30 970
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet werk en bijstand, de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met eenmalige gegevensuitvraag aan burgers (Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen)

nr. 5
VERSLAG

Vastgesteld 11 april 2007

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave blz.

1. Inleiding 1

2. Eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen 4

3. Elektronische gegevensuitwisseling en privacy 6

4. Overige elementen in het wetsvoorstel 7

5. Lasten, handhaving en inwerkingtreding 7

6. Ingewonnen adviezen en toetsen 9

7. Artikelsgewijs 10

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij hebben al enige malen aangedrongen op een oplossing die lijkt op de Belgische kruispuntbank. Daar kunnen instellingen in het publieke domein gegevens met elkaar uitwisselen, zodat mensen niet twee of meer keer dezelfde gegevens hoeven aan te leveren aan verschillende ketenpartners in het SUWI domein en wellicht daarbuiten.

Het valt de leden van de CDA-fractie op dat bestrijding van fraude met uitkeringen wel genoemd staat in het rapport van de Expertcommissie, maar niet expliciet genoemd wordt als doel van deze wet. Deze leden menen echter dat een betere koppeling van bestanden een drietal doelen dient en kan dienen:

• het voorkomen van uitvragen van informatie, die al bekend is;

• het opsporen van fraude, bijvoorbeeld van dubbele uitkering;

• het opsporen van mensen, die geen gebruik maken van regelingen en tegemoetkomingen zoals bijvoorbeeld de zorgtoeslag.

Kan de regering bevestigen dat al deze drie doelen met dit wetsvoorstel nagestreefd worden en aangeven hoe vooral twee en drie bereikt worden?

De leden van de CDA-fractie vinden dat hoge eisen gesteld mogen en moeten worden aan de basisregisters, die door deze wet worden ingesteld.

Een basisregister bevat immers vaak persoonlijke gegevens, maar doordat de gegevens ook door andere instanties kunnen worden uitgelezen, is het nog belangrijker dat de gegevens juist zijn en er laagdrempelig inzagerecht en correctierecht van de burger is.

De leden van de CDA-fractie vragen de regering te reageren op het voorstel om een basisregister op wetsniveau vast te leggen bij de definities en daar tenminste de volgende eisen aan te verbinden:

• inzagerecht en correctierecht, ten minste on-line (bijvoorbeeld via DigiD), zodat burgers op een laagdrempelige manier weten wie welke informatie heeft en of die juist is.

• garantie dat wanneer de gegevens door een derde uitgelezen worden, deze gegevens daar niet worden opgeslagen, maar opnieuw opgevraagd zullen worden, zodat na een correctie in de basisregistratie, een fout gegeven niet meer wordt gebruikt.

• Een minimale binding/verankering van de basisregistratie in de publieke sector.

Is het waar dat nu elk register in Nederland, ook buiten de publieke sector, aangemerkt kan worden als basisregister?

Deze wet is een raamwet en dat lijkt zeer passend voor deze materie. Immers de ICT kan snel veranderen en wetswijzigingen duren lang. Maar de leden van de CDA-fractie verzoeken de regering aan te geven waarom ervoor gekozen is om de verantwoordelijkheidsverdeling (voor bijvoorbeeld fouten en uitlevering) niet op wetsniveau te regelen, terwijl bijvoorbeeld de aanwijzingen voor de regelgeving (22 en 24) daar wel om vragen.

Op enige tientallen plaatsen in de wet door te delegeren naar lagere regelgeving, bijvoorbeeld bij het aanwijzen van basisregisters: hoe zal het straks nog mogelijk zijn om binnen korte tijd te achterhalen, wie met wie mag communiceren?

Worden er minimumnormen voor privacy en veiligheid vastgelegd?

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van bovengenoemd wetsvoorstel. Zij zijn verheugd over het feit dat met dit wetsvoorstel de verbetering van dienstverlening door de overheid aan burgers en bedrijven een feit wordt. Tevens zal dit wetsvoorstel gepaard gaan van een aanzienlijke lastenverlichting voor de burgers. Wel hebben zij nog enkele vragen.

Welke concrete en meetbare doelstellingen worden met het wetsvoorstel nagestreefd? Hoe en wanneer wordt de wet geëvalueerd? Welke indicatoren zullen bij een evaluatie worden gehanteerd teneinde de effectiviteit en efficiency van het wetsvoorstel te kunnen vaststellen?

De leden van de fractie van de PvdA-fractie zouden graag een volledige opsomming krijgen van bepalingen die leiden tot deregulering van Suwi-regelingen.

De leden van de SP-fractie staan in beginsel positief tegenover de beoogde verbetering van de dienstverlening van de burger door het vermijden van herhaalde informatieverzoeken terwijl die informatie al bij de overheidsorganen op het terrein van werk en inkomen beschikbaar is.

Hoewel de memorie van toelichting stelt dat de burger centraal staat mist de SP-fractie de omschrijving van de rechten van de burger als deze constateert dat de informatie in het digitale klantendossier niet juist en wat de procedures zijn om tot correctie informatie te komen. Kan de regering aangeven hoe het correctie recht wordt vormgegeven? In het bijzonder als aangeleverde informatie van bijvoorbeeld de werkgever niet overeenkomst met de informatie van de werknemer. Wie stelt uiteindelijk vast wat de correcte informatie is? De leden van de SP-fractie zijn van mening dat de rechten en plichten van de burger met betrekking tot correctie van de informatie en de daarbij behorende procedures in de wet dienen te worden vastgelegd.

De leden van de VVD-fractie hebben met grote belangstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Hoewel zij de doelstelling van het voorstel onderschrijven hebben zij toch een aantal vragen aan de regering.

De regering geeft aan dat de ICT-architectuur van de SUWIorganisaties een stuk verder is dan menig andere sector en ook de toets met het buitenland kan doorstaan. Kan de regering aangeven hoe in andere EU-landen omgegaan wordt met de «eenmalige gegevensuitvraag aan burgers»? Welke lessen kan Nederland hier nog van leren?

De regering geeft aan dat de zogenaamde «Expertcommissie» duidelijke knelpunten constateerde in de keten van werk en inkomen. De commissie spreekt ondermeer van een omvangrijke intake, die gepaard gaat met veel papier, het meermaal aanleveren van dezelfde gegevens door de burger, het ontbreken van ketenbrede statusinformatie en het pas achteraf controleren of burgers meerdere uitkeringen tegelijkertijd ontvangen. Kan de regering aangeven of onderhavig wetsvoorstel deze knelpunten nu oplost? Zo nee, wat moet er nog gebeuren om alle knelpunten de wereld uit te helpen?

De regering geeft aan dat dit wetsvoorstel ondermeer zou moeten leiden tot een zogenaamde «omgekeerde intake». Niet de klant is dan meer de primaire bron van informatie, maar de overheid zelf. Kan de regering meer schematisch aangeven hoe zij dit proces tot een omgekeerde intake precies voor ogen heeft? Wanneer is er sprake van een volledige omgekeerde intake?

De regering geeft aan dat privacy een belangrijk aandachtspunt is. Kan de regering aangeven hoe de privacymaatregelen in de praktijk worden vormgegeven? Wanneer zijn de systemen van de ketenpartners 100% privacyproof?

Wat betreft de beveiliging van persoonsgegevens in de SUWI-keten heeft de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) begin vorig jaar een onderzoek verricht naar «Doelbinding en beveiliging in de keten van werk en inkomen». De IWI constateerde dat, hoewel er geen klachten zijn ingediend door burgers over misbruik van hun persoonsgegevens, er onzekerheid blijft bestaan over de mate waarin de beveiliging van Suwi-net is gewaarborgd. Een eerste inventarisatie liet zien dat veel gemeenten niet aantoonbaar voldoen aan de wettelijke eisen. Is de beveiliging van persoonsgegevens bij de betrokken SUWI-organen (inclusief gemeenten) nu aantoonbaar in overeenstemming met de wettelijke eisen? Zo, ja, waaruit blijkt dit? Zo nee, bij welke organen is dit niet het geval en hoe ernstig is dit in relatie tot het voorliggende wetsvoorstel?

In het voorstel wordt meerdere malen verwezen naar een uitwerking middels lagere regelgeving. Kan de regering – in algemene zin – motiveren waarom zij voor het instrument van lagere regelgeving kiest? Waarom is het opnemen in de wet van deze bepalingen geen optie?

De leden van de VVD-fractie constateren dat in het wetsvoorstel geen evaluatiebepaling is opgenomen. Tevens zijn geen concrete en meetbare doelstellingen in het wetsvoorstel geformuleerd. Niet duidelijk is nu hoe geëvalueerd gaat worden wanneer de wet nu in de ogen van de regering een succes is. Welke concrete en meetbare doelstellingen worden met het wetsvoorstel nagestreefd? Hoe en wanneer wordt de wet geëvalueerd? Welke indicatoren zullen bij een evaluatie worden gehanteerd teneinde de effectiviteit en efficiency van het wetsvoorstel te kunnen vaststellen?

De leden van de PVV-fractie juichen het gewijzigde wetsvoorstel toe omdat deze tot doel heeft de burger niet onnodig te belasten met het meermaals verstrekken van dezelfde gegevens, en het systeem van gegevensbeheer te vereenvoudigen en te koppelen. Door het koppelen van gegevens over werk en uitkeringen kan mogelijk misbruik van uitkeringen tegengegaan worden.

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen. Zij constateren dat het wetsvoorstel voortvloeit uit de wens van de regering om tot verbetering van de dienstverlening door de overheid te komen. In dat verband vragen deze leden waarom er nu niet voor gekozen wordt eenmalige gegevensuitvraag bij alle overheidsdienstverlening in te voeren.

Voorts vragen deze leden waarom er niet voor gekozen is alle indicaties die CWI, UWV, gemeenten en SVB verrichten, in het wetsvoorstel mee te nemen. In het bijzonder noemen zij de WSW, waar toch ook sprake is van gegevensuitvraag en overdracht.

Een aantal belangrijke aspecten die samenhangen met het digitaal klantdossier en de eenmalige gegevensuitvraag, wordt in lagere regelgeving verder uitgewerkt. Het betreft hier elementen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van het dossier, zoals de verantwoordelijkheid over het beheer en de informatiebeveiliging. Waarom is er voor gekozen deze aspecten niet in het wetsvoorstel uit te werken, zo vragen de leden van de fractie van de ChristenUnie.

2. Eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen

De leden van de CDA-fractie vragen of het CBS ook aangesloten wordt op de SUWI keten, of zij alle gegevens mag uitvragen en hoeveel enquêtes dan kunnen vervallen en welke enquêtes over twee jaar nog zullen bestaan.

De regering spreekt iedere keer over een verbod op dubbele gegevensuitvraag. Welke actie kan een individu ondernemen, wanneer hij toch geconfronteerd wordt met een dubbele uitvraag? Wie gaat dus dit verbod naleven?

In het algemeen wordt gesteld dat de burger rechten kan ontlenen aan deze wet, zoals inzicht, en mogelijkheden om te verifiëren. Waar in de wet zijn deze rechten vastgelegd?

Iedere ketenorganisatie zelf moet ervoor zorg dragen dat zijn gegevens worden ingebracht. Deze gegevens moeten up to date zijn en worden geverifieerd en gevalideerd. Op welke plekken en op welke wijze gaat dat gebeuren vragen de leden van de PvdA-fractie.

Tevens vragen zij wie verantwoordelijk is voor de consequenties indien dit niet adequaat geschiedt. Hoe wordt voorkomen dat fouten op de burger worden afgewenteld zoals dit nu bij de belastingdienst gebeurt?

Het CWI is de verzamelaar van alle gegevens. Echter bij het CWI bestaat geen authentieke basisadministratie. Hoe verhoudt zich dit met de validiteit van de gegevens? Het CWI heeft tevens geen bevoegdheid tot het verifiëren van samenwonen. Hoe wordt in het wetsvoorstel gewaarborgd dat de gegevens niet vervuild zijn? Waarom wordt de gemeente niet aangewezen, die wel een authentieke basisadministratie heeft op inkomen, bijstand en samenleving?

Voorts komt de vraag op of gemeenten deze informatie mogen gebruiken om hun lokale armoede-beleid op een hoger plan te tillen, in die zin dat zij automatische kwijtscheldingen, het benaderen van speciale doelgroepen (65-plussers die geen bijzondere bijstand aanvragen) en dat soort verbeteringen van de gemeentelijke dienstverlening kunnen gaan nastreven.

Hoe wordt bewaakt dat alleen op basis van een know how-regeling gegevens worden uitgewisseld? Op welke wijze wordt gelijkwaardig de kwaliteit van de gegevens gewaarborgd? Hoe wordt voorkomen dat aan derden persoonsinformatie wordt verstrekt die voorheen niet verstrekt kon worden, bijvoorbeeld bij gescheiden partners en samenwonenden? Hoe wordt bewaakt dat bij potentiële werkgevers geen gegevens worden verstrekt, zoals gezondheid, ziektewet, zwangerschap die op grond van andere wetgeving verboden is? Hoe wordt dat bewaakt zo vragen de leden van de PvdA-fractie?

Zullen private uitvoerders van sociale zekerheid (bijvoorbeeld WAO-hiaat verzekeringen, private uitvoering van de WGA) ook toegang hebben tot het digitale klantendossier vragen de leden van de SP-fractie. Kunnen zij verplicht worden tot het leveren van informatie?

De regering geeft aan dat de sleutel tot het bereiken van gegevenshergebruik en eenmalige uitvraag op de eerste plaats ligt in de ontwikkeling van basisregistraties. Kan de regering aangeven wat haar visie is op deze basisregistraties op de langere termijn vragen de leden van de VVD-fractie. Dienen deze op termijn onvoorwaardelijk aan elkaar verbonden te zijn wat betreft gegevensuitvraag? Dienen hier restricties aan gesteld te worden? Of dienen basisregistraties op zichzelf te draaien?

De regering geeft aan dat activiteiten en beslissingen van de ketenorganisaties vaak belangrijke rechtsgevolgen voor de burger hebben. De burger wordt dan ook de gegevens getoond die de ketenorganisaties gebruiken. Deze moet vervolgens tekenen voor de correctheid van deze gegevens. Was het niet mogelijk geweest om de burger enkel veranderingen te laten doorgeven bij incorrectheid van de gegevens en daarvoor te laten tekenen? Met andere woorden; wanneer de gegevens correct zijn, hoeft de burger helemaal niets te doen. Was er dan nog geen grotere lastenverlichting tot stand gebracht?

De regering geeft aan dat het aparte aandacht vraagt om de burger ook spontaan, uit eigen initiatief, relevante feiten en omstandigheden aan de uitvoerende organisaties te melden. Kan de regering aangeven hoe zij dit voor zich ziet? Hoe gaat zij de burger motiveren om direct veranderende omstandigheden te melden?

De leden van de PVV-fractie vragen of deregulering bij invoering van een digitaal klantdossier wenselijk is. Is het niet zo dat door heel Nederland na invoering verschillende computerprogramma’s worden gebruikt om er na verloop van tijd achter te komen dat één standaard programma in heel Nederland handiger is in verband met eventuele verhuizing van burgers?

De leden van de PVV-fractie vragenof reeds bekend is wat de kosten zijn van de noodzakelijke automatisering. Gaat gebruik gemaakt worden van bestaande databanken? Hoeveel mensen moeten er opgeleid gaan worden om met het nieuwe of aangepaste systeem om te gaan? Uit welk budget wordt dit gefinancierd (het afzonderlijk projectbudget)?

Externen zullen naar alle waarschijnlijkheid worden ingeschakeld om de wetwijziging door te voeren. De leden van de PVV-fractie vragen of het niet handiger en goedkoper is vanuit het ministerie interimmers, adviseurs en ict-ers in te zetten.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of CWI gegevens die al bij UWV aanwezig zijn in de polisadministratie, of bij gemeenten in het GBA, ook dient uit te vragen wanneer de set gegevens vervolgens weer teruggestuurd wordt naar UWV respectievelijk. gemeenten. Is het in dit geval niet verstandiger dat CWI het burgerservicenummer overdraagt, waarna de volgende instanties in de keten van werk en inkomen zelf de gegevens uit de basisregisters haalt, zo vragen deze leden.

Om tot eenmalige gegevensuitvraag te kunnen komen, moeten alle gegevens digitaal overdraagbaar zijn. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het digitaal overdragen van gegevens tussen de ketenpartners al helemaal is ingeregeld en of dit op alle plaatsen al werkt.

3. Elektronische gegevensuitwisseling en privacy

De leden van de CDA-fractie zouden graag een beschrijving hebben van het groeipad van deze wet en verzoeken de regering aan te geven welke hinderlijke formulieren fors vereenvoudigd, vooringevuld dan wel afgeschaft zullen worden binnen een jaar na invoering van deze wet.

De ontwikkeling van het digitaal klantdossier kent een groeipad. Kan meer specifiek aangegeven worden welke ontwikkelingen verder worden uitgewerkt en op welke deze worden geïmplementeerd vragen de leden van de PvdA-fractie.

Welke soort informatie moet uiteindelijke in het digitale klantdossier worden opgenomen? Betreft dat: kinderen, woonsituatie (wel of geen partner), werk, ziektekostenverzekering, wonen (huren, huursubsidie), belastinginkomen (en mutaties daarin) vragen deze leden.

De wet moet voldoende flexibel en houdbaar zijn voor een dynamische praktijk. Veel zal afhangen van de ontwikkeling en groei van de ICT die het uitvoeringsproces ondersteunt. In hoeverre is men voorbereid op eventuele storingen in de computerbestanden? En welke consequenties kunnen daaruit voortvloeien?

Uit het onderzoek van de Inspectie Werk en Inkomen «Samenwerking tussen CWI en UWV bij aanvragen voor een WW-uitkering» blijkt dat de wettelijke taakverdeling tussen CWI en UWV in de praktijk niet leidt tot het gewenste één-loket. Ook geven de twee partijen verschillende accenten aan het principe «werk boven uitkering» als gevolg van de verschillende prestatieafspraken die voor de afzonderlijke organisaties gelden. In hoeverre kan dit de effectiviteit van het digitaal klantdossier frustreren, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

De leden van de SP-fractie vragen welke informatie in het digitale klantendossier zal worden vastgelegd. Wil de regering een overzicht geven van de gegevensvelden die in het dossier zullen voorkomen? Welke historische gegevens worden vastgelegd en tot hoever gaan die terug?

Wat is de betekenis van het benutten van de gegevens van de Dienst Wegverkeer? Van welke andere organisaties buiten de SUWI-organisatie zullen nu of in de toekomst gegevens in het digitale klantendossier worden opgenomen?

Kan de regering uiteenzetten welke gegevens in verband met de WMO en «op het vlak van het onderwijsstelsel» in het digitale klantendossier zullen worden opgenomen en wat deze wet nu precies moet faciliteren? Om welke gegevens gaat het?

De regering geeft aan dat het «digitaal klantdossier» kan worden omschreven als een representatie van alle relevante gegevens omtrent een klant binnen het SUWI-domein. Kunnen de leden van de VVD-fractie hieruit dan opmaken dat ook signalen van fraude in het digitale klantendossier worden opgenomen?

De regering geeft aan dat met de totstandkoming van het digitaal klantdossier een drietal elektronische diensten beschikbaar worden voor klanten, te weten: inschrijven werk, aanvraag WW en aanvraag WWB. Werkt het digitaal aanvragen van een uitkering geen fraude in de hand? Is het fysiek langskomen bij het loket geen betere optie?

De regering geeft aan dat in lagere regelgeving nadere regels zullen worden gesteld met betrekking tot de gezamenlijke inrichting en gebruik van het klantdossier en de daarmee ondersteunende gegevensverwerking van de ketenpartners. Kan de regering aangeven wanneer deze lagere regelgeving gereed is? Wordt de Kamer over de inhoud van deze lagere regelgeving nog geïnformeerd?

De regering geeft aan dat de bruikbaarheid van het digitale klantdossier staat of valt met de kwaliteit van de gegevens. Investeren in maatregelen om de kwaliteit van de gegevens te verhogen moet op korte en langere termijn gebeuren. Kan de regering heel concreet aangeven welke stappen zij gaat ondernemen om de gegevenskwaliteit te verbeteren? Kan de regering daar een concreet tijdschema aan koppelen? En kan de regering ook concreet meetbare doelstellingen koppelen aan de gegevenskwaliteit?

Het wetsvoorstel gaat niet in op de vraag hoe er binnen het digitaal klantdossierverband wordt omgegaan met gegevens waarvoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid geldt. Graag zien de leden van de VVD-fractie een reactie van de regering op dit punt tegemoet.

Hoe weten burgers wanneer ze wel en wanneer ze geen informatie hoeven te geven vragen de leden van de PVV-fractie. Vermeld wordt dat er uitzonderingen gemaakt kunnen worden ten aanzien van de informatieplicht van de burger. Wanneer is hier sprake van en kunnen er voorbeelden van genoemd worden?

En hoe gaan burgers (met name ouderen) bereikt worden die geen beschikking hebben over internet en dus hun gegevens niet zelf kunnen controleren?

Er wordt vanuit gegaan dat iedere ketenorganisatie zelf ervoor moet zorg dragen dat zijn gegevens worden ingebracht. De leden van de fractie van de PVV vragen of hier nog een vorm van controle op is. Het niet tijdig invoeren kan namelijk grote consequenties met zich meebrengen, en de vraag is of alle ketenpartners even adequaat met de gegevens omgaan.

De regering geeft aan dat het invoeren van eenmalige gegevensuitvraag een groeipad kent. Hoe ziet dit groeipad er volgens hem uit, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie? En welke gegevens gaat hij in de loop van de tijd onder de eenmalige gegevensuitvraag brengen, zo vragen deze leden?

4. Overige elementen in het wetsvoorstel

Het Inlichtingenbureau Gemeenten vergelijkt middels de samenloopapplicatie gegevens aangeleverd door de gemeenten met gegevens van externe organisaties. De regering noemt daarbij UWV, Informatie Beheer Groep (IBG) en Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) als voorbeelden van deze externe organisaties. Is de regering van mening dat de mogelijkheden om gegevens met elkaar te vergelijken nu optimaal is vragen de leden van de VVD-fractie. Of valt hier nog een slag te slaan? Kan de regering daarbij specifiek ingaan op de mogelijkheid om via registers het vermogensbezit van uitkeringsgerechtigden in het buitenland te traceren?

Het wetsvoorstel regelt dat werkgevers op verzoek of uit eigen beweging potentiële persoonsgegevens, verkregen uit een sollicitatie, aan betrokken instanties mogen doorgeven. Dient de potentiële werkgever een sollicitant hiervan vooraf op de hoogte te stellen en kan een sollicitant dit weigeren, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie?

5. Lasten, handhaving en inwerkingtreding

De leden van de CDA- en VVD-fracties vragen hoe de in de memorie van toelichting opgenomen 20,9 mln euro incidentele kosten voor het digitaal klantendossier zich verhoudt tot de uitspraken van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het algemeen overleg over het digitaal klantendossier van 17 januari jl., dat er «nog eens 9 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor de doorontwikkeling en nog eens 9,6 mln voor de implementatie bij UWV/CWI en gemeenten en dat hiermee nog niet het hele proces is afgedekt». Waarom zijn deze kosten niet opgevoerd in de memorie van toelichting? Is er inmiddels al een besluit benomen over de verdere financiering van het digitaal klantdossier? Zo ja, kan een indicatie gegeven worden van de additionele kosten die gemoeid zijn met het besluit over de verdere financiering van het digitaal klantdossier?

Bij 50% digitale aanlevering, wat volgens de memorie van toelichting een voorzichtige aanname is, besparen burgers jaarlijks 550 000 uur en 0,8 mln euro aan kosten. De gemiddelde burgers bespaart circa 2 uur bij de informatielevering aan het CWI. De leden van de CDA-fractie vragen de regering aan te geven welke verdere vermindering van lasten van burgers nog in kaart is te brengen, getuige de zin in de memorie van toelichting «dat de vermindering van lasten van burgers in het verdere traject nader zullen worden uitgewerkt»?

Waarom is deze vermindering van lasten niet reeds in het wetsvoorstel opgenomen?

Is 1 mei 2007 nog steeds een realistisch moment om alle gegevens op geautomatiseerde wijze ter beschikking te stellen ten behoeve van het klantdossier vragen de leden van de PvdA-fractie. Zo nee, komt de invoering van 1 januari 2008 van de eenmalige gegevens uitvraag dan nog onder druk te staan? Is de uiteindelijke datum waarop een en ander moet zijn voltooid nog steeds 2011, zo vragen deze leden.

De regering geeft een inschatting van de vermindering van de lasten voor de burger en de uitvoerende instanties. Zijn er echter ook lasten voor het bedrijfsleven aan het voorstel verbonden vragen de leden van de VVD-fractie. Is er een bedrijfseffectentoets uitgevoerd? En wat betreft de lasten voor de burger (en eventueel bedrijfsleven); is er een toets op de begrijpelijkheid van formulieren uitgevoerd?

De baten van het wetsvoorstel bedragen € 3,1 mln. in 2007 en € 10 mln. structureel (vanaf 2008). Het gaat hier volgens de memorie van toelichting om besparingen bij de intake voor en bemiddeling naar werk en de inname en afwikkeling van uitkeringsaanvragen WW en WWB. In het algemeen overleg over het digitale kantdossier van 17 januari 2007 heeft de vorige staatssecretaris van SZW aangegeven dat: «het CWI op korte termijn met een concreet onderzoeksvoorstel zal komen om die baten (van het digitaal klantdossier) in beeld te krijgen. Dat onderzoek zal worden verricht door een extern bureau. Ook op het terrein van de handhaving kunnen voordelen worden behaald. Gegevens kunnen bijvoorbeeld beter met elkaar worden vergeleken. Het is aan de uitvoerende instantie en/of gemeente om te bepalen of de huisbezoeken daarmee kunnen vervallen». Tevens lijkt er op dat de financiële baten van het wetsvoorstel nog niet volledig in beeld zijn gebracht, getuige de opmerking in de memorie van toelichting dat: «de verwachte financiële baten als de vermindering van lasten voor de burgers in het verdere traject nader worden uitgewerkt».

Kunnen op grond van het onderzoek van CWI zoals door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld in het algemeen overleg van 17 januari jl. meer besparingen ingeboekt worden bovenop de reeds gemelde € 10 mln. structureel getuige de opmerking in de memorie van toelichting dat: «de verwachte financiële baten als de vermindering van lasten voor de burgers in het verdere traject nader worden uitgewerkt»? Waarom zijn besparingen voor het digitaal klantdossier die het gevolg zijn van een betere handhaving niet gekwantificeerd en in het wetsvoorstel opgenomen?

Toezicht op de uitvoering en handhaving van het voorstel vindt plaats door de Inspectie Werk en Inkomen. Ontstaat er nog een lastenverzwaring voor deze organisatie door de invoering van onderhavig voorstel?

Uit de memorie van toelichting blijkt dat 2007 een implementatiejaar is. Vanaf 1 mei 2007 dienen alle relevante gegevens op geautomatiseerde wijze ter beschikking te worden gesteld ten behoeve van het digitaal klantdossier, waarna landelijke uitrol plaatsvindt. De bepalingen voor de instandhouding van elektronische voorzieningen zullen op 1 mei 2007 in werking treden. De bepalingen voor het regelen van de eenmalige gegevens uitvraag zullen op 1 januari 2008 in werking treden aansluitend op de landelijke ingebruikname van het digitale klantdossier. Ligt de uitrol van het digitaal klantdossier op koers? Is 1 mei 2007 nog steeds een realistisch moment om alle gegevens op geautomatiseerde wijze ter beschikking te stellen ten behoeve van het klantdossier? Zo nee, komt de invoering van 1 januari 2008 van de eenmalige gegevens uitvraag dan nog onder druk te staan?

Het uitvragen van gegevens uit basisregisters en het verwerken van wijzigingen in deze registers, brengen kosten met zich mee voor de betrokken organisaties, die met de basisregisters werken. De regering noemt in het wetsvoorstel alleen de ontwikkelingskosten voor het digitaal klantdossier, maar niet de kosten die samenhangen met het beheer en de uitvraag van de gegevens. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering hoe hoog zij de kosten van beheer uitvraag van gegevens raamt.

6. Ingewonnen adviezen en toetsen

De leden van de CDA-, PvdA- en VVD-fracties missen het commentaar (toezicht- en uitvoerbaarheidstoetsen) dat op dit wetsvoorstel is gegeven door IWI, UWV, CWI en gemeenten. Kan de regering alsnog de toezichtbaarheidstoets van de IWI en de uitvoerbaarheidtoetsen van UWV, CWI en gemeenten (Uitvoeringspanel) aan de Kamer zenden? Kan de regering puntsgewijs ingaan op de commentaren van deze organisaties?

De leden van de PvdA- en de VVD-fracties vragen of de regering een schema kan opstellen waarin worden opgenomen:

• welke algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen in het kader van dit wetsvoorstel worden opgesteld;

• welke hiervan nog aan het College Bescherming Persoonsgegevens voor advies worden voorgelegd;

• indien een algemene maatregel van bestuur niet aan het CBP wordt voorgelegd, waarom de regering dit niet noodzakelijk acht;

• op welk moment de algemene maatregelen van bestuur naar de Kamer zullen worden gestuurd.

De regering geeft aan – conform een advies van Actal – dat zowel de verwachte financiële baten als de vermindering van lasten voor de burgers in het verdere traject nader zullen worden uitgewerkt. Kan de regering aangeven wanneer deze nadere uitwerking gereed is vragen de leden van de VVD-fractie? Wordt de Kamer hier nog over geïnformeerd?

Heeft de regering, conform het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens, inmiddels al een lange termijn visie ontwikkelt ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens en ten aanzien van het recht op inzage en correctie, die als basis dient voor de op te stellen algemene maatregelen van bestuur?

De Raad van State meent dat in het wetsvoorstel niet de noodzaak wordt gemotiveerd voor de grondslag op basis waarvan een instantie gegevens moet verstrekken aan UWV, CWI, de SVB, de minister of de IWI. De regering geeft in reactie op dit commentaar van de Raad aan dat de noodzaak voor de grondslag in een algemene maatregel van bestuur zal worden onderbouwd. Het College Bescherming Persoonsgegevens zal over deze algemene maatregel van bestuur adviseren. Wanneer kan de Kamer de algemene maatregel van bestuur tegemoet zien die de noodzaak voor de gegevensverstrekking aan de SUWI-bestuursorganen onderbouwd?

De Raad van State is van opvatting dat de toelichting duidelijk moet maken hoe gewaarborgd wordt dat, zoals de Wet Bescherming Persoonsgegevens vereist, gegevens uitsluitend worden gebruikt en verstrekt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen (doelbinding). De regering geeft aan dat bij of krachtens algemene maatregelen van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de beveiliging van de elektronische voorzieningen. Materieel zal het hierbij gaan om vergelijkbare (maar geactualiseerde) bepalingen zoals die al zijn neergelegd in de Regeling SUWI. Wanneer kan de Kamer de algemene maatregel van bestuur inzake de beveiliging van de elektronische voorzieningen tegemoet zien? Wordt deze algemene maatregel van bestuur inzake de beveiliging van de elektronische voorzieningen ook aan het College Bescherming Persoonsgegevens voorgelegd?

7. Artikelsgewijs

Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Artikel 28

De leden van de PvdA-fractie hebben aarzelingen bij de verzwaring van de intake van het CWI omdat het geen authentieke basisadministratie heeft. Wat is de reactie van de regering hierop?

De voorzitter van de commissie,

De Wit

Adjunct griffier van de commissie,

Esmeijer


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GL), Hamer (PvdA), Blok (VVD), Nicolaï (VVD), Van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Verdonk (VVD), Ortega-Martijn (CU), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Vendrik (GL), Wolfsen (PvdA), De Krom (VVD), Weekers (VVD), De Rouwe (CDA), Depla (PvdA), Sterk (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Zijlstra (VVD), Cramer (CU), Biskop (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang (PvdA), Crone (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP) en Heijnen (PvdA).

Naar boven