nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2007
Tijdens het plenaire debat op 14 juni jl. van uw Kamer met de Staatssecretaris
van Economische Zaken over het voorstel voor een Verzamelwet vereenvoudiging
vergunningen is gesproken over de in dat voorstel opgenomen wijziging van
artikel 9, tiende lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en
recherchebureaus (hierna: Wpbr). Een aantal leden van uw Kamer heeft in dat
verband gevraagd nogmaals schriftelijk in te gaan op de onderhavige wijziging.
Met deze brief geef ik, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken,
uitvoering aan zijn toezegging een nadere toelichting te geven.
1. Inleiding
Vooropgesteld zij, dat ik het belang van een personeelsinstructie voor
medewerkers van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
onderschrijf. Gelet op de aard van de werkzaamheden is het noodzakelijk dat
deze medewerkers zich goed bewust zijn van hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Een personeelsinstructie kan daaraan bijdragen. De eis dat particuliere beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus een personeelsinstructie moeten vaststellen, staat dan
ook niet ter discussie.
Wel is de vraag in hoeverre de overheid zich moet bemoeien met de inhoud
van die instructie in de zin dat de instructie en elke wijziging ervan ter
goedkeuring moeten worden voorgelegd aan de Minister van Justitie. Bepalend
voor de omvang van deze vorm van overheidsbemoeienis en, in het bijzonder,
het voorstel om de vereiste ministeriële goedkeuring af te schaffen,
is de aanwezigheid van een aantal waarborgen. In het hiernavolgende worden
deze waarborgen toegelicht.
2. Wettelijke waarborgen
Een eerste belangrijke waarborg is gelegen in de verplichte opleiding
van onderscheidenlijk particuliere beveiligers en rechercheurs. Op grond van
de Wpbr mogen particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
alleen personen met onderscheidenlijk beveiligings- en recherchewerkzaamheden
belasten indien zij voldoen aan de daarvoor vastgestelde opleidingseisen.
In de opleiding, die wordt afgesloten met een examen, wordt uitvoerig ingegaan
op de bevoegdheden en wettelijke verboden en verplichtingen van particuliere
beveiligers en rechercheurs. De personeelsinstructie behelst in feite een
beknopte herhaling van een aantal aspecten van het beroep die in het kader
van de opleiding worden behandeld.
Bovendien kan er vanuit worden gegaan dat de particuliere beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus zelf de nodige maatregelen treffen om de kwaliteit van
de uitvoering van de beveiligings- en recherchewerkzaamheden te waarborgen.
Deze bedrijven zijn krachtens de Wpbr verplicht om voldoende en regelmatig
controle uit te oefenen op de verrichtingen van het personeel en ervoor te
zorgen dat het personeel handelt overeenkomstig de wettelijke voorschriften.
Als blijkt dat de bedrijven de wettelijke verplichtingen niet naleven, of
anderszins handelen in strijd met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie
of recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht, kan
de vergunning worden ingetrokken.
3. Standaardinstructie
In de afweging de vereiste ministeriële goedkeuring van de personeelsinstructie
te laten vervallen, is voorts het gebruik van de standaardinstructie van het
ministerie van Justitie een bepalende factor.
De doelen die de wetgever destijds voor ogen had met de invoering van
de vereiste ministeriële goedkeuring, bedoeld in artikel 9, tiende lid,
van de Wpbr, waren standaardisering en controle van de personeelsinstructies
van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Door de invoering
en het daadwerkelijke gebruik van het standaardmodel vindt de van overheidswege
gewenste standaardisering plaats van de inhoud van de instructies richting
het personeel van deze bedrijven.
Nagenoeg alle beveiligingsorganisaties en recherchebureaus hanteren de
standaardinstructie. Dat is begrijpelijk omdat zij daarbij ook baat hebben.
De standaardinstructie wordt door de branche immers opgevat als handreiking
van de overheid ter vermindering van de administratieve lasten: de bedrijven
hoeven zelf geen instructie meer op te stellen.
Gelet op de werkbesparing en de bestendige praktijk met betrekking tot
het gebruik van de standaardinstructie, draagt afschaffing van de ministeriële
goedkeuring van de personeelsinstructie mijns inziens niet het risico in zich,
dat de verplichting om een personeelsinstructie vast te stellen in mindere
mate zal worden nageleefd door de branche. Tegen die achtergrond acht ik het
wettelijk verplicht stellen van de standaardinstructie, zoals door de Raad
van State in zijn advies voorgesteld, dan ook niet aangewezen. Temeer nu van
een bepaalde mate van overheidscontrole sprake blijft zijn. Beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus zijn immers op grond van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus verplicht de (standaard)instructie ter kennis te brengen
van de korpschef van de regio waar het bedrijf is gevestigd dan wel de Commandant
van de Koninklijke marechaussee als het gaat om een bedrijf gevestigd op een
luchthaven. Deze verplichte kennisgeving blijft onverlet.
4. Vertrouwen
Ten slotte is het zelfregulerend vermogen van de particuliere beveiligingsorganisaties
en recherchebureaus een beslissend element dat heeft geleid tot het voorstel
tot afschaffing van de ministeriële goedkeuring van de personeelsinstructie.
Dit vermogen spreekt, zoals eerder toegelicht, uit initiatieven
van de branche om de kwaliteit van haar werkzaamheden te bewaken, zoals de
invoering van het keurmerk voor particuliere beveiligingsorganisaties en de
privacygedragscode. De branche is er immers veel aan gelegen dat het aanzien
van de particuliere veiligheidszorg niet wordt geschaad.
Gelet op het bovenstaande meen ik dat afdoende is gewaarborgd dat particuliere
beveiligingsorganisaties en recherchebureaus een personeelsinstructie opstellen
waarvan de inhoud zodanig is dat controle ervan op het niveau van de Minister
van Justitie overbodig is. Er bestaat mijns inziens dan ook geen reden om
de vereiste ministeriële goedkeuring van de personeelsinstructie te handhaven.
Het laten vervallen van deze eis past ook bij de doelstelling van het
kabinet om de regeldruk aan te pakken om te voorkomen dat bedrijven onnodig
worden belemmerd door overbodige regels.
De minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin