31 059
Algemene bepalingen met betrekking tot de erkenning van EG-beroepskwalificaties (Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties)

nr. 10
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 mei 2008

Op 11 oktober jl. vond plenaire behandeling van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties1 plaats (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2007–2008, nr. 12, blz. 800–806). Bij deze gelegenheid deed ik de toezegging uw Kamer een lijst te doen toekomen van alle gereglementeerde beroepen in Nederland waarop per beroep is aangegeven of een melding vooraf in de zin van artikel 23 van deze wet wordt geëist. Hierbij ontvangt u deze lijst.2

Volledigheidshalve volgt hierna een korte toelichting.

Met de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties (hierna: de wet) wordt een belangrijk deel van de Europese richtlijn over de erkenning van beroepskwalificaties3 in het Nederlandse recht geïmplementeerd. Een belangrijke vernieuwing van deze richtlijn is de introductie van een nieuw, lichter controleregime voor tijdelijke en incidentele dienstverlening. Het komt erop neer dat een EU-burger die tijdelijk of incidenteel een gereglementeerd beroep in Nederland wil uitoefenen en bevoegd is dit beroep uit te oefenen in zijn lidstaat van herkomst, daarvoor niet langer de volledige procedure voor de erkenning van zijn beroepskwalificaties in Nederland hoeft te doorlopen. Eenzelfde regime geldt uiteraard ook voor Nederlanders die in ander EU-lidstaten tijdelijk of incidenteel een beroep willen uitoefenen.

Een van de maatregelen die een lidstaat kan nemen om het toezicht op de praktijk van dit nieuwe regime vorm te geven, is het verplicht stellen van een melding vooraf. Met deze melding laat de beroepsbeoefenaar de bevoegde autoriteit weten dat hij van plan is tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten in Nederland. De wet biedt de mogelijkheid om per gereglementeerd beroep te bezien of een dergelijke melding nuttig en nodig is, zodat onnodige administratieve lasten voor de burgers kunnen worden voorkomen. Voor iedere betrokken beroepsgroep kan op deze manier een eigen afweging worden gemaakt.

Bij de behandeling van de wet door uw Kamer kwam naar voren dat u het op prijs zou stellen een volledig overzicht te ontvangen van alle gereglementeerde beroepen in Nederland waarbij per beroep wordt aangegeven of een melding vooraf wordt geëist. Als «stelselverantwoordelijke» heb ik deze gegevens opgevraagd bij alle betrokken ministeries. Het resultaat treft u aan als bijlage bij deze brief.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk


XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 31 059, nr. 2.

XNoot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
3

Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255).

Naar boven