nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN
1. Aanleiding voor het wetsvoorstel
Tijdfactor buitenlandverblijf
De huidige lengte van het collectief betaalde adoptieverlof is voor iedere
werknemer die een kind adopteert, dus per adoptiefouder, vier weken. Vooral
bij interlandelijke adopties neemt de procedure in het land van herkomst van
het te adopteren kind vaak enkele weken in beslag. Het adoptieverlof, dat
aaneengesloten moet worden opgenomen en dat er speciaal is voor een periode
van gewenning en hechting, wordt in de huidige situatie vaak door beide ouders
gebruikt om samen het kind op te halen en het adoptieproces in het land van
herkomst van het kind af te handelen.
Naast het op gang brengen van het hechtingsproces is bij interlandelijke
adoptie verblijf in het buitenland dus een belangrijke tijdfactor, waarmee
in de geldende wet geen of onvoldoende rekening wordt gehouden. Het voorliggende
wetsvoorstel regelt dat bij interlandelijke adopties naast het huidige adoptieverlof
een aanvullend verlof van maximaal twee weken opgenomen kan worden, opdat
ouders het kind samen kunnen ophalen en procedures in het land van herkomst
kunnen afhandelen. Daarna kunnen beide ouders – al dan niet gelijktijdig –
adoptieverlof opnemen om aan de nieuwe gezinssituatie te wennen en het hechtingsproces
op gang te laten komen.
Europa
De lengte van het Nederlandse adoptieverlof is in vergelijking met dat
van andere Europese landen vrij kort. In België, Frankrijk Ierland, Italië,
Luxemburg en Spanje heeft een adoptieouder recht op minimaal zes weken, in
sommige van de hierboven genoemde landen zelfs zestien weken verlof. Het voorliggende
wetsvoorstel maakt het mogelijk om ons land aan deze negatieve uitzonderingspositie
te laten ontkomen.
2. Doel en uitgangspunten van het wetsvoorstel
Het voorliggende wetsvoorstel strekt ertoe voor ouders de mogelijkheid
te creëren naast het reguliere adoptieverlof bij interlandelijke adoptie
maximaal twee weken aanvullend verlof op te nemen om de procedures in het
buitenland af te handelen en samen het kind op te halen. Deze twee weken staan
dus los van het adoptieverlof dat tot doel heeft gewenning en hechting binnen
de nieuwe gezinssituatie op gang te brengen.
Het aanvullend verlof begint hoogstens twee weken voordat het kind feitelijk
aan de zorg van de adoptiefouders wordt overgedragen. Het adoptieverlof zelf
moet worden opgenomen binnen een periode van achttien weken, te rekenen vanaf
twee weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter
adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen. Als het voornemen van adoptie
ontstaat op het moment dat het kind al langer dan achttien weken in het gezin
is opgenomen, kan geen aanspraak meer gemaakt worden op adoptieverlof of een
adoptie-uitkering. De eerste periode van binding waaraan het recht op verlof
is gekoppeld, is dan immers al verstreken. Dit zal bijvoorbeeld bij stiefouderadoptie
het geval kunnen zijn. Als het kind jonger is dan acht jaar kunnen de adoptiefouders
wel gebruik maken van ouderschapsverlof.
Het voorliggende wetsvoorstel maakt onderscheid tussen adoptie van een
in Nederland wonend kind en de opneming in het gezin van een in het buitenland
wonend kind. Immers bij de adoptie van een in Nederland wonend kind is geen
sprake van een noodzakelijk verblijf in het buitenland en is «ophaalverlof»
dan ook niet nodig. Als meer dan één kind tegelijk worden geadopteerd,
bestaat het recht op verlof slechts éénmaal. Het recht op verlof
geldt voor beide adoptiefouders, als beide werknemer zijn.
Een ieder die volgens deze wet gelijkgesteld is met een werknemer, heeft
recht op eenzelfde regeling met betrekking tot de uitkering bij adoptieverlof
en aanvullend verlof.
3. De uitkering bij adoptieverlof
Tijdens het aanvullend verlof bij interlandelijke adoptie bestaat recht
op een uitkering ter hoogte van 100% van het loon (met een maximum
van 100% van het dagloon), analoog aan de uitkeringssystematiek bij
adoptieverlof. Deze uitkering wordt gefinancierd uit het Algemeen Werkloosheidsfonds.
4. Gehoorde adviescolleges en belanghebbende organisaties
Het conceptwetsvoorstel is naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
(UWV) gezonden. Naar aanleiding van de uitvoeringstoets1 die is uitgevoerd door het UWV is het wetsvoorstel alsmede de memorie
van toelichting aangepast op het gebied van de uitvoerbaarheid.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel I
Onderdeel A, eerste punt
Artikel 3:2, tweede lid, regelt dat een werknemer die een kind adopteert
recht heeft op een adoptieverlof van vier weken. De invoeging van de tweede
volzin zorgt ervoor dat in geval van interlandelijke adoptie er een recht
bestaat op twee weken aanvullend verlof. De periode van achttien weken waarbinnen
het verlof inclusief eventueel aanvullend verlof moet worden opgenomen
wordt niet veranderd. De aanvang van die periode wordt ook niet veranderd.
Deze blijft staan op twee weken voor de dag dat het kind feitelijk ter adoptie
wordt opgenomen.
Onderdeel A, tweede punt
Dit onderdeel past artikel 3:2, vierde lid, aan opdat de huidige regeling
voor de werknemer die een pleegkind opneemt, niet veranderd wordt.
Onderdeel B, eerste punt
Artikel 3:9, tweede lid, regelt dat de met een werknemer gelijkgestelde
recht heeft op een uitkering voor vier weken in verband met adoptie. Onderdeel
B ziet op het invoegen van de tweede volzin welke beoogt het recht op een
uitkering te verlengen met twee weken indien er sprake is van een interlandelijke
adoptie. De periode van achttien weken waarbinnen het recht op een uitkering
inclusief een eventuele aanvullende uitkering bestaat wordt niet veranderd
en evenals de aanvang van deze periode.
Onderdeel B, tweede punt
Dit onderdeel regelt dat een gelijkgestelde tevens recht heeft op een
uitkering bij het opnemen van een pleegkind.
Artikel II
In dit voorgestelde artikel is voorzien in een overgangsrecht. Het eerste
lid betreft het geval dat een werknemer zijn verlof heeft gemeld aan de werkgever
vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt . In dit
geval blijft het oude wettelijke regime van toepassing, ook wat betreft de
uitkering die aan deze verlofvorm is gekoppeld. Het tweede lid betreft het
geval dat het adoptieverlof dat nog niet is verstreken op het tijdstip dat
deze wet in werking treedt; dan geldt ook hier het oude wettelijke regime.
Dit overgangsrecht is van overeenkomstige toepassing op de regeling bedoeld
in artikel 3:9 van deze wet betreffende de met een werknemer gelijkgestelde.
Koşer Kaya