Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730959 nr. 7

30 959
Rijksbrede aanpassing van regels omtrent de reductie en vereenvoudiging van vergunningen teneinde de regeldruk te verminderen (Verzamelwet vereenvoudiging vergunningen)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 2 mei 2007

Het voorstel van wet wordt gewijzigd als volgt:

A

In de considerans wordt na «dan wel te vereenvoudigen» ingevoegd: alsmede een aantal uitgewerkte wetten in te trekken.

B

Artikel V komt te luiden:

ARTIKEL V

De Telecommunicatiewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. voor een in het frequentieplan aangegeven bestemming vergunningvrij mag worden gebruikt.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

a. het gebruik van aangewezen frequentieruimte, bedoeld in het eerste lid;

b. de aanwijzing bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

c. eisen voor gebruikers van frequentieruimte;

d. een meldings- en registratieplicht voor het gebruik van frequentieruimte als bedoeld in het eerste lid, onder c.

B

Artikel 10.9, tweede lid, onderdeel a, van de Telecommunicatiewet komt te luiden:

a. krachtens hoofdstuk 3 geen vergunning is vereist voor het gebruik van frequentieruimte en, indien voor het gebruik melding en registratie verplicht zijn krachtens artikel 3.4, tweede lid, onder d, indien melding en registratie heeft plaatsgevonden;

C

In het tweede lid van artikel 18.4 wordt de zinsnede «, welk gebruik schadelijke storingen kan veroorzaken in de radiodiensten van andere landen: vervangen door: of degene die overeenkomstig artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, vergunningvrij gebruik maakt van frequentieruimte.

TOELICHTING

Voor de toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.5 van de nota naar aanleiding van het verslag.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk