Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030982 nr. 53

30 982 Beleidsdoorlichting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nr. 53 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 20 november 2019

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de brief van 11 juli 2019 inzake opzet beleidsdoorlichting artikel 1 arbeidsmarkt (Kamerstuk 30 982, nr. 50).

De Minister en de Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 18 november 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Rog

De adjunct-griffier van de commissie, Kraaijenoord

1

Hoe worden de onderzoeken van externe partijen meegenomen in de beleidsevaluatie, ook gezien het feit dat dit een enorme lijst is?

Antwoord: de opdrachtnemer krijgt als expliciete opdracht om een achttal beleidsevaluaties mee te nemen in de beleidsdoorlichting. Voor de overige in de lijst genoemde onderzoeken geldt dat het de opdrachtnemer vrij staat om deze onderzoeken al dan niet mee te nemen in de doorlichting. Ook de manier waarop de opdrachtnemer deze onderzoeken meeneemt is aan de opdrachtnemer. Waar de opdrachtnemer op beoordeeld zal worden is dat de in het kader van de beleidsdoorlichting gestelde vragen over doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid adequaat en voldoende onderbouwd worden beantwoord.

2

Wordt het onlangs verschenen onderzoek «Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers – editie 2» van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) ook meegenomen?

Antwoord: de opdrachtnemer mag dit onderzoek of elementen hier uit meenemen in de beleidsdoorlichting. Dit geldt echter niet als expliciete vereiste. Niettemin lees ik deze vraag als een uitnodiging om genoemd onderzoek bij de opdrachtnemer onder de aandacht te brengen. Dat zal ik doen.

3

Wat zal er onderzocht worden op het thema inclusieve arbeidsmarkt, gezien het feit dat de beleidsartikelen inzake de Participatiewet en Wajong niet onder artikel 1 vallen? Hoe wordt inclusieve arbeidsmarkt gedefinieerd en zouden mensen met een arbeidsbeperking daar niet ook onder moeten vallen?

Antwoord: een inclusieve arbeidsmarkt is onderdeel van de doelstelling van begrotingsartikel 1. Om die reden vraag ik aan de opdrachtnemer in hoeverre dat doel bereikt wordt en in hoeverre het beleid op artikel 1, bijvoorbeeld de Wet tegemoetkoming loondomein en het beleid gericht op gelijke behandeling, daaraan bijdraagt. Dat laat onverlet dat ook beleid dat onderdeel uitmaakt van andere begrotingsartikelen, waaronder de Participatiewet en de Wajong, van invloed is op het doelbereik. Een inclusieve arbeidsmarkt is in de offerteaanvraag gedefinieerd als «een arbeidsmarkt waaraan ook mensen met beperkingen duurzaam kunnen deelnemen.»

4

Wat zijn de methoden en technieken van onderzoek?

Antwoord: de opdrachtnemer wordt gevraagd om de «realistische evaluatiemethode» te hanteren. De kern van deze methode is dat deze niet alleen inzicht geeft in doelbereik, doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid, maar ook in achterliggende mechanismen die maken dat beleid meer of minder werkt. Of dat beleid voor een deel van de doelgroep meer werkt dan voor een ander deel van de doelgroep. Als randvoorwaarde hierbij geldt dat het beschikbare materiaal, waaronder de beleidsevaluaties, het mogelijk maken om die achterliggende mechanismen te benoemen en hun werking te beschrijven.

5

Kunt u een overzicht geven van de specifieke wetten die onder de reikwijdte van de beleidsdoorlichting vallen?

Antwoord: onder de reikwijdte van de beleidsdoorlichting vallen de volgende wetten:

  • BW boek 7 titel 10: de arbeidsovereenkomst, waaronder:

    • Wet werk en zekerheid (WWZ)

    • Wet werken na AOW-gerechtigde leeftijd

  • Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

  • Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (avv)

  • Wet op de loonvorming

  • Wet op de ondernemingsraden (WOR)

  • Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml)

  • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)

  • Wet aanpak schijnconstructies (Was)

  • Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

  • Arbeidstijdenwet (ATW)

  • Wet arbeid vreemdelingen (Wav)

  • Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU)

  • Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)

Naast bovengenoemde wetten vallen onder de reikwijdte van de doorlichting ook andere beleidsinstrumenten, zoals het beleid rond scholing van werkenden (als onderdeel van Leven Lang Ontwikkelen), beleid met betrekking tot gezond en veilig werken en verzuimbegeleiding, beleid met betrekking tot gelijke behandeling (tegen arbeidsmarktdiscriminatie) en een drietal fiscale instrumenten: het lage BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

6

Worden de doelgroepen waarop artikel 1 van de SZW-begroting zich richt op enig moment bij de beleidsdoorlichting betrokken, bijvoorbeeld in klankbordgroepen?

Antwoord: het staat de opdrachtnemer vrij om doelgroepen bij de beleidsdoorlichting te betrekken. Dit is evenwel niet voorgeschreven. De overweging om dit aan de opdrachtnemer te laten is dat de doorlichting in de eerste plaats bedoeld is om bestaande onderzoeksresultaten samen te bundelen en integraal te bezien (synthese), niet zozeer om nieuwe inzichten in de werkzaamheid van bepaalde instrumenten te formuleren.

7

Wordt het beleid op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) ook meegenomen bij deze beleidsevaluatie?

Antwoord: Leven Lang Ontwikkelen wordt meegenomen in de beleidsdoorlichting voor zover het beleid betreft gericht op scholing van werkenden. Net als de andere onderwerpen waarvoor geen of geen recente beleidsevaluatie voorhanden is vormt dit beleid niet de focus van de beleidsdoorlichting, maar loopt het in beschrijvende zin mee.

8

Wordt bij de evaluatie ook gekeken naar het effect van de bestendigheid van beleid op de gewenste uitkomsten?

Antwoord: ja. De opdrachtnemer wordt gevraagd om op basis van evaluatieonderzoeken aan te geven in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is. Daarbij wordt expliciet gevraagd om aan te geven welke mechanismen van invloed zijn geweest en hoe de doeltreffendheid en doelmatigheid mogelijk zou kunnen worden vergroot. Zodoende komen in beginsel alle kenmerken van beleid die de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid kunnen vergroten of juist schaden aan bod. De bestendigheid van beleid is één van die kenmerken.

9

Kunt u aangeven hoe inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid kan worden verkregen van die onderdelen van beleid die niet genoemd worden in de lijst van onderzoeksrapporten in bijlage 2, te weten de Arbeidstijdenwet, Wet – en regelgeving met betrekking tot gelijke behandeling, Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl), Inkomensafhankelijke combinatie korting (IACK), arbeidskorting, Inspectie toezicht en capaciteit, Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) (aangezien de evaluatie van deze wet pas gepland is in 2021), de witte vlekken in de uitgevoerde evaluaties die geïdentificeerd gaan worden door het externe onderzoeksbureau om te adviseren over een goede evaluatieprogrammering voor de toekomst en de deelonderwerpen waarvan geen evaluatieonderzoek beschikbaar is en waarvoor een beschrijving wordt opgesteld?

Antwoord: inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de in de vraag genoemde beleidsonderdelen zal worden verkregen op het moment dat deze beleidsonderdelen geëvalueerd zullen worden. Voor de in de vraag genoemde Waadi en Wtl (Wtl betreft het onderdeel Lage-Inkomensvoordeel) komen gedurende de looptijd van de beleidsdoorlichting evaluaties beschikbaar. Voor de andere genoemde onderdelen zal geen recente evaluatie beschikbaar zijn. De beleidsdoorlichting zal echter ook deze onderdelen meenemen. Het streven is immers om met de doorlichting uitspraken te doen over het begrotingsartikel als geheel. De onderwerpen waarvoor geen of geen recente beleidsevaluatie voorhanden is vormen niet de focus van de beleidsdoorlichting, maar lopen in beschrijvende zin mee.

10

In hoeverre kunnen de genoemde evaluatieonderzoeken daadwerkelijk inzicht geven in de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid?

Antwoord: het uitgangspunt is dat evaluatieonderzoeken inzicht bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van afzonderlijke instrumenten. Mocht de opdrachtnemer onverhoopt constateren dat het om welke reden dan ook niet goed mogelijk is om op basis van de evaluatieonderzoeken en andere beschikbare bronnen zinvol te rapporteren over de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid op begrotingsartikel 1, dan kan de opdrachtnemer dit expliciet vaststellen. Relevant in dit kader is dat de opdrachtnemer hoe dan ook gevraagd wordt aanbevelingen te doen die gericht zijn op het in de toekomst verder vergroten van het inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid.

11

Hoe omvangrijk schat u het aantal onderwerpen waarvan de doelmatigheid en doeltreffendheid niet vastgesteld gaat worden? Hoe groot is dat deel van de begroting van artikel 1?

Antwoord: de beleidsdoorlichting heeft primair als doel om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op artikel 1 als geheel. Uitgangspunt bij de beleidsdoorlichting is dat de opdrachtnemer de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid van artikel 1 als geheel zal kunnen vaststellen. Voor zover het vaststellen van doeltreffendheid en doelmatigheid niet mogelijk zou blijken, vraag ik de opdrachtnemer expliciet om dat vast te stellen. Daarnaast vraag ik de opdrachtnemer om in de zogenaamde «verbeterparagraaf» aanbevelingen te doen die gericht zijn op het in de toekomst verder vergroten van het inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid.

12

Wat bent u voornemens te ondernemen zodat er wel informatie komt over de doelmatigheid en doeltreffendheid van genoemde onderdelen van artikel 1 Arbeidsmarkt voor het huidige beleid en deze beleidsdoorlichting?

Antwoord: het in beeld brengen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid is een vast onderdeel van het beleidsproces. Een overzicht van onderzoeken die reeds lopen of binnenkort opgestart worden is te vinden in bijlage 6.5 van de SZW-begroting voor 2020. Het betreft een overzicht van geprogrammeerde onderzoeken, d.w.z. alle onderzoeken waarvan nu reeds bekend is dat zij in 2020 en verder zullen plaatsvinden.

13

In hoeverre zijn het externe onderzoeksbureau en de ingeschakelde hoogleraren onafhankelijk of zijn zij ook betrokken geweest bij de genoemde eerdere evaluatieonderzoeken?

Antwoord: zowel het externe onderzoeksbureau als de ingeschakelde deskundigen (Ruben Houweling en Romke van der Veen) functioneren onafhankelijk. Voor een deel van de bureaus die meedingen naar de opdracht voor het uitvoeren van de beleidsdoorlichting geldt dat zij mee werken of mee gewerkt hebben aan een deel van de evaluatieonderzoeken. Ik ben me bewust van deze situatie. Ik zie deze situatie niet als een noemenswaardige bedreiging voor het onafhankelijk functioneren van de betreffende bureaus. Ik vraag de opdrachtnemer immers niet in hoeverre zij zelf en andere bureaus bij het uitvoeren van de beleidsevaluaties hun werk goed hebben gedaan. Wat ik wel vraag aan de opdrachtnemer is om aan te geven in hoeverre de opzet en resultaten van de beleidsevaluaties de opdrachtnemer in staat stellen om in het kader van de beleidsdoorlichting gegronde uitspraken te doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op begrotingsartikel 1. Deze vraag kan de opdrachtnemer in mijn beleving onafhankelijk beantwoorden, ongeacht wie de betreffende beleidsevaluaties heeft uitgevoerd.

14

Wat is de rolverdeling van de deskundigen? Geven zij onafhankelijk van elkaar advies en/of een gezamenlijk oordeel en kijken zij ook naar methodologische aspecten van de beleidsdoorlichting?

Antwoord: de onafhankelijke deskundigen leveren a) input op de opzet van de beleidsdoorlichting, b) commentaar op de uitvoering door het externe onderzoeksbureau en c) een beoordeling van de kwaliteit van de beleidsdoorlichting met aandacht voor de opzet van het onderzoek, de volledigheid en de consistentie van de analyse. Methodologische aspecten komen in elk van de drie genoemde producten aan bod. Of de deskundigen genoemde producten gezamenlijk of afzonderlijk leveren is aan de deskundigen zelf.