoden (TNA-it-tool). Door middel van deze tool is de Belastingdienst in staat btw-fraude veel sneller op te sporen. Soms wel in drie dagen in plaats van drie maanden. De focus van de Belastingdienst en de FIOD liggen nadrukkelijk op het zo spoedig mogelijk detecteren van de fraudeurs en fraudenetwerken om btw-verlies te voorkomen of mogelijk te stoppen. De FIOD werkt zowel administratief (bijvoorbeeld Eurofisc, Benelux, etc) als in strafrechtelijke zin intensief samen met andere landen. In het strafrecht moet u denken aan het uitvoeren van wederzijdse rechtshulpverzoeken en het samenwerken in gemeenschappelijke opsporingsteams (JIT's). Daarnaast vindt waar mogelijk opsporing en vervolging van de daders plaats. Dat gebeurt in een goede samenwerking met het Openbaar Ministerie.

Ik hoop hiermee uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.

De Staatssecretaris van Financiën, E.D. Wiebes