Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730970 nr. 16

30 970
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet werk en bijstand, de Werkloosheidswet en enige andere wetten in verband met eenmalige gegevensuitvraag aan burgers (Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen)

nr. 16
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 september 2007

In vervolg op mijn toezegging tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen op 6 september 2007 informeer ik u bij deze over de relatie tussen de Basisregistratie Inkomen (BRI) en de polisadministratie en de mogelijkheden van gegevensuitwisseling met potentiële werkgevers. Tevens treft u informatie naar aanleiding van het amendement op stuk nr. 10 ingediend door de heren Omtzigt en Heerts aan, dat voorziet in verschillende vormen van parlementaire betrokkenheid tijdens het groeipad (voorhangprocedures en uitbreiding delegatie-grondslag voor de algemene maatregel van bestuur).

De relatie tussen de Basisregistratie Inkomen (BRI) en de polisadministratie

De heer Omtzigt heeft gevraagd naar de relatie tussen de polisadministratie en de Basisregistratie inkomen (BRI).

Met de BRI wordt beoogd per persoon per kalenderjaar één inkomensgegeven als authentiek aan te merken. Dit inkomensgegeven wordt door circa 25 instellingen gebruikt bij de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen, bijvoorbeeld de IB-Groep, de Belastingdienst/Toeslagen, Raden voor de rechtsbijstand, SVB, Sociale diensten (via het Inlichtingenbureau) en het CAK-BZ.

Dit wordt geregeld in het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en enige andere wetten in verband met de invoering van een basisregistratie inkomen en een basisregistratie waarde onroerende zaken bij uw Kamer aanhangig is. In de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel is aangegeven dat als er over een kalenderjaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld het verzamelinkomen uit de Wet inkomstenbelastingen 2001 (Wet IB 2001) het authentieke inkomensgegeven is. Als er geen aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, wordt het op basis van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) bepaalde fiscale jaarloon aangemerkt als authentiek inkomensgegeven. (Kamerstukken II, 2006/07, 31 085, nr. 3).

Om het inkomensgegeven in de BRI vast te stellen is informatie nodig uit de polisadministratie. De gegevens over het fiscale loon worden via de periodieke loonaangifte van de werkgever of uitkeringsinstantie verkregen door de Belastingdienst. Na afloop van het belastingjaar wordt aan de hand van die gegevens uit de polisadministratie, eventueel aangevuld met een aan de werknemer opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting, het fiscale jaarloon afgeleid. De polisadministratie is voor de BRI met name in die situaties waar geen aangifte voor inkomstenbelasting wordt gedaan relevant.

De mogelijkheden van gegevensuitwisseling met potentiële werkgevers

Het onderdeel in het wetsvoorstel over gegevenverstrekking aan potentiële werkgevers heeft geen directe relatie met de eenmalige gegevensuitvraag, maar komt voort uit discussies met het College Bescherming persoonsgegevens over de interpretatie van de huidige formulering in de Wet SUWI. Op verzoek van het College zijn de relevante artikelen gewijzigd, om de discussie te beëindigen of de bestaande artikelen het nu al dan niet mogelijk maken of ook een «potentiële» werkgever informatie zou moeten verstrekken.

In dit wetsvoorstel wordt eenduidig vastgelegd wat de wetgever beoogt. Potentiële werkgevers die nog geen arbeidsrelatie hebben met een persoon dienen gegevens (op verzoek) te verstrekken aan de CWI, gemeenten en het UWV. Het gaat om gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van het recht op uitkering of de rechtmatigheid daarvan. Technisch verandert er niets ten opzichte van de huidige praktijk. Specifiek is gevraagd welke gegevens in het Digitaal Klantdossier (DKD) komen met betrekking tot het gedrag van sollicitanten bij potentiële werkgevers. In het DKD (aanvraag werk, aanvraag WW en aanvraag WWB) zijn geen gegevens over het sollicitatiegedrag van een klant opgenomen. Op geen enkele wijze worden werkgevers verplicht tot het bijhouden van een registratie.

Informatie naar aanleiding van het voorgestelde amendement op stuk nummer 10

Bij de gedachtewisseling over dit amendement heb ik u toegezegd nadere informatie te geven over de aard van de lagere regelgeving in relatie tot het groeipad, zodat u nader kunt afwegen of het noodzakelijk is de sociale zekerheidswetten op verschillende plaatsen met verruiming van de delegatie-bepaling en wettelijke geregelde voorhang-procedures aan te vullen.

In het amendement worden verschillende zaken geregeld:

a. de mogelijkheid, dat bij algemene maatregel van bestuur (amvb) kan worden bepaald, dat de eenmalige gegevensuitvraag en het verbod gegevens uit te vragen die al uit bepaalde administraties bekend zijn, voor bepaalde administraties tijdelijk niet van toepassing zijn.

b. een voorhang-procedure voor de amvb, die regelt om welke gegevens het bij de eenmalige gegevensuitvraag gaat en waarin andere administraties dan in de wet worden genoemd kunnen worden aangewezen.

c. een voorhang-procedure voor de ministeriële regeling van de gegevens, die de belanghebbende niet meer verplicht is te verstrekken.

Ik wil u toelichten hoe het kabinet met de voorgestelde regelgeving voldoende grondslag biedt om met deze omstandigheid rekening te houden.

Uit het debat is me duidelijk geworden dat de achtergrond van het amendement de zorg is over de kwaliteit en beschikbaarheid van de gegevens uit de polisadministratie, terwijl de polisadministratie in het wetsvoorstel wordt genoemd als belangrijke bron van de gegevens.

In plaats van de polisadministratie tijdelijk voor de eenmalige gegevensuitvraag niet van toepassing te laten zijn, is bij de voorgestelde wetgeving de weg gekozen om het verplicht gebruik van de relevante gegevens uit de polisadministratie op termijn, dat wil zeggen wanneer de kwaliteit daarvan voldoende is, voor te schrijven.

Zoals in de toelichting op het amendement terecht wordt opgemerkt, bevat het wetsvoorstel regels voor het gebruik maken van elektronische voorzieningen voor de uitwisseling van gegevens binnen het SUWI-domein en met andere instanties ter verificatie. Het gaat dan om de infrastructuur van het Digitaal klantdossier.

Dat gegevens mogen worden uitgewisseld en met welk doel is al in vigerende wet- en regelgeving vastgelegd. Daarin wijzigt het wetsvoorstel niets.

In de Wet SUWI en het Besluit SUWI is geregeld welke gegevens uit de polisadministratie mogen worden verstrekt en uitgewisseld. In de bijlage I bij het Besluit SUWI is bijvoorbeeld al geregeld welke gegevens in de polisadministratie worden verwerkt.

Dit wetsvoorstel geeft in aanvulling daarop inhoud aan de eenmalige gegevensuitvraag. Naast de polisadministratie worden de verzekerdenadministratie en de GBA al genoemd. Voorts kunnen nog andere administraties (waaronder andere basisregistraties) worden aangewezen waaruit de gegevens moeten worden verkregen, die dan niet meer aan de belanghebbende worden uitgevraagd. Het voorliggende wetsvoorstel heeft oog voor een zorgvuldig uitvoeringsproces en kent een uitzondering op het verplicht gebruik van de genoemde administraties. Indien de CWI bijvoorbeeld gerede twijfel heeft over de betrouwbaarheid van bepaalde gegevens en dit een belemmering vormt voor de goede vervulling van zijn taak, mag de CWI alsnog de gegevens uitvragen bij een klant.

Om welke gegevens het bij eenmalige gegevensuitvraag uit genoemde administraties gaat wordt bij amvb geregeld. Dit gebeurt door die administraties en gegevens in een bijlage bij het Besluit SUWI op te nemen. Het voornemen is om bij ministeriële regeling te bepalen vanaf welk moment het verplichte gebruik van welke gegevens geldt. Uit die ministeriële regeling blijkt dan de eerste fase van het groeipad.

In die bijlage zullen relevante gegevens (zoals loon- en dienstverbandgegevens) uit de polisadministratie worden genoemd. Daarnaast zal bepaald worden met ingang van welke datum in de toekomst voor die gegevens uit de polisadministratie de eenmalige gegevensuitvraag geldt. Zoals de minister en ik ook in de brief van 27 juni jl. (Kamerstukken II, 2006/07, 28 219, nr. 43) hebben aangeven zal voor het gebruik van de polisadministratie als bron voor het DKD de integrale probleemanalyse loonaangifteketen mede het groeipad bepalen.

De nadere regelgeving over de eenmalige gegevensuitvraag zal voorts inhouden, dat meer de meer technische aspecten van de bijlage (zoals toevoegen van de gegevens die eenmalig worden gebruikt) bij ministeriële regeling kunnen worden gewijzigd (in de toekomst). Gaat het echter om het toevoegen van nieuwe administraties, die niet eerder voorzien waren, dan zal dit plaatsvinden door het opstellen van een herziene bijlage, dus weer bij amvb.

Uit de gedachtenwisseling en de toelichting op het amendement op stuk nr. 10 maak ik op, dat u nauw betrokken wilt zijn bij de inhoud van de bijlage en het groeipad dat daarbij wordt vastgesteld. Ik heb u reeds toegezegd de amvb te zullen zenden en u over de politiek bestuurlijke aspecten van het ingroeipad te zullen informeren.

In het amendement wordt tot slot ook nog voorgesteld om de ministeriële regeling met betrekking tot de mogelijkheid de informatieplicht te laten vervallen te voorzien van een voorhangprocedure. Deze ministeriële regeling zal de eerste jaren een zeer beperkte inhoud hebben. Ik zeg graag toe u te informeren zodra ik voornemens ben van deze regelgevingsbevoegdheid gebruik te maken. Daarmee kan voldaan worden aan de bedoeling van het amendement op dit punt, terwijl de regelgeving niet hoeft te worden voorzien van een overigens minder gebruikelijke voorhangprocedure.

Alles afwegende meen ik, dat zo met tijdige en gerichte informatievoorziening van mijn kant aan de bedoelingen van het amendement wordt tegemoet gekomen.

Ik heb kennis genomen van de wens om inzicht te krijgen in het groeipad eenmalige gegevensuitvraag. Zodra ik bestuurlijk en technisch met enige zekerheid iets kan zeggen over het groeipad zal ik u daarover informeren. In ieder geval zal ik u voor de kerst de stand van zaken melden.

Ik ga er vanuit u voldoende te hebben geïnformeerd, zodat de stemmingen over het wetsvoorstel eenmalige gegevensuitvraag kunnen plaatsvinden.

De aanvaarding van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is een belangrijke stimulans voor de implementatie van het DKD in de uitvoering.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. Aboutaleb