Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200731066 nr. 1

31 066
Belastingdienst

nr. 1
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juni 2007

In het algemeen overleg van 19 april 2006 (kamerstuk 30 800 IXB, nr. 37) met de vaste commissie voor Financiën over de reorganisatie van de Belastingdienst, het beheersverslag 2006 en het bedrijfsplan 2007–2011 zijn door verschillende woordvoerders vragen gesteld, waarvan ik schriftelijke beantwoording heb toegezegd. In deze brief worden onder A. deze vragen beantwoord.

Tevens worden in deze brief onder B. de schriftelijke vragen van mevrouw Dézentje Hamming-Bleumink (VVD) beantwoord die tijdens dit algemeen overleg zijn overhandigd aan de voorzitter van de vaste commissie voor Financiën.

A. Antwoorden op vragen gesteld tijdens het algemeen overleg van 19 april 2007

1

Is DigiD gekoppeld aan het sofinummer (VVD)?

Ja. Bij het aanvragen van een DigiD gebruikersnaam wordt het sofinummer van de aanvrager geregistreerd. Als een overheidsorganisatie bij haar dienstverlening DigiD gebruikt, wordt vanuit DigiD het sofinummer elektronisch naar de desbetreffende organisatie gestuurd. Op termijn zal het Burgerservicenummer (BSN) de functie van het sofinummer overnemen.

2

Hebben de problemen bij de polisadministratie ook gevolgen voor de uitbetaling van de te veel ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage ZVW (VVD)?

De problemen met de polisadministratie hebben inderdaad gevolgen voor het uitbetalen van teveel afgedragen ZVW-bijdragen. Voor de uitbetaling zijn namelijk loongegevens noodzakelijk uit de bestanden van het UWV. Zodra de kwaliteit van de loongegevens van voldoende kwaliteit is, kan het terugbetalingsproces in gang worden gezet. Het vergt dan nog enkele weken om de terugbetalingen daadwerkelijk te realiseren.

3

Wat is binnen toeslagen een acceptabel foutpercentage (CDA)?

Als het gaat om de rechtmatigheid zijn de binnen de rijksoverheid geldende normen, die ook door de Algemene Rekenkamer worden toegepast, de zogeheten 1%-tolerantiegrens voor fouten en de 3% voor onzekerheden. De Belastingdienst streeft er naar binnen die grens te blijven. Zeker waar het gaat om complexe processen, zoals bij toeslagen, is het onvermijdelijk dat er fouten worden gemaakt. Dit neemt niet weg dat de Belastingdienst, wanneer deze fouten zich voordoen, zich maximaal inspant deze te herstellen.

4

Klopt het dat de Belastingdienst niet tijdig inkomensgegevens kan aanleveren aan de Informatie Beheer Groep (IBG), waardoor er mogelijkerwijs studenten in de problemen komen (SP)?

Voor het recht op een aanvullende beurs is onder meer het inkomen van de ouders van een student van belang. Daartoe levert de Belastingdienst gegevens over het definitief vastgestelde belastbaar inkomen van de ouders aan de IBG aan. In een aantal gevallen beschikt de Belastingdienst nog niet over deze gegevens op het moment dat de IBG deze vraagt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn waar de ouders uitstel hebben gekregen voor het doen van belastingaangifte. Nadat de gegevens wel zijn vastgesteld, levert de Belastingdienst deze alsnog bij de IBG aan. In dit verband is van belang dat wordt gewerkt aan de inrichting van de basisregistratie inkomen waaruit de Belastingdienst vanaf 2009 inkomensgegevens aan andere overheidsorganisaties zal leveren. Op deze manier zullen ook gegevens over het inkomen dat bij voorlopige aanslag is vastgesteld voor andere overheidsorganisaties ter beschikking komen.

5

Kunnen in het kader van de huurtoeslag verhuizingen doorgegeven worden aan en verwerkt door de BelTel (SP)?

Om de burger goed en snel te helpen, is de Belastingdienst een pilot gestart, waarbij de burger via de Belastingtelefoon enkele mutaties voor de toeslagen kan laten doorvoeren. De mogelijkheid wordt bezien om in deze pilot ook verhuizingen mee te nemen.

6

Hoe is het te verklaren dat er ondanks de in de afgelopen periode genomen maatregelen bij de Belastingdienst nog steeds 30 000 mensen werkzaam zijn en er geen reductie is bereikt in departementskosten en personeel? In hoeverre heeft de ICT inspanning bijgedragen aan een efficiëntere verwerking van belastingaangifte?

In het kader van de overheidsbrede taakstellingen zijn bij de Belastingdienst in de afgelopen jaren ongeveer 3 500 arbeidsplaatsen verdwenen terwijl er nauwelijks taken zijn geschrapt. Daarbij neemt het werkaanbod, vanwege volumegroei, jaarlijks toe. Ter illustratie: het aantal aangiften is in 15 jaar tijd meer dan verdubbeld (van 10 miljoen naar meer dan 20 miljoen) en het aantal door de Douane te controleren containers is bijna vervijfvoudigd (van 2 miljoen naar bijna 10 miljoen). De Belastingdienst voert dus meer werk uit met minder mensen. De daling van het aantal formatieplaatsen en de volumegroei kan alleen maar opgevangen worden door de massale processen zoveel mogelijk te automatiseren. Het verdwijnen van 3 500 arbeidsplaatsen is in de totale bezetting van de Belastingdienst niet zichtbaar, omdat aan de andere kant nieuwe taken aan de Belastingdienst zijn opgedragen (zoals Toeslagen, inning werknemerspremies en de eerstedagsmelding). Voor deze laatste activiteiten zijn nieuwe medewerkers aangetrokken dan wel overgekomen van andere overheidsinstanties.

B. Antwoorden op de schriftelijke vragen over het Beheersverslag 2006 Belastingdienst van het lid Dezentjé Hamming-Bleumink (VVD)

1

Het ICT-systeem staat onder druk: hoe denkt de staatssecretaris over een ICT Deltaplan voor de Belastingdienst? Wanneer zal het ICT-systeem naar verwachting op orde zijn?

De Tweede Kamer ontvangt separaat het toegezegde plan van aanpak, waarin op deze vragen zal worden ingegaan.

2

Wat zou er voor nodig zijn om het toezichtproces zo te laten verlopen dat het aan de wensen en verwachtingen van de Belastingdienst en de belastingbetaler voldoet?

Zoals al in de begroting 2007 van Financiën is aangegeven, is versterking van het toezichtproces nodig, omdat burgers en bedrijven verwachten dat de Belastingdienst effectief toezicht uitoefent: risicogericht, zichtbaar, resultaatgericht en krachtig waar het de aanpak van malafide belastingplichtigen betreft. Inmiddels zijn al de nodige maatregelen genomen. Er zijn al 262 nieuwe medewerkers aangetrokken voor versterking van het toezicht. Een tweede wervingsactie voor nog eens 350 nieuwe medewerkers is onlangs gestart. Daarnaast wordt breed geïnvesteerd in horizontaal toezicht, waarbij met individuele bedrijven, maar ook sectoren en branches, afspraken worden gemaakt over de wijze waarop toezicht zal plaatsvinden. In het Bedrijfsplan 2007–2011 wordt het toezichtbeleid voor de komende jaren nader ingevuld. Er worden binnen het toezicht vier segmenten onderscheiden: particulieren, midden- en kleinbedrijf, middelgrote ondernemingen en zeer grote ondernemingen. Per segment wordt een combinatie bepaald – de zogenoemde handhavingsmix – van zowel preventieve middelen (zoals voorlichting en dienstverlening) als meer repressieve middelen (zoals boekenonderzoeken).

3

Er is sprake van een afname van het aantal uitgevoerde fiscale controles in 2006 ten opzichte van 2005. Hoe valt dit te verklaren? Is dit wenselijk volgens de staatssecretaris?

De afname van controles heeft zich alleen voorgedaan bij de douaneregio’s. Er zijn ten opzichte van 2005 147 000 minder fysieke controles op aangiften invoerrechten en accijnzen verricht, en 67 000 minder ambulante en mobiel toezicht controles. De oorzaak hiervan is gelegen in de mondiale afbouw van invoerrechten (GATT) en de uitbreiding van de EU. Bovendien is de bewuste keus gemaakt minder controles in het binnenland te verrichten, tegenover meer controles en toezicht aan de buitengrens. Deze ontwikkeling wordt dus als wenselijk beschouwd.

4

De kwaliteit van beantwoording van de Belastingtelefoon is nog niet voldoende. Is deze verbeterd of verslechterd ten opzichte van de afgelopen jaren? Acht de staatssecretaris het niveau van medewerkers van de Belastingtelefoon voldoende om kwaliteit te kunnen garanderen? Is de staatssecretaris van plan in te zetten op méér medewerkers of op kwaliteit van medewerkers? Wat is het streven voor 2007 aangaande de kwaliteit van de Belastingtelefoon? Wat wordt daar op dit moment aan gedaan?

De telefonische bereikbaarheid van de Belastingdienst bereikte begin 2005 een dieptepunt met een bereikbaarheid van 50%. In de brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer van 8 april 2005 is ingegaan op het plan van aanpak van de Belastingtelefoon. Om de bereikbaarheid te verbeteren zijn maatregelen genomen, zoals het oprichten van een apart dienstonderdeel en het opheffen van de taakstelling voor externe inhuur voor de Belastingtelefoon. De bereikbaarheid is in 2006 op gemiddeld 86% uitgekomen. Vervolgens is ingezet om de kwaliteit van de beantwoording te verbeteren. Zowel in- als externe kwaliteitsmetingen laten, ten opzichte van 2005, een lichte verbetering zien. Het jaar 2006 is afgesloten met een interne kwaliteitsscore van 80% (volledig juist antwoord). Voor 2007 is de doelstelling een kwaliteitsscore van 95%. Dit vergt extra inzet om de kwaliteit van de medewerkers verder te verbeteren. Naast de gebruikelijke opleiding van zes weken, krijgen de medewerkers van de BelastingTelefoon dialoogondersteuning met de juiste antwoorden op de meest gestelde vragen. Borging van de kwaliteit vindt verder plaats door het regelmatig meeluisteren van de gesprekken door ervaren krachten en terugkoppeling naar de medewerkers. Maandelijks vindt een externe kwaliteitsmeting plaats door het NIPO.

5

Waarom is de belastingdienst nog steeds niet bereikbaar per email?

De Belastingdienst heeft bewust afgezien van de mogelijkheid van e-mail. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van e-mail het aantal burgercontacten met een veelvoud zou doen toenemen. Bovendien zijn dergelijke grote stromen, vaak ongestructureerde berichten logistiek nauwelijks goed en snel te verwerken. Dit zou zoveel werk opleveren dat een heel groot deel van de medewerkers van de Belastingdienst bezig zouden zijn met afhandeling van deze berichten. Wel spant de Belastingdienst zich in om meer elektronische communicatie met burgers en bedrijven mogelijk te maken. Zo doet Belastingdienst actief mee met het rijksbreed opzetten van de persoonlijke internetpagina (PIP). Het is verder de bedoeling meer formulieren via de website van de Belastingdienst beschikbaar te stellen. Deze formulieren kunnen na invulling in digitale vorm worden teruggestuurd. Dit gaat ook gelden voor het indienen van bezwaarschriften en verzoeken om uitstel van aangifte.

6

Waardoor verloopt het terugbetalen van geld en de afhandeling van aangiftes in 2006 in vergelijking met 2005 minder snel? Wat wordt hier aan gedaan?

Uit de door de Belastingdienst gemeten kengetallen over de mate van tijdigheid van afhandeling van aangiften en bezwaarschriften blijkt dat het percentage tijdig afgehandelde aangiften in 2006 licht is gestegen ten opzichte van 2005 (Beheersverslag 2006, tabel 4). Wel wordt deze tijdigheid blijkbaar anders ervaren, zoals blijkt uit de Fiscale Monitor (tabel 3). Vooral particuliere belastingplichtigen vinden dat het afhandelen van aangiften traag verloopt. De aandacht van de Belastingdienst voor tijdige afhandeling blijft onverminderd hoog.

7

Hoe valt het lage percentage tijdig afgehandelde bezwaren tegen definitieve en navorderingsaanslagen te verklaren in het licht van de uitspraak van de staatssecretaris dat bezwaren nagenoeg altijd binnen de Awb termijnen worden afgehandeld?

Het lagere percentage tijdig afgehandelde bezwaren tegen definitieve aanslagen en navorderingsaanslagen is te verklaren vanuit de fiscale complexiteit van deze zaken. Dit laat onverlet dat van alle bezwaren in 2006 90% binnen de Awb termijnen is afgehandeld.

8

Worden alle binnengekomen klachten altijd geregistreerd en gepubliceerd, zoals verplicht volgens hoofdstuk 10 AwB? Zo nee, waarom niet?

De Belastingdienst registreert alle binnengekomen schriftelijke klachten en rapporteert hierover jaarlijks in het Beheersverslag.

9

Hoe verloopt de verstrekking van OB-nummers momenteel? Kan de staatssecretaris verklaren waardoor het verstrekken van OB-nummers al jaren een onderwerp van vele klachten is? Wat wordt er gedaan om dit te verbeteren?

De klachten kwamen voort uit de – in de ogen van de betrokken ondernemers – trage afhandeling van aanvragen van OB-nummers. Wettelijk heeft de Belastingdienst 12 weken de tijd om een OB-nummer te verstrekken. Deze (maximale) termijn is bedoeld om zorgvuldig de potentiële risico’s te onderzoeken. In de praktijk vergde het toekennen van een OB-nummer al gauw enkele weken. Ondernemers verwachten echter binnen enkele dagen na aanvraag een OB-nummer te kunnen hebben. In het kader van de komende vereenvoudigingsoperatie gaat een termijn gelden van vijf werkdagen waarbinnen een nieuwe ondernemer een OB-nummer moet zijn toegekend.

10

De Belastingdienst wil malafide belastingplichtigen krachtiger aanpakken. Krachtiger dan wat?

De Belastingdienst heeft in 2006 de capaciteit ten behoeve van interventieteams verdubbeld van 50 fte naar 100 fte. De Belastingdienst investeert ook meer in de samenwerking met de andere handhavingsorganisaties. Verder wordt in het kader van eigen (landelijke) acties en projecten intensief vooroverleg gevoerd met het Functioneel Parket.

11

De Belastingdienst wil de invordering intensiveren. Ten opzichte van wat? Wat zijn de concrete doelstellingen?

Naar aanleiding van de achterblijvende resultaten in eerdere jaren is vanaf 2005 nadrukkelijk gestuurd op het terugdringen van invorderingsachterstanden. Daartoe zijn extra mensen en middelen ingezet en is het invorderingsbeleid op onderdelen aangepast. De achterstand in de invordering beliep in de jaren 2003 en 2004 respectievelijk 4,2% en 3,7% van de totale belastingontvangsten; in 2005 en 2006 waren de respectievelijke percentages 3,1 en 3,0. Voor 2007 wordt gekoerst op een waarde van 2,7%.

12

Het aantal boekenonderzoeken is in 2006 toegenomen, terwijl het correctiepercentage is gedaald. Hoe is dat te rijmen met het streven naar gericht controleren, vooral bij verhoogd fiscaal risico?

Het toezichtbeleid van de komende jaren is uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 29 november 2006 (kamerstuk 30 800 IXB, nr. 13). Feit blijft dat daar waar het fiscaal risico en belang het grootst zijn, onverminderd boekenonderzoeken worden gehouden. De correctieopbrengsten zijn daar de afgelopen jaren onveranderd hoog geweest. Daarnaast worden ten behoeve van de zichtbaarheid ook kortere onderzoeken gehouden, gericht op één of meer deelaspecten. Zowel het correctiepercentage als de te verwachten correctieopbrengsten bij deze laatste onderzoeken zullen lager zijn.

13

Door gericht opsporen zouden tot dusver onbekende belastingplichtigen zijn gevonden. Hoeveel?

Deze gegevens worden door de Belastingdienst niet afzonderlijk geregistreerd.

14

Wat heeft het onderzoek naar de inkomstenbronnen van windhappers opgeleverd?

In ongeveer een vierde deel van de onderzochte gevallen had het inkomen verantwoord moeten worden door middel van een aangifte. In deze gevallen wordt altijd nagevorderd. Een ander deel van de populatie is niet meer in Nederland woonachtig, zonder daarvan melding te hebben gedaan. Een grote groep geniet geen inkomen, maar leeft van giften (religieuzen), specifieke uitkeringen (AWBZ-instelling) of zak- en kleedgeld (asielzoekers).

15

Is de Belastingdienst in staat om tijdig een standpunt in te nemen naar aanleiding van alle vragen die bedrijven zouden gaan voorleggen indien horizontaal toezicht op grotere schaal wordt toegepast?Zal het antwoord op dergelijke vragen anders (kunnen) luiden wanneer een bedrijf een vraag niet voorlegt, en de inspecteur erop stuit bij controle van de aangifte?

Het antwoord op de eerste vraag is bevestigend. Het tijdig innemen van een standpunt over de actuele fiscale vragen is namelijk één van de meest essentiële punten van de handhavingsconvenanten die de Belastingdienst sluit met grote ondernemingen. Naast genoemde handhavingsconvenanten met individuele bedrijven is de Belastingdienst ook in overleg met brancheorganisaties uit het MKB-segment om te komen tot specifieke brancheafspraken. De Belastingdienst zal ook hier tijdig standpunten innemen over actuele fiscale vragen. Het antwoord op de tweede vraag luidt ontkennend.

16

Waarom vergt een gemiddeld boekenonderzoek meer inzet van tijd dan jaren geleden?

De Belastingdienst heeft gekozen om bij die bedrijven boekenonderzoeken te doen waar het fiscale belang en risico het grootst zijn. De selectie is in de loop van de jaren steeds meer verbeterd. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden naar de meer complexe materiële boekenonderzoeken. Dit type onderzoek kost meer tijd door zijn omvang, diepgang en het rond krijgen van de bewijslast. Daarbij komt dat ook de belastingplichtige (en zijn adviseur) professionaliseert.

17

Zijn er meer bedrijfsbeëindigingen en nieuw opgerichte bedrijven dan vroeger?

Over de jaren 2002–2006 is het aantal starters en overige oprichtingen geleidelijk gestegen van 88 400 in 2002 naar 155 000 in 2006 (bron Kamer van Koophandel). Het aantal opheffingen steeg in diezelfde periode van 55 000 naar 67 000. Het groeisaldo opheffingen/oprichtingen steeg van 33 400 in 2002 naar 88 000 in 2006.

18

Welke soort medewerkers beoogt men aan te trekken voor de voorziene uitbreiding met enkele honderden arbeidsplaatsen in 2007 en 2008? Welke leeftijdscategorieën en welk opleidingsniveau en welke functies (bijv. vooral telefonistes of fiscaal deskundigen)? Zou de staatssecretaris het antwoord cijfermatig kunnen toelichten?

De uitbreiding is bedoeld voor de versterking van de toezichtfuncties bij de belastingkantoren in het land. Bij de werving is geen expliciete leeftijdseis gesteld. Wel wil de Belastingdienst zo veel mogelijk jonge nieuwe medewerkers aannemen vanwege de huidige opbouw van het personeelsbestand.

Verder wordt geen diploma-eis gesteld. Er wordt geselecteerd op mensen met potentieel om op termijn door te stromen naar een functie op MBO+ niveau. Aan geschikte kandidaten wordt een driejarig duaal leertraject aangeboden, zodat zij een erkend diploma kunnen behalen.

Het project heeft er tot op heden in geresulteerd dat op 1 maart 2007 262 kandidaten zijn gestart met hun duale leertraject bij het ROC in hun omgeving. Ongeveer 40% van deze kandidaten is van (zowel westerse als niet-westerse) allochtone afkomst, 49% is jonger dan 25 jaar en 25% tussen 26 en 35 jaar. 55% is vrouw. De volgende wervingstranche (circa 350 vacatures) is inmiddels gestart. De bedoeling is dat deze nieuwe medewerkers in september 2007 beginnen.

19

Wat is de oorzaak van de aanzienlijke daling in het aantal correcties VpB?

Het aantal correcties Vpb is in 2006 niet gedaald ten opzichte van 2005. In beide jaren bedroeg het aantal correcties 16 000. Wat wel is gedaald, is het correctiepercentage. Het percentage over 2005 is evenwel vertekend. Als gevolg van kinderziekten met het nieuwe systeem van elektronische aangifte is een groot aantal aangiften geruime tijd blijven «hangen» in het systeem. Daardoor zijn er in 2005 aanzienlijk minder Vpb aanslagen opgelegd dan gepland. Doordat het aantal navorderingsaanslagen wel constant is gebleven, heeft dit het totale correctiepercentage positief beïnvloed, met als gevolg het in vergelijking met andere jaren hoge percentage van 14,4.

20

Welke technische problemen met de elektronische aangifte in 2005 hebben geleid tot het niet vrijgeven van een groot aantal Vpb-aangiften voor behandeling? Wat was de oorzaak van deze technische problemen en wat is eraan gedaan? Is de achterstand inmiddels volledig ingelopen?

De problemen zijn ontstaan door de verschillende koppelingen die binnen de ICT-infrastructuur moesten worden gelegd. Inmiddels is de organisatie bij met de behandeling van de aanslagen over het belastingjaar 2004. Minder dan 5% van de aangiften moet nog definitief worden geregeld.

21

Kan het computersysteem van de Belastingdienst bij fiscale eenheden onderscheid maken tussen voorfusieverliezen en verliezen uit de periode waarin de fiscale eenheid bestaat?

Ja.

22

De toename van het aantal boekenonderzoeken is voor het overgrote deel in de LB controles gaan zitten. Waarom? Of waren het controles premieheffing door ex UWV medewerkers die per 2006 bij de belastingdienst kwamen? Wat is de toename van de fiscale veldtoetsen als men deze factor elimineert?

De toename van het aantal LB controles van 10 800 naar 18 100 is voor een aanzienlijk deel te verklaren door de nieuwe taak in het kader van de loonheffing. De Belastingdienst heeft in 2006 bijna 28 000 aansluitnummers voor de sociale verzekering gecontroleerd. Waar dit doelmatig was zijn deze SV-onderzoeken bij een aantal belastingplichtigen gecombineerd met het controleren van één of meerdere loonbelastingaspecten. Vandaar de in vergelijking met voorafgaande jaren hoger aantal LB controles.

Indien bij het SV-onderzoek alleen het aansluitnummer is gecontroleerd, is deze controle niet meegeteld in het totaal aantal boekenonderzoeken. Dit betekent – in antwoord op de laatste vraag – dat het aantal boekenonderzoeken is gestegen van 31 500 in 2005 naar 42 000 in 2006.

23

Op pagina 25 staat dat het percentage invorderingsbedrag ouder dan één jaar in 2006 is gedaald. Het percentage waarvan?

Het percentage betreft het aandeel van de nog in te vorderen bedragen ouder dan 1 jaar, ten opzichte van het totaal nog in te vorderen bedrag.

24

Kan het automatiseringsysteem het aan om in 2008 een nieuw invorderingssysteem te realiseren? Heeft de belastingdienst hier voldoende capaciteit voor?

De vervanging van de huidige invorderingssystemen door één nieuw systeem past juist in de beoogde reductie van de ICT-complexiteit. Het nieuwe invorderingsysteem betreft een pakketoplossing. Dat wil zeggen dat het systeem op de markt wordt gekocht en niet zelf wordt gebouwd. Voor de implementatie van het systeem is voldoende capaciteit gereserveerd, zowel van de zijde van de leverancier van het pakket als van de zijde van de Belastingdienst.

25, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 49

Het naheffingsproces bij de loonaangifte kende een late start als gevolg van automatiseringsproblemen. Wat was de oorzaak van deze automatiseringsproblemen? Hoe is dit opgelost en hoe werkt het nu?

Van de in de loonaangifte aangeleverde werknemersgegevens kon 80% gecontroleerd en goed bevonden in de polisadministratie van UWV worden opgenomen. Welk percentage was het streven? Wat is het streven voor 2007 en 2008?

Hoe loopt het loonaangifteproces nu? Wat moet nog verbeterd worden?

Wat is de oorzaak van blokkerende fouten in de loonaangiften?

Hoe kan het dat de nieuw ontwikkelde programmatuur voor de geautomatiseerde confrontatie in 2006 nog niet goed functioneerde? Wat is hieraan gedaan? Hoe werkt het nu?

Hoe is het mogelijk dat met de nieuwe programmatuur nog geen naheffingsaanslagen konden worden opgelegd? Wat is de stand van zaken nu?

Hoe kan het dat de processen voor verwerking van de werkgeversgegevens van UWV en de Belastingdienst niet goed op elkaar aansloten? Is dit van tevoren niet voldoende afgestemd? Waarom niet?

Waarom is bij de naheffing maar in een beperkt aantal gevallen boetes opgelegd bij de loonaangifte 2006? Wat is hier het beleid?

Wat is de stand van zaken nu als gevolg van de inspanningen om de kwaliteit van de nominatieve gegevens, en daarmee ook de kwaliteit van de polisadministratie te verbeteren in de tweede helft van 2006?

De afgelopen tijd is wat Walvis betreft een roerige periode geweest. Deze periode heeft vooral in het teken gestaan van de constatering, dat de loonaangifteketen nog niet stabiel is. Aan de hiermee gepaarde gaande problemen is aandacht besteed in de gezamenlijke brieven van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en ondergetekende van 10 april en 24 april jl., de antwoorden op de vragen van de Vaste Commissie van Financiën van 21 mei en in het Algemeen Overleg over Walvis op 24 mei jl.

In de binnenkort te verschijnen halfjaarlijkse rapportage over Walvis wordt eveneens ingegaan op de Walvis-perikelen. Er wordt van uit gegaan dat met deze informatie uw Kamer voldoende op de hoogte is gesteld van de aard en omvang van de Walvisproblemen. Op deze plaats wordt volstaan met het schetsen van de hoofdlijnen van de acties die in gang zijn gezet om tot een stabiele loonaangifteketen te komen.

Om het hoofd te bieden aan de knelpunten analyseren UWV en Belastingdienst momenteel de problemen in de loonaangifteketen. Op deze wijze krijgen zij een integraal beeld van de problemen, de risico’s en de te nemen beheersmaatregelen. Daartoe is een gezamenlijk beheerteam opgericht. Een of meerdere onafhankelijke externe deskundigen zullen enige tijd toezicht houden op de werkzaamheden van het gemeenschappelijk beheerteam om te bezien of het team zijn taken en verantwoordelijkheden naar behoren uitvoert. Op basis van het aldus verkregen inzicht stellen het UWV en de Belastingdienst een nieuwe planning op. De planning kent twee fasen. De eerste fase heeft tot doel eind 2007 een goed werkende keten te hebben en de tweede fase heeft de robuustheid van de keten tot doel. De robuustheid is gericht op het reduceren van de complexiteit. Gekoerst wordt op afronding van de analyse inclusief planning per 1 juli 2007. Na de daaropvolgende departementale afstemming wordt de analyse aangeboden aan de Tweede Kamer. Zoals aangegeven in het Algemeen Overleg Walvis van 24 mei jl. is het de bedoeling om de analyse uiterlijk op Prinsjesdag te presenteren aan uw Kamer.

26

Wat hebben de activiteiten van de Belastingdienst om vrijplaatsen aan te pakken opgeleverd? Hoeveel extra wordt nu daadwerkelijk betaald?

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van de handhaving op vrijplaatsen. In de Beheersverslagen van de Belastingdienst over de verschillende jaren is hiervan verslag gedaan. Fiscale problematiek op vrijplaatsen is in de meeste gevallen afgeleide problematiek. Veel gebeurt in samenwerking met andere handhavingsorganisaties. Met méér dan 180 gemeenten zijn handhavingsconvenanten afgesloten.

De fiscale opbrengsten van de aanpak van vrijplaatsen worden niet apart vastgelegd. De betrokken belastingplichtigen worden opgenomen in het reguliere fiscale traject.

27

Wat is de rol van de Belastingdienst bij het aanpakken van overlast gevende huisjesmelkers?

De Belastingdienst heeft in het kader van het programma Zichtbaar Toezicht in 2006 het project Huisjesmelkers uitgevoerd. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met gemeenten. Personen werden door de gemeentelijke instanties geselecteerd waarna de Belastingdienst een administratiefrechtelijk onderzoek instelde. Naar aanleiding van de administratieve onderzoeken zijn navorderingsaanslagen en/of naheffingsaanslagen opgelegd, waarbij in enkele gevallen besloten is executoriaal beslag te leggen op panden van de betreffende belastingplichtigen.

28

Wat zou de regering kunnen en willen doen aan de bestuurlijke onbereidheid bij een aantal gemeentes om een samenwerkingsconvenant met de Belastingdienst te sluiten? Is het een mogelijkheid om deze gemeenten te korten op hun uitkering uit het gemeentefonds? Zijn er andere mogelijkheden? Om hoeveel gemeentes gaat waar deze bestuurlijke onbereidheid speelt? Wat zijn de grootste bezwaren om tegen een samenwerkingsconvenant te zijn?

In de praktijk wordt de Belastingdienst maar bij een enkele gemeente geconfronteerd met gebrek aan bereidheid om de samenwerking te zoeken. Wel komt het voor dat gemeenten anders aankijken tegen het al dan niet bestaan van vrijplaatsen binnen hun grenzen. In dergelijke gevallen wordt het gesprek met de desbetreffende gemeente op een later moment voortgezet, bijvoorbeeld op het moment dat zich concrete problemen voordoen. Dit heeft er vaak toe geleid dat alsnog een samenwerkingsconvenant werd afgesloten. Indien een gemeente echt alle medewerking weigert, wordt in overleg met BZK bekeken hoe de gemeente daarop kan worden aangesproken.

29

De ontvangen internationale gegevens worden momenteel in de aanslagregeling betrokken. Welk percentage wordt wel/niet verwerkt in de aanslagregeling? Op welke termijn? Wat levert dit op?

Nederland heeft in het kader van de spaarrenterichtlijn ruim 96 000 gegevens ontvangen die betrekking hebben op rentebetalingen die in de tweede helft van 2005 hebben plaatsgevonden aan inwoners van Nederland. In ruim 4 000 gevallen waren de gegevens incompleet waardoor het niet mogelijk bleek de ontvanger van de rente te identificeren. In deze gevallen zijn de gegevens teruggestuurd naar het land van herkomst. De overige gegevens zijn in de aanslagregeling betrokken.

30

Sluit het bedrag van 7,5 miljoen dat Nederland heeft ontvangen van de landen die geen gegevens uitwisselen aan bij de verwachtingen?

Ja. Het bedrag van € 7,5 mln. heeft betrekking op rentebetalingen die in de tweede helft van 2005 hebben plaatsgevonden. Op jaarbasis zijn de ontvangsten van de bronheffing geraamd op € 20 mln. Gelet op het feit dat een belangrijk deel van de rentebetalingen aan natuurlijke personen plaatsvindt in de eerste helft van een jaar – vaak kort na aanvang van het jaar – sluit het bedrag van € 7,5 mln. over de tweede helft van 2005 aan bij de verwachtingen.

31

Het project buitenlands vermogen heeft de Belastingdienst in 5 jaar tijd 391 miljoen euro aan opbrengsten uit belastingen en boetes opgeleverd. Is dit bedrag ook daadwerkelijk ontvangen of omvat dit ook correcties waarover nog geprocedeerd wordt? Wanneer verwacht de staatssecretaris het volledige bedrag in handen te hebben?

Van dit bedrag is circa € 255 mln. daadwerkelijk ingevorderd of invorderbaar. Met betrekking tot het restant – een bedrag van € 136 mln. – hebben belastingplichtigen bezwaar of beroep aangetekend. Het is niet mogelijk aan te geven wanneer de gerechtelijke procedures zullen zijn afgerond en welk deel van het bedrag zal kunnen worden ingevorderd.

32

Er is sprake van een stijging van de voorraad als gevolg van het aantal ingekomen APA/ATR-verzoeken. De toenemende trend was al zichtbaar in 2005. Welke organisatorische stappen heeft het management van de belastingdienst daarop genomen? Zijn er bijvoorbeeld meer mensen ingezet?

Als gevolg van de stijging van het aantal verzoeken, zijn meer medewerkers ingezet op het APA/ATR-proces. Zoals in het beheersverslag is vermeld is er niet alleen een toename in het aantal binnengekomen verzoeken, maar ook in het aantal afgedane verzoeken. In 2006 zijn 613 verzoeken afgedaan tegen 374 in 2005.

33

De afhandeling van het aantal fraudemeldingen is in 2 jaar met bijna 1/3 gedaald. Wat is hiervan de oorzaak?

Bij de strafrechtelijke handhaving wordt de laatste jaren steeds meer gekoerst op hogere kwaliteit van zaken en minder op kwantiteit. Dit vertaalt zich naar complexere zaken met een grotere (economische of maatschappelijke) relevantie. Gegeven de beschikbare capaciteit bij het OM neemt het aantal fraudemeldingen af. Jaarlijks worden hierover met het OM afspraken gemaakt in de vorm van een handhavingconvenant dat wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

34

Wat hield het vonnis van de rechter doorgaans in bij de afhandeling van de processen verbaal in de fiscaliteit? Kan de staatssecretaris een overzicht met cijfers geven van het aantal veroordelingen? Wat is de oorzaak van de procentuele stijging in 2006 van de transacties in de afhandeling processen verbaal?

Naar aanleiding van de opgemaakte processen verbaal in de fiscaliteit zijn 325 verdachten aan de rechter voorgeleid. In 288 gevallen werd door de rechter overgegaan tot strafoplegging. In 37 gevallen volgde vrijspraak. De strafoplegging kan uiteenlopen van een gevangenisstraf tot een geldboete en/of een werkstraf. De beslissing een zaak af te doen met een transactie is een zaak van het OM. Wel wordt opgemerkt dat ook een transactie wordt aangemerkt als een strafrechtelijke afdoening.

35

In 2006 bedroeg het sepotpercentage 19%. Wat was het nagestreefde percentage? Wat is het nagestreefde percentage voor 2007?

Het voor 2006 nagestreefde sepotpercentage was 13%. Voor 2007 wordt 10% als doelstelling gehanteerd. De uiteindelijke beslissing om te seponeren is voorbehouden aan het OM.

36

Wat is het resultaat van de investeringen in het verhogen van de aangiftebereidheid van curatoren?

Door de gepleegde investeringen, die variëren van het bieden van hulp en advies, het versnellen van de doorlooptijden tot terugmelding aan de curator, lijkt de aangiftebereidheid van de curatoren inderdaad te zijn toegenomen. Werden in 2002 ca 20 à 30 meldingen ontvangen, in 2006 bedroeg het aantal meldingen/aangiften van faillissementsfraude door curatoren circa 150.

37

Wat is liet resultaat van de 16 onderzoeken uit 2006 naar corruptie in het bedrijfsleven?

Het overgrote deel van deze onderzoeken (11) is momenteel nog in behandeling bij het Openbaar Ministerie, zodat de afloop nog niet bekend is. Van de onderzoeken waarvan het afloopresultaat inmiddels al wél bekend is, geldt dat bij 2 onderzoeken een transactie is aangeboden en dat 3 onderzoeken zijn geseponeerd.

38

Wat is het resultaat van het overleg met het OM met als doel tot een nadere afbakening te komen van het begrip «malafide ondernemingen»?

Met het OM is overeengekomen om voor 2006 met name te kiezen voor zaken waarin sprake is van oplichting van consumenten door malafide schuldbemiddelaars. Ieder jaar kan – in overleg met het OM – een andere categorie malafide ondernemingen worden gekozen.

39

Wat is het resultaat van het aanpakken door de belastingregio’s van aangedragen zaken met contra legem-aanpak?

Sinds eind 2004 is een nieuwe werkinstructie van kracht die regelt hoe om te gaan met oude en nieuwe contra legem-situaties. Lopende afspraken die zonder meer als contra legem kunnen worden aangemerkt, zijn direct opgezegd. Waar geen sprake is van «duidelijk in strijd met de wet en ook de openbare orde of de goede zeden zijn geschonden», is de belastingplichtige een redelijke termijn gegeven voor het beëindigen van de overeenkomst.

Overigens is in het wetsvoorstel versterking fiscale rechtshandhaving een wettelijke basis gecreëerd voor een aantal doelmatige handelingen, die in de eerste inventarisatie als contra legem werden bestempeld.

40

Hoe denkt de staatssecretaris over de mogelijkheid bij iedere voorgenomen fiscale wetswijziging een voorafgaande toets uit te voeren op consequenties voor de ICT?

Het is staand beleid om bij elke nieuwe regeling een uitvoeringstoets te doen. De consequenties voor de automatisering vormen daarbij een vast onderdeel.

48

Wat verandert er precies in de invordering als gevolg van het herontwerp van de invorderingsprocessen?

Het nieuwe proces wordt opgezet als een debiteurenadministratie. Nu worden invorderingen nog per belastingmiddel geregistreerd. Straks is er per debiteur één overzicht. Verder wordt in het nieuwe ontwerp het gebruik van automatische incasso sterk gestimuleerd. Er worden enkele laagdrempelige mogelijkheden gecreëerd tot het treffen van een betalingsregeling. Belastingschuldigen zullen voorafgaand aan de betekening van het dwangbevel «op maat» worden herinnerd en gewaarschuwd. De betekening van dwangbevelen gebeurt per post. De dwanginvordering zal hoofdzakelijk plaatsvinden door middel van de bankvordering. Dit laatste zal in samenwerking met de banken elektronisch worden uitgevoerd, met als belangrijk nevengevolg dat derden (zoals werkgevers) niet of minder bij de invordering worden betrokken.

50

Eind 2006 is gestart met de uitvoering van certificeringsonderzoeken naar de werking van informatiebeveiliging en integriteit over het jaar 2006. Daarbij wordt speciale aandacht geschonken aan die regio’s die nog niet of slechts één keer zijn gecertificeerd. Wat is hiervan de stand van zaken en de resultaten?

In totaal gaat het over 25 belasting- en douaneregio’s en ondersteunende eenheden. De certificeringsonderzoeken worden verricht door de Auditdienst Financiën. Over 2006 zijn 21 van de 25 regio’s/eenheden gecertificeerd op werking van de afspraken over informatiebeveiliging.

Nog niet gecertificeerd op werking zijn: Belastingtelefoon, Toeslagen, Centrum voor informatie- en communicatietechnologie (CICT) en Centrum voor kennis en communicatie (CKC). Deze onderdelen worden op dit moment gecertificeerd op opzet en bestaan van afspraken over informatiebeveiliging. In 2008 volgt certificering over de werking.

51

Wat is de oorzaak van de te grote belasting van de belastingdienst geweest, wat heeft geleid tot omstandigheden die nu maken dat een aantal werkprocessen in het afgelopen jaar niet als ordelijk en beheerst te kenschetsen is? Hoe had het anders/beter gemoeten? Wat zijn de lessen voor het management van de Belastingdienst voor de toekomst?

De situatie is ontstaan door een combinatie van taakstellingen, het onder grote tijdsdruk implementeren van nieuwe taken (zoals toeslagen en loonheffing) en de toegenomen complexiteit binnen de automatisering. De komende jaren is een belangrijk deel van de inspanningen van de Belastingdienst er op gericht de automatiseringsproblemen op te lossen, te beginnen met het toeslagensysteem. Deze aanpak moet deel uitmaken van een bredere vereenvoudigingsoperatie, waarbij ook maatregelen op andere terreinen, zoals dienstverlening, klachtbehandeling en telefonische bereikbaarheid, nodig zijn om aan de vraag van burgers en bedrijven te kunnen voldoen. Vereenvoudiging van wet- en regelgeving speelt hierbij een rol.

52

Waarom werd bij de raming van de voorjaarsnota verwacht dat structureel minder door belastingplichtigen een beroep zou worden gedaan op vergoeding van proceskosten?

De keuze voor een lagere raming was ingegeven door het feit dat al enkele jaren achter elkaar een aanzienlijke onderschrijding van de raming voor proceskostenvergoedingen was opgetreden. Achteraf gezien was – gelet op de overschrijding met € 0,6 mln. – de verlaging van de raming te groot.

53

Bij het afgedane aantal beroepschriften is het percentage van gevallen waarin de belastingplichtige gelijk kreeg sinds 2003 bijna verdubbeld. Wat is hiervan de oorzaak?

Hiervoor is niet één bepaalde oorzaak aan te geven. Het bedoelde percentage in 2006 van 29% heeft betrekking op het totaal van alle belastingmiddelen.

54

Onder dwangmaatregelen wordt aangegeven dat het aantal aanmaningen en beslagopdrachten sterk is afgenomen. Hoe komt dat?

In de inning is vanaf 2005 een trend zichtbaar dat belastingplichtigen vaker tijdig betalen en dat het de Belastingdienst lukt om sneller achterstallige bedragen te innen. Ook de invoering van de betalingsherinnering bevordert deze ontwikkeling.

55

De algemene Rekenkamer beveelt de minister van Financiën aan om vanaf 2007 in het beheersverslag (kwantitatief) inzicht te geven in de afdoening van zware fraudezaken. Zal dit advies worden opgevolgd?

Ja.

56

Uit de analyses van kwantitatieve ontwikkelingen in alle boeteopleggingen door onderdelen van de Belastingdienst blijken grote verschillen tussen regio’s en in de tijd. Wat houden die verschillen in? Wat zijn de oorzaken van de verschillen en wat zal de staatssecretaris hieraan doen?

Verschillen zijn vaak van incidentele aard en houden daarnaast verband met het feit dat de verschillende regio’s een verschillend bestand belastingplichtigen kennen, vooral als het gaat om ondernemingen. De vergelijking van de cijfers heeft een signaleringsfunctie voor de regio’s die aanleiding kan zijn voor bijsturing door de regio.

57

Hoe zal de staatssecretaris in het beheersverslag van 2007 ingaan op de gang van zaken in het strafrechterlijk traject?

De wijze van rapporteren over het strafrechtelijke traject in het beheersverslag over 2007 en volgende jaren zal op dezelfde voet worden voortgezet. De cijfermatige informatie is gebaseerd op de afspraken met het Openbaar Ministerie en de bestuurlijke informatiesystemen van de Belastingdienst. Deze cijfers, de meerjarige ontwikkeling daarvan, en afwijkingen ten opzichte van de planning, zullen worden toegelicht. Naast de toelichting op de cijfers zal verslag worden gedaan van de resultaten van specifieke fraudeprojecten. Daarnaast zal, overeenkomstig de toezegging aan de Algemene Rekenkamer, gerapporteerd worden over de afdoening van zware fraudezaken.

58

Hoe werkt het in de praktijk dat bij iedere correctie boven de 6 000 euro voor particulieren en 12 500 euro voor ondernemers de behandelend ambtenaar een advies moet vragen aan de boetespecialist of de fraudecoördinator? Verloopt dit soepel?

Dit proces verloopt naar tevredenheid. Als de boetespecialist binnen het kantoor vermoedt dat er sprake is van opzet, wordt de casus voorgelegd aan de fraudecoördinator die op zijn beurt de zaak aanhangig kan maken bij het OM voor strafrechtelijke afdoening.

59

Hoe functioneert de boeteapplicatie die landelijk in gebruik is op alle kantoren?

De boeteapplicatie functioneert goed. De aanvraag van een boeteadvies en alle volgende stappen worden vastgelegd in dit systeem. Het systeem omvat ook de bezwaar- en de beroepsfase.

De staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager