30 977 AIVD

Nr. 116 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 mei 2015

Bij brief van 19 mei 2015 is verzocht om een reactie op de berichtgeving in Der Spiegel en NOS.nl over «Nederland afluisterdoel Duitse geheime dienst» d.d. 18 mei 2015 (Handelingen II 2014/15, nr. 84, Regeling van Werkzaamheden). Mede namens de Minister van Defensie informeer ik u als volgt.

De Oostenrijkse politicus Pilz heeft in zijn verklaring van 19 mei jl. gesteld dat de BND op verzoek van de NSA in de periode 2005–2008 interceptie zou hebben gepleegd ten aanzien van kabelverbindingen tussen Oostenrijk en Nederland. Deze interceptie zou in Duitsland hebben plaatsgevonden. Nederland zou voorts doelwit zijn geweest van de Duitse interceptie. Beide stellingen worden echter niet onderbouwd. Nadere informatie ontbreekt op dit moment.

Zoals ik eerder aan de Tweede Kamer heb laten weten, geldt in het algemeen dat indien wordt geconstateerd dat een buitenlandse mogendheid zonder toestemming inlichtingenactiviteiten ontplooit in Nederland, de Nederlandse regering maatregelen treft. Thans bestaan hiervoor geen aanwijzingen.

Op mijn verzoek is de Duitse autoriteiten verzocht om nadere context en duiding te verschaffen. Ik zal u daarover t.z.t. via de geëigende kanalen informeren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Naar boven