Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730961 nr. 6

30 961
Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet OM-afdoening en enige andere wetten in verband met het wegnemen van enkele technische onvolkomenheden

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 maart 2007

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt, onder verlettering van de onderdelen A tot en met C tot B tot en met D, een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

A

In artikel 302, tweede lid, wordt «250a» vervangen door: 273f.

B

Artikel IV, onderdeel C, komt te luiden:

C

De artikelen V, onderdeel B, onderdeel 1, en VII, onderdelen A en E, vervallen.

C

Na artikel VII wordt een artikel toegevoegd, dat luidt:

ARTIKEL VIIA

Indien de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten in werking is getreden voor of op het tijdstip waarop de Wet OM-afdoening in werking treedt, wordt op dat tijdstip in artikel I, onderdeel A, van de Wet OM-afdoening de zinsnede «door de officier van justitie bij het landelijk parket» vervangen door: door een officier van justitie bij het landelijk parket of bij het functioneel parket.

D

In de artikelen VIII en XII, eerste lid, wordt «artikelen I, onderdelen A en B» telkens vervangen door: artikelen I, onderdelen B en C.

E

In artikel XII, tweede lid, wordt «onderdeel C» vervangen door: onderdelen A en D.

Toelichting

Bij de verdere voorbereiding van de implementatie van de Wet OM-afdoening is gebleken dat twee aanvullende wijzigingen van louter technische aard wenselijk zijn.

In onderdeel B worden twee artikelonderdelen uit de Wet OM-afdoening verwijderd, omdat artikel XLVIIA, onderdeel B, van de Reparatiewet II Justitie voorziet in een geactualiseerde – aan het bij amendement in de Wet OM-afdoening opgenomen artikel 257ba Sv aangepaste – versie van deze artikelonderdelen.

In onderdeel C worden de wijzigingen die de Wet OM-afdoening en de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (Stb. 2006, 285) beide in artikel 12, eerste lid, Sv aanbrengen met elkaar in overeenstemming gebracht. Dit onderdeel is nodig voor het geval de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten eerder in werking treedt dan de Wet OM-afdoening.

De onderdelen A, D en E vloeien voort uit de wijzigingen die in de laatste alinea van de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2006/07, 30 961, nr. 3, blz. 3) zijn toegelicht.

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin