Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201430982 nr. 15

30 982 Beleidsdoorlichting Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 december 2013

Hierbij doe ik u de beleidsdoorlichting Arbeidsverhoudingen en -voorwaarden toekomen1. In deze doorlichting zijn de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt tussen 2008 tot en met 2012 op het gebied van de arbeidsovereenkomst, de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming en arbeidsmigratie bezien en gerelateerd aan het ingezette beleid. Voornoemde gebieden bestrijken tezamen het onderdeel arbeidsverhoudingen en -voorwaarden van begrotingsartikel 1 van mijn departement.

De economische crisis heeft gedurende de verslagperiode zijn sporen op de Nederlandse arbeidsmarkt nagelaten. De werkloosheid is in de afgelopen vijf jaar sterk gestegen, en de arbeidsmarkt is van zeer krap naar ruim gegaan. Daarnaast is het SZW beleidsterrein sterk beïnvloed door de uitbreiding van de Europese Unie gedurende de laatste jaren, waardoor er een stijging waarneembaar is van het aantal migranten uit de Europese Unie. Beide ontwikkelingen kunnen druk leggen op arbeidsvoorwaarden.

De economische crisis heeft de in de jaren negentig van de vorige eeuw ingezette flexibilisering van de arbeidsmarkt versterkt. Werkgevers zijn in de afgelopen periode minder geneigd geweest werknemers langdurige contracten aan te bieden. Zo steeg de flexibele schil van 19,5% in 2001 tot 26,1% in 2012. Hierbij zijn arbeidsmigranten in de groep werknemers met een flexibel contract oververtegenwoordigd.

Het bovenstaande geeft het kabinet aanleiding voor de volgende opmerkingen.

De basis voor de toekomstige Nederlandse arbeidsmarkt is neergelegd in het sociaal akkoord van april 2013. Essentiële onderdelen zijn de aanpassingen op het gebied van het ontslagrecht, de duur van de WW-uitkering en het recht op flexibele arbeid. Deze aspecten zijn uitgewerkt in het wetsvoorstel Werk en Zekerheid.

Daarnaast is het Nederlandse cao-stelsel cruciaal voor werkgevers en werknemers om te komen tot goede afspraken over arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat arbeidsvoorwaarden op oneigenlijke wijze onder druk komen te staan, is het van belang dat deze voorwaarden, zoals die in wetgeving en cao’s zijn vastgelegd, worden nageleefd. In dat kader heeft het kabinet op 11 april 2013 een actieplan «Bestrijden van schijnconstructies» aan uw Kamer gepresenteerd.2 In dit actieplan is ingegaan op de aanpak van schijnzelfstandigheid, de ontduiking van het minimumloon, misbruik bij premieafdracht, ontduiking van cao’s, gefingeerde dienstverbanden en migratieconstructies. Ook in het sociaal akkoord van april 2013 zijn afspraken gemaakt om oneigenlijk gebruik van flexconstructies terug te dringen.

Voor de continuïteit van het cao-stelsel op langere termijn is echter de noodzaak tot verbreding van het draagvlak een belangrijk issue. Behalve inspanningen om hun ledenaanwas te vergroten, hebben sociale partners een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ook niet-leden op zodanige manier bij de totstandkoming van cao’s te betrekken dat het toekomstig draagvlak daaronder verzekerd is.

Bij de beleidsdoorlichting zijn ten behoeve van de onafhankelijke toets Prof. dr. P.T. de Beer en Prof. mr. F.B.J. Grapperhaus als externen betrokken. Hun eindoordeel is opgenomen in de bijlagen van de beleidsdoorlichting.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Kamerstuk 17 050, nr. 428.