nr. 4
MEMORIE VAN TOELICHTING
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden
op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk
bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel
strekt ertoe om voor het jaar 2006 wijzigingen aan te brengen in:
a. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en
Waterstaat (XII);
b. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendienst van dit ministerie.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel
B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings
B. BEGROTINGSTOELICHTING
In dit wetsvoorstel zijn alleen technische uitvoeringsmutaties, mutaties
van boekhoudkundige aard of mutaties voortvloeiend uit controlebevindingen
opgenomen.
De absoluut of relatief kwantitatief omvangrijke mutaties zijn hieronder
in tabelvorm opgenomen en van een toelichting voorzien. Hierbij is een onderverdeling
gemaakt in uitgaven en ontvangsten.
Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties
Belangrijkste suppletore mutaties 2006 (slotwet) (in € mln.)
| | | Art.nr. | Uitgaven | Ontvangsten | Verplichtingen |
|---|
| Stand ontwerpbegroting
2006 | | 7 099,1 | 106,7 | 7 142,9 |
| Stand 1e suppletore
begroting 2006 | | 6 666,2 | 107,7 | 6 699,0 |
| Stand 2e suppletore
begroting 2006 | | 7 059,3 | 123,7 | 7 410,1 |
| – belangrijkste mutaties Slotwet: | | | | |
| | | | | | |
| 1. | Integraal waterbeleid | 31 | – 10,6 | | |
| 2. | Veiligheid gericht op de beheersing
van veiligheidsrisico’s | 33 | – 3,1 | | |
| 3. | Betrouwbare netwerken en acceptabele
reistijden realiseren | 34 | | | – 152,0 |
| 4. | Inspectie Verkeer en Waterstaat | 38 | – 11,5 | | |
| 5. | Bijdragen Infrastructuurfonds en
BDU | 39 | 50,9 | | 179,6 |
| 6. | Ondersteunen functioneren VenW | 41 | – 7,6 | 264,8 | 26,5 |
| 7. | Diversen | | – 4,4 | – 4,2 | 3,2 |
| Realisatie
2006 | | 7 073,0 | 384,3 | 7 467,4 |
Toelichting
1. De lagere gerealiseerde uitgaven op het artikel Integraal Waterbeleid
worden voornamelijk veroorzaakt door:
– vertraagde, uitgestelde en goedkopere uitbestedingen en onderzoeken;
– facturen die niet tijdig zijn ontvangen, waardoor deze niet meer
ten laste het jaar 2006 konden worden betaald;
– overboekingen naar de ministeries van LNV en VROM voor respectievelijk
vergoedingen voor de capaciteit bij de Dienst Landelijk gebied West en een
bijdrage aan het actieprogramma Ruimte en cultuur;
– vertraging in de (inhoudelijke) voorbereiding van de uitbesteding
voor een kosten-effectiviteitsanalyse ter uitvoering van de motie Geluk.
2. Dit overschot wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de aankoop van
woningen in de LIB veiligheidssloopzone’s Schiphol niet heeft plaatsgevonden.
Er kon niet tot overeenstemming worden gekomen met eigenaren van woningen
over verkoop. Verkoop geschiedt op basis van vrijwilligheid. Het resterende
kasoverschot wordt mede veroorzaakt doordat minder beroep op regelingen is
gedaan dan begroot en door vertraagde aanbestedingen.
3. Het verplichtingenverschil wordt verklaard doordat verplichtingen die
samenhangen met de gedecentraliseerde contractsectorlijnen zijn overgeboekt
naar de BDU en de verplichtingen die samenhangen met de regeling De Boer zijn
afgeboekt omdat de regeling is afgelopen. Ten laste van dit artikel is in
2006 een beschikking vastgelegd (€ 7 mln) zodat de TU Delft onderzoek
kan doen naar een Superbus-concept. Begrotingsautorisatie heeft reeds bij
Tweede Suppletore Wet 2006 plaatsgevonden.
4. Voor bestuursneutrale taken is een bedrag van circa € 8,4
miljoen uit artikel 38 (Inspectie Verkeer en Waterstaat) overgeboekt naar
verschillende uitgavenartikelen binnen de begroting van VenW. Deze technische
overboekingen zijn na het verschijnen van de Najaarsnota aangebracht. Deze
taken hebben voornamelijk betrekking op licenties en onderhoud SAP, facilitaire
kosten, huisvesting en kosten voor digitale vergunningverlening. Het resterende
kasoverschot bestaat uit lagere personeelsuitgaven in verband met vacatureruimte,
lagere vervoerkosten en minder uitbesteding.
5. De verplichtingenrealisatie is hoger dan geraamd omdat de beschikking
voor de BDU 2007 reeds in 2006 is vastgelegd. Daarnaast zijn uit een aanvullende
post van het ministerie van Financiën middelen toegevoegd ter compensatie
van de werkelijk betaalde BTW-uitgaven.
6. Het kasoverschot op dit artikel is ontstaan door verschillende oorzaken,
waarvan de belangrijkste hieronder worden toegelicht:
– achterstand in het digitaliseren van de P-dossiers;
– de beschikbare gelden ten behoeve van Balans (in het kader van
de Veranderopgave) zijn in het verslagjaar niet geheel besteed doordat het
protocol van overdracht pas medio 2006 is geformaliseerd;
– vertraging in het project Budget Internationale Prioriteiten;
– de bijdragen aan GEO Delft en het Waterloopkundig Laboratorium
zijn door de baten-lastendienst RWS voldaan. In 2006 heeft geen tijdige verrekening
met het moederdepartement plaatsgevonden, waardoor een overschot is ontstaan;
– het niet tijdig vervullen van opleidingen en vacatures;
– door de vorming van de nieuwe Raad voor Verkeer en Waterstaat
zijn onderzoeken later gestart;
– de uitgaven ten behoeve van het sociaal flankerend beleid en de
post-actieven zijn lager uitgevallen dan begroot.
Rijkswaterstaat (RWS) is op 1 januari 2006 gestart als baten-lastendienst
en heeft een initiële lening aangevraagd om de activa (gebouwen en inventaris
en dergelijke) van het moederdepartement over te nemen. De hogere ontvangsten
hebben voor het grootste deel betrekking op de betaling voor deze activa door
RWS aan het moederdepartement.
De hogere verplichtingenrealisatie op dit artikel heeft voornamelijk
een administratief technische oorzaak. Voor de uitgaven die het moederdepartement
VenW verricht voor de baten-lastendienst RWS worden zowel de kas als de verplichtingen
vastgelegd. VenW berekent de uitgaven door aan RWS en krijgt hierdoor ontvangsten
op haar begroting. De ontvangsten worden in mindering gebracht van de uitgaven.
De verplichtingen worden echter niet bijgesteld of afgeboekt, waardoor deze
realisatie op de begroting van VenW blijft drukken.
7. Ten laste van artikel 36 zijn in 2006 twee subsidiebeschikkingen van
in totaal € 1,2 mln. afgegeven aan de stichting Higrid om de maatschappelijke
opgaven van een welvarend, bereikbaar, schoon en veilig Nederland te bereiken
tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarnaast is een subsidiebeschikking
van € 1 mln. afgegeven aan de gemeente Amsterdam om in die gemeente
langer door te rijden met de brandstofcelbussen. Begrotingsautorisatie over
deze bedragen heeft reeds eerder plaatsgevonden.