nr. 54
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 november 2009
In mijn brief van 13 juli 2009 (Kamerstuk 31 018, nr. 52)
heb ik u bericht over de stand van zaken van de uitvoering van de Regeling
ter afwikkeling van de nalatenschap van de Oude Vreemdelingenwet (hierna:
Regeling). Op 15 september 2009 heeft u gevraagd om voor zover mogelijk
deze informatie te actualiseren. Mede namens de minister van Justitie informeer
ik u over de actuele ontwikkelingen.
1. Proces vergunningsverlening
Tot 1 november 2009 zijn ongeveer 28 000 vergunningen verleend.
Dit ligt nog steeds binnen de brandbreedte van de bij de start van de Regeling
uitgesproken verwachting over de omvang van deze groep van tussen 25 000
en 30 000 personen. Als gevolg van de uitvoering van de Regeling, zijn
op dezelfde peildatum ongeveer 21 400 lopende procedures ingetrokken.
Voor circa 6 000 personen heeft de ambtshalve beoordeling door de
IND niet geleid tot toekenning van een vergunning in het kader van de Regeling.
In ongeveer 35% van de gevallen was dat vanwege 1F (of lopend onderzoek
hiernaar), openbare orde-aspecten of het verstrekken van onjuiste persoonsgegevens.
De overige circa 65% betrof personen van wie geen onafgebroken verblijf
kon worden geconstateerd, van wie de verblijfplaats niet kon worden achterhaald
of die het voorgelegde aanbod niet accepteerden.
Op dit moment is in ongeveer 3600 dossiers bezwaar aangetekend tegen de
niet-verlening van een ambtshalve vergunning. De toename van het aantal bezwaarschriften
is voornamelijk een gevolg van burgemeesterverklaringen die nog zijn binnengekomen
bij de IND na de sluiting van de Regeling. Door de projectmatige aanpak van
de IND zijn inmiddels reeds 3360 bezwaarschriften afgehandeld. Naar verwachting
zal het resterende deel van deze bezwaarschriften voor het einde van dit jaar
grotendeels zijn afgerond. Het indienen van een bezwaarschrift
heeft in 175 gevallen alsnog geleid tot het doen van een aanbod.
De weigering tot het verlenen van een vergunning op grond van de Regeling
na bezwaarschrift is in 1900 dossiers aanleiding geweest tot het indienen
van beroep door betrokkene. Thans zijn ruim 900 beroepszaken afgehandeld waarvan
in 190 zaken het beroep gegrond is verklaard. In 125 dossiers is hoger beroep
ingesteld waarvan er reeds 50 zijn afgehandeld.
2. Terugkeer
Tot dusver zijn 5850 dossiers van de «afvallers» aan de Dienst
Terugkeer en Vertrek (DT&V) overgedragen. Hiervan zijn er op dit moment
nog zo’n 1100 in behandeling. Ongeveer 4750 zaken zijn afgesloten.
Van de circa 4750 afgesloten zaken, zijn bijna 3800 personen vertrokken,
daarvan zo’n 600 personen onder toezicht. Tot slot zijn ongeveer 1000
vreemdelingen uitgestroomd wegens tijdens het terugkeertraject indienen van
toelatingsvragen, vanwege vergunningverlening of door overlijden.
3. Opvang en huisvesting
Op 1 november 2009 waren bijna 25 800 personen gehuisvest. De
populatie die in het COA verbleef is nagenoeg uitgestroomd: de laatste 135
personen die tot de doelgroep behoren en nog in de opvangcentra zitten, zullen
hoogstwaarschijnlijk vóór het einde van dit jaar gehuisvest
zijn.
Van de «buiten-COA-groep», de doelgroep die niet door het
COA werd opgevangen, is het overgrote deel inmiddels gehuisvest. Een klein
deel, ongeveer 1600 personen, is nog niet aangemeld voor de taakstelling.
Volgens de eindrapportage van de Taskforce Huisvesting Statushouders heeft
dit verschillende oorzaken:
– een deel staat op een wachtlijst voor bemiddeling naar woonruimte;
– een deel is wel gehuisvest, maar nog niet aangemeld bij het COA
of nog niet verwerkt door het COA;
– een deel woont, volgens de gemeentelijke criteria, niet passend
en komt voor herhuisvesting in aanmerking maar wil in de woning blijven wonen;
– een deel heeft woningaanbod geweigerd (geldt zowel voor binnen-
als buiten-COA-groep)»
– een deel is eerder dan 2007 aangemeld voor de reguliere taakstelling
en nu door de gemeente niet alsnog aangemeld als gepardonneerde;
– een beperkt aantal is door gemeenten meermaals opgeroepen zich
te melden, zodat de huisvestingssituatie kan worden beoordeeld, maar heeft
hier geen gehoor aan gegeven. Mogelijk zijn zij niet meer in die gemeente
(of op dat adres).
De Taskforce Huisvesting Statushouders heeft op 6 oktober 2009, door
middel van een slotmanifestastie, zijn activiteiten beëindigd. De Taskforce
constateerde bij zijn afscheid dat de huisvesting van de doelgroep zo voorspoedig
verliep, dat de intensieve begeleiding van een landelijke aanjager en procesbegeleider
bij de huisvesting van de doelgroep niet meer nodig was. Gedurende zijn bestaan
heeft hij echter wel als die aanjager en procesbegeleider gefungeerd, en met
meetbaar succes. Samen met de minister voor WWI bekijk ik momenteel op welke
wijze de door de Taskforce achtergelaten «erfenis» gebruikt kan
worden voor structurele verbeteringen aan het uitplaatsings- en huisvestingsproces
van de reguliere groep vergunninghouders. Daarbij betrekken wij nadrukkelijk
de provincies, als toezichthouders, en de gemeenten zelf.
4. Noodopvang
In het Bestuursakkoord dat ik in mei 2007 heb afgesloten met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten is naast de Regeling ter Afwikkeling van de Nalatenschap
van de Oude Vreemdelingenwet ook vastgelegd dat de noodopvang uiterlijk eind
2009 dient te worden beëindigd. Zoals ik u heb laten weten in mijn brief
van 7 september 2009 (TK 2008–2009, 31 018, nr. 53) is
uit onderzoek, dat in opdracht van de VNG is uitgevoerd, gebleken dat het
totale aantal ex-asielzoekers dat nog in gemeentelijke noodopvang verblijft
flink is afgenomen in de periode van december 2007 tot mei 2009.
Momenteel wordt door gemeenten die nog over noodopvang beschikken met
ondersteuning van de DT&V en de IND intensief gewerkt aan het verder terugbrengen
van de omvang van de noodopvang. Dit proces verloopt voorspoedig, en ik verwacht
dat per 1 januari 2010 de nu nog bestaande structurele noodopvang afgebouwd
zal zijn. De beëindiging van de noodopvang is primair de verantwoordelijkheid
van gemeenten zelf. De Rijksoverheid faciliteert gemeenten daarbij echter
maximaal. Voor zover er nog sprake is van rechtmatig in Nederland verblijvende
vreemdelingen in de noodopvang, beslist de IND met prioriteit op de lopende
aanvraag. Waar het gaat om onrechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen,
is de DT&V beschikbaar om het vertrek te faciliteren. In het kader van
dit proces kan overplaatsing van de vreemdeling vanuit de noodopvang onder
oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel plaatsvinden, in beginsel is
dit naar de Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) in Ter Apel.
De staatssecretaris van Justitie,
N. Albayrak