30 995 Aanpak Wijken

Nr. 95 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 24 juni 2013

De vaste commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister voor Wonen en Rijksdienst over de brief van 16 mei 2013 over het Besluit van 6 mei 2013 tot wijziging van het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting en van het Besluit beheer sociale-huursector (beëindiging subsidies in het kader van de wijkenaanpak) (Kamerstuk 30 995, nr. 93).

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 20 juni 2013. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, De Rouwe

De griffier van de commissie, Van der Leeden

Vraag 1

Hoeveel geld is vanuit het Rijk beschikbaar voor de wijkaanpak, stadsvernieuwing en krimpproblematiek. Kan dit worden uitgesplitst? Kan dit ook per provincie worden uitgesplitst?

Antwoord 1

Voor stedelijke vernieuwing is in de periode 2010–2014 € 1.167.066.282 beschikbaar vanuit het Rijk als investeringsbudget (ISV). Met deze middelen wordt ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in steden en dorpen; woningen worden opgeknapt, groenzones uitgebreid en achterstandswijken vernieuwd. Grote gemeenten ontvangen het investeringsbudget direct via het gemeentefonds, bij de overige gemeenten loopt het via de provincie. Voor 2013 zijn daar bovenop programmamiddelen beschikbaar vanuit het Rijk ten behoeve van de kwaliteit van de woonomgeving, waaronder voor de wijkenaanpak en voor krimpregio’s. Het gaat in totaal om ruim € 5 miljoen voor ondersteuning, onderzoek, kennis delen en het ontwikkelen van instrumenten. In 2011 hebben de provincies Groningen, Limburg en Zeeland een eenmalig krimpbudget ontvangen van totaal € 31 miljoen voor de aanpak van leegstand in Parkstad-Limburg, Noordoost-Groningen en Zeeuws-Vlaanderen.

Daarnaast heeft het Rijk voor de periode 2008 – 2011 € 300 miljoen beschikbaar gesteld specifiek ter ondersteuning van de wijkenaanpak. In 2012 is door BZK € 30 miljoen bijgedragen aan Rotterdam Zuid om de sloop- en nieuwbouwprojecten weer op gang brengen die door de problemen bij Vestia stil zijn komen te liggen. Via speciale maatstaven in Gemeente- en Provinciefonds worden tot slot krimpgebieden jaarlijks voor respectievelijk ca. € 12 (tot en met 2015) en € 93 (voor krimp en groei) miljoen gecompenseerd voor het dalende inwonertal.

Vraag 2

Hoeveel geld is vanuit de provincies beschikbaar voor de wijkaanpak, stadsvernieuwing en krimpproblematiek? Kan dit worden uitgesplitst? Kan dit ook per provincie worden uitgesplitst?

Antwoord 2

Het Rijk is een van de partners bij het versterken van de leefbaarheid in kwetsbare gebieden en heeft geen landelijk overzicht van investeringen in stedelijke vernieuwing, wijkenaanpak en krimp uit de eigen provinciale middelen.

Vraag 3

Hoeveel geld is vanuit de gemeenten beschikbaar voor de wijkaanpak, stadsvernieuwing en krimpproblematiek? Kan dit worden uitgesplitst? Kan dit ook per provincie worden uitgesplitst?

Antwoord 3

Het Rijk is een van de partners bij het versterken van leefbaarheid in kwetsbare gebieden en heeft geen landelijk overzicht van investeringen in stedelijke vernieuwing, wijkenaanpak en krimp uit eigen gemeentelijke middelen.

Vraag 4

Welke concrete projecten vallen weg wanneer vanuit het Rijk nog slechts ruim 5 miljoen euro beschikbaar is voor de wijkaanpak en stadsvernieuwing?

Antwoord 4

Er zijn voorbeelden van lokale wijkprojecten die worden uitgesteld of die niet door gaan. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door afname van de investeringskracht van corporaties, bezuinigingen bij de overheid, de moeilijke situatie op de woningmarkt en door terughoudendheid bij ontwikkelaars. Dan denk ik aan initiatieven als herstructureringsprojecten, investeringen in de openbare ruimte of het aanstellen van een participatiemakelaar.

Vraag 5

Welke niet-overheidsinstellingen zullen in de wijken investeren? Kan globaal een schatting worden gegeven van de bedragen per jaar?

Antwoord 5

Een schatting van bedragen is niet te geven. Inzet is om via stedelijke vernieuwing, wijkenaanpak en krimp brede coalities te organiseren rond maatschappelijk opgaven in gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Een beweging in die richting is gaande.

Enkele voorbeelden: bij de wijkenaanpak zijn bedrijven als Albert Heijn, Delta Lloyd en Tempo Team partners betrokken. Met verschillende fondsen wordt gekeken naar alternatieve financieringsmodellen. In 13 lokale «blok-voor-blok» pilots werken bewoners, bedrijven en overheden samen om bestaande woningen energiezuinig te maken. Met «kluswoningen» in Rotterdam en Den Haag knappen particulieren verouderde woningen op. In de buurt Parkstad in Leusden en de Fideliobuurt in Hoogvliet regelen bewoners zelf een deel van het onderhoud en beheer van de buitenruimte. De ASN-bank wil projecten om woningen energiezuinig te maken financieren.

De kring van stakeholders die tot initiatieven komt, is breder dan voorheen. Het Rijk ondersteunt door de waarde in beeld te brengen van deelname door andere partners bijvoorbeeld via Maatschappelijke Kosten Baten analyses, verdienmodellen en businesscases.

Vraag 6

Op welke manier zal er nog geld zijn voor de «Vogelaarwijken»? Om hoe veel geld gaat het? Via welke financiers?

Antwoord 6

Naast de al beschreven geldstromen kunnen de aandachtswijken rekenen op reguliere overheidsmiddelen vanuit onderwijs, werk, veiligheid, zorg, welzijn, sport etc. Daarnaast investeren corporaties, bedrijven, middenveld, fondsen, sociaal ondernemers en bewoners. Overigens gaat het in de aandachtswijken om meer dan geld alleen. Het gaat ook om een andere, integrale manier van werken, het bundelen van krachten, het delen van kennis en ervaringen en om het wegnemen van belemmeringen.

Vraag 7

Kan per jaar worden aangegeven hoeveel geld de afgelopen 15 jaar is uitgegeven aan de wijkaanpak, stadsvernieuwing en krimpproblematiek?

Antwoord 7

Er is niet aan te geven hoeveel de verschillende partijen de afgelopen 15 jaar hebben besteed aan wijkenaanpak, stadsvernieuwing en krimp. Voor wat betreft het Rijk wordt verwezen naar het antwoord op vraag 1.

Vraag 8

Wat gebeurt er met de «Vogelaarwijken» wanneer er geen nieuwe financiers worden gevonden?

Antwoord 8

Het automatisme waarmee als eerste naar de overheid wordt gekeken voor het oplossen van maatschappelijke is niet meer van deze tijd. Velen voelen zich verantwoordelijk en zetten zich in. Het Rijk komt het 10-jarig commitment met de aandachtswijken na. Momenteel wordt in overleg met alle betrokken steden gesproken hoe krachten kunnen worden gebundeld in de resterende periode. Sommige wijken geven aan op eigen kracht verder te kunnen, andere hebben behoefte aan gerichte steun. Dit najaar stuur ik u hierover nadere informatie toe. De voortgang in de wijken wordt nauwkeurig gevolgd. Volgend jaar verschijnt er een geactualiseerde Outcomemonitor met analyses per aandachtswijk.

Vraag 9

Is de stadsontwikkeling klaar in Nederland?

Antwoord 9

Nee. De opgaven zijn nog steeds groot. Het blijft noodzakelijk om te investeren in vernieuwing van steden. Voor het mogelijke maken van deze investeringen en de samenhang tussen de investeringen zijn de overheden nodig. Het gaat daarbij om meer dan geld alleen. Kennis delen, het creëren van ruimte voor vernieuwende aanpakken, en het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving zijn van even groot belang. Stadsontwikkeling anno 2013 kent meer partijen, minder middelen en nog scherpere keuzen.

Naar boven